Tientallen jaren geleden zongen Jenny Arean en Frans Halsema het:

Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten hoe
Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waar naar toe
Hoe ver moet je gaan
De verre landen zijn oorlogslanden
Veiligheidsraadvergaderingslanden, ontbladeringslanden, toeristenstranden
Hoe ver moet je gaan
Vluchten kan niet meer

De afgelopen week was het zo’n week dat deze liedtekst weer nieuwe eigen dynamiek weer kreeg. vluchtelingenDiederik Samsom, fractieleider van de PvdA,  leurt met het onzalige idee langs partijleden: ‘illegaliteit wordt criminaliteit’. In feite in de praktijk een onuitvoerbaar idee, maar meneer Samsom heeft zijn woord gegeven tijdens de formatiegesprekken, dus daar staat hij voor (sic). Uitgeprocedeerde asielzoekers die in de illegaliteit verdwijnen omdat ze niet terug kunnen of willen naar hun land van herkomst worden, als het voorstel wordt aangenomen, strafbaar. Ja, en dan? Vastzetten dan maar; terwijl staatssecretaris net zoveel penitentiaire inrichtingen wil sluiten? Of moeten de ‘illegalen’ een boete betalen? Volgens mij zijn illegalen meestal geen kapitaalkrachtige groep. Nee, het gaat meneer Samsom om het feit dat mocht het PvdA dit voorstel afwijzen, dat dan de VVD de kans schoon ziet om meer van door de PvdA tijdens de formatiebesprekingen binnengehengelde punten ook weer kan gaan heroverwegen.  Vluchten kan niet meer, het geldt voor de ‘mogelijke’ nieuwe criminelen. Kerkasiel, zoals tot nu toe gekregen in de Vluchtkerk is dan misschien een van de weinige plaatsen waar ze nog naar toe kunnen. Daarbuiten kunnen ze zomaar opgepakt worden. Maar ‘Vluchten kan niet meer’ geldt ook voor Diederik Samsom. Hangt zijn politiek voorbestaan af van de van de leden van de partij. Wat heten principes?!?

‘Vluchten kan niet meer’ , het geldt ook voor ons nieuwe koningskoppel Willem-Alexander en Máxima. Voorheen heeft de koning wel eens blijk te hebben gegeven dat hij het ambt van koning met alle bijbehorende fuss. Maar het werd 30 april 2013 en troonswisseling heeft plaatsgevonden. Het ambt rust nu op zijn (hun) schouders. ‘Vluchten kan niet meer, heeft geen enkele zin.’

Vluchten kan niet meer, heeft geen enkele zin
Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waarin
Hoe ver moet je gaan
In zaken of werk, of in discipline
In Yin of in Yang of in heroine
In status en auto en geldverdienen
Hoever moet je gaan
Vluchten kan niet meer

‘Vluchten kan niet meer’. Als ik dit couplet lees moet ik ook denken aan de doden die herdenken tijdens de Dodenherdenking van 4 mei, door wier werk het uiteindelijk 5 mei mocht worden: Bevrijdingsdag. Ik moet denken aan hun nabestaanden die soms generaties lang zitten opgezadeld met trauma’s. Mensen die misschien zijn gevlucht in werk, drugs, in allerlei alternatieve stromingen of wat dies meer zij. Maar uiteindelijk, vluchten kon niet meer, het had geen enkele zin. De geschiedenis verandert er niet door.

Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waar
Schuilen alleen nog wel, schuilen bij elkaar

Een week waarin volgens mij de onmogelijkheid van de vlucht centraal stond in al zijn facetten en gradaties. Maar schuilen kan nog steeds wel. Bij elkaar, bij de Ander die weet wat het is om een vluchteling te zijn, uitgekotst te worden door jan en alleman, gemarteld en gedood te worden terwijl je onschuldig bent.

Wees mij genadig, God, wees mij genadig,
want bij u is mijn leven geborgen.
In de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen,
tot het doodsgevaar is geweken. (psalm 57,2)

Hij was afgelopen week op bezoek in Nederland: de moderne tsaar van de Russische Federatie Vladimir Putin. Nadat hij zich via de oude KGB-burelen heeft opgewerkt tot het hoogste ambt in ‘Rusland’, bekleedt hij die functie de afgelopen jaren alweer met enige dictatoriale verve. Ja, dat hebben zijn onderdanen nodig en geen ‘westerse democratie’, laat hij een ieder die kritiek heeft op zijn oligarchische machtssysteem waar rechten van minderheden en andersdenkenden met voeten worden getreden duidelijk weten. Putin liet zich dan ook niet door Nederland op de vingers tikken toen onze premier Mark Rutte met de nodige omslachtigheid – want pas op voor de handelsrelaties en laten we het vooral gezellig houden – fijntjes wees op de verslechterende mensenrechtentoestand in het land van zijn gast. Met een ‘kijk naar je eige’ riposteerde Putin gelijk deze vingerwijzing. ‘Als er bij jullie partijen zijn die geen vrouwen aan de politiek wil laten deelnemen, dan moet je ons niets voor de voeten werpen. Dat is pas erg!’ Maar beste Vladimir Vladimirovich, ook dat is een uitvloeisel van een democratisch bestel: binnen een zekere bandbreedte kunnen groeperingen eigen ideeën zijn toegedaan…

Althans, dat is een prachtig mooi ideaal. Maar ook in de Lage Landen bij de Zee wordt de lokroep van de dominante mening soms ook te veel ‘airplay’ gegeven. De man wiens mediatrainer echt Martin Gaus moet zijn – hoe kom je anders aan trouwe hondenblikspitting image –  doet  met zijn partij regelmatig pogingen om ook andersdenkenden in de ‘grote polder’  in het gareel te dwingen, acties die staan in een lange rij van pogingen om de rol van religie in het publieke leven terug te dringen, om minderheden te dwingen in het keurslijf van de vaak intolerante meerderheid. Te denken valt aan de weigerambtenaar die meteen moest verdwijnen, het bijzonder onderwijs dat toch duidelijk aan banden moet worden gelegd en de jongste loot  aan de stam: de motie van Groenlinks (!) en D66 om het  sturen van verhuisberichten vanuit de gemeentelijke basisadministratie naar de Stichting Interkerkelijke Ledenadministratie (Sila) te heroverwegen. Immers, de scheiding van kerk en staat toch gewaarborgd moet blijven én zo stelden de indieners van de motie ‘ de gemeentelijke basisadministratie staat  voor andere levensbeschouwelijke stromingen niet op gelijke wijze open’. De verantwoordelijke minister Plasterk concludeerde echter dat ieder kerkgenootschap of ander genootschap op geestelijke grondslag van Sila gebruik kan maken als zij dat wil. ‘De gemeentelijke basisadministratie staat dus via de Sila op gelijke wijze open voor andere stromingen als humanisten of moslims.’

Alexander Alexanderovich, ik vraag u: hoe ver is de heilstaat nog van ons verwijderd? Wanneer zijn de oude vormen en gedachten gestorven? (vrij naar ‘De Internationale’)

Gister ben ik naar een lezing geweest van prof.dr. Jos de Mul, hoogleraar Filosofie van mens en cultuur, die sprak naar aanleiding van de publicatie van zijn boek Paniek in de polder. Polytiek en populisme in Nederland. In plaats van te somberen over ‘de toestand van het land’ poneerde hij de polderpolitiek in wezen zeer goed werkt. Hoewel menigeen het omgekeerde zou beweren legde hij helder uit waarom hij vindt dat de huidige oprisping van populisme in feite hoort bij de pacificatie van deze uitersten in het politieke landschap.  De Mul neemt zijn uitgangspunt in het koninkrijk van de Comagenen, waar men op een berg de beelden van alle goden van de omringende landen en godsdiensten had verzameld. Eén maal per jaar vierden ze op één datum een feest ter ere van alle goden. Dit polytheïstisch idee maakte het dat in dit koninkrijk in het oude Mesopotamië lange tijd zeer vredig en welvarend is geweest.  Deze tolerantie duidt De Mul ook wel aan met de term ‘polderpolytiek’, naar de samentrekking van polytheïsme en politiek. Spanningen tussen de verschillende groepen in een samenleving moeten niet worden beslecht, maar verduurd. Dat is immers de grondbetekenis van het begrip tolerantie. En dat kan soms pijn doen. Polderpolytiek wordt gekenmerkt door stroperige besluitvorming waar altijd wordt gezocht naar consensus en compromissen en is niet gebaat bij sterke leiders. Polytheïsme sluit volgens De Mul hierbij het beste aan waar meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan, terwijl het monotheïsme steeds uitgaat van één waarheid. In Nederland heeft deze tolerantie goed wortel geschoten, mede omdat Nederland door een bepaalde geologische situatie wordt bepaald namelijk dat een groot gedeelte van het land onder de zeespiegel ligt en dat men eensgezind het land moesten verdedigen. Men moet met verschillen kunnen omgaan. Waterschappen zijn daarom niet voor niets de eerste democratische instituties in de Lage Landen. Dat laatste, Lage Landen, wordt ook per ongeluk steeds in het meervoud geschreven. Dit laat volgens De Mul duidelijk zien dat ons land steeds een land as waar meerdere meningen naast elkaar konden bestaan. De laatste tijd heeft zich echter de verstarring voorgedaan met als gevolg dat de meeste partijen steeds meer naar elkaar zijn opgeschoven, ze zijn allemaal steeds meer ‘liberaal’ geworden.Veel mensen denken nu het allemaal een eenheidsworst is geworden en zoeken het in de populistische uitersten. Dit is weer een proces van tolerantie waar men elkaars meningen moet verduren, maar dit proces kan ook leiden tot verduurzaming van de samenleving. De westerse democratie is immers niet alleen maar gefundeerd op de pijlers ‘Jeruzalem’ (joods-christelijke traditie), Athene (rationalisme), maar ook op de pijler ‘fatum’ dat staat voor de kennis dat niemand het lot kan ontlopen (naar de Griekse tragedies, bijvoorbeeld de ‘Antigone’). En juist deze laatste pijler leidt ertoe dat men solidair met elkaar is. Door dit meeleven bestaat bij de Europeanen het bewustzijn ‘dat het menselijk geluk bijzonder fragiel is’. En daaruit volgt dat we mee kunnen en moeten leven ‘met degenen die door een noodlot getroffen worden’. Kortom: wat we van de tragedie leren, is een tragisch conflict te verduren. Een woord dat De Mul veelvuldig gebruikt en waarmee hij bedoelt dat mensen elkaar moeten tolereren.

De Mul schetst dus geen sombere voorstelling van zaken. Tolerantie is een proces dat pijn kost.  Dat Wilders bijvoorbeeld één van de Kamerleden is die het langst op het Binnenhof rondloopt wordt vaak vergeten en dat de punten van de PVV soms als ultralinks of juist uiterst rechts kunnen worden betiteld kan erop duiden dat het proces van de polderpolytiek nog steeds werkt. De scherpe kantjes van het de islam gaan er steeds meer af wat wordt getoond met de  cijfers dat secularisatie in de westerse moslimgemeenschap om zich heen grijpt. De rust in de polder zal weldra weergekeerd zijn!

Een boeiende analyse van De Mul die ook wat vragen oproept. Vanuit mijn christelijke achtergrond werp ik er een aantal op: zou juist niet de joods-christelijke pijler van de westerse democratie niet ten grondslag liggen aan de solidariteit. Ook vind ik dat monotheïsme te simpel wordt voorgesteld als zou zij alleen maar een theocratie nastreven.  Ook vraag ik me af of in deze huidige tijd van verregaande individualisering en egotripperij er nog wel mogelijkheden zijn om weer rust in de polder te krijgen alleen maar vanwege het feit dat dit in het verleden ook altijd zo werkte.

Het is een feit: een meerderheid van de Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waardoor het weigerambtenaren het wordt verboden om zogenaamde ‘homohuwelijken’ niet te willen sluiten.

Mijns inziens staat dit besluit op gespannen voet met de vrijheid van meningsuiting/godsdienst. Wat is het geval: destijds is er een wet aangenomen waarin gesteld werd dat niet hetero’s ook in het huwelijk konden treden. in de wet werd er een uitzondering gemaakt: mensen die vanuit hun persoonlijke overtuiging geen ‘homohuwelijken’ wilden sluiten, konden dit weigeren, mits er in de desbetreffende gemeente wel een ambtenaar zou zijn die het betreffende stel wel wilde trouwen.

Goed besluit… zou je denken… mensen kunnen trouwen en andere mensen kunnen weigeren…

Maar een aantal mensen en organisaties hadden uiteindelijk problemen met dit besluit. Een overheid dient te allen tijde neutraal zijn, dus iemand met gewetensbezwaren ten aanzien van een bepaald punt  mag zich niet uiten. Gedogen, althans al dat bepaalde personen en overtuigingen aangaat is uit. Het aloude Nederlandse begrip voor minderheden lijkt tot uitsterven gedoemd te zijn.

Alweer in 1996 schreef het duo Fluitsma & van Tijn een lied voor een commercial over de Nederlanders met het volgende refrein

15 Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die schrijf je niet de wetten voor
Die laat je in hun waarde
15 Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die moeten niet `t keurslijf in
Die laat je in hun waarde

Nu de macht aan de meerderheid, het keurslijf voor een ieder, wetten schrijf je voor iedereen (sic!), geen gedogen, gewetensdwang in plaats van gewetensvrijheid! De befaamde Nederlandse tolerantie wordt zo steeds meer aan banden gelegd. Worden we daar met z’n allen gelukkiger van?

Nu er formatiebesprekingen zijn over een mogelijk te vormen kabinet tussen het CDA, de VVD met gedoogsteun van de PVV buitelen de belangengroeperingen over elkaar heen die oftewel voor of tegen het te vormen kabinet zijn. Met veel kabaal proberen ze hun eigen mening over het voetlicht te krijgen en ze roeren zich dan ook danig in de verschillende media. Sinds enige tijd is er een nieuwe groep actief die pro of contra het te vormen kabinet is, namelijk de predikanten en voorgangers. Aan de ene kant heb je bijvoorbeeld de groep rondom Ben Kok, de Amersfoortse voorganger die een kabinet met gedoogsteun van de PVV steunt. Aan de andere zijde van het spectrum bewegen zich onder andere de predikanten Pals en Wachtmeester. Zij (s)preken zich uit tegen zo’n mogelijk kabinet.

Ex Cathedra is de Latijnse term voor een uitspraak vanuit de zetel (kansel), meestal gebezigd voor de gezagvolle  leeruitspraken van de paus, maar meer algemeen is deze term ook te  gebruiken voor het uitspreken van een mening op belerende toon aan toehoorders.

Nu hoorde ik vanochtend dat de predikanten die tegen een te vormen VVD-CDA(-PVV)kabinet zijn, dit ook vanaf de kansel willen verkondigen. En dit schoot een aantal ‘mensen op de straat’ in het verkeerde keelgat. ‘Een dominee moet zich niet (vanaf de kansel) met de politiek bemoeien’, ‘Kerk en staat moeten gescheiden blijven’ zo wordt door hen gezegd.

Eerlijk gezegd heb ik met dit soort uitspraken nogal wat problemen.  Wat wil men dan zondags van de kansel horen? Een feelgoodpreek met een praatje dat met het zondagse kopje koffie en bijbehorende gebakje  lekker wordt weggeslikt en wordt vergeten. Een preek mag aan het denken zetten, schuren. Ook een predikant mag en heeft mijns inziens ook de verplichting zijn vinger te leggen bij zaken die in het dagelijks leven de mensen bezighoudt en dat is heden ten dage dus ook de de discussie rondom de vorming van dit mogelijke kabinet. Dat een predikant daarbij zijn mening geeft over zo’n kabinet vind ik ronduit begrijpelijk. Waarom zou een predikant zich wel mogen uitspreken over het algemenere heb uw naaste als uzelf en dat niet mogen specificeren in het uiten van hun mening (gegrond op hun christelijke overtuiging) over een te vormen kabinet?

Christenzijn betekent in de wereld staan en een boodschap hebben voor die wereld, ook al is die ‘politiek’!

Kortgeleden kwam er een nieuw boek van de hand van hoogleraar (Abraham) Bram van der Beek uit met de titel Is God terug? Ja, met een vraagteken. Hoewel er de laatste jaren volgens velen er een beweging is waar te nemen dat God terug is omdat veel mensen zich bezig houden met zingeving, stelt Van der Beek vraagtekens bij het idee dat God terug is. Met de uitslagen van de Tweede Kamerverkiezingen in het achterhoofd waarbij de christelijke partijen (CDA en Christenunie) flink klop hebben gehad, vind ik de stelling van Van der Beek heel interessant. Een groot aantal van de christelijke kiezers is weggelopen bij deze twee christelijke partijen. De grote vraag die nu beantwoord moet worden is waarom dit gebeurd is. In de media hoor je verschillende geluiden: bijvoorbeeld dat het te maken heeft met het feit dat de vijver waar in christelijke partijen vissen steeds meer opdroogt (lees: er zijn steeds minder christenen) of dat de christelijke partijen te weinig hebben gedaan met de latente angst van een groep christenen voor de islam die zien dat in Nederland de islam en haar aanhangers veel ruimte krijgt terwijl er in de zogenaamde islamitische landen geen of slechts weinig ruimte is voor christenen om hun godsdienst te belijden en te praktiseren, kortom dat het CDA en de Christenunie te weinig kritiek hebben geleverd op deze problematiek. Ook wordt er beweerd dat de Christenunie een te links geluid laat horen terwijl haar achterban vooral rechts is.

Is God terug? Deze vraag stelt Van er Beek zich in het gelijknamige boek. Kun je met deze vraag ook iets als je de uitslag ziet van Tweede Kamerverkiezingen 2010. Moet je stellen dat mensen best bezig zijn met ‘God’, maar dat ze daarvoor een compartiment in hun leven hebben, die niet communiceert met hu levensovertuiging? Of moet je de uitslag duiden in het licht van de recessie waarbij mensen vluchten in het valse vijftiger jaren gevoel en hun stem geven aan partijen die min of meer beloven dit valse gevoel van veiligheid te herstellen of te waarborgen. Er wordt nu gesteld dat de christelijke partijen terug moeten gaan naar hun bronnen om zo weer hun ware identiteit weer boven water te krijgen. Hierbij een stel ik toch een vraag: zijn het de christelijke partijen die zo ver zijn afgedreven van hun oorspronkelijke identiteit of geldt dat voor de op hol geslagen kiezers die zich laten leiden door de waan van de dag?

O sorry: de kiezer heeft natuurlijk altijd gelijk 😉