Nederland, fietsland. Zo staat ons land bekend in het buitenland. En over fietsen zijn al heel wat liedjes geschreven. De Drentse formatie Skik zong het in 1997 zo:

‘wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage ‘k
heb de banden vol met wind
nee ik heb ja niks te klagen
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage
‘k zol haost zeggen, jao het mag wel zo’

En in één van coupletten zingen ze dan:skik op fietse

‘trap de fietse deur ’t buulzand hen
op ’n zandpad langs de Duutse grens
ik denk da’k dalijk even kieken gao in’t buutenland’

En als je dan zo’n stuk gefietst hebt, dan kan het zo maar gebeuren dat je een sanitaire stop moet maken, zeg maar: naar het toilet moet. Dan is maar goed dat je in Duitsland bent want de Evangelische Kirche Deutschland (EKD), een verzameling van een aantal protestantse kerken in Duitsland, heeft een heel aardig initiatief gestart. Bij onze oosterburen heeft  namelijk het netwerk ‘Kirche in Freizeit und Tourismus’van de EKD zogenaamde Radwegekirchen (‘fietskerken’) gepromoot. Deze kerken worden door de plaatselijke gemeente opengesteld voor bezichtiging, voor het bezoek van toiletten, even tot rust komen en je kunt er weer verder op weg worden geholpen.

Volgens mij een prachtig initiatief waarbij kerken hun functie ook doordeweeks kunnen uitbuiten. Ik zie het in Nederland gebeuren: via fietsknooppunten wordt je de weg gewezen naar een plaatselijke kerk waar je even je natje en je droogje kunt gebruiken, waar je even kunt relaxen en meer informatie krijgt. En ook een plaats waar je ondersteuning kunt krijgen (in de breedste zin van het woord) als je daar om verlegen zit.

De kerk middenin de samenleving op een heel basale wijze, maar op een manier waarvoor een kerk echt bedoeld is: richtingaanwijzer, wegwijzer en vluchtheuvel.

Advertenties

Al rondstruinend op het wereldwijde web kreeg ik een post onder ogen met de titel Het manifest. Het blijkt een soort  ‘open brief’  te zijn aan de synode van de Protestantse Kerk in Nederland. Dit manifest is opgesteld door een aantal jonge theologen dat net afgestudeerd is aan de PThU (de universiteit die onder meer opleidt  tot predikant binnen de PKN) en graag dominee wil worden. Zij constateren dat de leeftijdscategorie 20-35 jaar zich niet aangesproken weet door de prediking. Een kerk die vaak de antwoorden geeft op vragen die niet meer worden gesteld en dus geen mensen meer de kerk in trekt . Schertsend wordt deze jonge generatie predikanten dan ook verstaan gegeven dat zij het licht maar uit moeten doen, omdat de kerk alleen nog maar een ‘uitvaartcentrum’ is waar niets meer bij komt, alleen maar af gaat.

Maar daar past deze generatie voor. Zij is opgegroeid met dezelfde vragen en zoektocht waarmee hun generatiegenoten zijn groot geworden. En  zij menen dat zij deze mensen nog wel het een en ander te vertellen heeft en dat goed voor het voetlicht kan brengen.

Zij voelt zich echter gedwarsboomd door een universitair instituut dat predikanten opleidt die 20 jaar geleden keurig op hun plaats zouden zijn. En ook het kerkelijk instituut  ontbeert  een heldere boodschap, straalt geen identiteit uit. Helaas zien zij voornamelijk schroom en valse bescheidenheid  ten aanzien van het spreken over God en wat geloof persoonlijk voor de mensen betekent, Dit als reactie op het al te dwingend spreken van de kerk. De nieuwe generatie predikanten spreekt de hoop uit dat zij mogelijkheden krijgt binnen de heersende kerkelijke cultuur nieuwe wegen in te slaan om mensen weer enthousiast te krijgen Ze verlangen hiervoor coaching van mensen die niet bang zijn voor verandering (ook van kerk en ambt).

‘Where your talent and the needs of the world cross, there lies your vocation’ stond boven het manifest. Vrij vertaald betekent het dat je roeping daar ligt waar jouw talent en de nood van de wereld elkaar kruizen. Deze theologen zijn oprecht op zoek naar een ‘doorstart’ [reveil?]) van de kerk waar die de aansluiting bij de mensen van deze  lijkt te zijn verloren. Ze willen gaan vissen, maar missen het juiste net, de goede hengel. Natuurlijk, er zit heel wat overenthousiasme bij dat misschien bijgesteld moet worden, dat onderkennen ze zelf ook, maar ze willen hun talent vruchtbaar maken in deze wereld. Dat vind ik een groot goed.

Zondag aanstaande zal ik de tekst bepreken uit Marcus 6,6b-13. Daar zend Jezus zijn discipelen uit en zegt hun bijna niets mee te nemen. Dit doet hij mijns inziens om juist de noodzaak van het verbinden, in contact en gesprek treden met mensen duidelijk te maken. Er wordt niets gezegd over bepaalde vaststaande vormen van prediking en kerk zijn. Verbind je met mensen in hun wereld en met hun gebruiken, dat is het adagium.

´Go fish´ zo heet het blog waar het manifest op verschenen is. ´Ga, wees vissers van mensen´ zegt Jezus. Kom in beweging en wees een manifest, een zichtbaar,  christen in deze wereld

31 oktober. Hervormingsdag. Deze dag staat in het teken van Maarten Luther die op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen tegen situaties in de Rooms-katholieke Kerk zou hebben gepubliceerd. Hij wilde de kerk het liefst van binnenuit hervormen om zo weer een geloofwaardig instituut te worden voor de wereld en voor de gelovigen. ‘Ecclesia Reformata Semper Reformanda’ is een Latijnse spreuk die zoveel betekent als ‘de reformatorische kerk moet zich steeds weer reformeren’. Helaas is dit adagium door de jaren heen een vrijbrief geworden om als kerken zich steeds weer te splitsen. Ik vraag me af of de essentie van dit adagium niet slaat op de beweging dat een zich steeds weer reformerende kerk juist een kritisch oog moet houden op de ontwikkelingen in de wereld waarin zijn zelf staan.

Of is de kerk te gemarginaliseerd om een kritische massa te vormen om ontwikkelingen en bewegingen in een maatschappij bij te sturen, of moeten de kerken het estafettestokje doorgeven aan seculiere beweging zoals de Occupy-beweging. Ik denk het niet!

‘Ecclesia Reformata Semper Reformanda’ Hervormingsdag 2011. Een zichzelf respecterende kerk moet niet bang zijn om bepaalde vaste vormen los te laten en zo weer een geloofwaardige gemeenschap te vormen waardoor zij weer een zoutend zout en een lichtend licht kan zijn. Blijf hervormen!

Het omvallen van een grote boom maakt meer herrie dan het groeien van een heel bos

Aan bovenstaand citaat moest ik denken toen ik de kop Religies ten dode opgeschreven in Nederland in de landelijke media  las.

Wat was het geval? De Britse omroep BBC  meldde dat op basis van onderzoek, dat is gepresenteerd tijdens een wetenschappelijk congres in de Amerikaanse stad Dallas, een team van wetenschappers heeft aangetoond dat de religie in een aantal landen ten dode opgeschreven is. Het team had daarvoor een aantal bevolkingsregisters (van Nederland, Ierland, Tsjechië, Finland, Zwitserland, Oostenrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland) met elkaar vergeleken. Op basis van de uitkomsten namelijk dat steeds minder mensen zich ‘ingeschreven als lid van een geloofsgemeenschap’ rekenden kwamen ze tot deze conclusie. De wetenschappers zien hierin een trend die ze ook nog konden ondersteunen door wiskundige berekeningen.

Gefundenes fressen voor de moderne Verlichte mensch: Als iets ondersteund wordt met gewichtige wiskundige berekeningen, extrapolaties is men is meteen om. Immers, cijfers zijn de waarheid! Het hosanna-geroep was niet van de lucht. De atheïstische morgenstond was eindelijk aanstaande! Geloven doe je toch niet in een boek vol verhalen, nee, geloven doe je op basis van manipuleerbare cijfers en definities…

Manipuleerbaar, ja zeker! Mensen in negen landen rekenen zich steeds minder behorend tot een geloofsgemeenschap en de conclusie is dan dat religie in deze landen ten dode opgeschreven is. Maar zo is het niet!!

Dat huidige religieuze instituten scheuren laten zien dat zal niemand ontkennen, dat deze boom het misschien heel zwaar zal krijgen, dat staat buiten kijf. Maar als je heel goed kijkt en luistert zie je het groeien van een heel jong bos, die je misschien nog niet kunt specificeren tot een geloofsgemeenschap.

Wat dat betekent? Vol vertrouwen en hoop vooruit kijken, de hand aan de ploeg! Niet naar achteren kijken wat voorbij is, anders krijg je slechte voren, maar gelovend vooruit kijken.

Binnenkort mogen we ook dat weer herdenken: ooit begon de kerk met een heel klein clubje dat met elkaar het brood deelde en de wijn dronk…

In de State of the Union (zeg maar: de jaarlijkse troonrede van de president van de Verenigde Staten van Amerika) had Barack Obama het dit jaar over het Spoetnikmoment. Amerika heeft weer zo’n moment nodig. Obama refereerde aan de tijd na de Tweede Wereldoorlog toen de toenmalige Sovjet-Unie als eerste supermacht de Spoetnik in een baan rond de aarde kon lanceren. Obama merkte op dat de VS destijds nog geen eens de kennis bezat om überhaupt de strijd aan te gaan met dit feit. Toch bleef de VS niet op haar achterste zitten. Vanuit pioneersgeest, doorzettingsvermogen en wilskracht hebben ze uiteindelijk een antwoord kunnen leveren op de lancering van de Spoetnik. En in het kielzog van dit antwoord werd er een scala aan nieuwe bedrijven en banen gecreëerd die de economie ook nog een boost gaven.

Onwillekeurig moest ik denken aan de situatie van het christendom in het Westen. Zouden wij ook een ‘Spoetnikmoment’ moeten benutten? Kijkend naar het rijke verleden van het christendom zouden ook wij op innovatieve wijze om moeten gaan met de uitdagingen die op ons pad komen. Daar zouden wij open voor moeten staan en het niet als bedreiging van zo vertrouwde structuren moeten zien.

Met deze woordspeling vraagt Hans Eschbach, directeur van het Evangelisch Werkverband binnen de PKN, in het Nederlands Dagblad aandacht voor zijn stelling dat jongeren hun geloof niet beleven in de reguliere eredienst. Volgens hem moet we erkennen dat jongeren zich niet thuis voelen binnen de kerkelijke structuren. Volgens Eschbach dient de Protestantse Kerk dit te erkennen. ‘Zij moet erkennen dat de eredienst bij jongeren voor hun geloofsbeleving niet in beeld is. De jeugd moet ruimte krijgen om in hun taal en met hun muziek vorm te geven aan ‘aanbidding van en toewijding aan de Heer van de kerk’. ‘Dan is er hoop.’ Alle ‘experimenten’ om jongeren bij de eredienst te betrekken ten spijt moet worden erkent dat de gemeente van Christus niet maakbaar is. ‘We hebben meer behoefte aan knieologie, aan mensen die biddend op de knieën gaan, dan aan theologie. We moeten het niet hebben van onze denkramen of slimme methodes, maar van onze afhankelijkheid van God.’

De observatie van Eschbach lijkt mij meer dan terecht. Ik moest meteen denken aan de eerste regels van psalm 127 ‘Als de HEER het huis niet bouwt,
vergeefs zwoegen de bouwers’.

Is mijn stelling te bot als ik zeg ‘als we niet snel genoeg op de knieën gaan, houden we een rollatorkerk over?

Welke ‘kerk zonder drempels’ verkiezen wij?

De oecumenische christengemeenschap uit het Franse Taizé ging ook dit jaar weer on (winter)tour. Voor de  33ste keer vond de Europese jongerenontmoeting dit jaar voor de eerste keer plaats in Rotterdam. 30.000 jongeren waren van 28 december 2010 tot en met 1 januari 2011 samengekomen in Ahoy. Tezamen gaven ze vorm aan hun (zoektocht naar) geloof. In een tijd dat individualisme hoogtij viert vind ik dit een verademing! Verschillende mensen gaven aan dat het hun sterkte om samen die zoektocht aan te gaan.

‘Tuurlijk, de huidige kerkvormen moeten misschien behoorlijk herzien worden, maar het hyperindividualisme blijkt toch ook geen antwoord te zijn.

Geloven doe je samen! De grondbetekenis van religie is ‘verbinden’, dus ook verbinden van mensen! Met elkaar en met God!