Het is onmiskenbaar dat de kerk in ‘het Westen’ steeds minder mensen aan zich weet te binden en weet te trekken. Van verschillende kanten worden er dan ook initiatieven ontplooit om de kerk te vernieuwen en daardoor weer aantrekkelijker te maken voor de mensen in het huidig tijdgewricht. Al in de zestiende eeuw stond de kerk voor deze opdracht. Men vatte het toen samen in een mooie Latijnse spreuk: Ecclesia reformata semper reformanda secundum verbum Dei. In goed Nederlands betekent dat zoveel als ‘de kerk wordt vernieuwd en moet zich blijven vernieuwen volgens het woord van God’. sola

Vandaag de dag wordt er met nieuwe vormen geëxperimenteerd: in de Protestantse Kerk bijvoorbeeld ontstaan pioniersplekken om op een nieuwe manier aanwezig te zijn in de levens van mensen. Op zich allerlei goede probeersels. Ikzelf maak daar met mijn blog, mijn aanwezigheid op Facebook en Twitter ook onderdeel van uit. Je moet als kerk, als christenen altijd blijven openstaan voor de beweging  van de Geest en die niet uitdoven.

Echter…

Een grote valkuil is dat de kerk zich zo wil aanpassen aan de huidige tijd dat zij zoete broodjes gaat bakken: mensen alleen laten horen wat zij graag willen horen. Hoe makkelijk wordt het ‘secundum verbum Dei’ niet vergeten. Het woord van God blijft  ook altijd een element bevatten dat mensen mensen niet graag willen horen! Ik moest hierbij denken aan een  aantal verzen uit 2 Timoteüs  ‘De tijd komt dat mensen zich zullen verzetten tegen de juiste uitleg van het geloof. Ze zullen leraren zoeken die passen bij hun eigen ideeën, en die zeggen wat ze graag horen. De mensen zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzonnen verhalen.’  Waar de kerk voor moet oppassen is dat zij niet gaat denken zij zelf degene is die zich moet blijven vernieuwen om zo de aansluiting met de huidige tijd niet te verliezen. Dat staat haaks op de Latijnse spreuk waarmee ik mijn column begon. Het is immers God alleen die Zijn kerk blijft vernieuwen en haar blijft ontdoen van door mensen verzonnen ideeën. En dan is de kerk bakker, of beter gezegd verstrekker van het genadebrood dat God ons geeft. Brood waar je soms je tanden op stuk bijt omdat het soms zo tegen alle menselijke ideeën ingaat. Dat de kerk zich blijft vernieuwen, niet volgens onze wil en ons woord, maar in overeenstemming met Gods Woord en Zijn wil.

Daarom: Ecclesia reformata semper reformanda secundum verbum Dei

Toen ik vanochtend mijn krant opensloeg, maakte mijn hart een vreugdesprong. Ik las: ‘herdersopleiding zit al vol’. Voor mijn geestesoog zag ik beelden van volle collegezalen gevuld met studenten die het ambt van predikant ambiëren. In plaats het krimpen van de opleiding tot predikant zouden – wat de Protestantse Theologische Universiteit betreft –  de oude opleidingsplaatsen van Utrecht, Leiden en vooral 😉 Kampen de deuren weer openen om de toestroom op te kunnen vangen. Helaas werd mij, toen ik verder las,  gewaar dat het niet ging om de opleiding tot predikant maar om een opleiding tot schaapherder in Velp. Als je het aantal inschrijvingen bekijkt zal er dus van die ‘grote, stille heide’ waar het kinderliedje over zingt binnenkort niet veel meer over zijn.  Althans voor deze leerlingen dan… schaapskuddeMijn collega’s en ik dwalen wel verder onverdroten en enthousiast voort op een steeds stiller wordende heide, zo lijkt het vaak. Helemaal aan het eind van het artikeltje stond nog de toevoeging dat schaapherders ‘ook aan de slag kunnen als terreinbeheerder’. Hmm, dat is misschien juist ook waar mijn collega’s en ik onze taak moeten zoeken: als terreinbeheerder. Immers, in de stad, de wijk of het dorp waar we predikant zijn is er buiten de eigen plaatselijke kerkelijke gemeente nog heel wat terrein te beheren, terug te winnen, te ontginnen… Op zoek naar verdwaalde, verweesde schaapjes. Het liedje op de grote, stille heide gaat verder: ‘Op de grote stille heide, rust het al bij maneschijn. Als de schaapjes en de bloemen vredig ingesluimerd zijn’. Misschien moeten we ook die vredig ingesluimerde schaapjes wekken zodat de heide er minder eenzaam en stil uit komt te zien.

Deze week is het de Week van Gebed. In deze week wordt door middel van het gezamenlijk beleggen van dagelijkse gebedsdiensten in de verschillende naburige kerken gestreefd naar een groeiende eenheid tussen christenen en kerken, ook op lokaal niveau. Ook in mijn kerkelijke gemeente wordt er aandacht aan besteedt.week van gebed 2015 En dat vind ik goed. Immers, in een wereld die bol staat van allerlei tegenstellingen en religieuze controverses, is het goed om te laten zien dat christenen ook op lokaal vlak elkaar juist kunnen vinden in wat hun bindt, niet in wat hen scheidt. Daarmee  kloppen we als het ware op de deur van de de mensen om ons heen om zo het goede nieuws te verspreiden van een God die liefde is en verdeeldheid onder zijn kinderen verafschuwt.

Vanwege de aanslagen in Parijs is het de meeste mensen waarschijnlijk ontgaan: de protestantse kerk in het Zeeuwse Hoek is in vlammen opgegaan. Toegegeven, geen ramp van mondiale proporties, maar toch een enorm verlies voor de plaatselijke protestantse gemeente. de kerk van Hoek in de hensHet grootste deel van de kerk inclusief interieur moet helaas als definitief verloren worden beschouwd. Gelukkig zit de predikant – ondanks zijn emoties – niet neer bij de pakken, maar hij zit in nieuwe kerkbouw ook een missionaire kans. ‘We willen ook een huis worden voor het dorp’ zegt hij.

Ondanks het feit dat het verlies van een kerkgebouw hem het inzicht moest opleveren dat een kerk ‘een huis voor het dorp’ moet worden, is dit wel het wel herkenbaar dat het veel moeite kost om echt naar buiten te treden, missionair te zijn. Vaak zitten kerkleden, ondanks alle goede bedoelingen om missionair te zijn, vastgeklonken aan hun kerkgebouw waar een geschiedenis aan kleeft en – starre – denkpatronen. En niet alleen de kerkleden, ook voor eventuele buitenstaanders is de drempel van een traditioneel kerkgebouw door allerlei omstandigheden vaak heel erg hoog.

Dus, ja weg met dat (vaak veel te dure) kerkgebouw en laat gemeentes weer samenkomen in kantines, scholen, dorpshuizen of kroegen. In de hens ermee, en dat uit haar as een mooie, nieuwe vrije vogel mag opstijgen! Slecht die drempel tussen binnen en buiten! En voor de cynici onder mijn lezers die het woord ‘missionair’ wel een heel erg modewoord vinden: het is misschien wel het oudste beweging van de de christelijke gemeente: de straat op, onder de mensen.

Het is een feit dat de kerk in de westerse wereld krimpt. En toch zit er nog steeds een behoorlijk aantal mensen regelmatig op zondag in een kerkgebouw en neemt deel aan een dienst. Wat zou het mooi zijn als dat groepje enthousiastelingen iemand uit hun omgeving meeneemt naar zo’n kerkdienst waar hij of zij zoveel geestelijke voeding, troost en kracht uit put.

Toch…?natuurlijk bestaat God

ja, maar…

– ‘de preek is niet zo sterk’ (waarom ga je zelf dan?)

– ‘ik denk er gewoon niet over na’ (huh, zo’n geschenk helemaal gratis; dat wil je toch delen?)

– ‘het is zo saai in de kerk’ (nogmaals, waarom ga je zelf dan?)

– ‘de muziek is niet zo goed'(waar geniet jíj dan van?)

– ‘de Heilige Geest moet mensen trekken’ (ja, en door wie ook al weer?)

 

Wat zijn jouw redenen om niemand voor zondag in een dienst uit te nodigen?

Kortgeleden heb ik het boek van dr. Maarten Wisse Zo zou je kunnen geloven. Hij geeft daarin  onder andere een interessante analyse in wat hij noemt de verschillende vormen van verwoording van het christendom. Hij heeft het dan over ‘traditioneel-‘, ‘modern-‘,’evangelicaal-‘ en ‘buitenkerkelijk-‘christendom. Hij geeft van elk van de vormen een sterkte en een zwakteanalyse. In deze column wil ik me graag beperken tot de vierde vorm die Wisse beschrijft: het buitenkerkelijk christendom. Als je in de boekhandel kijkt dan vinden liefhebbers van die hun  boeken meestal op de boekenplank ‘spiritualiteit’. ‘De meeste ‘gelovigen’, zo zegt Wisse, bevinden zich momenteel buiten de kerk. Meer dan de helft van de Nederlanders noemt zichzelf ‘religieus’ of ‘spiritueel’, maar een klein deel van die mensen bezoekt regelmatig een kerk; of zoals Ernst Daniël Smid het eens zei: ‘Mijn familie en vrienden zijn niet opgehouden te geloven; ze zijn gestopt met naar de kerk gaan.’ In de hedendaagse vormen van het buitenkerkelijk christendom, zo stelt Wisse, is er een herleving van het geloof in de voorzienigheid, een principe ‘Al’ of het ‘lot’ dat alles bestuurt zonder te achterhalen zin. En juist dat is voor heel veel mensen in de moderne maatschappij een troost. In tegenstelling tot het eindeloos moeten maken van zoveel keuzes, kun je je tegenwoordig rustig overgeven aan de wetenschap dat alles al van te voren is bepaald. Waarschijnlijk verklaart dat de populariteit van een boek als Wij zijn ons brein van Swaab dat stelt dat de mens helemaal geen vrije wil heeft. Maar aanhangers van dit type ‘christendom’ vind je nog nauwelijks terug in de kerkbanken. Immers, de kerk staat voor al die ge- en verboden, dat keurslijf, waar mensen keurig netjes lijken zijn (maar ondertussen…), de dominee volledig tegen elke trend in een monoloog houdt van een lengte meer dan een mens kan verdragen etc. etc. etc. Het karakter van dit type ‘christendom’ zit er juist in dat je alles mag aanvaarden wat jij maar wilt, maar het hoeft niet. Jij bent de instantie voor wat waar, prettig of goed voelt.

Waarom ik hier zoveel woorden aan wijd? kwetsbare aardeOmdat Wubbo Ockels onlangs op 18 mei overleed. ‘Nee, Wubbo geloofde niet’ zei zijn dochter nog desgevraagd. Maar feit is dat Ockels nadat hij vanuit de ruimte de kwetsbaarheid van onze planeet had vastgesteld, met een waar zelotisme zich inzette voor de bewustwording van de mens voor deze kwetsbaarheid en de overtuiging dat wij mensen moeten ophouden deze kwetsbaarheid door ons handelen te verhogen. ‘Laat elk van ons helpen om onze religie vorm te geven. Laat elk van ons zijn geloof uitspreken in een duurzame mensheid’ schreef hij laatst nog in zijn ‘Happy Energie Religion’. Eerlijk gezegd hierin vind ik ook een nieuw soort ‘buitenkerkelijk christendom’ in ontstaan. Zoals ook in die buitensporige omgang met dieren waarin bijvoorbeeld een Partij voor de Dieren (alleen de naam al) zich in verliest, en het fanatisme waarin allerlei religieuze of spirituele elementen uit verschillende bestaande godsdiensten worden gekaapt om zo de leegte te vullen van de eigen spiritualiteit met zaken die ik zelf goed vind voelen, die mij iets opleveren.

Ik geloof het wel.  Nee, niet meer in de kerk met het verkalkte structuren in mensen die geen haar beter zijn dan de anderen; ik stel mijn eigen menu wel samen, en soms luister ik, als het me uitkomt en mij zelf niet al te veel kost, ook naar een man die op zijn sterfbed een boodschap achterliet voor de  mensheid waarin God vervangen is door ‘het milieu’ en ‘de zonde’ bestaan uit ‘de moderne geneugten van het leven’.  Mijn  eigen menu samenstellen, de vaagheid en vrijblijvend is, denk ik, terecht, een goed analyse van Wisse die deze beide zaken noemt als zwakte van het buitenkerkelijk christendom. Ik geloof het wel, zolang mij het zint. Geloof als individueel project dat naar believen kan worden verbouwd, met een gemeenschapsaspect dat werkelijk flinterdun is en misschien net zo kwetsbaar als het beschermend laagje dat de astronaut zag vanuit de ruimte.

Je ziet ze de laatste jaren steeds vaker. Kerken die fair-tradeproducten gebruiken. Een stuk bewustwording van hoe je omgaat met de aarde die je gegeven is en en zo goed mogelijk mag doorgeven. Sommige kerken krijgen zelfs het predicaat ‘eerlijke kerk’, ze mogen het fairtrade keurmerk voeren.

Dan vind ik nou opmerkelijk: filialen van de christelijke kerk die eindelijk voor het eerst in haar meer dan 2000 jaar bestaan dit keurmerk opgespeld krijgen. Volgens mij waren wij, was de kerk, al eeuwenlang verkondiger van een eerlijke ‘weg’ (zoals je het Engelse trade ook kunt vertalen) en krijgen we nu pas die erkenning ;o) . Als ‘makelaar in ongeziene waren’ zoals Constantijn Huygensz.  een dominee omschrijft, ben ik mij  al tijden degelijk bewust van dit keurmerk, deze opdracht. Ik probeer vele ‘ongeziene’ eerlijke ‘producten’ te promoten en te gebruiken. fair trade

Maar goed, fijn dat het rentmeesterschap van de kerk in deze vorm erkenning krijgt en ik hoop dat vele gemeentes zullen volgen. En wat mij persoonlijk betreft: ik hoop nog jarenlang deze eerlijke en ware ‘weg’ te promoten.