Juist in de Veertigdagentijd worden christenen opgeroepen zich nadrukkelijker dan anders te bezinnen op hun eigen doen en laten. Deze bezinning staat in het teken van het lijden van Jezus Christus voor ons en onze wereld.

In het verleden werden christenen vaak bekritiseerd op het feit dat zij faalden in het volgen van Jezus in meest donkere en duistere momenten in de wereldgeschiedenis. Hoe zal het handelen van christenen in onze tijd worden beoordeeld door de geschiedenis?  Je kunt aan de hand van de Bijbel vier vragen stellen:

‘Toen ik naakt was, gaven jullie mij kleren. Toen ik ziek was, zochten jullie mij op. Toen ik gevangen was, kwamen jullie naar mij toe.Elke keer dat jullie iets goeds deden voor één van de gelovigen die hier naast mij staan, deed je iets goeds voor mij.’ Matteüs 25:36, 40

‘Dit is wat de Heer zegt: “Houd je aan mijn regels. Spreek eerlijk recht. Behandel iedereen goed en rechtvaardig. Maak geen misbruik van mensen zonder macht, maar bescherm hen tegen hun onderdrukkers. Gebruik geen geweld tegen vreemdelingen, tegen weduwen, of tegen kinderen zonder vader. En vermoord geen onschuldige mensen.”‘ Jeremia 22:3

Kunnen wij als volgers van Jezus Christus deze opdracht klakkeloos naast ons neer leggen omdat onze eigen financiële zekerheid, ons eigen comfort, onze nationale en politieke stabiliteit  misschien op het spel staan? Volgens mij is Gods Woord hierover uitermate duidelijk. Toch zijn er christenen die buitengewoon passief blijven en soms zelfs enorm agressief als het gaat om mensen die aan hun ‘gespreide bedjes’ komen.

‘Maar als je sommige mensen beter behandelt dan andere mensen, doe je het verkeerd. Dan is het duidelijk dat je je niet aan Gods wet houdt.’ Jakobus 2:9

‘Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis.’ 1 Johannes 2:9

Hoe kunnen christenen schijnbaar kritiekloos voorbijgaan aan mensen die worden gediscrimineerd of door overheden stelselmatig worden misbruikt? Er worden talloze mensen achtergesteld op basis van hun afkomst, hun religie of hun geslacht. En wat hebben wij gedaan? Hebben wij deze praktijken publiekelijk veroordeeld? Hoe kunnen mensen die een God dienen die gestorven is voor de hele mensheid, wegkijken als er in naam van ons wordt gemoord en onderscheid wordt gemaakt tussen mensen?

‘Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen.Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken. ‘ 1 Petrus 2:11-12

Geloven we in Gods voorzienigheid of blijven we bezig om vrienden te maken met de onrechtvaardige Mammon? Proberen we koste wat het kost onze eigen rijkdom veilig te stellen en te vermeerderen?

Laten we juist in deze tijd ons er zelf op bezinnen hoe de geschiedenis en vooral hoe God ons handelen zal beoordelen. Dat Gods Naam mag worden grootgemaakt vanwege onze acties! Eén ding is zeker: er is hoop voor onze wereld omdat Jezus leeft! Dat de heilige Geest ons kracht mag geven om een verschil te maken!

Romeinen 12,10

 

Oké, het onderhouden van je lichaam zal zeker goed zijn, immers het gezegde zegt ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’, maar ik denk dat de huidige gezondheidscultuur waar het lichaam bijna als afgod gaat functioneren doorslaat. Je kunt tegenwoordig bijna geen weg meer berijden of op het (fiets)pad ernaast loopt een persoon van willekeurig welke leeftijd druk te joggen. Lijkt me heel gezond zo langs die weg, liters fijnstof naar binnen zuigen ;0). Reclames doen ons geloven dat het lid zijn van een sportschool een noodzakelijkheid is voor het leven. Ten aanzien van dit onderwerp bleef een idee uit het boek van Philipp Blom over cultuur en  crisis in de jaren 1918-1938 (Alleen de wolken) bij mij haken. Hij schrijft dat mensen vanuit onzekerheid juist in die jaren hun toevlucht zochten in bodybuilding en een cultuur waar gezondheid en fitness centraal stonden. Het lijkt wel alsof in ons tijdsgewricht van onzekerheid er eenzelfde reflex ontstaat. Maar deze bijna verafgoding van het eigen lichaam lijkt ook het christelijk erf in vermomde te hebben bereikt. Er zijn christelijke bewegingen waar fysieke uitdagingen een wezenlijk onderdeel uitmaken van christelijke levensstijl. Het adagium lijkt te zijn: alleen door de herontdekking en herwaardering van je eigen fysieke leven kun je succesvol zijn in je geestelijk leven. De bovenstaande tekst uit 1 Timoteüs 4 brengt hier volgens mij een ‘gezonde’ dosis relativering in aan.  Gods wil te doen, dat is het belangrijkste. Oefeningen doen voor je lichaam ‘best wel nuttig’. Successen behalen op lichamelijk vlak is kortom (alleen maar) ‘best wel nuttig, niet minder maar ook niet meer! Gods wil doen gaat daar boven uit en is iets wat je niet uit je zelf kunt doen. Dat is enkel genade en genade is precies het tegenovergestelde van succes. Genade is eigenlijk het succes van God. Hij overtreft Zichzelf, Hij overtreft Zijn eigen rechtvaardigheid door ons iets te geven wat we niet verdienen. Succes verdien je, genade krijg je. Succes maakt opgeblazen, genade maakt dankbaar.
niet jezelf presenteren
 Genade is de grote gelijkmaker. In de maatschappij zullen altijd lagen blijven. De losers en de winners. Degenen die bijdragen en degenen die de hand ophouden. Degenen die bekend zijn en onbekend. Maar in Christus vallen die verschillen weg. ‘We zijn allemaal bedelaars’, zei Luther. Voor de een is dat makkelijker te erkennen dan voor de ander. De vrouw die Jezus voeten zalfde wist wel dat ze het van genade moest hebben. Voor Paulus was dat een moeilijker proces. Maar uiteindelijk kon hij met heel zijn hart zeggen dat alle dingen die hij vroeger als winst zag, zijn mooie cv, zijn afkomst, zijn hoge opleiding, niet meer telden. Het was vuilnis vergeleken bij het kennen van Jezus. Hij wilde alleen nog roemen in het kruis. Met andere woorden, het enige waar hij nog trots op wilde zijn was wat God voor hem had gedaan, uit genade. Niets anders was nog de moeite waard om over op te scheppen.
 
Dit is een punt waarop christenen fundamenteel zouden moeten verschillen van de wereld. In de wereld moet je jezelf neerzetten of profileren. Je sterke kanten laten zien. Het liefst nog wat overdreven, want dat doet iedereen en als jij dat niet doet, benadeel je jezelf. In Gods Koninkrijk tellen onze prestaties echter niet. Wat telt is de genade van God. Wat Hij heeft gedaan ondanks onze eigen zwakheden. De overdreven gezondheidscultuur is fundamenteel onchristelijk. Het is een enorme verleiding waar vrijwel iedereen mee te maken krijgt, maar alle glans die naar ons gaat, doet af van de glans van de genade van Christus.

Het is een feit dat de kerk in de westerse wereld krimpt. En toch zit er nog steeds een behoorlijk aantal mensen regelmatig op zondag in een kerkgebouw en neemt deel aan een dienst. Wat zou het mooi zijn als dat groepje enthousiastelingen iemand uit hun omgeving meeneemt naar zo’n kerkdienst waar hij of zij zoveel geestelijke voeding, troost en kracht uit put.

Toch…?natuurlijk bestaat God

ja, maar…

– ‘de preek is niet zo sterk’ (waarom ga je zelf dan?)

– ‘ik denk er gewoon niet over na’ (huh, zo’n geschenk helemaal gratis; dat wil je toch delen?)

– ‘het is zo saai in de kerk’ (nogmaals, waarom ga je zelf dan?)

– ‘de muziek is niet zo goed'(waar geniet jíj dan van?)

– ‘de Heilige Geest moet mensen trekken’ (ja, en door wie ook al weer?)

 

Wat zijn jouw redenen om niemand voor zondag in een dienst uit te nodigen?

Want ik ben verzekerd dat noch dood, noch leven, noch engelen
noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte
noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden
van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

Romeinen 8 vers 38 en 39

Eigenlijk weet ik het wel: al dat oorlogsgeweld in zoveel verschillende landen. Mali, Centraal-Afrikaanse Republiek, De Krim, Syrië. Door de tijd heen flitsen weer nieuwe of al bestaande brandhaarden op in de media omdat er in een bestaande geweldspiraal een belangrijk nieuws is te melden. Zo ook vandaag: het nieuws dat de Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt in Syrië is vermoord. Hij woonde al lange tijd in het Syrische Homs waar hij de herder was niet alleen voor de kleiner wordende christelijke gemeenschap, de gehandicapten in Homs, maar voor de hele bevolking van de stad die lijdt onder het geweld. Het wrange is dat al die onnoemelijk velen geen nieuwsfeit meer vormden voor de media (en dus voor ons) en we eigenlijk een beetje ‘Syrië-moe’ waren en dat door de dood van deze geestelijke de camera’s ineens weer gericht staan op het conflict. Wie hem hebben vermoord is momenteel nog niet duidelijk. Feit is dat deze man die koste wat het koste bij ‘zijn’ mensen wilde blijven en hun erbarmelijk lot wereldkundig wilde blijven maken. Hij kon op een gegeven moment de stad ontvluchten maar hij wilde het niet.

‘Voor een christen is het kruis nooit veraf; soms is het akelig dichtbij’ zei één van de Nederlandse ordebroeders van pater Van der Lugt als reactie op het nieuws van de moord op zijn medebroeder. Deze reactie deed mij wel wat. Want juist in deze Veertigdagentijd doet me deze moord denken aan die andere moord, dik tweeduizend jaar geleden gepleegd. In het christendom denken we daar juist nu speciaal aan: de moord op Jezus Christus, die voor ons aan het kruis ging. Vermoord, door ons. Ook Hij wilde niet weg bij de mensen die Hem wel weg konden kijken. Hij bleef contact zoeken met zijn Vader om onze ellende steeds voor zijn troon te leggen. Hij bleef ons trouw, maar wij Hem niet.

In paradisum deducant te angeli

Pater Frans van der Lugt:
In paradisum deducant te angeli;
in tuo adventu suscipiant te martyres
et perducant te in civitatem sanctam Jerusalem.
Chorus angelorum te suscipiat
et cum Lazaro, quondam paupere,
aeternam habeas requiem.

Kortgeleden heeft de Wageningen Universiteit besloten om religieuze en politieke uitspraken te verbieden in proefschriften, dit met onder anderen het argument dat wetenschap en religie gescheiden werelden moeten zijn. Een promovendus werd daarom verstaan gegeven dat hij zijn dankwoord moest aanpassen waarin hij God bedankte voor Zijn steun tijdens het schrijven van zijn dissertatie. Verwijderde hij God niet uit zijn proefschrift dan zou het proefschrift geweigerd worden en kon de beste man niet promoveren.

De afgelopen jaren slaat de secularisatie, de ontkerkelijking in Nederland hard toe, maar mijns inziens slaat zij ook een beetje door. de kerk wordt geslooptJe mag tegenwoordig elke overtuiging zijn toegedaan en die ook in je ‘normale’ dagelijks leven ten toon spreiden en daarmee en daardoor functioneren als mens in de maatschappij, maar o wee als dat een religieuze overtuiging betreft. Laat die maar achter de voordeur in je eigen huis. Daar dien je andere mensen niet mee lastig te vallen. Je zou ze eens kunnen infecteren met je geloof. En hoewel 60 procent van de Nederlanders zegt religieus te zijn en wel eens te bidden vindt de goegemeente dat dit een zuivere privékwestie moet zijn en blijven. Communist, socialist, liberaal enzovoort is oké. Vanuit die mening mag je in de samenleving opereren en je keuzes maken en ook in de wetenschap acteren, maar een religieuze overtuiging is de enige overtuiging die verdacht wordt van ongewenste zendingsdrang.

Nederland van God los? Ammehoela; als je echt van God los bent, dan interesseert je het ook geen snars meer wanneer en hoe anderen die wel religieus zijn  dit uitdragen.

Onlangs hoorde ik van het nieuws dat een onderwijzer uit – ik meen –  Iran een robot in elkaar had geknutseld die de leerlingen van de school moest helpen met bidden. En door die robot moest het voor hen ook leuker worden om te bidden. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier om een islamitische leraar en islamitische kinderen. Zoals veel mensen wel weten wordt er in de islam veel geknield gebeden en gaat deze buiging ook, volgens sommigen, samen met bepaalde voorschriften. Dus om het zijn leerlingen duidelijk te maken hoe het een en ander gaat had die meester dus een bidrobot gemaakt.bidrobot

Maar voordat wij christenen nu misschien proestend in lachen uitbarsten, ga eens bij je zelf na hoe vaak en hoe veel je zelf mechanisch, voorgeprogrammeerd bid en hoe het vaak voorkomt dat we ‘snel nog even bidden’ voordat we hurry-up weer doorrennen, op naar de volgende afspraak? Hoe vaak nemen we nog echt tijd voor een goed gesprek met God of zonderen we ons af voor stille tijd met je Vader die graag contact met je wil hebben?

Zijn we soms zelf ook geen ‘christelijke’ bidrobots?

In het blad Visie van de Evangelische Omroep staan sinds lange tijd interviews met min of meer Bekende Nederlanders,al dan niet christelijk. Eén van de vragen die hen bijna altijd wordt gesteld is: ‘Wat zou u kiezen: eeuwig leven of eindeloze rijkdom?’ En wat me de laatste tijd opvalt is dat heel wat mensen dan kiezen voor eindeloze rijkdom. ‘Want’ zo verduidelijken ze hun keuze ‘eeuwig leven lijkt me zo saai worden, terwijl je met eindeloze rijkdom ook nog veel andere mensen in je omgeving helpt’. luchtAls je erg goed over nadenkt verbaasd je het uiteindelijk helemaal niet. Als doorgewinterd christen ben je groot geworden met het idee dat je uiteindelijk materiële rijkdom niet het allerbelangrijkste in je leven moet zijn, maar als je de reden voor de andere keuze hoort dan kun im me er iets bij voorstellen. Onmetelijke rijkdom waardoor je het zelf op deze aarde (financieel) goed hebt en dat ook met anderen kunt delen. Jammer is dan wel dat mensen die deze keuze maken dan niet kunnen delen in het in gezang 477 bezongen ‘eeuwigheidsleven’, wat dat dan ook mag zijn. Alhoewel, de mensen die kozen voor onmetelijke rijkdom in het hier en nu vinden eeuwigheid toch een behoorlijk saai vooruitzicht. Waarschijnlijk denken mensen die de materialistische keus maken aan mensen als Bill Gates die beloofd hebben een deel van hun rijkdom in te zetten voor ‘goede doelen’. Toch lijkt het me ook een feit dat mensen zich nog enigszins kunnen voorstellen bij onmetelijke rijkdom en dat ze denken en hopen dan van al hun sores af te zijn (en daarbij ook nog anderen kunnen helpen) en dat eeuwigheid een te abstract begrip is voor velen, want alles wat lang duurt wordt op het laatst erg saai, toch?

Eeuwigheid: het blijkt een begrip dat veel mensen tegenwoordig niet meer goed kunnen duiden. Werk aan de winkel dus om zo’n uitgesleten begrip te actualiseren en daardoor opnieuw inhoud te geven.