Het omvallen van een grote boom maakt meer herrie dan het groeien van een heel bos

Aan bovenstaand citaat moest ik denken toen ik de kop Religies ten dode opgeschreven in Nederland in de landelijke media  las.

Wat was het geval? De Britse omroep BBC  meldde dat op basis van onderzoek, dat is gepresenteerd tijdens een wetenschappelijk congres in de Amerikaanse stad Dallas, een team van wetenschappers heeft aangetoond dat de religie in een aantal landen ten dode opgeschreven is. Het team had daarvoor een aantal bevolkingsregisters (van Nederland, Ierland, Tsjechië, Finland, Zwitserland, Oostenrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland) met elkaar vergeleken. Op basis van de uitkomsten namelijk dat steeds minder mensen zich ‘ingeschreven als lid van een geloofsgemeenschap’ rekenden kwamen ze tot deze conclusie. De wetenschappers zien hierin een trend die ze ook nog konden ondersteunen door wiskundige berekeningen.

Gefundenes fressen voor de moderne Verlichte mensch: Als iets ondersteund wordt met gewichtige wiskundige berekeningen, extrapolaties is men is meteen om. Immers, cijfers zijn de waarheid! Het hosanna-geroep was niet van de lucht. De atheïstische morgenstond was eindelijk aanstaande! Geloven doe je toch niet in een boek vol verhalen, nee, geloven doe je op basis van manipuleerbare cijfers en definities…

Manipuleerbaar, ja zeker! Mensen in negen landen rekenen zich steeds minder behorend tot een geloofsgemeenschap en de conclusie is dan dat religie in deze landen ten dode opgeschreven is. Maar zo is het niet!!

Dat huidige religieuze instituten scheuren laten zien dat zal niemand ontkennen, dat deze boom het misschien heel zwaar zal krijgen, dat staat buiten kijf. Maar als je heel goed kijkt en luistert zie je het groeien van een heel jong bos, die je misschien nog niet kunt specificeren tot een geloofsgemeenschap.

Wat dat betekent? Vol vertrouwen en hoop vooruit kijken, de hand aan de ploeg! Niet naar achteren kijken wat voorbij is, anders krijg je slechte voren, maar gelovend vooruit kijken.

Binnenkort mogen we ook dat weer herdenken: ooit begon de kerk met een heel klein clubje dat met elkaar het brood deelde en de wijn dronk…

Advertenties

De invloed van reformator Johannes Calvijn op de Nederlandse volksaard wordt steeds minder, ook onder zijn laatste aanhangers, de protestanten. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Religie aan het begin van de 21ste eeuw van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). ‘De calvinistische leefstijl van sober leven en hard werken is vijfhonderd jaar na de geboorte van Calvijn nog maar in beperkte mate een onderscheidend kenmerk van protestanten , aldus het CBS. Ze zijn weliswaar minder zware rokers en drinkers dan katholieken en mensen zonder kerkelijke gezindte, maar ook onder protestanten daalt het kerkbezoek. ‘ slopen kerkHet heeft er mede toe bijgedragen dat calvinistische leefstijlen verder zijn verwaterd.’ meldde het Nederlands Dagblad vanochtend. (Aanvullende berichtgeving van het CBS meldde dat het kerkbezoek onder protestanten eigenlijk nauwelijks afneemt, dat in tegenstelling tot rooms-katholieken en bezoekers van de moskee.)

Uiteindelijk was dit geen verrassend nieuws. Als ik al simpel kijk in mijn eigen woonplaats waar in de afgelopen jaren al ettelijke kerkgebouwen hun deuren hebben moeten sluiten en in de komende jaren nog een aantal zal volgen kan ik alleen maar constateren dat het kerkbezoek daalt, of dat er in ieder geval minder inkomsten binnen komen. En natuurlijk, de calvinistische leefstijl die juist in de kerkdiensten de mensen wordt ingeprent zal dientengevolge ook minder in leven wordt gehouden. Misschien schrijf ik een onwelkome boodschap: in hoeverre ‘oogstten we niet wat we ooit gezaaid hebben’? Was onze boodschap voor de samenleving en voor de mensen binnen de kerk in het verleden altijd wel duidelijk? Joegen wij de mensen misschien niet de kerk uit door te ‘algemeen vrome praatjes’ die mensen ook buiten de kerk kunnen verkrijgen? Waarin wilden wij ons nog onderscheiden van de mensen om ons heen? Wilden wij nog uitkomen waar we voor staan? Zeiden we nog waar het op aankomt? Waren we écht nog anders dan anderen?

Natuurlijk, ik kan me in slaap laten sussen door een auteur als Dinesh d’Souza die in zijn boek Het christendom is zo gek nog niet mij vertelt dat hoewel het christendom in West-Europa krimpt, het in andere werelddelen juist een groei doormaakt, en dat het christendom zo’n beetje een elke ontwikkeling in het Westen aan de wieg heeft gestaan. En natuurlijk, je hoort tegenwoordig op geluiden dat sowieso allerlei georganiseerde verenigingsactiviteiten niet veel mensen meer kunnen trekken. En het is toch zo dat, hoewel mensen minder de kerk bezoeken, er duidelijk steeds meer belangstelling komt voor allerlei vormen van spiritualiteit. (Misschien is dit wat de filosoof Charles Taylor bedoelt met the immanent frame we al share)

Ik gebruikte bewust de woorden ‘ me in slaap laten sussen door’. Want ik denk dat als we ons door deze feiten laten leiden dan kunnen we in feite het christendom in het Westen vaarwel zeggen. Wat we dan krijgen is een soort multi religieus containergeloof waar een ieder het zijne of het hare naar eigen gelang uit kan halen. zoutIk ben ervan overtuigd dat het christendom in het Westen nog steeds een zeggingskracht heeft voor de hele maatschappij, dat uitdagend kan zijn, prikkelend, dat aantrekkingskracht heeft, maar bovenal maatschappijkritisch dient te zijn. Dat is ook wat ik heb proberen duidelijk te maken in mijn post over Calvijn en het calvinisme. Ik denk dat we ons niet hoeven neer te leggen bij de geest van de tijd. Misschien worden we marginaal, maar dat betekent niet dat we ons niet hoeven te onderscheiden. Laten we eerlijk zijn, het christendom is zo ook begonnen, als een kleine splintergroepering die door wat zij deed verbazing, soms zelfs afkeuring oogstte. En ja, wanneer dan de traditionele kerken moeten worden hervormd, misschien opnieuw uitgevonden, het zij zo. Wat 0p de eerste plaats moet staan is dat de kerk, de christenen, een zoutend zout moeten zijn dat reinigt, misschien zelfs soms bijt, maar een boodschap heeft die uniek is! En dat is meer dan een soort algemeen spiritueel gevoel.

getuige_tekst

Het volume van de luidsprekers van de moskeeën in Marokko was te luid, zo liet de minister van sociale en familiezaken Nouzha Skalli enkele maanden geleden in de ministerraad weten. Vooral de oproep voor het gebed van de dageraad, ergens rond een of vier in de vroege ochtend, leek steeds luidruchtiger vanaf de minaretten getoeterd te worden en duurde bovendien steeds langer. Slecht voor de nachtrust van de kinderen en ook slecht voor het toerisme. Werd het niet tijd de zaak wat terug te brengen, zo vroeg de minister zich af. De woedende reacties vanuit de moskee lieten niet lang op zich wachtten. In Casablanca sprak een imam bij het vrijdaggebed de hoop uit dat God de minister zou treffen met een verlammende hersenbloeding. Andere voorgangers spraken van een aanval op de islam en noemden Skalli, voormalig communist een fervent feministe, onwaardig als minister van een moslimland.

Dit was een deel van een artikel in de NRC van afgelopen zaterdag. Ongemerkt moest ik even terugdenken aan een soortgelijk bericht in Nederland

De klokken van de Heilige Margarita Mariakerk in Tilburg hebben donderdagochtend opnieuw te veel lawaai gemaakt. Het gebeier is inzet van een felle strijd tussen de kerk, omwonenden en het Tilburgse gemeentebestuur.

Was het nieuws van de nieuwssite nu.nl op 23 augustus 2007. Dit was de zoveelste episode in een langlopend conflict in Tilburg. Het was zelfs zo in het nieuws dat het de Drentse liedjesschrijver en zanger Daniël Lohues inspireerde tot het lied Hij wul de klokken laoten luuden.

Een gedeelte van de tekst

Hij wul de klokken loaten luuden / De bellen loaten heuren / Hij wet de boel löp leeg / Mar dat zal hum nie gebeurn / Hij wul de klokken luuden / Juust in dizze tied / Hij wul de redding van zien redder en verder Animo is weg / de tied is anders / De magie is vervleugen / Het heilige verlegd / En op tv zetten ze ‘m best wel veur schut / ’n pastoor die echt nog denkt / dat God de gene is / die ’n taofel dekt vol vrede / En daorbij ook nog liefde schenkt

Van de cd Allenig II (2008)

En gij zult mijn getuigen zijn staat in het Bijbelboek Handelingen.  In feite wordt de christelijke kerk en de christenen opgeroepen tot presentie in de samenleving waar je in leeft. Ja, ik denk dat het heilige is verlegd maar dat we als christenen op zoek moeten gaan naar mogelijkheden om het koninkrijk van God present te laten zijn in deze wereld. Dat zijn misschien bedreigingen voor het traditioneel christendom, maar geen onmogelijkheden. Ik denk dat het christendom ook zijn waarde heeft voor een postmoderne tijd. Boeken als ploeteren & pionieren laten daar voorbeelden van zien. Juist door het doen van het christenzijn kan de mens laten zien dat God een God is die een tafel vol vrede en daarbij ook nog liefde schenkt. Boeken als het eerder genoemde ploeteren en pionieren van Van Loo en Vellekoop en Van de kaart van BoeleYtsma geven daar handvatten voor; ook voor het traditionele christendom.

Getuigen, toog, uitgetogen? Nee, ik ben ervan overtuigd dat het christendom ook in deze postmoderne tijd een boodschap heeft voor de wereld. Ik hoop hier in de toekomst nog verder over door te denken.

Via de verschillende netwerksites wordt ik uitgenodigd voor de eerste LinkedInChurch-bijeenkomst. Olinkedinchurch_logo_biggerp zich is het beleggen van zo’n bijeenkomst een prijzenswaardig initiatief en de organisatie wil ik dan ook alle lof toezwaaien.  Het lijkt me heel wat om in deze tijd allerlei computergeoriënteerde mensen bij elkaar te brengen voor een kerkdienst.  Volgens het bericht wordt men in de Van Limmikhof verwacht. Het is ‘ Geen kerkgebouw, wel spiritueel. Het verbindt ons met de stad, de kunsten, en met jou.’ Spannend, dat meen ik van harte. De vraag die ik bij dit initiatief heb is deze: LinkedIn is een virtuele gemeenschap van mensen en soms van organisaties, die in de virtuele werkelijkheid een netwerk met elkaar vormen. Waarom dient er dan in real time een bijeenkomst belegd te worden?  Zou het dan niet uitdagender zijn om mensen, van all over the world, op de digitale snelweg voor een kerkdienst bijeen te roepen? Nee, hoe dat zou moeten worden georganiseerd worden weet ik ook niet. Maar zou dat beter bij de kleur en het zijn passen van LinkedIn?

In een gebouw van steen wordt nu een www-gemeenschap verwacht. En men verwacht ook een invulling vanuit andere religieuze tradities. Waarom heet het dan nog kerkdienst. Volgens Van Dale is een kerkdienst ‘een dienst in een gebouw voor christelijke godsdienstoefening’. Ik zie dus op het eerste gezicht twee beperkingen: de bijeenkomst voor een virtuele gemeenschap wordt in real time georganiseerd, en ten tweede: het heet een ‘kerk’dienst.Beperkt dat niet het geheel?

Een prijzenswaardig initiatief, zeker; maar zou het geheel niet op de digitale snelweg moeten plaatsvinden onder de noemer van, bijvoorbeeld http://www.spiritualLinkedIn.org?

Gisteren kopte het Nederlands Dagblad ‘lijst gereformeerde Opwekkingsliederen uitgebracht’. zingenWat is het geval: de vrijgemaakte Gereformeerde Kerk heeft een beperkt aantal Opwekkingsliederen vrijgegeven voor de gemeentezang. Omkleedt met allerlei argumenten is een zeer beperkt aantal van circa 70 liederen vrijgegeven. Wat me meestal behoorlijk irriteert in dit soort discussies, en nu wil ik het breder trekken dan deze actie in de vrijgemaakte kerk, is het vermeende onfeilbare gezag wat dit soort oekazes ademt. ‘Laten we oppassen want de liederen zijn niet in balans’ en open deuren als ‘wat zich heeft bewezen, beklijfd’. Zoals ik al schreef, deze houding is niet alleen maar toebehouden blijft aan de vrijgemaakte kerk.  Ook in onze kerk kunnen ze er wat van. Menig musicus voelt zich mijlenver verheven boven de ‘te makkelijke deuntjes’  en de ‘eenzijdige’ visie van de Evangelische Liedbundel & Co. Ik denk dat iedere voorganger met mij uit ‘ervaring’ (oei, bijna een fout woord) kan zeggen dat hij of zij de zich meestal in de liederenkeuze beperkt tot het zingen van een aantal coupletten van een psalm of gezang die dan ook behoorlijk ‘eenzijdig’ kunnen zijn. En over het andere argument: wat zich heeft bewezen, beklijfd: hoe vaak maak ik niet mee dat liederen die in de ene gemeente uit volle borst worden meegezongen, in een andere gemeente niet herkend worden. Raakt een orde van dienst daardoor meteen uit balans?  Ik vraag het me af!

Uiteindelijk vraag ik me af of een modernistische reflex als bij de hierboven genoemde soort musicus nog aansluiting kan vinden bij de postmodernistische levensvisie van veel kerkgangers.

Zingen, zong, losgezongen?