Op 21 maart jongstleden werd de Internationale dag tegen Racisme en Discriminatie weer gehouden. Begrijpelijke en terechte onderwerpen zoals islamofobie, vrouwenrechten, de rechten van de holebi-gemeenschap en transgenders werden over het voetlicht gehaald. Maar als ik de discussies die dag een beetje goed gevolgd heb bekroop mij toch ook een gevoel van selectieve verontwaardiging.

Waar ik op duid is het volgende: al jaren vindt er in Nederland een subtiele uitsluiting plaats van orthodoxe christenen, zozeer zelfs dat de Raad van Europa Europese regeringen oproept een einde te maken aan ‘subtiele vervolging van christenen’. En Nederland wordt in het rapport dat ten grondslag ligt van deze oproep meermalen genoemd. Oké, ik zou de term vervolging als het om Nederland gaat niet gebruiken, maar er is zeker sprake van discriminatie. vrijheid van meningsuitingOf noem het vrijheid van godsdienst, of van meningsuiting. Voorbeelden hiervan zijn er te over: de ‘weigerambtenaar’ die koste wat het kost het veld moest ruimen, voortdurend dreigend gevaar om de wet op het bijzonder onderwijs (over het christelijk onderwijs) aan te passen en de plannen om christelijk onderwijs te verplichten om seculiere lesprogramma’s over homoseksuele relaties aan te bieden aan hun leerlingen.

Is dit nu een kwestie van ‘wie geschoren wordt moet stilzitten’, simpel om het feit dat waar Nederland volgens sommigen ooit zuchtte onder het juk van christelijke betutteling, er nu een andere wind waait de christenen zich daarbij aan moeten passen of is dit een subtiele vorm van discriminatie? Is Nederland nog tolerant waar de mening van een ieder er toe doet of wordt door de secularisatiedictatuur (deze term is van dr. S. Meijers) de dominante mening maatgevend? Wordt er van iedereen verwacht zich te laten persen in het seculiere procrustesbed of mag een groep op eigen wijze pro christus kiezen?

Advertenties