Vanavond kwamen ze weer langs: de kinderen die op 11 november, de naamdag van Sint Maarten, de huizen langsgaan om na het zingen van een lied wat snoepgoed of fruit in ontvangst te nemen. En zoals van veel van oorsprong christelijke feesten is ook van dit feest de diepere betekenis weggesleten. Het feest is vernoemd naar Martinus van ToursMartinus van Tours die in 316 geboren in Hongarije als zoon van een Romeins legerofficier. Op vijftienjarige leeftijd kwam hij in dienst van het Romeinse leger. Uit deze tijd stamt een van de meest bekende verhalen over Sint-Martinus. Voor de poorten van Amiens in Frankrijk kwam hij een verkleumde bedelaar tegen. Met zijn zwaard sneed hij zijn rode soldatenmantel in tweeën en gaf één helft aan de bedelaar. Deze scène is op talloze schilderijen afgebeeld, bijvoorbeeld door de schilders Rubens en Van Dijck. Nadat Martinus in 372 gekozen was tot bisschop van Tours kreeg hij een steeds grotere bekendheid. Hij stichtte in Frankrijk verschillende kloosters en stierf op hoge leeftijd in het jaar 397. Zo is het feest van Sint-Maarten vanouds een bedelfeest, en bedelfeesten waren nodig in de moeilijke wintermaanden. Gingen vroeger alle armen zowel jong als oud langs de deuren van – vooral – de rijkere medeburgers, tegenwoordig zijn het alleen kinderen die langskomen voor een traktatie. In oudere Sint-Maartenliedjes hoor je nog duidelijk terug dat het echt een bedelfeest is

Sinte Sinte Maarten
De kalv’ren dragen staarten,
De koeien dragen horens
De kerken dragen torens
Hier woont een rijke man
Die veel geven kan
Veel geven hoeft jij niet,
Al is het maar een suikerbiet!

Er werd naar elkaar gekeken voor hulp. Lange tijd was de zorg voor armen in ons land een kwestie van liefdadigheid. Maar in onze tijd wordt vaker naar de overheid gekeken als het gaat om de leniging van de eerste levensbehoeftes van de burger. Het wordt als een recht gezien dat mensen een bestaansminimum hebben.  Sinds de invoering van de Bijstandswet, in 1965 zijn sociale voorzieningen niet meer een gunst, maar een recht dat wordt uitgevoerd door de overheid.

Maar tegenwoordig schuift de overheid veel van haar teken weer terug naar de burgers. Zo komt de armoedeproblematiek ook weer op het bordje te liggen van de diverse kerkgenootschappen. Zij kunnen met betrekking tot hun taak in de samenleving zich ook laten leiden door de Bijbel: ‘Overigens zal niemand van u in armoede leven, want de HEER zal u zegenen in het land dat hij u in bezit zal geven.’ (Deut.15:4). Nee, dus niet vanuit de notie van liefdadigheid, maar vanuit recht, immers ‘niemand mag in uw midden in armoede leven’. Er wordt gerechtigheid gedaan omdat scheve verhoudingen worden rechtgezet, er wordt recht gedaan aan misdeelde mensen, opgericht wat terneergeslagen is. Gerechtigheid is één van de werkwoorden van een God die niet boven de partijen staat, maar die zeer partijdig is. Hij is het meest met de minsten. En hij meet de kwaliteit aan de mate waarop er gehandeld wordt met hen die onderop geraakt zijn.

Christenen – volgers van die God –  moeten daarom hun taak  zoeken in de samenleving. Vanuit het evangelie waardoor zij zich willen laten storen. De bron van waaruit ze proberen te handelen in de maatschappij. Op bescheiden maar besliste wijze mogen wij als gemeente, als gemeenschap in het geloof van Jezus Messias onze plek in de samenleving zoeken. In tastend handelen mogen wij de zoektocht naar het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid wagen. Het Koninkrijk waarin we als mensen van betekenis worden geacht niet om onze economische waarde maar om wie we voor Gods aangezicht mogen en zullen zijn.

Sinte Sinte Maarten
De kalv’ren dragen staarten,
De koeien dragen horens
De kerken dragen torens
Hier woont een rijke man
Die veel geven kan
Veel geven hoeft jij niet,
Al is het maar een suikerbiet!

Ooit sneed Martinus van Tours zijn soldatenmantel in tweeën en gaf het ene deel aan de minder bedeelden. De armen wisten later de rijke man te vinden ‘die veel geven kan’. Laten wij zien dat de zorg voor de minder bedeelde geen liefdadigheid is, maar dat het enkel het uitvoeren is van het goddelijk gebod ‘Overigens zal niemand van u in armoede leven, want de HEER zal u zegenen in het land dat hij u in bezit zal geven.’ Welvaart brengt ook verplichtingen met zich mee.

Advertenties

Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkele van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht. (Handelingen 17: 28)

Je hoort het regelmatig om je heen: denk je nu echt dat het wat uit maakt, wat ik doe? Dat hele kleine gebaar wat ik doe heeft toch op wereldniveau totaal geen zin! Ik moet dan altijd denken aan de theorie van het vlindereffect. Ergens op de wereld kan de vleugelslag van een vlinder tot het effect hebben dat ergens anders, ver weg, er uiteindelijk een orkaan door wordt veroorzaakt. Alles haakt in elkaar. Vertaald naar onze situatie? vlindersDat kleine, ogenschijnlijk onzinnige, nutteloze, wat jij doet kan uiteindelijk bijdragen aan iets heel moois. Dat simpele karweitje, dat vriendelijk woord. Over duurzaam gesproken…! Wij zijn van het geslacht van God, zijn Zijn kinderen. Dat mag wat betekenen: vernieuwd worden.uit zijn op rechtvaardigheid. Anders leren leven. Weten dat zelfs het minste wat we doen mogen doen uit de kracht in Wie wij leven, bewegen en wij bestaan. Met die zegen mogen we er van verzekerd zijn dat ons handelen een verschil kan maken. Misschien mag het uiteindelijk bijdragen aan de revolutie waardoor Gods Koninkrijk mag gebeuren op deze aarde. Als door de vleugelslag van één enkele vlinder…

Juist in deze Veertigdagentijd, deze lijdenstijd, tijd voor Pasen  probeer ik in mijn columns extra stil te staan bij wat ik vind als een centraal punt in deze tijd: bezinning op je eigen handelen, een ‘conversio mores’, een  proces van voortdurende `bekering`. Deze ‘conversio’ hoort oorspronkelijk tot de kern van de gelofte van een monnik, die zich gedurende zijn hele verdere leven wil richten op verbetering van zijn verstaan van het christelijk geloof, maar ik denk dat dit tot de kern van ieder die gelooft mag behoren. Een andere term voor bekering stamt uit het Grieks ‘metanoia’ en betekent letterlijk ‘je denken veranderen’ of zoals ik het zelf eerder vertaalde ‘omdenken. Kortom, het zijn allemaal termen die dezelfde lading dekken. De grondslag voor christelijk handelen is wat mij betreft psalm 51 zo treffend stelt: ‘Schep, o God, een zuiver hart in mij, vernieuw mijn geest’. Een levenslang proces.

De reden waarom ik dit zo aan mijn blog toevertrouw is het berichtje wat ik laatst las waarin stond dat de term ‘bekering’ volgens sommige theologen buiten de kerk niet meer bruikbaar is en dat het zelfs binnen de kerk nogal wat verlegenheid oproept. Gemeenteleden weten niet wat ze ermee aan moeten en predikanten hebben geen antwoord. Sommigen zeggen dat de kerk dit aan zichzelf te wijten heeft dat bekering ‘weerzinwekkend’ is geworden. ‘Dat komt, zo wordt in het bericht gesteld,  door de manier waarop het evangelie is gebracht, gepaard met machtsmisbruik. Galaten 5Tot mijn verbazing las ik dat dat een zekere predikant het moeilijk vond bekering uit te leggen aan gemeenteleden. Ze vragen dan al gauw: ‘Wat moet er dan veranderen, dominee?’ Misschien ben ik naïef maar ik zou dan wijzen op wat Paulus in de Galatenbrief de vrucht van de Geest noemt: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Dat zijn mijns inziens al heel wat verander- en verbeterpunten waar iemand zijn leven lang mee bezig kan zijn. Het vergt soms heel wat om een ingesleten patroon te doorbreken, maar dan blijkt daaruit dat er een nieuwe realiteit in iemands leven kan komen.

Blijft daarmee ‘bekering’ alleen maar een binnenkerkelijk begrip dat zelfs daar ook al op veel onbegrip stuit? Ik waag het te betwijfelen. ik denk dat in de huidige maatschappij waar hardheid, egoïsme, ongebreideldheid, onmatigheid op allerlei vlakken zijn slachtoffers heeft gemaakt er nog steeds behoefte is (een markt voor is 😉 ) om mensen op te roepen om om te keren, zich te bekeren, van deze heilloze weg. Een misschien niet in al zijn facetten al te geslaagd voorbeeld  van zo’n oproep was de Occupybeweging die enige tijd geleden tijdens de banken- en schuldencrisis actief waren om bepaalde, in hun ogen foutieve handels- en denkwijze aan de kaak te stellen. Zij hebben er in ieder geval voor gezorgd dat mensen zich gingen bezinnen. en dat er, zij het op beperkte schaal, een omkering plaatsvond. Een omkering in denken die mensen ertoe heeft aangezet andere wegen te overwegen.

Bekering, conversio mores, metanoia. Ik denk dat het nog steeds begrippen zijn die buiten de kerk (en binnen de kerk) nog steeds zeggingskracht hebben. Maar dat ze schuren aan de dagelijkse praktijk; dat is een ander verhaal…

Vandaag is het  in Nederland de Dag van de Duurzaamheid. en daar hoort dit jaar de slogan ‘laat het zien op 10-10’ bij. Toen ik eerder over het onderwerp duurzaamheid en de zorgen over vervuiling van de aarde schreef kwam ik er achter dat er veel ambivalentie heerst over duurzaamheid. Ook onder christenen. In sommige commentaren werd deze ambivalentie onder christenen toegeschreven aan een apocalyptische instelling waarmee een aantal christenen behept is. Immers, zo wordt door deze christenen dan gezegd, de apocalyptische rampen die worden voorspeld als we niet meer verantwoord met de aarde omgaan brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Nu weet ik dat in het verleden de klimaatproblemen door mensen die ons van die materie bewust wilden maken soms wat te pessimistisch is geschilderd en er soms flink gesjoemeld is met feiten en cijfers. Maar ontslaat dat ons dan van de plicht om de schepping waarin wij mogen leven dan niet zo optimaal mogelijk te onderhouden en door te geven aan de generaties na ons. Over het beheer van de schepping wordt ook en juist in de Bijbel ook op heel indringende wijze een beroep op de mens gedaan.‘Wanneer jullie eenmaal in het land zijn dat ik je zal geven, moet het land rust krijgen, een sabbatsrust gewijd aan de HEER. Zes jaar achtereen mogen jullie je land inzaaien, je wijngaard snoeien en de oogst binnenhalen. Maar het zevende jaar moeten jullie het land laten rusten.’ (Leviticus 25:2-4). De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. Dat heeft niets te maken, of is in tegenspraak met welk apocalyptische visie dan ook. Simpel gezegd is het een uitwerking van het gebod ‘heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven waar het een dagelijkse strijd is om aan de dagelijkse levensbehoeften te komen?  Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

Daarom: laat het zien op 10-10… en op 11-10, op 9-10, altijd maar weer!

Aan het staartje van de Olympische Zomerspelen 2012 in Groot-Brittannië viel mij een berichtje op. De christelijke kerken bij onze westerburen willen onder het motto  ‘More Than Gold’ openstaan voor de bezoekers van de Spelen en zo laten zien dat ze ook betrokken zijn bij dit sportgebeurtenissen. De kerken proberen in het kielzog van de Spelen onder andere sportactiviteiten op te zetten want ‘sport bevordert de vrede’ zo is de gedachte. Ook staan voor de bezoekers en de deelnemers de grote kerken in Londen open en wordt er een bijzondere uitgave van het Marcusevangelie verspreidt die de teksten afwisselt met levensschetsen en getuigenissen van deelnemende sportlui; zo wordt ook aan evangelisatie gedaan. Ten slotte wordt ook aandacht besteed  aan sociale rechtvaardigheid: immers de Spelen trekken ook prostitutie aan, criminaliteit en alcohol- en drugsgebruik.

Tegenover de Olympische hoogte van de sportieve kwaliteiten van de Olympiërs die hopen met hun prestaties de hoogst haalbare trede van het sporttoneel te bereiken wordt de Areopagus (zoals Paulus, zie Handelingen 17,19vv) of om in het Britse beeld te blijven de zeepkist, de Speaker’s Corner van Hyde Park geplaatst.  Een christelijke geluid dat niet blijft staan bij de vergankelijke eer. Niet om alles te veroordelen, maar om onder meer de Olympische Spelen in een breder kader te trekken. Want het is ‘niet alles goud wat er blinkt’. Er zijn ook verliezers die de gang naar het Olympisch ereschavot aan hun neus voorbij zien gaan, zowel op het sportieve vlak als ook in het verdere leven. Dan vraagt bewustwording. De kerk wil zo laten horen dat zij een boodschap heeft aan de wereld; in twee opzichten: zij bekommert zich om haar en als tweede wil de kerk tonen dat de goede boodschap  van het evangelie niet voor een kleine incrowd, ingewijden,  is, maar van betekenis is ook voor mensen van de 21ste eeuw.

Voor veel christenen is dit een onderdeel van het Onzevader dat ze kennen. Met de gevolgen van de enorme branden in Rusland waardoor een heel areaal aan graanproducten verloren is gegaan en dat tot gevolg heeft dat de Russische regering afgekondigd dat de export van graan wordt beperkt. Het gevolg zal zijn dat wereldwijd de prijzen van graanproducten en producten die afhankelijk zijn van graan (als voeding bijvoorbeeld; denk aan vlees) explosief zullen stijgen. Analisten denken dat, zoals altijd, de allerarmsten in de wereld het eerst het slachtoffer zullen worden van de op handen zijnde prijsexplosie. Wellicht zullen ook de mensen in het rijke Westen op termijn de gevolgen aan den lijve de prijsstijging ondervinden.

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’; voor veel mensen een misschien gedachteloos gebeden gebed. Maar de wereld lijkt nu de gevolgen te moeten betalen van eigen handelen. Kort gezegd  gaat het volgens mij om ‘rentmeesterschap’.  Hoe gaan wij om met de wereld die ons gegeven is, dus niet een wereld die ván ons is.  De gevolgen van de ons handelen, voor wat betreft de stijging van de prijzen het graan, zullen in eerste aanleg de allerarmsten treffen maar op termijn lijkt het ook onszelf te treffen.  En hoe het ook zij, wat je zelf ondervindt, komt des te harder aan. De actualiteit vraagt dan ook om handelen. Handelen om ‘het dagelijks brood’ voor een ieder te waarborgen.

Misschien is het goed om onszelf weer eens te realiseren dat de bede om het dagelijks brood heel actueel is!

Volgens mij een werkelijke jobstijding voor de de verkoop van ‘groene’ en biologische producten. Volgens een kleinschalig onderzoek gehouden in opdracht van het Voedingscentrum kiest meer dan de helft van de Nederlanders door de kredietcrisis voor goedkoper eten uit de supermarkt. En de ervaring leert dat dan meestal de biologische producten niet worden gekocht. Immers, het idee bestaat dat deze producten duurder zijn. Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral schreef Bertolt Brecht in de Dreigroschenoper. Eerst het eten, dan de ethiek. Ethiek blijkt een luxegoed te zijn; dat is ook niet verwonderlijk. De primaire levensbehoefte dient eerst te worden gelenigd voordat men aan ethische afwegingen toekomt. De ‘kiloknaller’ lonkt uitnodigend als je toch wat meer op je geld moet letten. Voedingsproducten die goedkoop zijn – en meestal minder ethisch verantwoord zijn geproduceerd – zullen in de winkels meer aftrek vinden. Een oplossing zou er misschien moeten komen van de overheid. Door ethisch minder verantwoorde producten extra te belasten of een andere financiële prikkel. Maar het lijkt of de politiek zich momenteel concentreert op andere zaken.  Dat zie je volgens mij op vele terreinen: de overheid vindt haar taak om het land op andere aspecten te helpen belangrijker dan de mensen er van bewust te worden dat het hyperconsumeren niet langer door kan gaan. Op internationaal gebied hoef ik maar te wijzen op de plannen van de regering Obama. Nu er toch wat grote offers moeten worden gebracht, worden de beloftes die gedaan zijn ineens minder concreet.

Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral…