Kortgeleden – om precies te zijn op 21 oktober – schreef ik een blogje over het feit dat de Protestantse Kerk steeds groener wordt. Had ik het toen over de uitdagingen, nu schrijf ik voornamelijk over de bedreigingen voor de PKN. Want wat wil het geval: nu de Protestantse Kerk steeds groener wordt, valt zij ook ten prooi aan de fauna in de vorm van een klein kevertje: de saecularis vulgaris, oftewel het secularisatiekevertje.

Nadat drie protestantse stammen zich jaren geleden vervlochten hebben tot één machtige boom; nu wordt deze woudreus bedreigt door dit kleine kevertje: de secularisatie. Het rapport van de commissie evaluatie kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland geeft het signaal af dat de secularisatie doorwerkt in de structuren van de kerk. Gebeurt er niets, dan zal de PKN op korte termijn door een gebrek aan mensen en middelen niet meer kunnen voldoen aan de eisen die ze in haar eigen kerkorde heeft gesteldwoudreus in de herfst. De secularisatie heeft de wortels van de kerkelijke boom inmiddels dusdanig aangevreten dat er flink gesnoeid moet worden in de kruin om ervoor te zorgen dat de boom niet omvalt.

Alweer een bedreiging voor de grote groene woudreus die opgevat moet worden als uitdaging…

Welke boomchirurg zal worden aangetrokken en welk (paarde)middel zal de dokter voorschrijven? Ik ben benieuwd en zal de lezers van dit blog regelmatig een update geven over de snoei- en onderhoudswerkzaamheden binnen de Protestantse Kerk.

Deze uitspraak tekende NRC redacteur Freek Schravesande op uit de mond van een ic-verpleegkundige in een ziekenhuis in Breda waar hij enkele diensten op de afdeling intensive care meeliep.

Eerlijk gezegd werd ik wel getroffen door deze uitspraak. Hoe vaak denken mensen niet dat de huidige geneeskunde wel tot in het oneindige het leven van een mens in de hand kunnen houden. ‘Mensen denken dat dokters alles kunnen. Op tv gaat het toch ook goed?’  Onwillekeurig moest ik ook denken aan die woorden van gezang 1: God staat aan het begin /en Hij komt aan het einde. / Zijn woord is van het zijnde / oorsprong en doel en zin.

Het artikel gaat over de dagelijkse gang van zaken op de intensive care afdeling waar het verplegend personeel steeds bezig is met de strijd voor behoud van het leven. En het idee bestaat bij veel mensen dat dat leven onder alle omstandigheden te redden is. traptredenDe vraag is alleen ‘kan dat altijd en is altijd even “zinvol”‘. Is het verantwoord om een patiënt te ‘redden’ als daarmee zijn leven voor de rest een ondraaglijke hel wordt? Een opmerking uit de praktijk: De techniek verfijnt, maar het vervolgtraject wordt vaak vergeten. ‘Nu zeg je tegen een tachtigjarige: gooi er maar een paar nieuwe hartkleppen in. Het automatisme is nog vaak: opereren. Of de patiënt daarna ooit nog thuis zal komen is de vraag.’ Moet je dan opereren? Kortom, mag een mens nog overlijden?

De VVD schreef in 1981: in de eerste plaats heeft de mens feitelijk niet de vrije keuze over leven en dood. Ziekte of ongeval zullen voor een belangrijk deel het tijdstip bepalen waarop hij zijn leven zal beëindigen. Bovendien leeft de mens in een gemeenschap en draagt hij verantwoordelijkheid jegens de andere leden van de gemeenschap. Hij zal zijn rechten alleen kunnen uitoefenen in het licht van die verantwoordelijkheid.(…) Aangezien hij voor de beëindiging van zijn leven de hulp van een ander of anderen inroept, betrekt hij deze medemensen bij zijn levenseinde en maakt hen mede verantwoordelijk. Ook hun belangen en gevoelens moeten dus geaccepteerd worden

Hoewel deze argumentatie zich vooral richt op het intermenselijk aspect zet het het sterven wel degelijk in een breder aspect. In heel zijn leven leeft de mens in sociale verbanden die aan het eind van het leven niet zomaar ophouden. Als christen zou ik daar nog het volgende aan toe willen voegen: als geboren en sterven beiden tot de goede schepping horen, en als wij door het geloof beide weer als weldaad weten te ervaren, dan moeten we ook aanvaarden dat God ons op zijn tijd het – natuurlijke – einde aandoet. Hiermee wordt  het sterven verheven tot een ars vivificandi, een onderdeel dat bij de kunst van het leven hoort.

De Bijbel verwoordt dit als volgt Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. (Rom. 14,8) Dit geeft wat mij betreft juist die band aan die ik in het bredere perspectief zie in het mensenleven: we hebben niet alleen een verantwoordelijkheid naar de medemens, maar hebben die evenzeer naar God toe.

‘Wij zijn geen God de Vader, het houdt een keer op.’ Eigenlijk een prachtige uitspraak die de diepe afhankelijkheid van een mens jegens zijn God in beeld brengt.

Het Amsterdams Medisch Centrum gaat binnenkort eicellen van oudere vrouwen invriezen, zodat die desnoods op hun vijftigste nog kinderen kunnen krijgen. Op basis van de medische indicatie ‘zielig’ (want zonder man) kunnen vrouwelijke dertigers dus binnenkort op kosten van de belastingbetaler het ouderschap nog even tien jaar uitstellen.

Bij dit soort berichten denk ik waar er een eind komt aan de arrogantie van de mens. Vrouwen kunnen vanwege andere dan medische overwegingen ervoor kiezen om hun eicellen in te laten vriezen om op een later tijdstip (lees: wanneer het hun uitkomt) zie te laten bevruchten en zo hun kinderwens alsnog vervult te zien worden. eierenDit valt voor mij onder het kopje wensgeneeskunde. Natuurlijk, ook ik vind het normaal dat deze methode om medische redenen toegepast mag worden. Maar mijns inziens bevinden was ons hier op zeer glad ijs. De menselijke autonomie stijgt hiermee naar grote hoogte. Artsen lijken meer en meer op de stoel van God, de Schepper van het leven te gaan zitten. Immers  ‘als het u nu niet uitkomt, dan kunnen we uw kinderwens toch nog even met een “onnatuurlijke lange termijn” verlengen’. Jaren geleden heeft de filosoof Safranski een boek geschreven met de titel Het kwaad. Het drama van de vrijheid. Onwillekeurig moest ik toen ik hoorde over de voorgestelde praktijk in het AMC hieraan denken.  Waarom? Ik vraag mij af of de mens in de roes van zijn welhaast onmetelijke vrijheid wel nadenkt over het kwaad wat hiermee kan worden ontketend. Realiseert men zich wel wat men een kind aandoet die op een heel vroege leeftijd wordt geconfronteerd met écht ouderwordende ouders met alle mogelijke consequenties vandien. Waar zadel je je kind mee op; denk je alleen maar aan je eigen geluk? En natuurlijk heb ik hier vanuit christelijk oogpunt kritiek op. Ik zie God als de Gever van het leven, die natuurlijk de mens kennis geeft om de geneeskunde aan te wenden voor wat het al in de term ‘geneeskunde’ besloten ligt: genezen. Ik zie dat hij een natuurlijke orde heeft gesteld, waar wij als mensen natuurlijk door geneeskunde heel wat zaken mogen genezen. Maar ik zie niet in dat de geneeskunde mag worden aangewend om vrouwen vanwege ‘maatschappelijke’ motieven (lees: wanneer het MIJ uitkomt) in de gelegenheid te stellen hun kinderwens met een veelvoud van jaren uit te stellen. Leven we in een maatschappij die denkt dat alles, maar dan ook alles maar altijd moet mogen en moet kunnen? Wanneer beseffen mensen dat alles wat ze graag willen niet altijd kan en dat er grenzen zitten aan de wat moet mogen.

Sinterklaas in het ziekenhuis…  Wensgeneeskunde… waar is het einde aan de menselijke arrogantie?