Ook wie in een gemeente meeleeft kent er iets van:
de vreemde murwheid en uitgeblustheid die je soms ineens kan overvallen. Zeker in deze tijd van corona.
Deze diepe vermoeidheid kan iedereen overvallen,
ook toegewijde gemeenteleden.

Hoe moet je daar in prediking en pastoraat nu mee omgaan?
Volgens door dit onzichtbaar aanwezige ongeloof,
deze onderhuidse twijfel en toenemende verveling openlijk te benoemen. En door tijdgenoten met aandacht en mededogen, zonder veroordeling, vanuit de Schriften nabij te komen.
Laat juist de Schrift niet zien dat God niet ‘voor het oprapen’ ligt
en dat geloven in de Onzienlijke geregeld een zware opgave is.
Staat er niet geschreven dat je enthousiast kunt beginnen
maar het beu kunt worden,
dat geloven lang niet altijd goed voelt en
het vaak een klus is om het vol te houden?
Ik ben ervan overtuigd dat deze noties méér aanspreken,
meer lucht en troost bieden,
dan allerlei bemoedigende slogans waar we
‘de week weer mee in kunnen’.
Want preken die eenzijdig suggereren
dat God altijd onder handbereik is
en klaarstaat met genade en geborgenheid,
gaan op den duur vervelen en irriteren.

Zulke preken hebben méér iets van pleisters plakken in de ruimte
dan van wonden blootleggen en behandelen.
Mensen van vandaag zijn volgens mij meer geholpen
met preken die niks verbloemen van onze innerlijke weerzin
tegen wat God met ons voorheeft
en van onze neiging ons zo makkelijk mogelijk van Hem af te maken. Preken ook die eerlijk erkennen dat je God eerder kwijt bent dan rijk,
dat Hij geregeld niet te volgen is
en dat wij meer dan eens nauwelijks iets van Hem gewaarworden.
Preken ook die iets tonen van het gevecht met je eigen hart,
dat minder meegaand is dan je zou wensen,
van de twijfel en het ongeloof die je te pakken kunnen nemen,
en van de worsteling met God, óm God, tegen alle vertwijfeling in.
Zit achter het verlangen van velen naar ‘aansprekende’ preken
geen honger naar woorden die vanuit de Schrift ingaan
op de omgang met God, met alle verrassing en verbijstering,
met alle verzoeking en vertwijfeling, met alle verzet en verlangen,
met alle verlatenheid en geborgenheid vandien?
Zou dat niet de remedie zijn om het aangeprate en opgeplakte geloof voorbij te komen en levend geloof gaande te maken en te voeden?

Ik denk dat met zo’n existentiële aanpak
het in de preek opnieuw gaan vonken en vlammen.
Omdat mensen zich gezien en opgezocht weten in hun twijfels en vragen en vanuit de Schrift worden aangespoord – soms op leven en dood – opnieuw te roepen om God zelf.
Zal de Levende niet uitgerekend daar van zich laten horen?
Om ons door de Geest woorden in te fluisteren
die je zelf niet meer bedenken kunt?
En geloof te wekken dat, hoe fragiel ook, niet zomaar kapot te krijgen is?

Toen in maart de coronamaatregelen van kracht werden
betekende dat ook voor kerken
dat de ‘traditionele’ diensten werden opgeschort.
Hard werd er gewerkt aan een mogelijkheid
om elkaar online te ontmoeten.
En dat heeft geresulteerd in een veelheid van online diensten
die vrijwel zondag aan zondag het wereldwijde web opgeslingerd worden en die – zo laat ik mee vertellen –
door veel mensen worden beluisterd en bekeken.
Toch hoorde je dat veel mensen de diensten en het samenkomen misten.
Maar nu voorzichtig aan er, met inachtneming van de coronamaatregelen, weer diensten worden gehouden in kerkgebouwen
blijkt het dat veel kerken de maximaal toegestane aantallen
niet worden gehaald.

De groep mensen die nu wegblijft,
heeft vaak de meest uiteenlopende redenen om niet te komen.
Ik noem er een paar:
ik ga niet naar de kerk, want we kunnen nog niet zingen;
ik ga niet naar de kerk, want het is zo’n gedoe met inschrijven;
ik ga niet naar de kerk, want het is zo kil als je zover uit elkaar zit;
ik ga niet naar de kerk…het is nog zo anders dan ik gewend ben;
ik ga wel weer een keer als alles weer normaal is.
Ook zijn er ouderen die het vanwege het coronavirus niet durven.
Andere mensen vinden het juist fijn om een dienst online
vanuit de luie stoel te volgen.
Er zijn zelfs stemmen die zeggen dat
de terugloop van het aantal kerkgangers
door de coronacrisis nog sneller zal gaan.

Ooit schreef Van Ruler, een theoloog van midden twintigste eeuw
een boek ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?’
met een aantal argumenten om juist wel naar de kerk te gaan.
Ik noem er een aantal: om een kans op bekering te lopen (tot in je binnenste geraakt worden door Gods Woord);
om een gewoonte vast te houden (stijl, roeping);
om een traditie voort te zetten (als schakel in een lange keten, vanuit het voorgeslacht);
om de wereld voor te dragen ( voorbede, alle dingen met God bespreken); om rust te vinden (even terugtrekken uit de hectiek van alledag);
om weer op toonhoogte te komen ( godsdienst-oefening, Gods bedoeling met ons leven);
om in het openbaar mijn geloof te belijden (ik belijd mijn geloof. De kerkgang zelf is belijdenis).

Zijn deze argumenten nog valide
of moeten we in onze tijd toch anders gaan denken?
Ja, hoe moet dit nu verder?
Hebben wij de fysieke kerk te belangrijk geacht
voor de geloofsgemeenschap?
Zijn wij niet op allerlei andere manieren ‘kerk’?
Moeten we de ‘diensten’ heel anders gaan opzetten? Echt omdenken?
Het lijkt me een hele uitdaging om daar de komende tijd
verder over na te denken
en ik zal daar ik komende blogs zeker op terug komen.
Mochten mijn lezers mee willen denken dan verneem ik dat graag!

GenderneutraalOns liberale Nederland heeft weer een stap gezet op het pad van acceptatie van iedereen: om de 2 tot 3000 transgenders tegemoet te komen worden er genderneutrale wc’s ingevoerd.
Een loffelijk streven om zo ons land steeds meer een land te laten waar een ieder met welke van de meerderheid afwijkende ‘opvatting’ of ‘leefwijze’ zich geaccepteerd weet…

Toch???

Tot mijn verbazing trok minister Bussemaker – onder druk van een aantal politieke partijen –  de subsidie in van een stichting die een alternatieve visie heeft op het omgaan met homoseksualiteit. Eerder nog verdedigde ze het verstrekken van de subsidie aan de betreffende stichting op grond van het feit dat een methode misschien niet de jouwe is, maar dat een overheid zich neutraal moet opstellen naar haar onderdanen. Daarvoor kreeg ze mijn waardering; die ik nu meteen weer intrek.

Wat mijn argument is?

Ik verbaas me er over dat een overheid die claimt zich neutraal op te stellen naar iedereen zich laat leiden door een een meerderheid die vindt dat een bepaalde mening niet meer door de beugel kan. Ik meen dat ik hier een overheid zie die zichtbaar met twee maten meet. Deze minderheid wel, die minderheid niet et cetera.

Genderneutrale wc’s… het zal even wennen zijn maar dat komt goed

Niet neutrale overheid… dat komt nooit goed

 

Kortgeleden heb ik het boek van dr. Maarten Wisse Zo zou je kunnen geloven. Hij geeft daarin  onder andere een interessante analyse in wat hij noemt de verschillende vormen van verwoording van het christendom. Hij heeft het dan over ‘traditioneel-‘, ‘modern-‘,’evangelicaal-‘ en ‘buitenkerkelijk-‘christendom. Hij geeft van elk van de vormen een sterkte en een zwakteanalyse. In deze column wil ik me graag beperken tot de vierde vorm die Wisse beschrijft: het buitenkerkelijk christendom. Als je in de boekhandel kijkt dan vinden liefhebbers van die hun  boeken meestal op de boekenplank ‘spiritualiteit’. ‘De meeste ‘gelovigen’, zo zegt Wisse, bevinden zich momenteel buiten de kerk. Meer dan de helft van de Nederlanders noemt zichzelf ‘religieus’ of ‘spiritueel’, maar een klein deel van die mensen bezoekt regelmatig een kerk; of zoals Ernst Daniël Smid het eens zei: ‘Mijn familie en vrienden zijn niet opgehouden te geloven; ze zijn gestopt met naar de kerk gaan.’ In de hedendaagse vormen van het buitenkerkelijk christendom, zo stelt Wisse, is er een herleving van het geloof in de voorzienigheid, een principe ‘Al’ of het ‘lot’ dat alles bestuurt zonder te achterhalen zin. En juist dat is voor heel veel mensen in de moderne maatschappij een troost. In tegenstelling tot het eindeloos moeten maken van zoveel keuzes, kun je je tegenwoordig rustig overgeven aan de wetenschap dat alles al van te voren is bepaald. Waarschijnlijk verklaart dat de populariteit van een boek als Wij zijn ons brein van Swaab dat stelt dat de mens helemaal geen vrije wil heeft. Maar aanhangers van dit type ‘christendom’ vind je nog nauwelijks terug in de kerkbanken. Immers, de kerk staat voor al die ge- en verboden, dat keurslijf, waar mensen keurig netjes lijken zijn (maar ondertussen…), de dominee volledig tegen elke trend in een monoloog houdt van een lengte meer dan een mens kan verdragen etc. etc. etc. Het karakter van dit type ‘christendom’ zit er juist in dat je alles mag aanvaarden wat jij maar wilt, maar het hoeft niet. Jij bent de instantie voor wat waar, prettig of goed voelt.

Waarom ik hier zoveel woorden aan wijd? kwetsbare aardeOmdat Wubbo Ockels onlangs op 18 mei overleed. ‘Nee, Wubbo geloofde niet’ zei zijn dochter nog desgevraagd. Maar feit is dat Ockels nadat hij vanuit de ruimte de kwetsbaarheid van onze planeet had vastgesteld, met een waar zelotisme zich inzette voor de bewustwording van de mens voor deze kwetsbaarheid en de overtuiging dat wij mensen moeten ophouden deze kwetsbaarheid door ons handelen te verhogen. ‘Laat elk van ons helpen om onze religie vorm te geven. Laat elk van ons zijn geloof uitspreken in een duurzame mensheid’ schreef hij laatst nog in zijn ‘Happy Energie Religion’. Eerlijk gezegd hierin vind ik ook een nieuw soort ‘buitenkerkelijk christendom’ in ontstaan. Zoals ook in die buitensporige omgang met dieren waarin bijvoorbeeld een Partij voor de Dieren (alleen de naam al) zich in verliest, en het fanatisme waarin allerlei religieuze of spirituele elementen uit verschillende bestaande godsdiensten worden gekaapt om zo de leegte te vullen van de eigen spiritualiteit met zaken die ik zelf goed vind voelen, die mij iets opleveren.

Ik geloof het wel.  Nee, niet meer in de kerk met het verkalkte structuren in mensen die geen haar beter zijn dan de anderen; ik stel mijn eigen menu wel samen, en soms luister ik, als het me uitkomt en mij zelf niet al te veel kost, ook naar een man die op zijn sterfbed een boodschap achterliet voor de  mensheid waarin God vervangen is door ‘het milieu’ en ‘de zonde’ bestaan uit ‘de moderne geneugten van het leven’.  Mijn  eigen menu samenstellen, de vaagheid en vrijblijvend is, denk ik, terecht, een goed analyse van Wisse die deze beide zaken noemt als zwakte van het buitenkerkelijk christendom. Ik geloof het wel, zolang mij het zint. Geloof als individueel project dat naar believen kan worden verbouwd, met een gemeenschapsaspect dat werkelijk flinterdun is en misschien net zo kwetsbaar als het beschermend laagje dat de astronaut zag vanuit de ruimte.

‘De kerk hield de samenleving in een machtige, beknellende greep. Pas in de loop van de 21e eeuw stortte alles ineen’. Met dit lange citaat zóu een hoofdstuk over de kerk in de geschiedenisboekjes van 2050 kunnen beginnen. Mits de kerk dan vrijwel verdwenen is natuurlijk, en er zijn redenen om dat te geloven. De statistieken laten zien dat kerken blijven leeglopen. In veel dorpen en steden zijn de deuren al gesloten. De gebouwen worden nu gebruikt als woonhuis, sushi-restaurant of boekhandel. Volgens auteur Herman Vuijsje is de kerk straks een gewone hobbyclub, waarvan het jammer zou zijn als die echt helemaal verdwijnt – vanuit cultuurhistorisch oogpunt.

Toch is er meer reden om te geloven dat de kerk veerkrachtig is. Bijna niemand  meer gaat gedwongen naar de kerk. Wie gelooft, doet dat uit eigen wil. Volgens de filosoof Charles Taylor is de kerk tegenwoordig meer een keuze geworden. Dat maakt de achterblijvers actiever dan ooit. Ook zijn er de migrantenchristenen. Hun aantal is onbekend (schattingen lopen uiteen van 800.000 tot 1,3 miljoen), maar migrantenkerken groeien eerder dan dat ze leeglopen. Er zijn verschillende onderzoeken die laten zien dat er grote behoefte is aan spiritualiteit onder Nederlanders. Deze mensen echter zijn volgens sommigen wel allergisch voor de oude symbolen van de kerkelijke presentie zodat er tegenwoordig gespreksgroepen bijeenkomen in bijvoorbeeld kantoorpanden, in kroegen of theaterzalen. Theoloog Rikko Voorberg organiseert zulke groepen. Hij heeft juist niet gekozen voor de ‘ouderwetse kerk’ omdat naar zijn zeggen de woorden daar zo gauw doodslaan. ‘Als je in een traditionele kerk het woord van God verkondigt is het alsof je in een Volvogarage zegt dat Volvo helemaal top is’, aldus Voorberg. Hij richt zich met name op ongelovige dertigers die verdieping zoeken en bespreekt met hen Bijbelteksten zonder te focussen op de dogma’s van het christelijk geloof, maar op de werkelijkheid van alledag. Eerlijk gezegd wordt mij dit een beetje te breed en te multi-interpretabel. Een reactie van een deelnemer wijst daar ook al op als hij zegt ‘de christelijke teksten zijn een goed uitgangspunt, maar wat mij betreft zouden het ook filosofische of boeddhistische teksten kunnen zijn’. Inderdaad, waar je de essentie van het christendom laat ondersneeuwen die volgens mij ook in dogma’s zijn verwoord, wordt dan Bijbelgespreksgroep niet snel een soort algemene debatingclub over bezinning?nieuww kerkvormen

Laat mij dan maar de Volvoverkoper zijn, want ook die zijn nodig. Columniste Monique Samuel zei ergens ‘Na vele gesprekken met scholieren en studenten, raak ik er steeds meer van overtuigd dat mijn generatie God zoekt. En niet alleen God, maar ook gemeenschap, vaste kaders, structuur en (moderne) conventies.’ De uitkomsten van een laatst gehouden onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau wijzen ook in die richting. Veel jongeren zo wordt geschetst voelen zich meer en meer aangetrokken tot vaste kaders  en geloven weer meer in jarenlang door veel kerk veronachtzaamde thema’s als hemel en hel en een leven na de dood. Het SCP geeft deze groep de naam neofundamentalisten. Ze zijn in wezen weer meer op de noem het maar orthodoxere toer. O, zeker,misschien verdwijnt het kerkgebouw als meest kenmerkende symbool van christendom in Nederland, maar mensen blijven zich hoe dan ook verbinden rond Christus. Hoe? Wie weet, door bij elkaar te kruipen, door elkaar te ontmoeten in sociale netwerken, door samen te komen op massabijeenkomsten (zoals The Passion of EO-jongerendagen), op conferenties, huisgemeenten, monastieke ordes en megakerken.

‘Door rampen, klimaatverandering, tekort aan grondstoffen en door spirituele uitputting komt er een einde aan onze consumentistische, kapitalistische samenleving. Hoe lang dat duurt? Honderd, driehonderd, duizend jaar, dat weet ik niet. Maar als het zover is, dan zal er wel behoefte zijn aan alternatieven. De kerk is broodnodig om mensen de kans te geven te ontstijgen aan de materiële werkelijkheid en andere, alternatieve visies te bieden. De kerk moet een voorbeeld zijn van een menselijke samenleving die beter en hoopvoller is dan de wereld waarin wij leven.’ zegt historicus James Kennedy. Christenen blijven samenkomen in erediensten, verwacht hij. ‘Maar de vorm verandert: ik denk dat het netwerken worden van zorgende mensen die zich inzetten voor omwonenden.’ Theoloog Stefan Paas verwacht dat er twee gemeenschapsvormen overblijven. ‘De ene is de gezinskerk die zich vooral richt op vader, moeder en kind; om die veiligheid en duidelijkheid te geven. Het draait dan om de overdracht van het geloof aan nieuwe generaties. De andere is de gemeente die focust op zelfontplooiing. Deze gemeenschapsvorm richt zich op nieuwe ontwikkelingen en de rol van het geloof in de persoonlijke levensreis. Beide gestalten zijn nodig voor de toekomst.’

Zoals ik al zei, laat mij maar de verkoper van Volvo’s zijn. Ik weet uit eigen ervaring dat het, mits goed onderhouden en wanneer onderdelen op tijd worden vernieuwd en vervangen, betrouwbare auto’s zijn die jarenlang meekunnen.

Want ik ben verzekerd dat noch dood, noch leven, noch engelen
noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte
noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden
van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

Romeinen 8 vers 38 en 39

Eigenlijk weet ik het wel: al dat oorlogsgeweld in zoveel verschillende landen. Mali, Centraal-Afrikaanse Republiek, De Krim, Syrië. Door de tijd heen flitsen weer nieuwe of al bestaande brandhaarden op in de media omdat er in een bestaande geweldspiraal een belangrijk nieuws is te melden. Zo ook vandaag: het nieuws dat de Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt in Syrië is vermoord. Hij woonde al lange tijd in het Syrische Homs waar hij de herder was niet alleen voor de kleiner wordende christelijke gemeenschap, de gehandicapten in Homs, maar voor de hele bevolking van de stad die lijdt onder het geweld. Het wrange is dat al die onnoemelijk velen geen nieuwsfeit meer vormden voor de media (en dus voor ons) en we eigenlijk een beetje ‘Syrië-moe’ waren en dat door de dood van deze geestelijke de camera’s ineens weer gericht staan op het conflict. Wie hem hebben vermoord is momenteel nog niet duidelijk. Feit is dat deze man die koste wat het koste bij ‘zijn’ mensen wilde blijven en hun erbarmelijk lot wereldkundig wilde blijven maken. Hij kon op een gegeven moment de stad ontvluchten maar hij wilde het niet.

‘Voor een christen is het kruis nooit veraf; soms is het akelig dichtbij’ zei één van de Nederlandse ordebroeders van pater Van der Lugt als reactie op het nieuws van de moord op zijn medebroeder. Deze reactie deed mij wel wat. Want juist in deze Veertigdagentijd doet me deze moord denken aan die andere moord, dik tweeduizend jaar geleden gepleegd. In het christendom denken we daar juist nu speciaal aan: de moord op Jezus Christus, die voor ons aan het kruis ging. Vermoord, door ons. Ook Hij wilde niet weg bij de mensen die Hem wel weg konden kijken. Hij bleef contact zoeken met zijn Vader om onze ellende steeds voor zijn troon te leggen. Hij bleef ons trouw, maar wij Hem niet.

In paradisum deducant te angeli

Pater Frans van der Lugt:
In paradisum deducant te angeli;
in tuo adventu suscipiant te martyres
et perducant te in civitatem sanctam Jerusalem.
Chorus angelorum te suscipiat
et cum Lazaro, quondam paupere,
aeternam habeas requiem.

Kortgeleden heeft de Wageningen Universiteit besloten om religieuze en politieke uitspraken te verbieden in proefschriften, dit met onder anderen het argument dat wetenschap en religie gescheiden werelden moeten zijn. Een promovendus werd daarom verstaan gegeven dat hij zijn dankwoord moest aanpassen waarin hij God bedankte voor Zijn steun tijdens het schrijven van zijn dissertatie. Verwijderde hij God niet uit zijn proefschrift dan zou het proefschrift geweigerd worden en kon de beste man niet promoveren.

De afgelopen jaren slaat de secularisatie, de ontkerkelijking in Nederland hard toe, maar mijns inziens slaat zij ook een beetje door. de kerk wordt geslooptJe mag tegenwoordig elke overtuiging zijn toegedaan en die ook in je ‘normale’ dagelijks leven ten toon spreiden en daarmee en daardoor functioneren als mens in de maatschappij, maar o wee als dat een religieuze overtuiging betreft. Laat die maar achter de voordeur in je eigen huis. Daar dien je andere mensen niet mee lastig te vallen. Je zou ze eens kunnen infecteren met je geloof. En hoewel 60 procent van de Nederlanders zegt religieus te zijn en wel eens te bidden vindt de goegemeente dat dit een zuivere privékwestie moet zijn en blijven. Communist, socialist, liberaal enzovoort is oké. Vanuit die mening mag je in de samenleving opereren en je keuzes maken en ook in de wetenschap acteren, maar een religieuze overtuiging is de enige overtuiging die verdacht wordt van ongewenste zendingsdrang.

Nederland van God los? Ammehoela; als je echt van God los bent, dan interesseert je het ook geen snars meer wanneer en hoe anderen die wel religieus zijn  dit uitdragen.

Onlangs hoorde ik van het nieuws dat een onderwijzer uit – ik meen –  Iran een robot in elkaar had geknutseld die de leerlingen van de school moest helpen met bidden. En door die robot moest het voor hen ook leuker worden om te bidden. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier om een islamitische leraar en islamitische kinderen. Zoals veel mensen wel weten wordt er in de islam veel geknield gebeden en gaat deze buiging ook, volgens sommigen, samen met bepaalde voorschriften. Dus om het zijn leerlingen duidelijk te maken hoe het een en ander gaat had die meester dus een bidrobot gemaakt.bidrobot

Maar voordat wij christenen nu misschien proestend in lachen uitbarsten, ga eens bij je zelf na hoe vaak en hoe veel je zelf mechanisch, voorgeprogrammeerd bid en hoe het vaak voorkomt dat we ‘snel nog even bidden’ voordat we hurry-up weer doorrennen, op naar de volgende afspraak? Hoe vaak nemen we nog echt tijd voor een goed gesprek met God of zonderen we ons af voor stille tijd met je Vader die graag contact met je wil hebben?

Zijn we soms zelf ook geen ‘christelijke’ bidrobots?

Het verhaal over Harrison Odjegba Okene, de Nigeriaanse kok die drie dagen onder water overleefde in een luchtbel nadat zijn schip gezonken was haalde eventjes de voorpagina’s van veel media. Wat lang niet alle media vermelden was dat deze man zich tijdens zijn duistere nachtmerrie staande hield door verzen uit psalm 54 tot 92 hardop te overdenken. Als een soort moderne Jona wist hij te overleven in de buik van zijn gezonken schip totdat er hulp kwam. Okene schreef dat hij de avond voor de ramp een sms’je kreeg van zijn vrouw met enkele woorden uit psalm 54 ‘de Heer bewaart mijn leven’.jona

In deze tijd van Advent waarin we als christenheid verwachten en ons opmaken om de komst van ‘de hoop van de wereld, Jezus Christus’ te herdenken, vind ik dit een mooi verhaal. Ondanks alles bleef deze scheepskok in de duisternis zich op de been met het licht wat het Woord van God mag zijn voor veel mensen. Immanuel ‘God is met ons’, ondanks alles mogen we hopen en vertrouwen op die belofte ook al lijkt het totaal niet naar uit te zien.

‘Hoe kan het zijn dat het geen nieuws is als er een dakloze oudere overlijdt, maar wel als de beurzen twee punten verliezen?’; met deze prikkelende uitspraak vestigt paus Franciscus de aandacht op wat hij noemt ‘de nieuwe tirannie van het ongebreidelde kapitalisme’. Is dit nieuw? Nee, de paus schaart zich in een lange rij van mensen en organisaties die deze problematiek aan de kaak stellen. Goedkope uitspraak; als je weet dat de (katholieke) kerk een uitermate rijk instituut is? Zo kun je elke oproep tot bezinning wel ‘kalt stellen’, maar ik vond het opmerkelijk dat de paus na deze oproep meteen liet collecteren voor hulp aan de door een natuurramp getroffen Filipijnen. En daarbij: met de wijzende vinger naar anderen wijst hij ook met drie vingers terug naar zich zelf.

Opmerkelijk vond ik ook dat de oproep werd gedaan tijdens een toespraak (een ‘Pauselijke Exhortatie’ oftewel een Pauselijke Aansporing) die de titel heeft ‘De vreugde van het evangelie’. ‘Iedere gedoopte is geroepen tot verkondiging van het Evangelie’ zo zegt de paus vervolgens. Iedere christen wordt dus opgeroepen om zich teweer te stellen tegen de tirannie van het ongebreidelde kapitalisme, ‘Die Tyranny verdrijven, die my mijn hert doorwondt.’ om het zo maar te zeggen. Het gaat zeker niet zonder slag of stoot, het snijdt diep in je eigen vlees, het zal niet alleen maar vreugde zijn waarmee we dit evangelie verkondigen en in praktijk brengen, want hoe het ook zij, dat ‘ongebreidelde kapitalisme’ brengt ons veel goeds.

Is het dan een goedbedoelde, maar niet realistische oproep die natuurlijk nooit iets teweeg zal brengen omdat de hele wereld zichzelf heeft overgeleverd aan dat kapitalisme? Nee, ook dat denk ik niet. Eerste AdventAanstaande zondag is het 1 december, en naast dat ik – zo de Here wil –  word bevestigd en intrede doe aan en in de Protestantse Gemeente Exloërmond, vieren we ook  – vooral – de Eerste Adventszondag. Advent, als christenen kijken we vol verwachting uit naar de komst van de Here Jezus in deze wereld. Wij geloven dat Hij de redding en bevrijding verkondigt aan mensen vast verstrikt in het web van de tijd. Zijn komst is een voorbode van Gods toekomende Koninkrijk. Een vrederijk dat aanstaande is en waaraan wij als volgelingen van die Christus aan mee moeten werken. Daartoe worden we opgeroepen.