Alain Verheij schreef een manifest ‘Inderdaad: lang leve onze christelijke cultuur!’ die ook als petitie te ondertekenen was. In dit manifest worden politici gewaarschuwd de christelijke cultuur niet te misbruiken voor politiek gewin. Mijn stelling is: door dit manifest maak je Jezus zelf tot een politieke figuur. Doe dat niet; zeker in een tijd waarin angst heerst voor de politieke islam.

Zeker, het is absoluut feit dat meerdere politici flirten met de christelijke cultuur terwijl ze ondertussen de barmhartigheid als kernwaarde van die cultuur met voeten treden. Dit is iets wat het manifest detecteert en protesteert hier fel tegen. In die zin herken ik me in het manifest. Christenen in een postchristelijke samenleving realiseren zich steeds meer dat niet alles wat christelijk heet daadwerkelijk christelijk is. Onze tijd vraagt om onderscheidingsvermogen. Daarbij past het dat christenen opstaan.

Vanwege de herkenning in het manifest vroeg ik me af hoe het kwam dat ik er ook weerstand bij voelde. Mijn weerstand betreft de manier waarop het christelijk geloof en Jezus ter sprake worden gebracht. Volgens het manifest valt ‘christelijk’ samen met datgene wat Jezus in zijn parabel over de schapen en de bokken zegt. In het manifest zijn christenen de schapen; zij brengen de barmhartigheid in praktijk. En als onze maatschappij weer wat leert van de ‘dwarse idealist die Jezus Christus was’ (zegt het manifest) – dan komt het goed. Jezus blijkt tóch een politieke figuur te zijn. jesus-che-guevaraIk meen wat tegenstrijdigheden in het manifest te herkennen. Als je namelijk beweert dat jouw traditie eindeloos barmhartig is en weerloos, zul je niet moeten klagen op het moment dat die traditie daadwerkelijk misbruikt wordt door (aankomend) politici als Baudet, Wilders of wellicht zelfs door leiders van christelijke partijen. Dat hoort er allemaal bij. Als het aan het manifest ligt  wordt Jezus via de achterdeur  onze cultuur weer binnengehaald om zijn stempel daarop te drukken. Christenen geven hiermee te kennen dat ze weinig leren van de opluchting die velen voelden bij het recente afschaffen van christelijke wetten, zoals de Zondagswet. Belangrijker is de vraag of het manifest zelf gelooft wat het schrijft; dat Jezus zich wilde ‘laten verraden, bespotten, bespugen, mishandelen en kruisigen’. Onze cultuur hééft God weggeduwd (‘gekruisigd’). Politici misbrúíken het vele goede dat God ons gaf, waaronder de naam christelijk. Dat ís de realiteit. Onze cultuur spreekt van Hem in de verleden tijd en behandelt Hem als overleden.

Maar het manifest legt zich daar niet bij neer. Met deze dwarse idealistische Jezus kun je voor de dag komen. Dit wordt een kracht om rekening mee te houden. Maar Jezus valt – precies zoals het manifest zegt – niet in onze categorieën. Wat dit christelijke manifest doet is Jezus toepassen op onze dilemma’s en inzetten voor onze politieke en maatschappelijke agenda’s. Juist nu de angst voor de opkomende (politieke) islam het maatschappelijke debat beheerst, realiseren christenen zich dat zij een uniek getuigenis hebben. Jezus is niet allereerst ván ons, maar een geschenk áán ons. Zo lief had God de wereld dat Hij zijn enige zoon gaf. Als christenen dit geloof leven, zullen zij altijd en overal tot zegen zijn. God maakt hen tot een gave.

Advertenties