Juist in de Veertigdagentijd worden christenen opgeroepen zich nadrukkelijker dan anders te bezinnen op hun eigen doen en laten. Deze bezinning staat in het teken van het lijden van Jezus Christus voor ons en onze wereld.

In het verleden werden christenen vaak bekritiseerd op het feit dat zij faalden in het volgen van Jezus in meest donkere en duistere momenten in de wereldgeschiedenis. Hoe zal het handelen van christenen in onze tijd worden beoordeeld door de geschiedenis?  Je kunt aan de hand van de Bijbel vier vragen stellen:

‘Toen ik naakt was, gaven jullie mij kleren. Toen ik ziek was, zochten jullie mij op. Toen ik gevangen was, kwamen jullie naar mij toe.Elke keer dat jullie iets goeds deden voor één van de gelovigen die hier naast mij staan, deed je iets goeds voor mij.’ Matteüs 25:36, 40

‘Dit is wat de Heer zegt: “Houd je aan mijn regels. Spreek eerlijk recht. Behandel iedereen goed en rechtvaardig. Maak geen misbruik van mensen zonder macht, maar bescherm hen tegen hun onderdrukkers. Gebruik geen geweld tegen vreemdelingen, tegen weduwen, of tegen kinderen zonder vader. En vermoord geen onschuldige mensen.”‘ Jeremia 22:3

Kunnen wij als volgers van Jezus Christus deze opdracht klakkeloos naast ons neer leggen omdat onze eigen financiële zekerheid, ons eigen comfort, onze nationale en politieke stabiliteit  misschien op het spel staan? Volgens mij is Gods Woord hierover uitermate duidelijk. Toch zijn er christenen die buitengewoon passief blijven en soms zelfs enorm agressief als het gaat om mensen die aan hun ‘gespreide bedjes’ komen.

‘Maar als je sommige mensen beter behandelt dan andere mensen, doe je het verkeerd. Dan is het duidelijk dat je je niet aan Gods wet houdt.’ Jakobus 2:9

‘Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis.’ 1 Johannes 2:9

Hoe kunnen christenen schijnbaar kritiekloos voorbijgaan aan mensen die worden gediscrimineerd of door overheden stelselmatig worden misbruikt? Er worden talloze mensen achtergesteld op basis van hun afkomst, hun religie of hun geslacht. En wat hebben wij gedaan? Hebben wij deze praktijken publiekelijk veroordeeld? Hoe kunnen mensen die een God dienen die gestorven is voor de hele mensheid, wegkijken als er in naam van ons wordt gemoord en onderscheid wordt gemaakt tussen mensen?

‘Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen.Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken. ‘ 1 Petrus 2:11-12

Geloven we in Gods voorzienigheid of blijven we bezig om vrienden te maken met de onrechtvaardige Mammon? Proberen we koste wat het kost onze eigen rijkdom veilig te stellen en te vermeerderen?

Laten we juist in deze tijd ons er zelf op bezinnen hoe de geschiedenis en vooral hoe God ons handelen zal beoordelen. Dat Gods Naam mag worden grootgemaakt vanwege onze acties! Eén ding is zeker: er is hoop voor onze wereld omdat Jezus leeft! Dat de heilige Geest ons kracht mag geven om een verschil te maken!

Romeinen 12,10

 

Zo in de donkere tijd aan het einde van jaar is een mens snel geneigd melancholisch te worden. Achteromkijken naar het afgelopen jaar: alles wat je overkomen is aan goede en minder goede zaken. Eén van de conclusies kan dan zijn: vroeger was alles beter: meer solidariteit, betere werkomstandigheden, gelukkiger en minder problemen. Ach ja, in de tijd van onze grootmoeders was het leven niet zo jachtig, alles ging meer in harmonie, men had meer tijd… voor alles.

Maar als paus Franciscus het Europees Parlement Europa vergelijkt met het beeld van een oude afgetobde oma uit wie alle levenslust verdwenen is kantelt het beeld zoals hierboven geschetst radicaal. paus Europees ParlementAanstaande zondag begint voor christenen de Adventstijd. Tijd van bezinning, beschouwing en het je voorbereiden op het aanstaande Kerstfeest. Kerstfeest: het feest van de geboorte van Jezus Christus; herinnering voor mensen dat God zijn verbond en zijn beloften van heil aan mensen niet vergeten is. Een nieuwe wereld is begonnen. Een wereld waarin gerechtigheid en vrede zullen regeren. En wij worden opgeroepen daar aan te werken. Maar voor Europa lijken (nog) steeds andere dingen belangrijker: technocratie en bureaucratie. Een wereld waarin mensenlevens worden uitgedrukt in geld en ‘economisch instrument’. De paus wijst de parlementariërs, en dus ook ons, om mensen hun ‘transcendente waardigheid’ weer terug te geven. Want ‘wie God vergeet en Hem niet de eer geeft, schept een voedingsbodem voor onrecht en geweld. Europa dreigt haar ziel te verliezen wanneer zij hiervoor geen oog heeft.

Het zijn woorden van de paus. Laten wij allen, als christenen  in deze Adventstijd ons ook bezinnen op deze waarschuwing. Want wij zijn allen inwoners van Europa. Wij vormen Europa.

Kortgeleden kreeg de preses van de Protestantse Kerk, ds. Van den Broeke, emmers vol kritiek over zich heen, omdat ze het waagde om koning Willem Alexander (belijdend christen) erop te wijzen dat hij in zijn publieke uitingen geen gewag maakt van zijn geloof in God. ‘Hoe ze het toch durfde’ was de mening van velen ‘geloof is immers iets privé, dat op z’n best achter de voordeur mag worden beleden en dus geen plaats heeft in het publieke domein’. Ik hoorde ik deze kritiek tot mijn verbazing ook van medechristenen ‘zoiets zeg je toch niet en helemaal niet in deze tijd waarin een IS (Islamitische Staat) met een beroep op een religie vreselijke terreurdaden begaat. Alsof wij en masse, christenen incluis, zijn gaan geloven in de verbeeldde werkelijkheid dat de mensheid zich verder heeft ontwikkeld tot een samenleving waar God geen plaats meer heeft, hooguit als folkloristische hobby die een kleiner wordend groepje mensen mag blijven beoefenen als andere mensen er maar geen last van hebben. Onze seculiere maatschappij, met praktisch atheïsme is gebaseerd op een seculiere moraal. Deze moraal bepleit het individuele geweten, de mens als hoogste maat der dingen en gaat voorbij aan God en Jezus Christus. Deze maatschappij waarin we alleen maar kunnen vertrouwen op eigen kracht, op eigen daden en waarin wij ons leven helemaal zelf kunnen en moeten vormgeven. God is weggeschreven uit de geschiedenis en zijn volgelingen ‘ach, de stumpers’.

Onze maatschappij gebaseerd op een christelijk-(modern)humanistische grondslag. ‘Wij hebben God vermoord, jullie en ik!’ liet Friedrich Nietzsche zijn dolle man zeggen in de vrolijke wetenschap ‘Wij zijn allemaal zijn moordenaars!‘. Maar meteen kwam hij ook met een analyse van die maatschappij zonder God ‘Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten er ‘s morgens geen lantaarns aangestoken worden?’ Onze samenleving is er een zonder ziel, zonder hoop. We zijn vrij, we zijn onze eigen meester… maar wat heeft ons dat opgeleverd? Ongelovigen geloven het ongelooflijksteWe zijn bang als mensen onze leefwijze afwijzen,als zij ons ongebreidelde ‘vrijheden’ veroordelen.

Vrijheid; de Duitse filosoof Rüdiger Safranski schreef hierover een belangwekkend boek:  Het kwaad of het drama van de vrijheid. In dit boek beschrijft Safranski – nadat hij allerlei filosofen heeft behandeld – de mens die leegte en chaos ervaart wanneer geen god of levensbeschouwing hem de weg wijst. Men dacht dat de mens vanwege het feit dat hij redelijk is op een normale wijze kan samenleven met de ander. Zolang ieder zich maar houdt aan de basisspelregels. Zolang de redelijkheid bewaard wordt, blijft ook het samenlevingssysteem overeind. Maar de redelijkheid weet niet iedereen meer te boeien. Het onredelijke, het kwaad blijkt diep in de mens verborgen te zitten. Het jezelf als middelpunt van het universum te wanen. Dat is uiteindelijk het kwaad, dat zich tracht zich ‘zich een goed geweten aan te meten’. Wat ik doe dat is in de regel toch goed? Vrijheid is het toverwoord. Maar vrijheid is geen gemakkelijkheidsoplossing, maar iets waarmee de uitdaging nog maar gesteld is.

Vrijheid zoekt ook naar ankerpunten, een ethiek en leefregels die haar mogelijk maken.Vrijheid zonder maat brengt enkel zelfvernietiging voort en oorlog. Ankerpunten zijn te vinden in de Tien Geboden, het evangelie van Jezus Christus. Dat zijn de richtlijnen die God ons gaf om mensen een leven te laten leiden in vrede, broederschap en eensgezindheid. Deze uitgangspunten, deze ankerpunten voor een maatschappij zullen echte rechtvaardigheid voortbrengen, echte ontwikkeling en vrede. Geloven, leven in afhankelijkheid van de door God gestelde normen, dat is pas vrijheid! Maarten Luther, de Duitse kerkreformator omschreef ‘vrijheid’ zo: Een christenmens is een vrij heer over alle dingen en niemands onderdaan; een christenmens is een dienstbare knecht van alle dingen en ieders onderdaan. Of zoals het in Romeinen 14 vers 17 staat: ‘Het Koninkrijk Gods is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest.’  Ik stel mijn vertrouwen niet op ‘eten en drinken’, op ‘voedsel en kleding’, op ‘zekerheden, die ik in de hand heb’. Ik vertrouw op gerechtigheid, op het recht van en voor de ander die door God aanvaard is. Ik geloof in de keuze voor het recht van de armen, van de verdrukten en van hen die geen helper hebben. Ik vertrouw op vrede, ik kies voor het welzijn van de ander, en van Gods schepping. Mijn blijdschap is dat ik mij samen met de ander verheug in God, in het leven.

Houdt de radicale islam ons in wezen ook niet een beetje een spiegel voor. Zij willen gaan voor een radicale gehoorzaamheid aan hun God, helaas met hun  verwerpelijke uitwassen van terreurdaden. Maar waar gaan wij voor? Een beetje dit, een beetje dat. Steeds maar schipperen en vooral je kop niet boven het maaiveld uitsteken. Of gaan wij ook navolging, maar dan van Christus? Voor échte vrijheid.

Vanwege al het nieuws over de MH 17, de oorlogen in het Midden-Oosten en Irak en het ebola-virus in Afrika is het een volgende nieuws in de media een beetje ondergesneeuwd. Namelijk het nieuws dat een Australisch echtpaar een tweeling liet verwekken bij een Aziatische draagmoeder. De draagmoeder deed dat voor een financiële wederdienst. Maar wat wil het geval: het ene kind van de tweeling is ‘gezond’ terwijl het andere deel van de tweeling verstandelijk gehandicapt is. De Australiërs kozen ervoor het ‘gezonde’ kind mee te nemen en het gehandicapte kind achter te laten bij de draagmoeder. De hele wereld viel over hun gedrag, en terecht…

maar mijn punt is: hoe kan een meerderheid van de mensen deze methode van handelen afwijzen, terwijl men wel van de mogelijkheid gebruikmaakt van een medische handeling om te kijken of een baby ‘gezond’ is er  vervolgens voor kan kiezen, wanneer dit niet zo blijkt te zijn (of althans de kans op een ‘niet gezonde’ baby groot is),om de zwangerschap te laten  afbreken? Is het niet de beeldcultuur die het maakt dat wat je ziet ineens ‘levend’ wordt en dat volgens bepaalde wetenschappelijke aannames er wordt gezegd dat het afbreken in een bepaald stadium van zwangerschap niet betekent dat je een levend wezen doodt. Wat je niet werkelijk ziet is er ook niet…

what about my rights - baby

Het is toch altijd weer een typische Nederlandse reflex: KOOPMAN zijn. Maar jammer genoeg steeds minder in combinatie met dominee. Laatst schreef ik over de Olympische Spelen in Sotsji. Hoewel er een aanzienlijk deel van de  buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders verstek liet gaan vanwege de barre toestand van de homo- en andere rechten in gastland Rusland, ging Nederland met een extreem zware delegatie naar de Spelen. ‘Zo kunnen we de dialoog open houden’ werd ons voorgehouden. Ja, Ja, zit er toevallig ook niet achter dat we de grote Russische tsaar Vladimir Poetin niet voor het hoofd willen stoten en misschien op den duur een contractje hier en daar mis zullen lopen. En o,wat waren wij trouwens verguld met het feit dat de Russische beer himself het Holland H***kenhuis kwam inspecteren, Wüst knuffelde en lovende woorden over de feestende Nederlanders rondstrooide? Gelukkig was de gedachte van ‘de dialoog openhouden’ niet meer belangrijk toen de paralympische sporters naar Rusland afreisden om hun sportieve prestaties te tonen.
koopman boven domineeKort daarop werd de Chinese president met alle pracht en praal binnengehaald toen hij Nederland aandeed ter gelegenheid van de Nuclear Security Summit. En gelukkig werd de beste man keurig afgeschermd van de protesten die werden gehouden door onder andere Amnesty International vanwege de erbarmelijke situatie van de bevolking in Tibet. U weet wel Tibet, het land dat China jaren geleden annexeerde, net zoals Rusland dat nu doet met de Krim. Maar daarover moeten we niet zeuren,dat is jaren gelden gebeurd, dat waren andere tijden, toch? Dat moeten we laten rusten, business is business.  Om met een analogie naar een vaak gehoorde uitspraak rond de Olympische Spelen ‘sport is sport…’ te zeggen:  zaken zijn zaken en mensenrechten zijn mensenrechten, en die twee moet je strikt gescheiden houden… toch??

Nederland seculariseert. Dat zie je niet alleen maar af aan de lege kerkbanken, kerken worden verkocht, maar dat zie je helaas ook aan de uitverkoop van principieel ethische principes. De koopman wint het steeds meer van de dominee.

Soms, heel soms heb je verwachting dat Pauw en Witteman een journalistiek programma is, waarbij iedereen even serieus wordt genomen. Zo keek ik afgelopen dinsdag ook hoopvol naar het programma waarin SGP-voorman Kees van der Staaij de degens zou kruisen met Gerard Spong en Goedele Liekens over de reclame voor Second Love, een initiatief waarbij mensen worden aangemoedigd om ‘vreemd te gaan’. Eigenlijk zou zo’n reclame volgens hem moeten worden voorzien van een waarschuwing: ‘Let op. Vreemdgaan dupeert kinderen.’ Helaas bleek mijn hoop vals te zijn toen ik merkte dat Van der Staaij keer op keer met non-argumenten van de kant van zijn opponenten te maken kreeg, de hele tafel zich allengs tegen hem keerde en de beide presentatoren het debat totaal niet leidden. Iedereen begon tegelijkertijd door elkaar heen  in te hakken op Van der Staaij. Pauw en WittemanHoewel Van der Staaij aan het begin van het debat al meteen stelde dat hij steun kreeg tegen de reclame van Second Love, niet alleen uit zijn eigen achterban, maar van een heel gemêleerd publiek en dat een belangrijk deel van de Nederlanders het ook niet kies vond om reclame te maken voor huwelijkse ontrouw en overspel,  werd dit door Liekens en Spong afgedaan als christelijke zedenmeesterij. Immers, alles moet toch kunnen? Hoewel hij uiterlijk heel kalm bleef tegen alle aantijgingen die niet ter zake deden, moet Van er Staaij vanbinnen hebben gekookt van woede over zoveel ongenuanceerdheid, rabiaat antigodsdienstige onzin die hier over de tafel ging zijn richting.  Hij maakt zich, mijns inziens,  terecht zorgen maakt over de reclame voor Second Love. Ik vraag me af: wat zou de reactie zijn geweest van het tweetal als in plaats van Van der Staaij van het SGP er iemand had gezeten van GroenLinks of de SP, die ook zomaar stelling hadden kunnen nemen tegen deze reclamecampagne vanuit een algemener ethisch standpunt? Had Liekens dan ook nog, volledig buiten de stelling om, de discussie hebben beëindigd met het voorstel om ook de Bijbel te voorzien van een waarschuwingssticker; immers, de Bijbel ‘heeft ook zoveel verkeerds aangericht’. Inmiddels ben ik tot de conclusie gekomen dat ik weer naar een prachtig staaltje ‘christenbashen’ heb zitten kijken. Het maakt niet uit wat de christen ter discussie stelt, we vallen hem alleen maar aan op zijn christen-zijn. Een leuk gezelschapsspel!

Nu kun je je afvragen waarom Kees van der Staaij bij Pauw en Witteman over dit onderwerp de degens wilde kruisen met Goedele Liekens en Gerard Spong? Hij kon toch op zijn tien vingers natellen dat hij belachelijk zou worden gemaakt en dat de combinatie van het onderwerp met de SGP zou worden aangegrepen om alle christenen als wereldvreemde zedenmeesters weg te zetten? Ik moest bij deze discussie denken aan de profeet Amos. Amos moet spreken, roepen in de straten en op de pleinen… Hij mocht, hij kon niet zwijgen. Er gebeuren dingen om hem heen die vreselijk fout zijn. God zelf wil dat hij spreekt. Eigenlijk was Amos, die van huis uit schaapsherder was, het liefste bij zijn schapen gebleven, maar steeds vaker komt er die onrust in zijn lijf. Hij moest de wereld laten horen dat de mensen verkeerde dingen aan het doen zijn. Ja, het liefst had hij het allemaal niet gezegd, het zou hem duur komen te staan, hij zou  voor schut worden gezet, maar hij kon niet anders dan de mensen waarschuwen!

Zo vergelijk ik Van der Staaij met Amos. Profeteren, waarschuwen op de straten en de pleinen. Niet achter gesloten deuren dit soort zaken afkeuren, maar voor het volle publiek. Ook al oogst je veel afkeuring en word je voor ‘gristengekkie’ versleten.

 

Het asiel- en uitzettingsbeleid van de overheid blijft veel Nederlanders bezighouden. Vooral wanneer uitgezetten of uit te zetten personen een gezicht krijgen volgt een golf van medelijden. Te denken valt aan de kortgeleden uitgezonden documentaireserie ‘Uitgezet’ over over het lot van uitgezette asielkinderen en het afschuwelijke verhaal van Renata, ht Georgische meisje dat is uitgezet naar Polen terwijl ze lijdt aan leukemie. Organisaties die de belangen behartigen van asielzoekers gebruiken dit soort verhalen om de asielprocedure in Nederland aan de kaak te stellen.

Even weggeredeneerd van deze concrete gevallen lijkt het me goed om eens vanuit de ethiek het vluchtelingenbeleid tegen het licht te houden. Hierover gaat deze column.

Formeel kunnen volgens de conventie van Genève van 1951 en het bijhorend protocol van 1967 mensen pas als vluchteling worden erkend als ze kunnen aantonen dat ze individueel vervolgd worden door de overheid van hun land wegens hun ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of omdat ze tot een bepaalde sociale groep behoren. Deze conventie en/of het protocol zijn door 145 landen ondertekend en leveren de meest gebruikte criteria op om iemand als vluchteling te erkennen. Natuurlijk is het duidelijk dat er heel wat andere situaties zijn te bedenken waarin de menselijke waardigheid in het geding is en bescherming verdient. Zo kan ook vervolging door niet-gouvernementele organisaties of door ‘tradities’ (vrouwen die op de vlucht zijn voor vrouwenbesnijdenis, bijvoorbeeld) een reden zijn voor een vluchteling.Mensen kunnen echter ook op de vlucht zijn voor ecologische factoren, burgeroorlogen, overbevolking en armoede. Momenteel is het echter wel zo dat mensen die armoede, werkloosheid en andere sociaal-economische factoren ontvluchten niet in aanmerking kunnen komen voor bescherming hoewel het voor een ieder overduidelijk zal zijn dat bijvoorbeeld armoede de menselijke waardigheid schendt. De vraag is echter of hieraan tegemoet gekomen moet worden via een asielbeleid,goed wetende dat de meest hulpbehoevenden hier toch nooit kunnen geraken.
Wie de menselijke waardigheid van de armsten wil beschermen, kan dat beter op een andere manier doen. Bovendien is het bijzonder moeilijk criteria op te stellen vanaf wanneer mensen als ‘economisch vluchteling’ erkend zouden kunnen worden. Is werkloosheid voldoende of moet men kunnen aantonen dat men het gezin niet meer kan onderhouden en de kinderen honger lijden?
Nogmaals: ik herhaal de doelstelling van het vluchtelingenbeleid in het algemeen: het vluchtelingenbeleid moet erop gericht zijn zoveel mogelijk mensen op te vangen die onvrijwillig hun have en goed hebben moeten verlaten, en effectief bescherming nodig hebben.
wat moeten we dan doen met de middelen die ons ter beschikking staan? Moeten we zoveel mogelijk asielzoekers hier opvangen of moeten we die middelen zo veel mogelijk inzetten voor het creëren van oplossingen in de landen van herkomst van de vluchteling?
Moetn we hen die in ons land asiel aanvragen in het beste geval terugsturen met een terugkeerpremie, of als ze lang genoeg illegaal onderduiken een verblijfstatus geven? Dit is in zekere zin ‘onrechtvaardig’ ten aanzien van de potentiële vluchteling die nooit tot hier is gekomen, of nooit heeft
willen komen.
Het lijkt er sterk op dat, zoals de realiteit nu is, onze verdeling van middelen eigenlijk onrechtvaardig is.
Hier botst het ethisch perspectief van de rechtvaardigheid met het perspectief van het medelijden.
Puur op basis van abstracte rechtvaardigheidsprincipes zullen we vooral moeten investeren in de opvang, vredesprogramma’s, heropbouwprogramma’s
in de landen en regio’s van herkomst.
Maar op basis van de ethiek van het medelijden moet de aandacht vooral gaan naar de concrete mens die zich in onze onmiddellijke omgeving bevindt en
waarvoor we onszelf gemakkelijker verantwoordelijk achten. dubbele moraalEn juist op dat gebied beweegt zich ons gevoel: in de sfeer van de ethiek van het medelijden. Want, o ja, veel mensen zijn voorstander van een streng maar rechtvaardig asielbeleid, maar o wee wanneer een vriendinnetje of
een leerling uit de school wordt teruggestuurd, dan worden er plots door diezelfde mensen solidariteitsacties georganiseerd, brieven geschreven enzovoort.
Anders gezegd: in de ethiek van het medelijden maakt men zich drukker om mensen die terecht worden uitgewezen maar van wie we vinden dat zij ‘om humanitaire redenen’ toch hier zouden mogen blijven terwijl men in de ethiek van de rechtvaardigheid zich druk maakt over elke euro die hier overbodig wordt besteed aan mensen die asiel aanvragen, maar geen kans maken om ooit erkend te worden. Die middelen, zo vindt men dan, zouden kunnen worden aangewend om een vluchtelingenbeleid op wereldschaal beter gestalte te geven. Of nog, vanuit het perspectief van het medelijden is het de bedoeling de mensen die zich hier aandienen zoveel en zo goed mogelijk te helpen.
Vanuit het perspectief van de rechtvaardigheid daarentegen is het niet de bedoeling om hier zoveel mogelijk mensen toe te laten, maar stelt men zich de vraag hoe we de middelen rechtvaardig kunnen besteden om het vluchtelingenbeleid te optimaliseren.

Zeker, zo’n abstracte rechtvaardigheidsethiek is niet ‘menselijk’. Wie het individuele en maatschappelijke leven enkel en alleen zou inrichten op basis van rechtvaardigheidscriteria,die heeft geen leven meer. Anderzijds schiet ook het perspectief van het medelijden tekort. Het medelijden is een essentieel onderdeel (startpunt)van de ethiek, maar de ethiek moet het medelijden verbreden, uitdiepen, rationaliseren en generaliseren. Mensen moeten als morele wezens de onderbuikgevoelens met de meer abstracte principes van het verstand confronteren en omgekeerd.
Het gaat dus om een combinatie: we kunnen het niet maken iemands asielaanvraag te weigeren omdat we al ons geld willen steken in buitenlandse projecten – nog los van de argwaan over het feit of dat inderdaad wel zou gebeuren.
Anderzijds kunnen we het ook niet maken in ons vluchtelingenbeleid enkel rekening te houden met de mensen die naar hier komen om bescherming en
medeleven te vragen en het breder perspectief buiten beschouwing te laten. Maar om deze twee denkwijzes te combineren blijft een erg lastige klus.

We moeten nu echter wel de volgende afweging maken: ofwel is het een nobele doelstelling om de asielprocedure zuiver te houden, op straffe van meer illegale migratie; ofwel willen we de illegale migratie uitbannen door meer asielzoekers tot de procedure toe te laten – ook al hoort men er eigenlijk
niet in thuis. Volgens mij is alleen de eerste optie verdedigbaar.
De bedoeling van de asielprocedure is nog steeds dat de vluchteling bescherming kan worden geboden, niet dat die procedure een aanmeldcentrum wordt voor mensen die hier een tijdje willen verblijven om welke (begrijpelijke) reden dan ook.

Spartaan of Samaritaan? Mijns inziens moeten we dus zowel het een als het ander zijn. Spartaan, naar Sparta wier inwoners – zo wil de overlevering – hun kinderen met harde hand en discipline opvoedden, zowel als Samaritaan, naar de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan uit de Bijbel die een onbekende in elkaar geslagen man verzorgde.
Wat duidelijk is dat in de discussie over asiel-, vluchtelingen- en migratiebeleid met regelmaat moreel geladen termen opduiken. Toch moeten we vaststellen dat een echte ethische discussie over de kern van de zaak weinig wordt gevoerd. Meestal trekt men zich terug in het eigen gelijk en de vooroordelen ten aanzien van de tegenspeler.

Ten slotte: is in deze discussie ook nog een taak weggelegd voor de kerk? Volgens mij moet de kerk hierbij haar taak zoals zij die vanouds heeft oppakken, namelijk door een luis in de pels te zijn. Een poging hiertoe deed de Protestantse Kerk in haar communiqué:

‘Wat te doen met uitgeprocedeerde asielzoekers? Ze moeten terug. Maar ze gaan niet allemaal terug. Waarom niet? Sommigen omdat ze bang zijn terug te keren. Anderen omdat ze niet terug kunnen. Weer anderen kunnen wel terug maar willen gewoon in Nederland blijven. Iedereen heeft een eigen verhaal. Van de een klopt het verhaal, van de ander niet.
Net als onder alle groepen zitten er onder asielzoekers goedwillenden en kwaadwillenden. Maar hoe dan ook: ze zijn (nog) in Nederland. De Protestantse Kerk vindt, dat er daarom een zorgplicht is van de overheid voor deze mensen. Klinkeren’, ze op de straat terecht laten komen zonder zorg, is niet goed. Op de straat leven is een slecht leven. Het kan zelfs je dood betekenen. Het is ook niet goed voor de samenleving.
De overheid vindt dat ze geen zorgplicht heeft ten opzichte van hen die illegaal zijn. Om die reden heeft de Protestantse Kerk, via de Europese Raad van Kerken een klacht ingediend bij de Europese Commissie van sociale rechten. Op 1 juli besloot deze commissie dat de klacht ontvankelijk is. Hier is op de website melding van gemaakt. De klacht zal dus in behandeling worden genomen. Wat is de inzet? Dat uitgeprocedeerde asielzoekers recht houden op voedsel, kleding en onderdak. Volgens de Protestantse Kerk heeft ieder dat recht. Volgens de regering alleen zij die hier legaal verblijven. Wat de uitslag is, weten we niet. Het is wel goed nieuws dat de klacht grond genoeg heeft in het Europese recht om serieus genomen te worden.
Waarom vindt de Protestantse Kerk dat de overheid een zorgplicht heeft? In de eerste plaats omdat ook uitgeprocedeerde asielzoekers mensen zijn, die het recht hebben op leven. Laat het zo zijn dat ze hier ten onrechte nog zijn, ook dan laat je mensen niet de noodzakelijke middelen van bestaan ontberen.
In de tweede plaats omdat het hier gaat om mensen die vaak een traumatisch verleden hebben. Ongedocumenteerd op straat komen, voegt nieuwe trauma toe. In de derde plaats, omdat nu wel gebleken is dat niet terug willen heel verschillende redenen heeft. Natuurlijk zitten er kwaadwillenden onder de asielzoekers, maar moeten de goedwillenden daaronder lijden? Is het niet beter de zon te laten opgaan over goeden en kwaden? In de vierde plaats is de uiteindelijke kans op terugkeer groter wanneer er een voortdurende zorgplicht van de overheid is. Anders verdwijnen mensen en keren ze in ieder geval nooit terug.
Terugkeer is vaak het enige wat er op zit. Daar gaat de Protestantse Kerk niet dwars voor liggen. Integendeel. Er zijn zogenaamde transitiehuizen, waar de kerk initiatiefnemer van is. Het gaat dan wel om terugkeer met perspectief. Perspectief op veiligheid, maar ook op de mogelijkheid in het levensonderhoud te voorzien.

De kerk keert zich niet tegen overheden. De kerk gaat ook niet op de stoel van de overheid zitten. De kerk gaat ook niet over de vraag wie wel of niet een status krijgen. Maar de kerk dient wel op te komen voor mensen in de marge. De beschaving wordt afgemeten aan de vraag hoe om wordt gegaan met de wees, de weduwe en de vreemdeling, zo leren we uit de Bijbel. De menselijkheid staat op het spel. Dan kan de kerk niet zwijgen. Dan moet ze spreken, in Gods naam. Desnoods door een klacht.’

Wat mij betreft een stap(je) in de goede richting. Nu nog meer en weer het instituut ‘kerkasiel’ weer afstoffen…