Kortgeleden kreeg de preses van de Protestantse Kerk, ds. Van den Broeke, emmers vol kritiek over zich heen, omdat ze het waagde om koning Willem Alexander (belijdend christen) erop te wijzen dat hij in zijn publieke uitingen geen gewag maakt van zijn geloof in God. ‘Hoe ze het toch durfde’ was de mening van velen ‘geloof is immers iets privé, dat op z’n best achter de voordeur mag worden beleden en dus geen plaats heeft in het publieke domein’. Ik hoorde ik deze kritiek tot mijn verbazing ook van medechristenen ‘zoiets zeg je toch niet en helemaal niet in deze tijd waarin een IS (Islamitische Staat) met een beroep op een religie vreselijke terreurdaden begaat. Alsof wij en masse, christenen incluis, zijn gaan geloven in de verbeeldde werkelijkheid dat de mensheid zich verder heeft ontwikkeld tot een samenleving waar God geen plaats meer heeft, hooguit als folkloristische hobby die een kleiner wordend groepje mensen mag blijven beoefenen als andere mensen er maar geen last van hebben. Onze seculiere maatschappij, met praktisch atheïsme is gebaseerd op een seculiere moraal. Deze moraal bepleit het individuele geweten, de mens als hoogste maat der dingen en gaat voorbij aan God en Jezus Christus. Deze maatschappij waarin we alleen maar kunnen vertrouwen op eigen kracht, op eigen daden en waarin wij ons leven helemaal zelf kunnen en moeten vormgeven. God is weggeschreven uit de geschiedenis en zijn volgelingen ‘ach, de stumpers’.

Onze maatschappij gebaseerd op een christelijk-(modern)humanistische grondslag. ‘Wij hebben God vermoord, jullie en ik!’ liet Friedrich Nietzsche zijn dolle man zeggen in de vrolijke wetenschap ‘Wij zijn allemaal zijn moordenaars!‘. Maar meteen kwam hij ook met een analyse van die maatschappij zonder God ‘Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten er ‘s morgens geen lantaarns aangestoken worden?’ Onze samenleving is er een zonder ziel, zonder hoop. We zijn vrij, we zijn onze eigen meester… maar wat heeft ons dat opgeleverd? Ongelovigen geloven het ongelooflijksteWe zijn bang als mensen onze leefwijze afwijzen,als zij ons ongebreidelde ‘vrijheden’ veroordelen.

Vrijheid; de Duitse filosoof Rüdiger Safranski schreef hierover een belangwekkend boek:  Het kwaad of het drama van de vrijheid. In dit boek beschrijft Safranski – nadat hij allerlei filosofen heeft behandeld – de mens die leegte en chaos ervaart wanneer geen god of levensbeschouwing hem de weg wijst. Men dacht dat de mens vanwege het feit dat hij redelijk is op een normale wijze kan samenleven met de ander. Zolang ieder zich maar houdt aan de basisspelregels. Zolang de redelijkheid bewaard wordt, blijft ook het samenlevingssysteem overeind. Maar de redelijkheid weet niet iedereen meer te boeien. Het onredelijke, het kwaad blijkt diep in de mens verborgen te zitten. Het jezelf als middelpunt van het universum te wanen. Dat is uiteindelijk het kwaad, dat zich tracht zich ‘zich een goed geweten aan te meten’. Wat ik doe dat is in de regel toch goed? Vrijheid is het toverwoord. Maar vrijheid is geen gemakkelijkheidsoplossing, maar iets waarmee de uitdaging nog maar gesteld is.

Vrijheid zoekt ook naar ankerpunten, een ethiek en leefregels die haar mogelijk maken.Vrijheid zonder maat brengt enkel zelfvernietiging voort en oorlog. Ankerpunten zijn te vinden in de Tien Geboden, het evangelie van Jezus Christus. Dat zijn de richtlijnen die God ons gaf om mensen een leven te laten leiden in vrede, broederschap en eensgezindheid. Deze uitgangspunten, deze ankerpunten voor een maatschappij zullen echte rechtvaardigheid voortbrengen, echte ontwikkeling en vrede. Geloven, leven in afhankelijkheid van de door God gestelde normen, dat is pas vrijheid! Maarten Luther, de Duitse kerkreformator omschreef ‘vrijheid’ zo: Een christenmens is een vrij heer over alle dingen en niemands onderdaan; een christenmens is een dienstbare knecht van alle dingen en ieders onderdaan. Of zoals het in Romeinen 14 vers 17 staat: ‘Het Koninkrijk Gods is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest.’  Ik stel mijn vertrouwen niet op ‘eten en drinken’, op ‘voedsel en kleding’, op ‘zekerheden, die ik in de hand heb’. Ik vertrouw op gerechtigheid, op het recht van en voor de ander die door God aanvaard is. Ik geloof in de keuze voor het recht van de armen, van de verdrukten en van hen die geen helper hebben. Ik vertrouw op vrede, ik kies voor het welzijn van de ander, en van Gods schepping. Mijn blijdschap is dat ik mij samen met de ander verheug in God, in het leven.

Houdt de radicale islam ons in wezen ook niet een beetje een spiegel voor. Zij willen gaan voor een radicale gehoorzaamheid aan hun God, helaas met hun  verwerpelijke uitwassen van terreurdaden. Maar waar gaan wij voor? Een beetje dit, een beetje dat. Steeds maar schipperen en vooral je kop niet boven het maaiveld uitsteken. Of gaan wij ook navolging, maar dan van Christus? Voor échte vrijheid.

Advertenties

5 september 2010: Chinees offert nieuwe SUV aan zeegoden
Een Chinese zakenman heeft zijn splinternieuwe SUV geofferd aan wat hij noemt ‘de Goden van de Zee’. Op die manier wil hij de goden gunstig stemmen zodat ze ervoor zouden zorgen dat het stopt met regenen.

‘Ach ja’ denk je dan, ‘die Aziaten die hebben duidelijk geen periode van de Verlichting gekend waarin toch zonneklaar werd dat de mens oppermachtig is. We dienen de goedgunstigheid van een godheid niet meer meer af te bidden want met onze wetenschap hebben we het aangetoond: God is dood!

Toch?

Totdat ik in onze plaatselijke krant het volgende bericht las:

14 september 2010: Rechtbankpresident stemt rechtvaardige ‘goden’ gunstig
ZWOLLE – Normaal staan de festiviteiten gepland bij het bereiken van het hoogste punt, voor de Zwolse rechtbank was het aanlanden op het diepste punt gisteren reden om een intieme fuif te vieren. Rechtbankpresident Robert Croll maakte van de gelegenheid gebruik om de ‘goden’ gunstig en vooral rechtvaardig te stemmen. Daartoe legt hij een speciale munt op het diepste punt van het gebouw neer. Eenzelfde munt zal op termijn in één van de wanden van het nieuwe gebouw een prominente plek krijgen.

Zo verwordt in Zwolle vrouwe Justitia tot vrouwe Fortuna.
Of moeten we het vervolg van Friedrich Nietzsche ook goed op ons in laten werken, nadat hij heeft gezegd ‘God is dood’
Waarheen beweegt de aarde nu? Ver weg van alle zonnen? Vallen we niet voortdurend om, rugwaarts, zijdelings, voorover, naar alle zijden? Bestaat er nog een boven en onder? Dwalen we niet doorheen een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller?

Vanmorgen viel met een plof het Filosofie Magazine op de deurmat. In het kader van de Maand van de Spiritualiteit die in november van start gaat, wordt het woord gegeven aan Kluun, de schrijver van het essay met als titel God is gek, in het kader van deze maand.  Naar aanleiding van het aforisme van Friedrich Nietzsche – dat tevens fungeert als titel van deze column – reflecteert hij over de positie van christenen in de huidige samenleving. NietzscheFriedrich Nietzsche  (Röcken, 15 oktober 1844 – Weimar, 25 augustus 1900) wordt vaak gezien als ‘vader’ van de God-is-doodtheologie. Ik vind dit echter te kort door de bocht; alsof God zijn tijd heeft gehad en zomaar weggegleden is in de vergetelheid. Nietzsche probeert te verduidelijken dat het de mens is die God heeft gedood. Dit komt tot uitdrukking in het volgende citaat uit Nietzsches De vrolijke wetenschap.

Hebben jullie nog niet van die dolle mens gehoord, die op klaarlichte dag een lantaarn aanstak, de markt op liep en onophoudelijk riep: ‘Ik zoek God! Ik zoek God!’ Doordat er vele mensen samen stonden die niet in God geloofden, wekte dit groot gelach. ‘Is hij soms verloren gelopen gegaan?’ zei de ene. ‘Is hij verdwaald als een kind?’ vroeg de andere. ‘Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Misschien is hij wel geëmigreerd?’ Zo schreeuwden ze door elkaar en vermaakten zich. De dolle man sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. ‘Waar God heen is?’ riep hij, ‘Ik zal het jullie eens zeggen! Wij hebben God vermoord, jullie en ik! Wij zijn allemaal zijn moordenaars! […] Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten er ’s morgens geen lantaarns aangestoken worden? Horen we nog niets van het lawaai van de doodgravers, die God begraven? Ruiken we het goddelijk ontbindingsproces nog niet? Goden ontbinden ook! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!

‘Het is de godsdienst die God verstikt’ ‘Wij hebben God vermoord’; het zijn twee uitspraken die mijns inziens wel dezelfde kant uitwijzen. Om het kort te zeggen: vanaf de Verlichting hebben we als mensen geprobeerd de hele wereld te verklaren en dat waar geen verklaring voor was, wordt vaak als ‘niet bestaand’ van de hand gewezen. Ook God valt voor een aantal mensen in die tweede groep: niet bewijsbaar, dus niet waar. Hoewel een groot aantal Nederlanders gelooft – in een persoonlijke christelijke God of in iets anders – wordt ons door een aantal opiniemakers, de ‘Pauw & Wittemannen’ van deze wereld, voorgehouden dat ‘geloven’ je reinste kolder is en dat dat de algemene opvatting is. Dat geldt zeker voor wat men noemt orthodoxe christenen, deze worden vaak voor ouderwets en dom versleten. Dat zei radiopresentator Govert van Brakel laatst ook in een interview in het Nederlands Dagblad over de uitingen van de NOS over christenen. ‘Het toontje om orthodoxe christenen weg te zetten als belachelijk, is te makkelijk’ zei Van Brakel.

Hier raken we ook meteen aan het tweede citaat ‘de godsdienst heeft God verstikt’.  Dat heeft niet alleen te maken met de rol van de kerk in de geschiedenis, maar ik merk ik mijn omgeving ook dat een aantal mensen zeer allergisch geworden zijn voor dogma’s die op mensen verstikkend overkomen. Dit is volgens mij een uitdaging aan de kerk. Niet zozeer om dogma’s overboord te zetten, maar om die dogma’s ‘bij de tijd’ te brengen. Tevens zal de kerk ook het maatschappelijk debat weer moeten opzoeken, om te laten zien dat het christelijk geloof niet iets wat volkomen buiten de samenleving staat, maar een terzake doende opvatting heeft over zaken die mensen dagelijks bezighouden.

‘Het is koud en donker geworden zonder God’. Ik hoop dat ‘de kerk’  in de komende tijd de warmte en het licht mag laten zien van God als de grond van ons bestaan.

Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.