In veel gemeentes is de laatste tijd ruime aandacht besteed aan het gebed vanwege het 50-dagenproject tussen Pasen en Pinksteren. Vijftig dagen hebben we gezien hoe belangrijk het is om de relatie tussen jou en God open en levend te houden, juist door het gebed. We krijgen zelfs de opdracht om zo vaak we kunnen te bidden tot God, het communicatiemiddel bij uitstek tussen jou en je Vader. En dat gaat niet altijd van een leien dakje. Het gaat vaak met vallen en opstaan. We zijn meestal geen helden en zeker geen gebedshelden. Maar het mooie is dat God ook weet dat we soms snel afhaken en dat we het niet zo hebben op allemaal regeltjes, dat Hij die wet – lees liever: de bewegwijzering naar Zijn koninkrijk – heeft geschreven in ons hart.

De titel van deze column uit Jeremia 31,33 zegt dat onomwonden. Het is niet iets dat vanbuiten ons opgelegd wordt maar iets dat vanbinnen uit onszelf komt. Dat we echt uit onszelf een volgeling, een discipel Jezus Christus willen worden. Het gaat niet alleen om het weten wat discipelschap inhoudt, maar dat je daadwerkelijk een discipel bent. En alleen in dat laatste is God geïnteresseerd. En gelukkig is dat niet iets wat alleen maar uit onszelf hoeft te komen, want de discipline die het discipelschap vereist kunnen we nooit in ons eentje opbrengen. En daarbij is het gebed een noodzakelijk middel om in contact te blijven met God. biddenDietrich Bonhoeffer zegt dan dat gebed is als het bloed dat stroomt door de aderen van het lichaam van Christus, symbool voor de kerk. Als je met geloof luistert en contact met Hem zoekt door het gebed, als je je ervan bewust bent dat Hij het is, Christus, die spreekt, dan is het niet mogelijk om zijn woorden niet in de praktijk te brengen. Als het geloof zou stoppen voordat het in de praktijk wordt gebracht, dan kun je niet meer van geloof spreken.Want hoe kunnen we dan in deze tijd over Christus spreken? Bonhoeffers antwoord luidt: door ons leven. Het is indrukwekkend om te zien hoe hij aan zijn petekind, dat hij nooit gezien heeft, de toekomst beschrijft: ‘De dag komt waarop het niet meer mogelijk zal zijn om openlijk over God te praten. Maar wij zullen bidden, we zullen doen wat juist is en Gods tijd zal komen.’

Maar nogmaals, het lijkt allemaal zo prachtig, misschien zelfs vanzelfsprekend om te doen, maar dan worden we weer in beslag genomen door de alledaagse dingen. Daarom staat er in Efeziërs 6,10 ‘Zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht.’ Dat is iets wat we ons elke dag moeten blijven herinneren, iets wat ons gebedsleven moet kleuren. Want zelfs als de wet van God in ons binnenste is geschreven, dan nog wordt zij pas actief wanneer we het niet proberen uit onszelf, uit onze eigen kracht, maar door de kracht van de Heer!

Momenteel leven we midden in de Veertigdagentijd, de lijdenstijd als voorbereiding op de Stille of Goede Week uitmondend in het Paasfeest. In deze tijd lees ik zelf veel van het werk van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer. Ik vind het werk van Bonhoeffer erg actueel en zeker ook in deze voorbereidingstijd op Pasen. Speciaal de kritiek van hem op goedkope genade. Die genade staat voor de rechtvaardiging van zonde zonder de rechtvaardiging van de zondaar. Goedkope genade is het preken van vergeving zonder de noodzakelijkheid van bekering, gemeenschap zonder lijden. Goedkope genade is genade zonder discipelschap, genade zonder het Kruis, genade zonder Jezus Christus. Waar de focus van mensen met betrekking tot het geloof en het christendom alleen maar ligt op het krijgen van een goed gevoel over jezelf en over God, waar het geloof alleen maar een soort van psychologische veilige haven in een enge bedreigende grote wereld is, daar staat volgens de deur snel open voor de goedkope genade. De eenzijdige focus op het eigen heil zit er diep ingebakken in het menszijn en dus ook in het christendom.Genade doet alles en daarom kan alles bij het oude blijven.

Kostbare genade roept ons op om Jezus te volgen. zelfs tot het brengen van ‘offers’. Een offer dat er uit kan bestaan niet steeds jezelf op de voorgrond te zetten. ‘Het offer voor God is een gebroken geest; een gebroken en verbrijzeld hart zult u, God, niet verachten’, dat zijn  de woorden van psalm 51,19. Ik merk dat het meestal niet een van de meest populaire psalmen is die je kunt laten zingen in kerkdiensten. De woorden schuren, blijven haken achter de weerbarstige realiteit van het dagelijkse leven. Toch betekent toegewijd zijn aan Christus het je omkeren, bekeren van een levenswandel die je juist eerder verder van dan dichter bij God brengt. De Bijbelse maat houdt dan in ieder geval het primaat van het Grote Gebod in met zelfverloochening. Jezus zelf koppelde discipelschap rechtstreeks aan kruisdragen en zelfverloochening. bonhoefferBonhoeffer had de diepe overtuiging dat christen zijn betekent geheel aan te Christus zijn toegewijd, tot aan de prijs van je eigen leven, mocht die gevraagd worden. Als je over leven van Dietrich Bonhoeffer leest zie je tot waar hij ging: hij werd op 8 april 1945 geëxecuteerd in een nazigevangenis. Terwijl hij een veilig leven had kunnen leiden in het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten van Amerika koos hij voor een onzeker leven in nazi-Duitsland. Bonhoeffer zag het eerst je eigen hachje redden en daarom compromissen sluiten en je conformeren aan de eisen van deze tijd als gevolg van de prediking van wat hij goedkope genade noemde. Het is het prediken van een goedkoop evangelie van vergeving zonder de eis van radicale navolging en volledige overgave aan Christus.

Laten we daarom deze voorbereidingstijd op het Paasfeest maar zien als als een soort christelijk ‘offerfeest’.

Ik vertel niemand een geheim dat in deze tijd de secularisatie, de ontkerkelijking  met kracht om zich heen slaat. Kerken kunnen hun leden niet meer zo vast houden, zoals dat wel voorheen leek te lukken. Waar vroeger de kerken op zondagen nog vol zaten, lijkt het wel of het ‘kerkvolk’ nu haar spirituele heil elders zoekt. Nee, niet dat Nederland en masse ‘van God los is’, dat zeggen de cijfers wel waaruit blijkt dat de mens ongeneeslijk religieus blijkt te zijn. Maar toch, in de kerk komen ze niet meer.  Nu is er vreugdevol nieuws: zo te horen hebben kerken het panacee gevonden om mensen vast te houden en zelfs misschien weer voor nieuwe aanwas te zorgen.

Overal in den lande worden Pioniersplaatsen, Missionaire gemeentes of wat voor termen men er ook voor gebruikt ingesteld en worden predikanten bijgeschoold. Want, zo leerde ik laatst uit een artikeltje in Trouw ‘de preken niet meer aansluiten bij de belevingswereld van de kerkgangers aan’. Nu horen jullie mij niet zeggen dat een preek die aansluit bij de actualiteit niet nodig is, maar toch zet ik vraagtekens en voetnoten bij zo’n opmerking. Want waar leggen we het uitgangspunt van de kerkdienst? Ligt dat primair bij het  individu? Wat beleef jij aan de kerkdienst? Hoe raakt het jou?

De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer stelt  in zijn boekje ‘Het wezen van de kerk’, colleges over ‘de leer van de kerk’ (uit de dertiger jaren van de vorige eeuw!)  stelt dat het primaat ligt bij de samenkomst. ‘In de samenkomst gebeurt het, dat men de Geest ontvangt, gebeurt het wonder’. Ook bij de Reformatie, zo gaat Bonhoeffer verder, wordt het belang van de samenkomst in acht genomen. De reformatoren willen wel de vrije zelfstandigheid  tegenover de kerkdienst, maar geen vrijheid van het individu ver van de samenkomst. Het ontspoorde echter toen in het protestantisme het accent kwam te liggen op de ervaring. Dan draait het om de individualistische vraag ‘Wat heb ik er aan?’ De typisch individualistische constateringen over bijvoorbeeld de onaantrekkelijkheid van kerkdienst, de slechte preken zijn dan onvermijdelijk. Men kan tenslotte, zo stelt Bonhoeffer, geen aannemelijke argumenten meer aanvoeren om de samenkomsten te bezoeken. Voorstellen tot verbetering, vernieuwing en activering, zo gaat Bonhoeffer verder, zijn er tegenwoordig (!) genoeg in de kerk. Maar de grondslag is overal de vrome ervaring.  En dat is volgens hem geen goed uitgangspunt.

Dit werd gesteld in de jaren ver voor de Tweede Wereldoorlog. In onze tijd zien we nog steeds een zelfde soort  beweging bij de kerk en de kerkgangers. Moeten we het hebben van het aanbieden van allerlei leuke, aangename religieuze theorieën waar het publiek naar harte lust in kan grasduinen en kan pakken wat hem of haar aanstaat en de rest in de bak kan laten liggen? Smeren we alles dicht met een theologie dat God overal en altijd bij je is? Gaan we zitten op de beleving van de mensen, onder het mom van ‘u vraagt en wij draaien’? Aansluiten bij de beleving van de mensen die bijvoorbeeld alleen in de kerk komen om bemoedigd te worden?

Een interessante mening hierover staat geschreven in Provocatie van Willem Maarten Dekker. In diepste essentie, zo zegt hij, gaat het om de radicaliteit van geloven. Geloven kost wat. Het vraagt om een totale, volledige overgave. Je ontmoet een God die aanwezig is, maar soms ook afwezig. Kortom, een God die niet altijd even sociaal acceptabel overkomt.

En of dat geloof nu grote groepen trekt of niet, de essentie van het Woord moet verkondigd worden. Een boodschap dient niet altijd even sympathiek overkomt. Voor een christelijk geloof dat in het Westen eeuwenlang in het middelpunt heeft gestaan is dat misschien even slikken. Kerk in de marge worden is zeker geen fijn proces.

Beleef de kerk? Ja, beleef de kerk! In haar samenkomsten, in een Woordverkondiging die een compromisloze, ongepolijste, tegendraadse boodschap van de Bijbel voor de wereld heeft.