In het kader van de Maand van de Spiritualiteit 2014 schreef Arie Boomsma een essay met de titel ‘Troost’. in pakweg zestig bladzijden neemt Boomsma ons mee in zijn mijmeringen over zijn omgaan met het begrip troost. Wij mogen hem vergezellen op zijn zoektocht naar ‘troost’ in zijn eigen levensgeschiedenis. Hij begint en eindigt zijn essay met het schetsen van het beeld dat wanneer hij als kleuter is gevallen op het schoolplein en daar een hoofdwond oploopt, dat hij dan uiteindelijk troost vindt in de armen van zijn moeder. Boomsma TroostTroost is volgens hem afhankelijk zijn van de nabijheid van een ander. Nadat Boomsma in zijn essay verscheidene episodes uit zijn leven met ons heeft gedeeld waarin hij troost ervaart komt hij ten langste leste aan bij het onderwerp ‘troost vinden in het geloof’. Stoer zegt hij eerst dat hij ‘geloof dat troost biedt’ bij anderen wel ziet, maar dat hij het zelf niet begrijpt. Toch getuigd Boomsma van een dieper inzicht in troost als hij hij verteld dat bidden hem een soort van troost kan geven. Hij kan als zijn sores leggen aan de voeten van God, Als een vertrouwelijk gesprek met een vriend die een en al oor is voor wat je verteld over de zaken die je bezighouden. Aan het eind van het essay vergelijkt Boomsma de troost die hij bij God vindt met de troost die hij als kind bij zijn ouders vond. ‘Bij hen was ik veilig,zij beschermden mij tegen de buitenwereld, begrepen alles, wisten onnoemelijk veel en namen mijn pijn weg als het nodig was’ schrijft Boomsma dan. Tegelijkertijd schrikt het hem als moderne autonome mens af, die afhankelijk. Het staat haaks op wie hij is en hoe hij is.

Toch komt Boomsma aan het eind van dit kwetsbare essay tot de conclusie: aan alle troost die ik nu ervaar ligt die afhankelijkheid ten grondslag van de troostende armen van zijn moeder. Toen stopte het huilen en verdween de pijn.

Advertenties

Laatst weer een opmerkelijk bericht: Politieagenten wreven maandagochtend vroeg op de A20 bij Rotterdam eens goed hun ogen uit. Op de vluchtstrook van de snelweg zat een man te dutten op een regisseursstoel.
Hij droeg een EHBO-tasje en een oranje veiligheidsvest en had bovendien een wc-rol om zijn nek hangen.

Allerlei vragen borrelden bij mij op: Wat zou zo’n man bezield hebben? Was het een opname voor een nog onbekende film? En vreemd genoeg zag ik ook meteen een overeenkomst van een soap die gaande is in medialand: de gekte en de verwarring rondom de Evangelische Omroep. De ma in de regisseursstoel moet de directeur zijn van de EO, die misschien even heeft zitten dutten toen hij was vergeten in te schatten wat het nieuws van omstreden Arie niet te weeg zou brengen bij de gemêleerde achterban van de EO. wegwerkzaamhedenSommige daarvan willen voortrazen over de grote mediasnelweg, meegaan met the flow zonder het eigen geluid te laten verstommen. Anderen willen juist alleen dat eigen authentieke, misschien nostalgische geluid blijven horen en zo snel mogelijk van die snelweg afkomen om in eigen tempo (onder luid gejubel) rustig een B-weg te berijden: bekende omgeving, geen plotselinge zaken die je kunnen opschrikken. En daar zit hij dan, de man langs de snelweg; E(HB)O-tasje bij de hand voor het letsel dat wordt geleden, om wonden te verbinden, pijn te verzachten. WC-rol in de buurt om strepen en kaders die door anderen worden getrokken eventueel uit te vegen, openingen er in te maken. En terwijl hij daar zit is hij ingedut… het maakt hem zo moe dat dilemma: hoe moeten we weer invoegen op deze mediasnelweg, moeten we weer invoegen en hoe houden we in die kruiwagen vol kikkers al die beesten binnenboord.

Sterkte Evangelische Omroep. Het blijft een enorme klus om die hoekige, die controversiële boodschap van Gods Woord uit te dragen. Niet alleen krijg je kritiek van buitenaf, ook van binnenuit en van allerlei goedbedoelende aan wal staande stuurlui krijg je kritiek.

Loopt een man over de snelweg…

Haalt hij de overkant?

Het is en blijft een gevaarlijke match: de Evangelische Omroep en Arie Boomsma. De altijd goedgeklede Boomsma probeert de boodschap van het evangelie altijd op zeer controversiële wijze over het voetlicht te krijgen. En dit niet altijd op een wijze die een deel van de achterban van de EO apprecieert. Was de serie 40 dagen zonder seks al goed voor meterslange ingezondens in de (christelijke) pers, de pennen stonden ook niet stil toen Boomsma aankondigde niet-christelijke cabaretiers een programma te laten maken over Jezus. De commotie werd de leiding van de EO te groot en zij trok ijlings de stekker uit het project. De niet-christelijke cabaretier liet niet lang nadat de EO het programma de nek had omgedraaid weten dat hij zijn cabaretprogramma over Jezus bij een andere zendgemachtigde de ether in zal slingeren.

Ik begin me nu iets af te vragen: hoe denkt de ‘anti-Arie-coalitie’ (dat is mijn woord voor zij die Arie Boomsma te controversieel vinden) de normen en waarden van het evangelie en de boodschap van het evangelie te verspreiden? Mag het ook op de wijze die Boomsma voorstaat, misschien erg prikkelend en soms op het randje? Persoonlijk vind ik het jammer dat het programma met de niet-christelijke cabaretier niet bij de EO het levenslicht ziet, ik was erg benieuwd hoe de samenwerking tussen een christen en een niet-christen in deze context zijn vorm zou krijgen.

Laten we nu eens een Boompje over opzetten over hoe wij het christelijk geloof moeten ‘vermarkten’…

En misschien wel met als gespreksleider Arie Boomsma…

Een Boompje opzetten over...