Onlangs hoorde ik van het nieuws dat een onderwijzer uit – ik meen –  Iran een robot in elkaar had geknutseld die de leerlingen van de school moest helpen met bidden. En door die robot moest het voor hen ook leuker worden om te bidden. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier om een islamitische leraar en islamitische kinderen. Zoals veel mensen wel weten wordt er in de islam veel geknield gebeden en gaat deze buiging ook, volgens sommigen, samen met bepaalde voorschriften. Dus om het zijn leerlingen duidelijk te maken hoe het een en ander gaat had die meester dus een bidrobot gemaakt.bidrobot

Maar voordat wij christenen nu misschien proestend in lachen uitbarsten, ga eens bij je zelf na hoe vaak en hoe veel je zelf mechanisch, voorgeprogrammeerd bid en hoe het vaak voorkomt dat we ‘snel nog even bidden’ voordat we hurry-up weer doorrennen, op naar de volgende afspraak? Hoe vaak nemen we nog echt tijd voor een goed gesprek met God of zonderen we ons af voor stille tijd met je Vader die graag contact met je wil hebben?

Zijn we soms zelf ook geen ‘christelijke’ bidrobots?

Advertenties

In het kader van de Maand van de Spiritualiteit 2014 schreef Arie Boomsma een essay met de titel ‘Troost’. in pakweg zestig bladzijden neemt Boomsma ons mee in zijn mijmeringen over zijn omgaan met het begrip troost. Wij mogen hem vergezellen op zijn zoektocht naar ‘troost’ in zijn eigen levensgeschiedenis. Hij begint en eindigt zijn essay met het schetsen van het beeld dat wanneer hij als kleuter is gevallen op het schoolplein en daar een hoofdwond oploopt, dat hij dan uiteindelijk troost vindt in de armen van zijn moeder. Boomsma TroostTroost is volgens hem afhankelijk zijn van de nabijheid van een ander. Nadat Boomsma in zijn essay verscheidene episodes uit zijn leven met ons heeft gedeeld waarin hij troost ervaart komt hij ten langste leste aan bij het onderwerp ‘troost vinden in het geloof’. Stoer zegt hij eerst dat hij ‘geloof dat troost biedt’ bij anderen wel ziet, maar dat hij het zelf niet begrijpt. Toch getuigd Boomsma van een dieper inzicht in troost als hij hij verteld dat bidden hem een soort van troost kan geven. Hij kan als zijn sores leggen aan de voeten van God, Als een vertrouwelijk gesprek met een vriend die een en al oor is voor wat je verteld over de zaken die je bezighouden. Aan het eind van het essay vergelijkt Boomsma de troost die hij bij God vindt met de troost die hij als kind bij zijn ouders vond. ‘Bij hen was ik veilig,zij beschermden mij tegen de buitenwereld, begrepen alles, wisten onnoemelijk veel en namen mijn pijn weg als het nodig was’ schrijft Boomsma dan. Tegelijkertijd schrikt het hem als moderne autonome mens af, die afhankelijk. Het staat haaks op wie hij is en hoe hij is.

Toch komt Boomsma aan het eind van dit kwetsbare essay tot de conclusie: aan alle troost die ik nu ervaar ligt die afhankelijkheid ten grondslag van de troostende armen van zijn moeder. Toen stopte het huilen en verdween de pijn.

Het nieuwe jaar is al weer een goede week oud. Nog steeds wordt je met reclames bestookt om de overbodige pondjes van de afgelopen feestdagen er af te trainen met een voordelig sportschoolabonnement. Meer bewegen, dat is het devies. Dat zou je natuurlijk ook op andere manieren kunnen doen. Te denken valt aan om in je vrije tijd meer te wandelen en misschien dus ook meer de natuur in te gaan. En wat daar misschien bij hoort is goede kleding en schoeisel. Als je in een sportzaak rondloopt zie je daar ook vaak verschillende soorten goede schoenen. Geschikt voor de wandelsport want goed voorbereid op pad gaan is het halve werk. Zo geldt dat ook voor de reis van je leven, de wandeltocht met jouw Heer.Efeze 6 Pray In de Bijbel wordt die ook wel eens vergeleken met een gevecht. Je moet immers opboksen tegen wat je afhoudt van je eindbestemming. In Efeziërs 6: 13-18 wordt een je een complete kledinglijn aangereikt die je aan moet trekken op die tocht, in die strijd. Geen overbodige adviezen! En bovenal: bid in de Geest, niet gedachteloos, maar bid bezield en levend! Waakzaam voor de gevaren op de weg, want leven met God is ook een strijd.

In veel gemeentes is de laatste tijd ruime aandacht besteed aan het gebed vanwege het 50-dagenproject tussen Pasen en Pinksteren. Vijftig dagen hebben we gezien hoe belangrijk het is om de relatie tussen jou en God open en levend te houden, juist door het gebed. We krijgen zelfs de opdracht om zo vaak we kunnen te bidden tot God, het communicatiemiddel bij uitstek tussen jou en je Vader. En dat gaat niet altijd van een leien dakje. Het gaat vaak met vallen en opstaan. We zijn meestal geen helden en zeker geen gebedshelden. Maar het mooie is dat God ook weet dat we soms snel afhaken en dat we het niet zo hebben op allemaal regeltjes, dat Hij die wet – lees liever: de bewegwijzering naar Zijn koninkrijk – heeft geschreven in ons hart.

De titel van deze column uit Jeremia 31,33 zegt dat onomwonden. Het is niet iets dat vanbuiten ons opgelegd wordt maar iets dat vanbinnen uit onszelf komt. Dat we echt uit onszelf een volgeling, een discipel Jezus Christus willen worden. Het gaat niet alleen om het weten wat discipelschap inhoudt, maar dat je daadwerkelijk een discipel bent. En alleen in dat laatste is God geïnteresseerd. En gelukkig is dat niet iets wat alleen maar uit onszelf hoeft te komen, want de discipline die het discipelschap vereist kunnen we nooit in ons eentje opbrengen. En daarbij is het gebed een noodzakelijk middel om in contact te blijven met God. biddenDietrich Bonhoeffer zegt dan dat gebed is als het bloed dat stroomt door de aderen van het lichaam van Christus, symbool voor de kerk. Als je met geloof luistert en contact met Hem zoekt door het gebed, als je je ervan bewust bent dat Hij het is, Christus, die spreekt, dan is het niet mogelijk om zijn woorden niet in de praktijk te brengen. Als het geloof zou stoppen voordat het in de praktijk wordt gebracht, dan kun je niet meer van geloof spreken.Want hoe kunnen we dan in deze tijd over Christus spreken? Bonhoeffers antwoord luidt: door ons leven. Het is indrukwekkend om te zien hoe hij aan zijn petekind, dat hij nooit gezien heeft, de toekomst beschrijft: ‘De dag komt waarop het niet meer mogelijk zal zijn om openlijk over God te praten. Maar wij zullen bidden, we zullen doen wat juist is en Gods tijd zal komen.’

Maar nogmaals, het lijkt allemaal zo prachtig, misschien zelfs vanzelfsprekend om te doen, maar dan worden we weer in beslag genomen door de alledaagse dingen. Daarom staat er in Efeziërs 6,10 ‘Zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht.’ Dat is iets wat we ons elke dag moeten blijven herinneren, iets wat ons gebedsleven moet kleuren. Want zelfs als de wet van God in ons binnenste is geschreven, dan nog wordt zij pas actief wanneer we het niet proberen uit onszelf, uit onze eigen kracht, maar door de kracht van de Heer!

Kunstenaar Johan van der Dong heeft bij wijze van kunstproject een tijdje geleden een telefoonlijn geopend waar mensen voicemails kunnen inspreken voor God. Hij laat weten dat zijn kunstproject ‘Gods Hotline’ in korte tijd telefoontjes heeft gekregen uit de hele wereld. God kan overal en altijd bereikbaar zijn, vindt Van der Dong. Deze gedachte maakte hij tastbaar met een hotline. Inmiddels heeft heeft hij het project afgerond.

Op innovatieve nieuwe wijze gebruikmaken van ‘nieuwe’ media als modern alternatief voor het gebed?