Bijna niemand heeft hem gemist:
de wilde theorie dat Bill Gates met hulp van het 5G-netwerk
het coronavirus verspreidt, zodat iedereen zijn vaccin nodig heeft.
Inmiddels vijf jaar geleden voorspelde miljardair Bill Gates
dat er weleens een virus kon ontstaan dat de hele wereld zou ontwrichten. Nu is er het coronavirus.
Dat kan geen toeval zijn, denken sommige mensen.
Gates heeft het zelf in de wereld geholpen,
zodat hij geld kan verdienen aan een vaccin,
waarbij hij en passant een chip laat implanteren
bij iedereen die dit vaccin ontvangt.
Het teken van het beest uit het Bijbelboek Openbaring,
vinden sommige christenen.
(een soortgelijke gedachte deed trouwens ook de ronde
bij de invoering van de streepjescode)
Of deze:
de anderhalvemetersamenleving is ingesteld
zodat camera’s gezichten beter kunnen herkennen.
Je hebt zulke complottheorieën waarschijnlijk wel gehoord.
Misschien haal jij je schouders erover op en vind je zoiets lachwekkend.
Hoe ga je om met zulke verontrustende berichten
en met aanhangers van complottheorieën?
Je merkt misschien dat zulke theorieën een kloof scheppen
als je erover in gesprek bent met je buren of familieleden.
Discussiëren of factchecken verkleint de kloof zelden.
Integendeel, het lijkt of je alleen maar meer
tegenover elkaar komt te staan. Hoe ga je daar nu mee om?

Allereerst: geruchten en complottheorieën zijn er altijd al geweest
en waren voor de komst van journalistiek en internet
nog veel sterker.
Jesaja en Jeremia bijvoorbeeld leefden in zo’n tijd.
Zij maanden tot kalmte: ‘Noem niet alles een samenzwering
wat zij een samenzwering noemen.
Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt’ (Jesaja 8:12).
‘Wees niet bang voor geruchten her en der.
Dit jaar gaat er een bang gerucht, het volgend jaar gaat er een ander’ (Jeremia 51:46).
En Jezus zei tegen zijn leerlingen:
‘Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging.
Laat dat je dan niet verontrusten’ (Matteüs 24:6).

Een beetje nuchterheid kan dus geen kwaad.
Er zijn voortdurend nieuwe geruchten of theorieën
en die zijn echt niet allemaal waar.
Maar het kan onbevredigend zijn om alleen nuchter naar ‘de feiten’ kijken. Is het coronavirus er alleen,
omdat sommige mensen in China vleermuizen eten
en een virus van dier op mens is overgegaan?
Is het slechts stomme pech dat de globalisering
er vervolgens voor zorgde dat het zo’n wereldwijde ramp is geworden? Hoewel dat misschien heel verstandig klinkt,
is het ook nogal nihilistisch om te zeggen:
dingen gebeuren nu eenmaal omdat ze gebeuren.
Zo’n gedachtegang zit niet achter Jesaja’s, Jeremia’s en Jezus’ oproepen
tot nuchterheid.
Voor hen is de grootste reden om niet bang te zijn
de overtuiging dat God zelf aan het werk is.
‘Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig,
voor Hem zijn angst en ontzag op hun plaats’ (Jesaja 8:13).
Jeremia ziet in de rampen die plaatsvinden
God zelf zijn oordeel uitvoeren (Jeremia 51:47).
Jezus spoort de leerlingen aan vooral waakzaam te zijn
voor de komst van de Mensenzoon.
Alle rampen die plaatsvinden, zijn het begin van de weeën,
de aankondiging van Jezus’ komst. (Matteüs 24:6-44).
Ook elders in het Nieuwe Testament kun je lezen
dat in alles wat er gebeurt God aan het werk is.
Het meest uitgebreid wordt dat geschilderd in het Bijbelboek
dat ‘Onthulling’ of ‘Openbaring’ heet.
Daar wordt gesproken over dat de dingen zijn niet wat ze lijken:
het altaar van Zeus in Pergamum is niet alleen een religieus bouwwerk,
het is de troon van Satan zelf (Openbaring 2:12).
Het Romeinse rijk is niet het rijk van vrede,
maar het is een allesverslindend godslasterlijk beest
en het geld met de afbeelding van de keizer is het teken van dat beest (Openbaring 13).

Het gevoel dat er ‘meer aan de hand is’, klopt dus volgens de Bijbel.
God is aan het werk. Dat is zeker ook verontrustend.
Angst en ontzag voor Hem zijn op hun plaats.
God kijkt niet vanuit de hemel machteloos toe,
terwijl mensen oorlog voeren, elkaar onderdrukken, bedriegen,
aan de kant zetten of zwartmaken.
God haat al dat kwaad en wil het vernietigen.
Daarom gaan volgens Openbaring zijn oordelen nu al over de wereld.
Je kunt in rampen die de wereld treffen
iets proeven van Gods woede over het kwaad
en van zijn verlangen het kwaad te vernietigen.
Uiteraard mag je er niet simplistisch over spreken,
alsof je het allemaal snapt.
Bijvoorbeeld door te veronderstellen
dat zij die het hardst getroffen worden, ook het meest gezondigd hebben. Juist het besef dat God aan het werk is, moet jou ook nederig maken.
Wie zou kunnen overzien wat God allemaal doet en waarom?
Aansluitend bij Jezus’ woorden en de beelden van Openbaring
kun je in de rampen van deze wereld ook Gods oordeel zien
en de aankondiging van Jezus’ komst om alles en iedereen te oordelen.
Jezus is én de komende rechter
én degene die Gods oordeel heeft ondergaan.
Onbegrijpelijk genoeg kan Jezus tegelijkertijd
aan de kant van het slachtoffer en van de schuldige dader staan.
Als slachtoffer liet Hij zich doodmartelen aan het kruis
om daar een misdadiger welkom te heten in het paradijs.
Gods oordelen hoeven niet alleen maar beangstigend
en verpletterend te zijn
als je ziet dat God ons zelfs in het oordeel niet alleen laat.
Juist ook dan is Hij Immanuel (Jesaja 8:8,10).
God is ook aan het werk door hen die protesteren tegen onrecht,
die zieken en slachtoffers genezen en hen niet aan hun lot overlaten.

Je hoeft het coronavirus en de verspreiding ervan
dus niet alleen maar te zien als domme pech. Er zit meer achter.
God is daarin het werk.
Je kunt er zijn oordeel in zien: deze wereld kan zo niet blijven bestaan. Tegelijkertijd:
Hij is aanwezig in ieder die er alles aan doet om er voor de ander te zijn. Hij toont Zijn liefde voor de mens.

Hoe ga je dus om met verontrustende berichten
en met aanhangers van complottheorieën?
Als je gelooft dat God aan het werk is,
is het goed om een beetje bescheiden te blijven
en niet te denken dat jij precies weet hoe het allemaal in elkaar zit. Neerkijken op mensen die bizarre theorieën aanhangen,
past al helemaal niet.
Hun intuïtie dat er (soms) meer aan de hand is,
wordt in de Bijbel bevestigd.
Maar daar krijgt dat ‘meer’ wel een heel andere invulling:
God is aan het werk!
Daarom hoef je ook niet bang te zijn voor wat er gebeurt
of wat er verteld wordt.
Wel is het terecht om ontzag te hebben voor God
die met zijn oordelen en zijn goedheid toewerkt
naar een nieuwe wereld vol gerechtigheid.

Jesaja 54,10

naar aanleiding van Jesaja 54

Bergen en heuvels zijn ook in de Bijbel toonbeeld van vastheid.
Bomen kunnen door de wind ontworteld worden, huizen kunnen door vuur verbranden, steden door een oorlog worden verwoest, maar bergen, die staan vast en wankelen niet. Bergen zijn indrukwekkend. Ze zijn er altijd.
Dat bergen wijken, kun je je gewoon niet voorstellen. Misschien alleen wanneer er een aardbeving komt.

Hier in de profetie zijn bergen ook zekerheden die zullen wankelen.
En dat niet alleen. Bergen werden in de oudheid, vanwege hun hoogte en majesteit, ook met de goden verbonden. De berg is de plek waar de goden hun verblijf houden.
Dat was in Griekenland zo. Maar ook in Egypte en Mesopotamië. Op de bergen hielden de goden hun vergadering. Daar werd het lot van mens en wereld beslist. Daarom heeft men altijd op de toppen en hoogten offers gebracht aan de goden. Dat was in Israël ook zo. Op de heuvels knielde men neer voor Baäl en de andere afgoden.
Dus wanneer deze bergen wankelen, dan gaat dat over de vastheid en zekerheid waarmee men leefde, die op de helling komt te staan. Dat heeft ook met het godsdienstige leven te maken.

Bergen zullen wijken en heuvels wankelen. Waar zouden wij aan moeten denken vandaag?
Er zijn veel dingen om ons heen die wankelen. Als het gaat om de zorg, de economie, het milieu, de politiek, je gezondheid.
Misschien zijn er ook andere zaken in ons eigen leven die aan het wankelen zijn.
Het kan ook zijn dat er aan onze levensboom geschut wordt, omdat God bezig is ons te snoeien. Dat Hij takken weghaalt, die verhinderen dat we voor Hem vrucht dragen. Dingen die misschien voor ons heel belangrijk zijn, maar niet voor Hem. Dat is niet leuk. Snoeien is een pijnlijk proces. Wat zeker was in ons leven, kan komen te wankelen.

Dan is er maar één ding wat maakt dat je toch niet de moed verliest:
dat is maar en dat is de belofte van God!
‘Bergen zullen wijken, heuvels wankelen, maar…’ en dat is de bemoediging.
Tegenover alles dat wankelen kan, staat iets dat onwankelbaar is; iets dat vast en zeker is, en dat is de trouw, de goedertierenheid van God ‘Mijn goedertierenheid zal van U niet wijken.’

En wat die belofte zo bijzonder maakt is dat het woordje ‘wijken’.
‘Bergen zullen wijken’, ‘Mijn goedertierenheid zal niet wijken.’
Hetzelfde werkwoord, maar met één verschil.
Het Hebreeuwse werkwoord betekent ‘bewogen worden’ als het om voorwerpen gaat, maar als het om mensen gaat dat betekent het ‘vertrekken’.
Zo zegt God tegen Israël en vandaag ook tegen ons: er kunnen heel veel dingen in je leven wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken. Niet vertrekken.
God zegt: Ik ga er niet vandoor! Ik zal er zijn!
Dat is een woord, een belofte, die we met beide handen moeten aanpakken. Dat is denk ik, de enige reden, waarom we met vertrouwen naar de toekomst kunnen kijken. Ook al is er veel onzeker, maar wat blijft, is dat de Heere blijft. Hij gaat er niet vandoor! Hij zal er zijn.
Met zijn goedertierenheid. Het Hebreeuwse woord ‘chesed’ is lastig te vertalen.
We hebben er twee woorden voor nodig in het Nederlands:
‘standvastige trouw’ of ‘onwankelbare liefde’. En die standvastige trouw is geworteld in het verbond. Het verbond van Mijn vrede, zegt God. Het is geen bevlieging. Dat kan ook niet bij God. Maar het rust in een verbond. De afspraak van God met zijn volk.
Dat verbond zal niet wankelen omdat er een handtekening onder staat namelijk
‘zegt de Here, uw Ontfermer.’
Dat is de handtekening, die de inhoud bekrachtigt. Uw Ontfermer.
Ontfermen, ‘rachamim’ heeft met de ingewanden te maken. Zo diep gaat Gods barmhartigheid.
Hij buigt zich voorover. Hij komt naar ons toe: ‘kom eens dichterbij’, en fluistert het in ons oor.
Ik ga er niet vandoor. Ik ben jouw Ontfermer.

Kijk niet angstig naar wat komt, kijk naar Mij. Ik zal er zijn!

Psalm-84-vers-12naar aanleiding van psalm 84

Johannes zegt het ook in zijn apostolische brief: de volmaakte liefde drijft de vrees uit. (1 Johannes 4,18) Zoiets hoor ik ook in dat slot van psalm 84. God de Heer is een zon. Zoals iedere morgen de opkomende zon de nacht majestueus verdrijft, zo laat God in Christus de Zon van de gerechtigheid opgaan die de spoken en schimmen van de duisternis verdrijft en met haar licht en warmte nieuw leven wakker roept. Want God de Heer is een zon en een schild. Genade en glorie schenkt de Heer. Zijn weldaden weigert hij niet aan wie onbevangen op weg gaan.
We komen in de Bijbel nog al eens mensen tegen die juist wel bevangen worden. Vaak door zorgen, angsten. We komen het heel specifiek tegen bij Jezus leerlingen. Op allerlei sleutelmomenten lezen we: ‘ze werden bevangen door grote schrik.’ Keer op keer komen we in de Bijbel de aansporing tegen om niet bang te zijn, niet bevangen te zijn door angst of schrik. En dat is precies de aansporing die we vinden in het slot van psalm 84. Om onbevangen op weg te gaan: want God de Heer is een zon en schild. Genade en glorie schenkt de HEER, zijn weldaden weigert Hij niet, aan wie onbevangen op weg gaan. HEER van de hemelse machten, gelukkig de mens die op u vertrouwt. (psalm 84,12-13)
Echt onbevangen kijken en leven is zo simpel nog niet. Dat je niet wordt bevangen door iets, niet geremd leeft. Hoe vaak hoor je jezelf of een ander niet van die typische zinnetjes zeggen als: Daar gaan we weer! Al ik het niet dacht! Zie je wel! Het is altijd weer hetzelfde liedje. Waarom verbaast me dit nu niet? Je bent je van die associaties meestal niet zo bewust maar die worden gevoed door wat je hebt geleerd en meegemaakt, hoe je bent gevormd. Er zitten heel wat vooroordelen in waar je jezelf niet zomaar van kunt losmaken. Echt onbevangen leven is onmogelijk zegt de psychiater. Je kijkt nu eenmaal altijd gekleurd naar de werkelijkheid. Het is al heel mooi als je je steeds meer bewust wordt van de bril, de lens, de vooroordelen die je bij je draagt.
Onbevangen op weg gaan.
Psalmisten zijn realistisch en robuust. Maken het niet mooier dan het leven is. Dat is zeker ook het geval in deze psalm 84. God is een schild maar dar betekent nog niet dat je geen strijd zou hoeven leveren. Er zijn en blijven dorre streken en soms moet je er dwars door heen, Maar juist in zulke streken is God als een bron, een milde regen. Ik dwaal soms duizend dagen ‘elders’, verloren, verdwaald in ‘tenten van de goddelozen.’ Ze staan voor een hol, plat, vlak en leeg bestaan waar God praktisch uit is verdwenen en waar ik zelfs kan wonen. Me er te lang en te gemakkelijk in thuis voel. Maar er zijn God zij dank ook tijden en plaatsen waar ik weer iets proef van Gods nabijheid. God is weliswaar een zon maar die zon moet iedere keer opnieuw opgaan en in en om en voor mij de duisternis verdrijven.
Onbevangen op weg gaan, het betekent dat je ondanks of juist dankzij alles wat je hebt meegemaakt er toch ruimte blijft voor verwondering. Je het aandurft je te laten verrassen. Zodat je je beeld van hoe je dacht dat iemand was durft te laten bijstellen, te corrigeren, te vernieuwen. Dat je enerzijds lessen trekt uit het leven dat je achter je hebt en je ergens toch ook ruimte laat voor het wonder van een nieuw begin, een andere kijk. Wie zo op weg gaat, zegt de psalm, zal verrast worden door weldaden van God. Die zal momenten meemaken van genade en glorie. Want God, de HEER van de hemelse machten, weigert zijn weldaden niet, aan wie onbevangen op weg gaan.

naar aanleiding van psalm 27

David heeft deze psalm vermoedelijk geschreven in een heel onrustige periode in zijn leven.
Aan de ene kant wordt hij gezien als een man op wie de zegen van God rust. Iedereen draagt David op handen. Aan de andere kant wil Saul hem uit de weg wil ruimen. David wordt een politiek vluchteling. Hij trekt van onderduikadres naar onderduikadres. Hij is nergens, er is geen plek waar hij rust vindt. Hij is een stuk opgejaagd wild. Onrustig, ontheemd. En in deze periode vol stress en onveiligheid schrijft hij deze psalm.
Het kloppend hart van dit lied zijn de verzen 4 en 5, die beginnen met de krachtige woorden: één ding heb ik van de Heer verlangd, dát zal ik zoeken: dat ik wonen mag in het huis van de Heer, al de dagen van mijn leven. En dat valt wel te begrijpen, dat David juist daar wil zijn. Want de tempel in Jeruzalem heeft in die tijd een soort van asielfunctie. Zoals ambassades dat in onze tijd hebben. Als je op zo’n plek aanklopt en asiel vraagt. En als men je dan opneemt, dan kunnen je achtervolgers je niets meer doen. Logisch dat David er sterk naar verlangt om in het huis van de Heer te zijn, te wonen. Om daar veilig te schuilen in zijn hut in het verborgene van zijn tent, hoog op een rots.
Maar daarmee is niet alles gezegd. David diepste verlangen is niet rust, geborgenheid, veiligheid. Hij schrijft: één ding heb ik van de Heer verlangd, dát zal ik zoeken: dat ik wonen mag in het huis van de Heer, al de dagen van mijn leven, om de lieflijkheid van de Heer te aanschouwen en te onderzoeken in zijn tempel. David is geen rustzoeker. Hij is vooral een Godszoeker. Zijn hart verlangt en gaat uit naar God zélf.

Spiegel jezelf eens aan deze woorden. Doe je aan godsdienst, of gaat je hart uit naar God? Ken je je dorst, voel je de stille schreeuw? Vaak proberen we het te sussen en te stillen. Het te vullen met van alles en nog wat. Hard werken, leuke dingen doen, het fijn hebben. Maar gezegend ben als het je niet meer lukt.. Als je verbonden bent met je diepste verlangen.

Dat verlangen naar God, die schreeuw, die heimwee in je hart dat is geen verdienste. Dat is de echo van een Ander en nog veel dieper, sterker verlangen buiten ons zelf. We hebben Hem lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. Dat andere sterkere verlangen dat aan ons verlangen voorafgaat dat is een enorm sterk verlangen dat leeft in het hart van God. Al op de eerste bladzijden horen we dat verlangen doorklinken als God op zoek is naar de mens: Adam, waar ben je? En sindsdien is God altijd en overal op zoek gebleven. En gaat zijn hart uit naar de mensen. Wil hij niets liever dan vriendschap, vertrouwelijke omgang

En voor God is het geen goedkope vriendschap. Hij heeft er werkelijk alles voor over geen prijs is hem te hoog om die vriendschap te bewerkstelligen. Hij zond zijn Zoon om een van ons te worden en ons in Hem van zijn liefde te verzekeren. Hij geeft zijn Geest die in ons wil komen wonen en diep in ons bestaan die vriendschapsband wil laten groeien. Hij geeft ons zijn Woord die deze band kunnen verdiepen. Hij geeft ons het teken van de doop als een teken van zijn vriendschap zodat er al helemaal aan het begin van ons leven een vriendschapsverzoek aan ons hart wordt gelegd. En als teken van zijn eeuwigdurende vriendschap en verlangen stelt hij een maaltijd in, dé uiting van vertrouwelijke omgang. Als Jezus voor de laatste keer met zijn vrienden een maaltijd heeft dan zegt hij: Ik heb er hevig naar verlangd deze maaltijd met jullie te houden. Er is iets in het hart van God dat zo sterk uitgaat naar ons. Hij wil met ons omgaan als met een vriend. Vertrouwelijk, intiem. Met ons eten en drinken.

En dat verlangen zoekt een antwoord in ons hart.
Eén ding heb ik van de Heer verlangd, dát zal ik zoeken: dat ik wonen mag in het huis van de Heer, al de dagen van mijn leven. Misschien klinkt het je net iets te benauwend. Eén ding, al de dagen van mijn leven…. Moet alles dan echt draaien om godsdienst, de kerk en zo? Nou, om te wonen in het huis van de Heer. Hoef je niet letterlijk in een kerk of een tempel te zijn. Die tempel mogen we ook zelf zijn. Een tempel zijn van de Geest. En die Geest schept in ons eigen hart een heiligdom, een stille en lege plek waar God kan wonen. Ik Hem elke dag mag ontmoeten.

En als je vanuit die grondhouding leeft. Dan ontwikkel je iets van een gevoeligheid om iets van Gods liefelijkheid en goedheid te zien oplichten hier en nu om je heen in het gewone leven van iedere dag. Dan mag je iedere dag die God je geeft ingaan met een open, verwachtingsvolle en hoopvolle blik. Dat is wat doorklinkt in dat mooie slotvers van deze psalm:

Mag ik niet verwachten de goedheid van de Heer te zien in het land van de levenden? Wacht op de Heer, wees dapper en vastberaden. Ja, wacht op de Heer.

naar aanleiding van Johannes 14

‘Wees niet ongerust maar vertrouw op God en vertrouw op Mij.’ Jezus zegt dat tegen z’n discipelen. En wij kunnen ons denk ik wel wel voorstellen waarom. Want de discipelen moeten zich op dat moment natuurlijk ook heel ongerust gevoeld hebben.
Immers, er is een grote verandering op komst, dat voelen ze wel aan. Jezus’ heeft het over een vertrek, een afscheid, alsof Hij binnenkort van plan is weg te gaan. En waarom dan? Waarom kan het niet blijven zoals het is? Waar gaat Hij naar toe?

En in die situatie van angst en spanning
zegt Jezus tegen hen:
‘Wees niet ongerust.
Maar vertrouw op God en vertrouw ook op Mij.’
Het zal je maar gezegd worden
op zo’n moment dat alles in je leven
op losse schroeven komt te staan.
‘Wees niet ongerust. Maar vertrouw op God en vertrouw op Mij.’
Kun je dat?
Want, laten we wel wezen
wij kunnen in ons leven ook van die situaties meemaken
dat alles opeens op losse schroeven komt te staan.
Je gaat voor onderzoek naar het ziekenhuis.
De uitslagen komen en het is niet goed.Je bent ernstig ziek.
Als zzp-er zie je door de crisis
je orderportefeuille volledig opdrogen.
Buffers om dat op te vangen heb je niet
en de vaste laten lopen wel door…
Je komt op je werk en wordt bij de manager geroepen.
Van het één op het andere moment krijg je te horen
dat je niet meer nodig bent vanwege een reorganisatie.
Over een paar maanden is het over en uit.
In één klap ziet je leven er totaal anders uit.
Of je kunt te maken krijgen met spanningen in je huwelijk,
in je gezin, in de familie, in de kerk.
Nooit gedacht dat het jou zou overkomen.
‘We zijn zo mooi met elkaar begonnen!’
Maar nu kijk je elkaar aan
en voel je dat er ongemerkt een diepe kloof is ontstaan.

Vragen beroven je van je rust. ‘Hoe ter wereld is het mogelijk?’
Het lijkt wel alsof alles wat er ooit aan liefde en trouw was, in één klap weggevaagd wordt.
Donkere krachten lijken je leven in z’n greep hebben
en opeens tonen ze hun ware gezicht.

Hoe ter wereld is het mogelijk?
Voel die ten diepste zelfde situatie
waarin de discipelen zich op dat moment in bevinden.
Met een knoop in hun maag en een wurgende onzekerheid
over de toekomst.
Alles wat veilig en vertrouwd leek,
staat opeens op losse schroeven.

En in die situatie zegt de Heere Jezus dan:
‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en vertrouw op Mij.
Hoe kan dat nu een troost en een bemoediging zijn
als wij in ons leven met veel angst en onzekerheid te maken hebben?
Wordt het dan niet snel een doekje voor het bloeden: ‘Stil maar wacht maar alles wordt nieuw’?
Vooral die woorden van de Heere Jezus die volgen:
‘Ik ga heen om voor jullie een plaats gereed te maken’
Is dat werkelijk een bron van kracht zijn voor ons nu?Want als wij denken aan de hemel, het eeuwige leven, het Vaderhuis met z’n vele kamers
dan ligt voor ons het accent vaak vooral op later.
Als je komt te overlijden dan hoop je dat je daar welkom bent.
Er voor jou ook een plaats gereed gemaakt zal zijn.
Als wij denken over de hemel denken we vooral in termen van tijd. Nu op aarde. Later in de hemel. En dat worden dan al heel snel gescheiden werelden.
Maar als Jezus hier zegt ‘Ik ga heen om jullie een plaats te bereiden….’
dan bedoelt Hij niet te zeggen dat Hij vanaf dat moment alles in de hemel klaar gaat zetten.
Als het in het Nieuwe Testament over de hemel gaat,
dan gaat het niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats over tijd – nu nog niet, straks hopelijk wel – maar dan heeft de hemel in het Nieuwe Testament vooral te maken met bereikbaarheid, contact.
We mogen in de hemel kind aan huis zijn. Nu al.
Laat ik dat ook praktisch proberen te maken. Anders blijft het een mooie fantasie.
Hoe werkt dat nou – dat de hemel de aarde begint te raken –
hoe kun je dat ook in je eigen leven steeds meer zo gaan ervaren?
En dan zegt dit Bijbelgedeelte: ‘Door te bidden in Zijn naam’. Zo gaat de hemel open.
Misschien wel op de puinhopen van heel veel wat eerder kapot is gegaan, van de wanhoop en onzekerheid
Dat er dan toch opeens bloemen beginnen te bloeien waar je het helemaal niet meer verwacht had. Nieuw leven in je huwelijk, in je gezin, in je familie, in de kerk.

Het was me het zomertje wel. Nee, nu bedoel ik niet die toch mooie zomermaanden… maar ik bedoel de situatie in de wereld: geweld in Syrië, Irak, Oekraïne, tussen Gaza (Hamas) en Israël, de ebolavirus-uitbraak in Afrika, onrust in Noord-Afrika en wat voor plaatsen die ik vergeten ben te noemen of niet in de media zijn geweest.Dachten we ons veilig in fort Europa, in Nederland, kwam de buitenwereld wel heel dichtbij in de vorm van het neerhalen van vlucht MH 17 met zoveel van onze landgenoten als slachtoffer. Je zou kunnen denken dat we, gezien de enorme populariteit van allerlei misdaadseries en detectives, op de bank voor de buis toch enorm gewend waren geraakt aan geweld en misdaad. Maar nu zij zich manifesteert in een niet aflatende stoet van kisten op vliegveld Eindhoven grijpt de angst en vrees voor de buitenwereld ons pas echt bij de strot. eerst was het misschien alleen nog de verhuftering en verruwing van de samenleving die sommigen van ons zorgen baarde, nu wordt onze angst ook nog door ‘buitenlands’ geweld gevoed. angsthaasDe vraag dringt zich op of wij in onze tijd aan meer gevaren worden blootgesteld dan onze voorouders. Ik denk dat je die vraag niet gemakkelijk met een volmondig ‘ja’ kunnen beantwoorden. Waar het volgens mij meer aan ligt is dat tegenwoordig het liefst bevrijd willen worden van alle risico’s. Nederland is het meest (over)verzekerde landje op deze aardbol. Alle toekomstige gevaren moeten worden ingecalculeerd, uitgebannen en we dienen op alles voorbereid zijn. Ziedaar de mens zonder God. Er is geen God meer in wiens handen de eigen toekomst kan worden gelegd. De huidige seculiere mens is op zoek naar zekerheid. Zekerheid ontleend aan controle en beheersing gebaseerd op wantrouwen. Een christen leeft vanuit vertrouwen, Godsvertrouwen. Gebaseerd op overgave; ook al is er in je leven tegenslag en valt alle grond onder je voeten weg, toch mag je erop vertrouwen dat er sprake is van een Macht ten goede, die jouw levenslot in handen heeft.   

Het blijft toch een fascinerend onderwerp: ‘geloofwaardigheid’; nu weer in het weeralarm. BliksemWat is het toch met de mens? Aan de ene kant wil men geen onduidelijkheden. Gerrit Hiemstra zei gister in het praatprogramma Knevel en Van den Brink dat mensen die contact opnemen met het KNMI altijd precies willen weten wat voor weer het op welke plaats wordt, wanneer er een bui gaat vallen of men geconfronteerd wordt met andere weersveranderingen. Men wil gewoon niet meer voor verrassingen worden geplaatst. Weers’voorspellingen’ moeten worden omgebogen naar weers’waarheden’. En als dan er toch iets verkeerd gaat, ach dan lopen we toch naar de rechter…  Ik vraag me af hoe mensen zouden hebben gehandeld als het KNMI geen weeralarm had uitgegeven en het weer zich toch had ontwikkeld zoals het voorspeld was: hevige rukwinden, overal verwoestende hagel en verschrikkelijke blikseminslagen.  Zouden bijvoorbeeld de organisatoren van evenementen als Lowlands en het Xnoizz Flevo Festival de betreffende autoriteiten niet aansprakelijk stellen voor de opgelopen schade? Voorspellingen hebben ook een preventief karakter, maar het zijn en blijven voorspellingen.

Het blijft toch een fascinerend onderwerp: ‘geloofwaardigheid’; aan de ene kant wil men zekerheid. Wij Nederlanders behoren tot de top-10 van de best verzekerde en oververzekerde mensen van de hele wereld. Maar aan de andere kant heeft de Nederlander, de westerse mens moeite met het geloven van  voorspellingen. Want waar men zich ook voor laat verzekeren doet men dat ook allemaal op risico-aannames. Het wil nog niet zeggen dat die ongelukken je echt overkomen.Voorspellingen moeten een zeker waarheidsgehalte hebben. Een soortgelijke reflex zie je volgens mij het geloof in de zin van godsdienst. Voorspellingen, profetieën worden niet geloofd, garanties en zekerheden worden immers niet afgegeven met de noodzakelijke vertrouwenwekkende ondersteuning van allerlei cijfers en wetenschappelijke claims. Het blijft trouwens grappig, tussen twee haakjes, dat mensen zich al snel een loer laten draaien door allerlei ‘wetenschappelijke claims’ kijk naar de enorme ineenstorting van verschillende teakbeleggingsfondsen die bijna letterlijk voorspelden, met een ronkende verwijzing naar ‘wetenschappelijk verantwoorde gegevens’  dat de bomen tot in de hemel zouden groeien. Maar als je mensen de  zekerheid wilt geven van een bestaan dat niet zinloos is en dat niet aan deze zijde van de dood ophoudt, dan wordt het heel veel mensen toch allemaal te gortig…

Het blijft toch een fascinerend onderwerp: ‘geloofwaardigheid’…

‘Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt.’ zo staat dat in Matteüs 6. Gisteravond zaten we na het eten buiten, lekker ons avondlijke bakkie troost te doen en ik zat wat te piekeren over de toekomst. Op een gegeven moment hoorde ik het getrippel van een vogel vlak boven mij. Op de dakrand vlak boven mij zat een vogel op zijn gemak zijn avondtoilet te maken: rustig werd het hele verenpak met de snavel gepoetst en gekuisd. En terwijl wij merkbaar onder hem koffie zaten te drinken en boven hem zwermen zwaluwen met een kabaal overschreerden, ging hij onverstoorbaar wel een kwartier door met waar hij mee bezig was. Wat kan ik me dan over de schepping verbazen. Of als ik in het voorjaar de merels met zorg hmerelnestun nest zie maken.Met alles wat ze vinden maken ze een kunstwerk. Of als ik de pad bekijk, die zijn toevlucht heeft genomen in ons ‘postzegel’tuintje. En dus terwijl ik zo die vogels zag die bezig waren met waar ze bezig waren, schoten die woorden uit Matteüs door mijn hoofd. Een tijdje geleden had ik die tekst in een preek gebruikt. En de tekst gaat verder ‘Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen? Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden?’ Ja, ik weet dat daarmee alle muizenissen niet meteen uit mijn hoofd verdwijnen. Maar ik merk ook dat het mij wel rust geeft, misschien een zekere ruimte: als alles zo goed verzorgt wordt, waar maak ik mij dan zorgen over. In the end komt het goed.

Zie maar, kijk naar de vogels…