februari 2015


U bent onze brief, geschreven in onze harten, gekend en gelezen door alle mensen.
Het is immers openbaar geworden dat u een brief van Christus bent.
2 Korinthiërs 3: 2-3

‘met het geloof kun je een kerk aansteken, maar ook iets anders aansteken’  zei oud-diplomate en arabiste Petra Stienen op Radio 1. Waarschijnlijk bedoelde Stienen, gelet op de tijd waarin we leven, dat geloof op z’n minst ook de wereld kan aansteken. En dan duid ik op de verschillende gruweldaden die worden gepleegd door ISIS. Toch meen ik dat Stienen met zo’n uitspraak ‘geloof’ te gemakkelijk wegzet als potentieel gevaarlijk. Laat ik mijzelf maar vergelijken met de brief uit boven aangehaalde Bijbeltekst. En dan wel als brandbrief: een vurig schrijven uit nood, een dringende oproep aan alle mensen tot inkeer, ommekeer.

brandbrief Juist en vooral in deze veertigdagentijd. Vanuit het feit dat God de mensen oneindig lief heeft en alleen maar het goede wil voor hen. Kerkvader Augustinus van Hippo draagt op afbeeldingen vaak een brandend hart in de hand, omdat hij veel schreef over de liefde van God tot de mens. Ergens schreef hij ‘Mijn hart was vol verlang naar U’. Brandend van verlangen God. ‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’ zingt lied 598 uit het ‘nieuwe’ liedboek.

Dat we zo in lichterlaaie mogen zijn als baken voor iedereen. Baken op weg naar het koninkrijk van God.

Dat ook onze harten mogen worden aangestoken in onuitblusbaar vuur voor Hem uit Wie en door Wie en tot Wie wij zijn!

Dat we een leesbare ‘brand’brief  van Christus mogen zijn!

Advertenties

Toen ik vanochtend mijn krant opensloeg, maakte mijn hart een vreugdesprong. Ik las: ‘herdersopleiding zit al vol’. Voor mijn geestesoog zag ik beelden van volle collegezalen gevuld met studenten die het ambt van predikant ambiëren. In plaats het krimpen van de opleiding tot predikant zouden – wat de Protestantse Theologische Universiteit betreft –  de oude opleidingsplaatsen van Utrecht, Leiden en vooral 😉 Kampen de deuren weer openen om de toestroom op te kunnen vangen. Helaas werd mij, toen ik verder las,  gewaar dat het niet ging om de opleiding tot predikant maar om een opleiding tot schaapherder in Velp. Als je het aantal inschrijvingen bekijkt zal er dus van die ‘grote, stille heide’ waar het kinderliedje over zingt binnenkort niet veel meer over zijn.  Althans voor deze leerlingen dan… schaapskuddeMijn collega’s en ik dwalen wel verder onverdroten en enthousiast voort op een steeds stiller wordende heide, zo lijkt het vaak. Helemaal aan het eind van het artikeltje stond nog de toevoeging dat schaapherders ‘ook aan de slag kunnen als terreinbeheerder’. Hmm, dat is misschien juist ook waar mijn collega’s en ik onze taak moeten zoeken: als terreinbeheerder. Immers, in de stad, de wijk of het dorp waar we predikant zijn is er buiten de eigen plaatselijke kerkelijke gemeente nog heel wat terrein te beheren, terug te winnen, te ontginnen… Op zoek naar verdwaalde, verweesde schaapjes. Het liedje op de grote, stille heide gaat verder: ‘Op de grote stille heide, rust het al bij maneschijn. Als de schaapjes en de bloemen vredig ingesluimerd zijn’. Misschien moeten we ook die vredig ingesluimerde schaapjes wekken zodat de heide er minder eenzaam en stil uit komt te zien.