Vanavond kwamen ze weer langs: de kinderen die op 11 november, de naamdag van Sint Maarten, de huizen langsgaan om na het zingen van een lied wat snoepgoed of fruit in ontvangst te nemen. En zoals van veel van oorsprong christelijke feesten is ook van dit feest de diepere betekenis weggesleten. Het feest is vernoemd naar Martinus van ToursMartinus van Tours die in 316 geboren in Hongarije als zoon van een Romeins legerofficier. Op vijftienjarige leeftijd kwam hij in dienst van het Romeinse leger. Uit deze tijd stamt een van de meest bekende verhalen over Sint-Martinus. Voor de poorten van Amiens in Frankrijk kwam hij een verkleumde bedelaar tegen. Met zijn zwaard sneed hij zijn rode soldatenmantel in tweeën en gaf één helft aan de bedelaar. Deze scène is op talloze schilderijen afgebeeld, bijvoorbeeld door de schilders Rubens en Van Dijck. Nadat Martinus in 372 gekozen was tot bisschop van Tours kreeg hij een steeds grotere bekendheid. Hij stichtte in Frankrijk verschillende kloosters en stierf op hoge leeftijd in het jaar 397. Zo is het feest van Sint-Maarten vanouds een bedelfeest, en bedelfeesten waren nodig in de moeilijke wintermaanden. Gingen vroeger alle armen zowel jong als oud langs de deuren van – vooral – de rijkere medeburgers, tegenwoordig zijn het alleen kinderen die langskomen voor een traktatie. In oudere Sint-Maartenliedjes hoor je nog duidelijk terug dat het echt een bedelfeest is

Sinte Sinte Maarten
De kalv’ren dragen staarten,
De koeien dragen horens
De kerken dragen torens
Hier woont een rijke man
Die veel geven kan
Veel geven hoeft jij niet,
Al is het maar een suikerbiet!

Er werd naar elkaar gekeken voor hulp. Lange tijd was de zorg voor armen in ons land een kwestie van liefdadigheid. Maar in onze tijd wordt vaker naar de overheid gekeken als het gaat om de leniging van de eerste levensbehoeftes van de burger. Het wordt als een recht gezien dat mensen een bestaansminimum hebben.  Sinds de invoering van de Bijstandswet, in 1965 zijn sociale voorzieningen niet meer een gunst, maar een recht dat wordt uitgevoerd door de overheid.

Maar tegenwoordig schuift de overheid veel van haar teken weer terug naar de burgers. Zo komt de armoedeproblematiek ook weer op het bordje te liggen van de diverse kerkgenootschappen. Zij kunnen met betrekking tot hun taak in de samenleving zich ook laten leiden door de Bijbel: ‘Overigens zal niemand van u in armoede leven, want de HEER zal u zegenen in het land dat hij u in bezit zal geven.’ (Deut.15:4). Nee, dus niet vanuit de notie van liefdadigheid, maar vanuit recht, immers ‘niemand mag in uw midden in armoede leven’. Er wordt gerechtigheid gedaan omdat scheve verhoudingen worden rechtgezet, er wordt recht gedaan aan misdeelde mensen, opgericht wat terneergeslagen is. Gerechtigheid is één van de werkwoorden van een God die niet boven de partijen staat, maar die zeer partijdig is. Hij is het meest met de minsten. En hij meet de kwaliteit aan de mate waarop er gehandeld wordt met hen die onderop geraakt zijn.

Christenen – volgers van die God –  moeten daarom hun taak  zoeken in de samenleving. Vanuit het evangelie waardoor zij zich willen laten storen. De bron van waaruit ze proberen te handelen in de maatschappij. Op bescheiden maar besliste wijze mogen wij als gemeente, als gemeenschap in het geloof van Jezus Messias onze plek in de samenleving zoeken. In tastend handelen mogen wij de zoektocht naar het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid wagen. Het Koninkrijk waarin we als mensen van betekenis worden geacht niet om onze economische waarde maar om wie we voor Gods aangezicht mogen en zullen zijn.

Sinte Sinte Maarten
De kalv’ren dragen staarten,
De koeien dragen horens
De kerken dragen torens
Hier woont een rijke man
Die veel geven kan
Veel geven hoeft jij niet,
Al is het maar een suikerbiet!

Ooit sneed Martinus van Tours zijn soldatenmantel in tweeën en gaf het ene deel aan de minder bedeelden. De armen wisten later de rijke man te vinden ‘die veel geven kan’. Laten wij zien dat de zorg voor de minder bedeelde geen liefdadigheid is, maar dat het enkel het uitvoeren is van het goddelijk gebod ‘Overigens zal niemand van u in armoede leven, want de HEER zal u zegenen in het land dat hij u in bezit zal geven.’ Welvaart brengt ook verplichtingen met zich mee.

Advertenties

Vandaag is het Dankdag voor gewas en arbeid zoals dat zo mooi heet. In veel protestantse kerken in Nederland worden vandaag diensten gehouden om daar bij stil te staan. Danken voor alles wat je het afgelopen jaar ontvangen hebt. Maar… valt er nog wel wat te danken… Als je al lange tijd geleden bent afgestudeerd, je je helemaal suf solliciteert maar overal wordt afgewezen… als je ontslagen bent en het bijkans onmogelijk opnieuw aan de slag te komen… Als je relatie in doodtij is gekomen en je werkelijk niet weet waarom je nog bij elkaar blijft… Als je mensen in je omgeving mist die het afgelopen jaar zijn gestorven… Als…. ja, vul zelf maar verder aan. Valt er dan nog wat te danken? Je eerste en begrijpelijke reactie is ‘nee, echt niet!’

Je klaagt, je balt je vuisten, je schreeuwt het uit, je snapt er helemaal niets meer van. de schreeuw edvard munchEn dan heb je geen behoefte aan goedkope prietpraat in de trant van ‘niet klagen, maar dragen.’ Ook als gelovige mag je het soms helemaal niet meer zien zitten. Een profeet in de Bijbel die dat verwoord is Habakuk: ‘ik sidderde op de plaats waar ik stond.’ zegt hij als hij de oorlogsmacht van Babel op zich af ziet komen en bedenkt wat dat gaat betekenen voor het voortbestaan van de economie en de welvaart van het land. Wat Habakuk zegt zou je kunnen vertalen met ‘ik voelde me diep ongelukkig.’ En dat gevoel hoef je niet zomaar weg te poetsen. Geloven betekent niet: je gevoel uitschakelen. We hoeven niet te doen alsof het leven zo makkelijk is, want er is ook heel veel reden om te zuchten, te klagen. Juist als je dat toelaat, kun je des te sterker zeggen: en toch mag ik juichen. Want er is meer dan ik voel. Mijn gevoel kan zeggen: het wordt niets meer; het is één grote nacht. Maar het TOCH van het geloof ziet het licht van God schijnen in die nacht. Als christen mag je zeggen: ik voel me diepongelukkig, en toch juich ik. Want God de HEER is mijn kracht. Geen mogelijkheden meer zien, toch geloven dat het kan. Geloven dat God alles kan. Voor Hem is niets onmogelijk.

‘Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining –

toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.
God, de HEER, is mijn kracht.’

Habakuk 3,17-19

Op 20 oktober 2013 is het Micha Zondag. Het thema is ‘Ik hoor jullie klacht’, geïnspireerd op Jakobus 5. Op Micha Zondag staan armoede en gerechtigheid centraal in duizenden kerken wereldwijd. In 2013 is er bijzondere aandacht voor armoede als gevolg van corruptie en uitbuiting. Bijbelboek Jakobus laat in hoofdstuk 5 zien dat dit onrecht niet ongezien blijft bij onze Heer. En dat betekent dat wij als volgelingen van die Heer ook niet werkeloos aan de zijlijn kunnen blijven staan en doof kunnen blijven voor de klacht die klinkt. ‘Doe mij recht’ is de klacht van de weduwe uit Lucas 18.  Michazondag 2013Het gedeelte sluit af met een vraag aan ons allen: ‘zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?’ Daarmee wordt bedoeld dat er recht gedaan moet worden. Het is een harde vraag aan mensen die een wereld kunnen behandelen als iets waar ze tijdelijk gebruik van kunnen maken, maar waar ze uiteindelijk niet de verantwoordelijkheid voor willen dragen. De aarde, het milieu en andere mensen roepen voortdurend ‘doe mij recht!’ En wat is ons antwoord? De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. We worden opgeroepen tot zorg voor onze naaste, onze naaste ‘recht te doen’. En dat betekent niet alleen maar onze menselijke naaste, maar de gehele schepping. ‘Heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven? Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

De klacht wordt gehoord. Maar  wat doen wij ermee?

Vorige week was  het moment van de release van Grand Theft Auto V (GTA V), de nieuwe loot aan de Grand Theftserie, die al sinds 1997 veel harten van gamers sneller laat kloppen. In het hele land waren gamewinkels om middernacht open om mensen de gelegenheid te bieden het nieuwe computerspel als eerste te kunnen kopen. Samenvattend kun je stellen dat dit spel draait, dat zegt de titel althans al, om auto’s te stelen en je een plaats te veroveren in de criminele wereld. De game gaat gepaard met veel bloederigheid vanwege het neerschieten van mensen en het doodrijden van voetgangers. In een reportage op RTV Oost over de nachtelijke verkoop van GTA V antwoordde een jongen op de vraag wat hem nou zo aansprak in het spel: ‘lekker mensen doodrijden en met de auto’s scheuren!’ Dit soort reacties staat in een schril contrast met wat een recensent in de NRCnext stelde toen hij schreef dat GTA afdoen als een moordsimulator het spel tekort doet. Want ‘je kiest zelf in hoeverre je je te buiten gaat aan geweld en daarbovenop heeft het spel wel degelijk een morele code: ga je te ver, dan krijg je de politie achter je aan. (…) Zo roept de game juist discussie op over geweten en vrije wil.’ Volgens de recensent waren de eerdere afleveringen van GTA wel gebaseerd op dat idee, maar GTA V laat je drie personages volgen in verschillende stadia van hun criminele carrière. Maar stelt hij later zelf ‘In GTA dient alles immers om te beschieten, bespotten of te bestelen.’ Ja, lekker zeg; als je dit de morele code noemt van GTA waar alles dient om te beschieten, bespotten of te bestelen, maar waar je wel de keuze hebt om het te doen, dan lijkt me dat volledig voorbijgaan aan de werkelijke intentie van de developers: lekker je agressie afreageren in een game. In de game-werkelijkheid zijn er geen echte keuzes – of zijn het keuzes die je meeneemt in het dagelijks leven (?) – , het enige doel is hogerop komen op de ladder van de criminaliteit! GTA V

Maar ‘life is not a game’, het leven is geen spelletje, zoals Francis Schaeffer, bekend van l’Abri, al eens zei. Waaraan wijd jij je? Wat vervult je hart? In deze wereld moeten er keuzes worden gemaakt en die doen er zeker (ook) toe. Zo kom ik op het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus uit Lucas 16: 19-31. In het verhaal gaat het over de rijke man die een keuze heeft gemaakt in zijn leven en de arme Lazarus die geen keuze heeft, anders dan om arm te zijn. Echter na dit leven blijkt de rijke man ineens op een minder aangename plek aan te zijn gekomen en hij vraagt Abraham dat Lazarus aan zijn vijf levende broers moet verschijnen om hen te waarschuwen niet de zelfde fout te maken als hij, de rijke man, heeft gemaakt.  Maar Abraham zegt: ‘Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!’ Dan zegt de rijke man: ‘Nee, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.’ Maar Abraham zegt dan: ‘Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.’ Ze kunnen het wel degelijk weten, de rijke man zelf had het wel degelijk kunnen weten. Ze hebben immers Mozes en de profeten! Wij zouden zeggen: ze hebben de Bijbel toch? Ze kennen toch de roep om gerechtigheid van de profeten? Ze kennen toch de Tien Geboden, met hun roep om als een bevrijd mens te leven, maar dan zeker niet alleen voor jezelf? De rijke man geeft het niet op: ach, die bijbel, die ligt natuurlijk te verstoffen op een plank, nee, als er iemand uit de doden naar hen toekomt en hen waarschuwt, dan zullen ze zich bekeren, dat zal pas indruk maken! Maar Abraham weet wel beter: ‘Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.’ De Britse schrijver C.S. Lewis zei het eens als volgt: ‘Tegen de mensen die geen “uw wil geschiede” willen zeggen tegen God, zal God op enig moment zeggen: “úw wil geschiede”.’ Wat is de keuze die je uiteindelijk maakt? God respecteert je keuze,maar aanvaard jij dan wel de consequenties, de gevolgen!

En zo komen GTA en de Bijbel bij elkaar. Bij beiden draait het om keuzes, bij de één is dat in een virtuele gamewereld (met volgens mij wel je houding ten opzichte van het echte leven), en bij het ander draait het om het echte leven. Beiden met hun consequenties, aan jou de keuze!

Nee, ik ga geen kritiek geven (in opbouwende zin of welke zin dan ook) op het handelen van onze nieuwe koning, die gister voor de eerste keer de Troonrede mocht uitspreken op Prinsjesdag 2013. Nee, er is iets anders wat me er toe bracht deze tekst uit 1 Samuel 8,5b aan te halen. Laatste vernam ik dat een groot aantal Nederlanders een sterke leider verlangt die zonder al te veel ‘democratisch geneuzel’ (een citaat, niet mijn woorden) besluiten neemt. Na en lange periode van kabinetten die allen de eindstreep niet haalden, voorgenomen besluiten die de Tweede of de Eerste Kamer niet doorkwamen lijkt een aantal mensen helemaal moe van het zwalkende beleid van onze bestuurders. En tot overmaat van ramp moeten we nu ook nog eens afscheid nemen van onze verzorgingsstaat en ons instellen op de ‘participatiesamenleving’. De participatiesamenleving of zoals sommigen liever zeggen ‘een samenleving waarin ieder zijn eigen broek moet ophouden en die van een ander; waar de overheid zich zoveel mogelijk uit terugtrekt’. In wezen dus een samenleving die heel veel mensen juist ooit hebben gewenst: een kleinere overheid a la het Amerikaanse concept. Maar dat is uiteindelijk niet wat de Nederlandse burger nu wil. Die wil een overheid als een moderne Sinterklaas: de overheid zorgt voor de moeilijke zaken die wij als burger liever niet op ons bordje hebben liggen en de overheid zorgt ervoor dat wij geen last hebben van welke crisis dan ook. En uiteindelijk moet de overheid dat geheel gratis bewerkstelligen. Een soort groot Nederland Disneywereld. Een sprookjespark.

‘Stel daarom een koning over ons aan om leiding te geven’ vroegen de Israëlieten aan Samuel. En God liet via Samuel aan de Israëlieten weten dat er ook nadelige kanten aan koningen zaten, maar de Israëlieten kozen toch voor een koning. En dat hebben ze geweten: eerst kregen ze Saul die na een tijdje volledig ontspoorde. Toen kwam David die op een gegeven moment een rivaal in de liefde in de frontlinie zette om zo zijn vrouw in te kunnen pikken. Daarna trad Salomo aan als koning, van wie werd gezegd dat ‘hij veel paarden had’ wat wil zeggen dat hij zaken had die hij niet op een goede manier had verkregen. ‘Stel daarom een koning over ons aan om leiding te geven’; willen de mensen echt een ‘verlicht despoot’ die met ferme hand en zonder teveel democratisch geneuzel de economie weer op de rails zet? Wil men alleen maar ‘brood en spelen’? Je zou het soms bijna gaan denken.tagcloud Troonrede 2013

Ik heb met belangstelling naar de Troonrede 2013 zitten luisteren en veel impopulaire maatregelen horen aankondigen die diep in het vlees snijden. Ik heb gehoord dat we nog meer dan voorheen ons moeten instellen op een participatiesamenleving. Een samenleving waarin meer mensen dan voorheen met elkaar de handen uit de mouwen moeten steken om te doen wat ze kúnnen doen. Ondanks alle fouten en problemen die deze regering heeft en heeft gemaakt en misschien nog moeten worden bijgesteld; is dit niet een samenleving die we wensen. Geen samenleving waarin het ‘dikke ik’ voorrang heeft, maar waar we met elkaar samen-leven? Ik hoop van harte dat we daar werkelijk met z’n allen uit komen.

Laat ik afsluiten met de woorden waarmee de koning zijn rede afsloot. “We bidden God om wijsheid voor hen die ons regeren.’

hasta

Bovenstaande poster zullen sommigen zich nog herinneren: Che Guevara, de Argentijnse marxistische revolutionair en latere compaan van Fidel Castro, de voormalige machthebber van Cuba.  Che Guevara  werd in 1967 vermoord en werd zo een vermaard ‘martelaar van de opstand tegen het kapitalisme’. Door de jaren heen heeft hij een iconische uitstraling gekregen en zijn beeltenis en de uitspraak ‘hasta la victoria siempre’ inspireerde menige rebel  en sprak tot de verbeelding.

hasta christelijk

Ooit is de kerk ook als tegenbeweging begonnen, onder andere tegen de heersende mening. Ja, ooit, want door de eeuwen heeft een groot deel van de kerk zich laten inpakken door de wereldlijke machthebbers. Hierboven staat het frontplat van een boek van de Britse theoloog Alister McGrath dat handelt over de ‘gevaarlijke ideeën’ van het protestantisme. Gelijk aan de poster van  Che Guevara staat Maarten Luther tegen een roodkleurige achtergrond van een rijzende zon. Ooit was het het protestantisme dat een steen in de kalme vijver wierp van een heersend christendom dat verzandde in schijnbaar onwrikbare structuren en zich aanpaste aan de algemene mening en verwachting. En nu staat het christendom weer voor een nieuwe uitdaging: zich aanpassen aan de algemene mening en verwachting dat ‘de grote verhalen dood zijn’, of overtuigd zijn van de ‘gevaarlijke ideeën’ van het hele christendom (niet alleen van het protestantisme) die dwars tegen de tijd in kunnen gaan en die diep in eigen vlees kunnen snijden, zo u wilt ‘brandend zand’ kunnen zijn? Is de Bijbel een ‘zoet boekje met verhaaltjes voor het slapengaan’ of een verzameling geschriften die mensen niet alleen kan troosten maar ook kan aanzetten om geen genoegen te nemen met de werkelijkheid zoals die op ons afkomt?

Dominee Van Nieuwpoort die onlangs met zijn collega Visser het boekje Tegengif schreef,  verwoordde het zo: ‘de teksten zouden ons wakker moeten schudden. Vervolgens zouden we kunnen nadenken over onze eigen rol. Mogelijk kunnen we bijvoorbeeld iets betekenen voor de weduwe in onze buurt. Dan gaan onze ogen open voor de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan. De profeet Elia maakte geen knieval voor Baäl. Die Baäls zijn vandaag de heersende machten en het geld om ons heen. Elia opende daarvoor de ogen. De Bijbel zou van ons opstandige christenen moeten maken!’

Hasta la revolucion, siempre!

NASCHRIFT

Mooi te zien hoe synodescriba Plaisier zich in dit kader uitlaat over Second Love, een initiatief om overspel aan te moedigen. SGP-jongeren die tegen de reclamecampagne van dit initiatief bezwaar aantekenden , hun nek uitgestoken, kregen nul op hun rekest, steekt hij zo een hart onder de riem. Soms lijkt het of een groot deel van de christenen als verdoofde konijnen in het grote licht van de (post)moderniteit zitten te staren en niet weten wat ze moeten doen. Toch kun je, zo lijkt het mij, je eigen ethische principes wel uitdragen. Ook al lijkt het tegen de geest van de tijd in te gaan waarin zo lijkt het soms alles moet kunnen en mogen (althans, zo lang het de meerderheid bevalt…), het is goed je stem te verheffen. Ook al krijgt het christendom soms de schuld van alles wat verkeerd is in de wereld met een vaak zeer ongenuanceerd besef van de geschiedenis waarvan men ook nog grote delen gemakshalve vergeet, wees dwars, buig je knieën niet  voor de Baäls van deze tijd, wees profetisch!

Het asiel- en uitzettingsbeleid van de overheid blijft veel Nederlanders bezighouden. Vooral wanneer uitgezetten of uit te zetten personen een gezicht krijgen volgt een golf van medelijden. Te denken valt aan de kortgeleden uitgezonden documentaireserie ‘Uitgezet’ over over het lot van uitgezette asielkinderen en het afschuwelijke verhaal van Renata, ht Georgische meisje dat is uitgezet naar Polen terwijl ze lijdt aan leukemie. Organisaties die de belangen behartigen van asielzoekers gebruiken dit soort verhalen om de asielprocedure in Nederland aan de kaak te stellen.

Even weggeredeneerd van deze concrete gevallen lijkt het me goed om eens vanuit de ethiek het vluchtelingenbeleid tegen het licht te houden. Hierover gaat deze column.

Formeel kunnen volgens de conventie van Genève van 1951 en het bijhorend protocol van 1967 mensen pas als vluchteling worden erkend als ze kunnen aantonen dat ze individueel vervolgd worden door de overheid van hun land wegens hun ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of omdat ze tot een bepaalde sociale groep behoren. Deze conventie en/of het protocol zijn door 145 landen ondertekend en leveren de meest gebruikte criteria op om iemand als vluchteling te erkennen. Natuurlijk is het duidelijk dat er heel wat andere situaties zijn te bedenken waarin de menselijke waardigheid in het geding is en bescherming verdient. Zo kan ook vervolging door niet-gouvernementele organisaties of door ‘tradities’ (vrouwen die op de vlucht zijn voor vrouwenbesnijdenis, bijvoorbeeld) een reden zijn voor een vluchteling.Mensen kunnen echter ook op de vlucht zijn voor ecologische factoren, burgeroorlogen, overbevolking en armoede. Momenteel is het echter wel zo dat mensen die armoede, werkloosheid en andere sociaal-economische factoren ontvluchten niet in aanmerking kunnen komen voor bescherming hoewel het voor een ieder overduidelijk zal zijn dat bijvoorbeeld armoede de menselijke waardigheid schendt. De vraag is echter of hieraan tegemoet gekomen moet worden via een asielbeleid,goed wetende dat de meest hulpbehoevenden hier toch nooit kunnen geraken.
Wie de menselijke waardigheid van de armsten wil beschermen, kan dat beter op een andere manier doen. Bovendien is het bijzonder moeilijk criteria op te stellen vanaf wanneer mensen als ‘economisch vluchteling’ erkend zouden kunnen worden. Is werkloosheid voldoende of moet men kunnen aantonen dat men het gezin niet meer kan onderhouden en de kinderen honger lijden?
Nogmaals: ik herhaal de doelstelling van het vluchtelingenbeleid in het algemeen: het vluchtelingenbeleid moet erop gericht zijn zoveel mogelijk mensen op te vangen die onvrijwillig hun have en goed hebben moeten verlaten, en effectief bescherming nodig hebben.
wat moeten we dan doen met de middelen die ons ter beschikking staan? Moeten we zoveel mogelijk asielzoekers hier opvangen of moeten we die middelen zo veel mogelijk inzetten voor het creëren van oplossingen in de landen van herkomst van de vluchteling?
Moetn we hen die in ons land asiel aanvragen in het beste geval terugsturen met een terugkeerpremie, of als ze lang genoeg illegaal onderduiken een verblijfstatus geven? Dit is in zekere zin ‘onrechtvaardig’ ten aanzien van de potentiële vluchteling die nooit tot hier is gekomen, of nooit heeft
willen komen.
Het lijkt er sterk op dat, zoals de realiteit nu is, onze verdeling van middelen eigenlijk onrechtvaardig is.
Hier botst het ethisch perspectief van de rechtvaardigheid met het perspectief van het medelijden.
Puur op basis van abstracte rechtvaardigheidsprincipes zullen we vooral moeten investeren in de opvang, vredesprogramma’s, heropbouwprogramma’s
in de landen en regio’s van herkomst.
Maar op basis van de ethiek van het medelijden moet de aandacht vooral gaan naar de concrete mens die zich in onze onmiddellijke omgeving bevindt en
waarvoor we onszelf gemakkelijker verantwoordelijk achten. dubbele moraalEn juist op dat gebied beweegt zich ons gevoel: in de sfeer van de ethiek van het medelijden. Want, o ja, veel mensen zijn voorstander van een streng maar rechtvaardig asielbeleid, maar o wee wanneer een vriendinnetje of
een leerling uit de school wordt teruggestuurd, dan worden er plots door diezelfde mensen solidariteitsacties georganiseerd, brieven geschreven enzovoort.
Anders gezegd: in de ethiek van het medelijden maakt men zich drukker om mensen die terecht worden uitgewezen maar van wie we vinden dat zij ‘om humanitaire redenen’ toch hier zouden mogen blijven terwijl men in de ethiek van de rechtvaardigheid zich druk maakt over elke euro die hier overbodig wordt besteed aan mensen die asiel aanvragen, maar geen kans maken om ooit erkend te worden. Die middelen, zo vindt men dan, zouden kunnen worden aangewend om een vluchtelingenbeleid op wereldschaal beter gestalte te geven. Of nog, vanuit het perspectief van het medelijden is het de bedoeling de mensen die zich hier aandienen zoveel en zo goed mogelijk te helpen.
Vanuit het perspectief van de rechtvaardigheid daarentegen is het niet de bedoeling om hier zoveel mogelijk mensen toe te laten, maar stelt men zich de vraag hoe we de middelen rechtvaardig kunnen besteden om het vluchtelingenbeleid te optimaliseren.

Zeker, zo’n abstracte rechtvaardigheidsethiek is niet ‘menselijk’. Wie het individuele en maatschappelijke leven enkel en alleen zou inrichten op basis van rechtvaardigheidscriteria,die heeft geen leven meer. Anderzijds schiet ook het perspectief van het medelijden tekort. Het medelijden is een essentieel onderdeel (startpunt)van de ethiek, maar de ethiek moet het medelijden verbreden, uitdiepen, rationaliseren en generaliseren. Mensen moeten als morele wezens de onderbuikgevoelens met de meer abstracte principes van het verstand confronteren en omgekeerd.
Het gaat dus om een combinatie: we kunnen het niet maken iemands asielaanvraag te weigeren omdat we al ons geld willen steken in buitenlandse projecten – nog los van de argwaan over het feit of dat inderdaad wel zou gebeuren.
Anderzijds kunnen we het ook niet maken in ons vluchtelingenbeleid enkel rekening te houden met de mensen die naar hier komen om bescherming en
medeleven te vragen en het breder perspectief buiten beschouwing te laten. Maar om deze twee denkwijzes te combineren blijft een erg lastige klus.

We moeten nu echter wel de volgende afweging maken: ofwel is het een nobele doelstelling om de asielprocedure zuiver te houden, op straffe van meer illegale migratie; ofwel willen we de illegale migratie uitbannen door meer asielzoekers tot de procedure toe te laten – ook al hoort men er eigenlijk
niet in thuis. Volgens mij is alleen de eerste optie verdedigbaar.
De bedoeling van de asielprocedure is nog steeds dat de vluchteling bescherming kan worden geboden, niet dat die procedure een aanmeldcentrum wordt voor mensen die hier een tijdje willen verblijven om welke (begrijpelijke) reden dan ook.

Spartaan of Samaritaan? Mijns inziens moeten we dus zowel het een als het ander zijn. Spartaan, naar Sparta wier inwoners – zo wil de overlevering – hun kinderen met harde hand en discipline opvoedden, zowel als Samaritaan, naar de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan uit de Bijbel die een onbekende in elkaar geslagen man verzorgde.
Wat duidelijk is dat in de discussie over asiel-, vluchtelingen- en migratiebeleid met regelmaat moreel geladen termen opduiken. Toch moeten we vaststellen dat een echte ethische discussie over de kern van de zaak weinig wordt gevoerd. Meestal trekt men zich terug in het eigen gelijk en de vooroordelen ten aanzien van de tegenspeler.

Ten slotte: is in deze discussie ook nog een taak weggelegd voor de kerk? Volgens mij moet de kerk hierbij haar taak zoals zij die vanouds heeft oppakken, namelijk door een luis in de pels te zijn. Een poging hiertoe deed de Protestantse Kerk in haar communiqué:

‘Wat te doen met uitgeprocedeerde asielzoekers? Ze moeten terug. Maar ze gaan niet allemaal terug. Waarom niet? Sommigen omdat ze bang zijn terug te keren. Anderen omdat ze niet terug kunnen. Weer anderen kunnen wel terug maar willen gewoon in Nederland blijven. Iedereen heeft een eigen verhaal. Van de een klopt het verhaal, van de ander niet.
Net als onder alle groepen zitten er onder asielzoekers goedwillenden en kwaadwillenden. Maar hoe dan ook: ze zijn (nog) in Nederland. De Protestantse Kerk vindt, dat er daarom een zorgplicht is van de overheid voor deze mensen. Klinkeren’, ze op de straat terecht laten komen zonder zorg, is niet goed. Op de straat leven is een slecht leven. Het kan zelfs je dood betekenen. Het is ook niet goed voor de samenleving.
De overheid vindt dat ze geen zorgplicht heeft ten opzichte van hen die illegaal zijn. Om die reden heeft de Protestantse Kerk, via de Europese Raad van Kerken een klacht ingediend bij de Europese Commissie van sociale rechten. Op 1 juli besloot deze commissie dat de klacht ontvankelijk is. Hier is op de website melding van gemaakt. De klacht zal dus in behandeling worden genomen. Wat is de inzet? Dat uitgeprocedeerde asielzoekers recht houden op voedsel, kleding en onderdak. Volgens de Protestantse Kerk heeft ieder dat recht. Volgens de regering alleen zij die hier legaal verblijven. Wat de uitslag is, weten we niet. Het is wel goed nieuws dat de klacht grond genoeg heeft in het Europese recht om serieus genomen te worden.
Waarom vindt de Protestantse Kerk dat de overheid een zorgplicht heeft? In de eerste plaats omdat ook uitgeprocedeerde asielzoekers mensen zijn, die het recht hebben op leven. Laat het zo zijn dat ze hier ten onrechte nog zijn, ook dan laat je mensen niet de noodzakelijke middelen van bestaan ontberen.
In de tweede plaats omdat het hier gaat om mensen die vaak een traumatisch verleden hebben. Ongedocumenteerd op straat komen, voegt nieuwe trauma toe. In de derde plaats, omdat nu wel gebleken is dat niet terug willen heel verschillende redenen heeft. Natuurlijk zitten er kwaadwillenden onder de asielzoekers, maar moeten de goedwillenden daaronder lijden? Is het niet beter de zon te laten opgaan over goeden en kwaden? In de vierde plaats is de uiteindelijke kans op terugkeer groter wanneer er een voortdurende zorgplicht van de overheid is. Anders verdwijnen mensen en keren ze in ieder geval nooit terug.
Terugkeer is vaak het enige wat er op zit. Daar gaat de Protestantse Kerk niet dwars voor liggen. Integendeel. Er zijn zogenaamde transitiehuizen, waar de kerk initiatiefnemer van is. Het gaat dan wel om terugkeer met perspectief. Perspectief op veiligheid, maar ook op de mogelijkheid in het levensonderhoud te voorzien.

De kerk keert zich niet tegen overheden. De kerk gaat ook niet op de stoel van de overheid zitten. De kerk gaat ook niet over de vraag wie wel of niet een status krijgen. Maar de kerk dient wel op te komen voor mensen in de marge. De beschaving wordt afgemeten aan de vraag hoe om wordt gegaan met de wees, de weduwe en de vreemdeling, zo leren we uit de Bijbel. De menselijkheid staat op het spel. Dan kan de kerk niet zwijgen. Dan moet ze spreken, in Gods naam. Desnoods door een klacht.’

Wat mij betreft een stap(je) in de goede richting. Nu nog meer en weer het instituut ‘kerkasiel’ weer afstoffen…