U bent onze brief, geschreven in onze harten, gekend en gelezen door alle mensen.
Het is immers openbaar geworden dat u een brief van Christus bent.
2 Korinthiërs 3: 2-3

‘met het geloof kun je een kerk aansteken, maar ook iets anders aansteken’  zei oud-diplomate en arabiste Petra Stienen op Radio 1. Waarschijnlijk bedoelde Stienen, gelet op de tijd waarin we leven, dat geloof op z’n minst ook de wereld kan aansteken. En dan duid ik op de verschillende gruweldaden die worden gepleegd door ISIS. Toch meen ik dat Stienen met zo’n uitspraak ‘geloof’ te gemakkelijk wegzet als potentieel gevaarlijk. Laat ik mijzelf maar vergelijken met de brief uit boven aangehaalde Bijbeltekst. En dan wel als brandbrief: een vurig schrijven uit nood, een dringende oproep aan alle mensen tot inkeer, ommekeer.

brandbrief Juist en vooral in deze veertigdagentijd. Vanuit het feit dat God de mensen oneindig lief heeft en alleen maar het goede wil voor hen. Kerkvader Augustinus van Hippo draagt op afbeeldingen vaak een brandend hart in de hand, omdat hij veel schreef over de liefde van God tot de mens. Ergens schreef hij ‘Mijn hart was vol verlang naar U’. Brandend van verlangen God. ‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’ zingt lied 598 uit het ‘nieuwe’ liedboek.

Dat we zo in lichterlaaie mogen zijn als baken voor iedereen. Baken op weg naar het koninkrijk van God.

Dat ook onze harten mogen worden aangestoken in onuitblusbaar vuur voor Hem uit Wie en door Wie en tot Wie wij zijn!

Dat we een leesbare ‘brand’brief  van Christus mogen zijn!