U bent onze brief, geschreven in onze harten, gekend en gelezen door alle mensen.
Het is immers openbaar geworden dat u een brief van Christus bent.
2 Korinthiërs 3: 2-3

‘met het geloof kun je een kerk aansteken, maar ook iets anders aansteken’  zei oud-diplomate en arabiste Petra Stienen op Radio 1. Waarschijnlijk bedoelde Stienen, gelet op de tijd waarin we leven, dat geloof op z’n minst ook de wereld kan aansteken. En dan duid ik op de verschillende gruweldaden die worden gepleegd door ISIS. Toch meen ik dat Stienen met zo’n uitspraak ‘geloof’ te gemakkelijk wegzet als potentieel gevaarlijk. Laat ik mijzelf maar vergelijken met de brief uit boven aangehaalde Bijbeltekst. En dan wel als brandbrief: een vurig schrijven uit nood, een dringende oproep aan alle mensen tot inkeer, ommekeer.

brandbrief Juist en vooral in deze veertigdagentijd. Vanuit het feit dat God de mensen oneindig lief heeft en alleen maar het goede wil voor hen. Kerkvader Augustinus van Hippo draagt op afbeeldingen vaak een brandend hart in de hand, omdat hij veel schreef over de liefde van God tot de mens. Ergens schreef hij ‘Mijn hart was vol verlang naar U’. Brandend van verlangen God. ‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’ zingt lied 598 uit het ‘nieuwe’ liedboek.

Dat we zo in lichterlaaie mogen zijn als baken voor iedereen. Baken op weg naar het koninkrijk van God.

Dat ook onze harten mogen worden aangestoken in onuitblusbaar vuur voor Hem uit Wie en door Wie en tot Wie wij zijn!

Dat we een leesbare ‘brand’brief  van Christus mogen zijn!

Een tijdje geleden las ik een artikeltje over het feit dat een aantal Amerikaanse christenen zich niet druk maakt over het klimaat en de op handen zijnde crisis. En zo hier en daar hoor je dit soort geluiden ook wel onder Nederlandse christenen en zijn er mensen die vragen stellen of wij als christenen rondom de klimaatcrisis een steentje hebben bij te dragen. Immers, er staat toch, zo zeggen zij, bijvoorbeeld in Handelingen dat de zon zal worden veranderd in duisternis en de maan in bloed voordat de ontzagwekkende dag van de Heere komt. Dus de vele klimaatveranderingen zijn een voorbode dat het einde der tijden ophanden is en daar mogen we toch naar uitkijken zo wordt dan geredeneerd.  Eerlijk gezegd verbaasde me deze gedachte. Vanuit de Bijbelse notie van rentmeesterschap zou je je toch druk moeten maken over de aarde? Time To TurnDat helemaal los van het feit of je het eens bent met de alarmerende berichten over hoe de mens met de aarde en oceanen omgaat. In Nederland is daarover een Mondiale conferentie Oceanen, Voedselzekerheid en Duurzame Groei in Den Haag over belegd. Doel van deze conferentie was onder andere om overheden, de private sector, wereldleiders, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties bij elkaar brengen om te bespreken hoe breed opgezette acties en partnerschappen kunnen helpen om gezonde en productieve oceanen een aanjager te laten zijn van duurzame groei en gedeelde welvaart. Maar helaas zal het de implementatie van maatregelen de nodige tijd vergen en zal er veel over onderhandeld moeten worden voordat werkelijk effectief zaken worden gedaan.

Oké, er valt misschien heel wat af te dingen over de exacte gegevens die ons nu worden voorgeschoteld door een aantal wetenschappers, maar ook al zou onze aarde kerngezond zijn, dan ontslaat ons dat ook als christen niet van de opdracht, de taak van goed rentmeesterschap. De wereld is ons gegeven, niet in beheer maar als geleend goed, met de opdracht goed voor die aarde te zorgen. Als ik in 1 Kronieken 29 lees  ‘Van U, HEERE, is de grootheid, de macht, de luister, de kracht en de majesteit. Want alles wat in de hemel en op de aarde is, is van U’, dan laat verteld dat mij dat wij mensen juist, voor zover dat in onze macht ligt, op een goede manier met de aarde om te gaan, in plaats van haar uit te buiten.

In de Bijbel vind je dan geen concrete passages over hoe je omgaat met het klimaat. Het rentmeesterschap en het simpele feit dat deze wereld ons in bruikleen gegeven is, zegt mijns inziens al genoeg.

Genoeg om als christen stil te staan bij klimaatcrisis, kredietcrisis, of welke andere crisis of bedreiging van het geschapene ook en je daartoe te verhouden vanuit de centrale overtuiging: ‘Alles wat van mij is, is van jou’.

Dat is wat God tegen ons zegt.

En wat doen wij dan met dat cadeau?

Sinds enige tijd is John de Mol weer op de tv met een nieuw reality-tv-concept ‘Utopia’ geheten. Het idee is simpel: stop een aantal mensen die elkaar niet kennen in één afgesloten gebied waar zo goed als geen voorzieningen zijn en kijk wat voor  een ideale, nieuwe samenleving er wordt gecreëerd. utopiaHet voyeuristische aan het geheel is dat de tv-kijker vanuit zijn luie stoel in principe alles vrijwel 24/7 kan meemaken omdat er bijna overal camera’s hangen. Het grappige van de eerste afleveringen was dat de deelnemers vooral probeerden nog veel van de hen bekende buitenwereld naar binnen te krijgen. Er werd vrijwel niet vanuit de eigen creatieve geest geprobeerd een nieuwe systeem op te zetten. Volgens mij is dat een erg menselijk verschijnsel: als je in een onbekende of nieuwe omgeving bent begin je de vertrouwde zaken te missen.

Historicus Bregman gaf laatst een mooie omschrijving van een ‘utopia’: je realiseren wat je voor moois al hebt en van daaruit verder dromen hoe je het een en ander verder kunt vervolmaken. De Mols Utopia staat daar mijlenver vandaan. Het mooie aan die definitie van Bregman is dat er voor mij ergens ook een christelijke notie in meeklinkt: je realiseren wat je hebt gekregen en verder werken op die aarde en in de aan jou gegeven omgeving als partner, als rentmeester om de het eeuwige Godsrijk, het vrederijk dichterbij te brengen. Is dat een utopie? Nee, dat is een belofte en een opdracht waar we onze schouders onder mogen zetten.