god is goed groot

 

Momenteel is er veel ophef ontstaan over de Boomerang kaart zoals hier boven afgebeeld. Prominent op de kaart staat een tekening van een IS-activist die en gijzelaar dreigt te onthoofden, een scene die we de afgelopen tijd helaas meermalen in het echt hebben kunnen aanschouwen. Op de achtergrond staan iets minder duidelijk scenes die verwijzen naar door religie geïnspireerde  gruwelijkheden als heksenverbranding, de martelaren van Gorcum, Inquisitie etc., etc. Mensen vonden dat deze Boomerang kaart niet vertoond moest worden want men wilde liever niet met dit geweld worden geconfronteerd. Een woordvoerder van Boomerang verdedigde echter de publicatie van deze kaart met het argument dat mensen eens moesten nadenken over het verband tussen religie en geweld. Immers, religie en geweld, het zijn twee kanten van eenzelfde medaille. Het is een mening van de vermaarde godsdienst-basher en atheïst Christopher Hitchens. Maar kun je religie en geweld zo makkelijk met elkaar verbinden? Het huidige begrip ‘religie’ is in feite en laatmodern containerbegrip en verbonden met geweld, dat er voor moest zorgen dat er een scheiding kwam tussen staat en religie zou ontstaan om hen de staat boven de religie te stellen die constant op geweld uit was. William Cavanaugh toont in zijn boek The Myth Of Religious Violence  – gebruikmakend van vele casussen – overtuigend aan dat de meeste conflicten niet zozeer religie als de drijvende kracht hadden of door de religie gemotiveerd waren, maar eerder vanuit absolutisme om de eigen machtsgebieden uit te breiden.Het absolutisme legde volgens hem de oorspronkelijke basis voor het ontstaan van het seculiere nationalisme, dat in de 19e en 20e eeuw een veel gewelddadiger gedaante zou aannemen, dan godsdiensten en gelovigen onderling ooit hebben laten zien. ‘Er is geen reden om te veronderstellen dat zogenaamde seculiere ideologieën als nationalisme, patriottisme, kapitalisme, marxisme en liberalisme minder gevoelig zouden zijn voor absolutisme, verdeeldheid, en irrationaliteit dan het geloof in, bijvoorbeeld, de God van de Bijbel’, concludeert Cavanaugh.

Door het generaliserend koppelen van beide verschijnselen – religie met geweld –  creëer je gemakkelijk een categorie, waarbinnen religies eenvoudig als primitief en gewelddadig kunnen worden voorgesteld. Dit dient vandaag een bijzonder ideologisch doel, namelijk om het eigen, seculiere geweld van ‘beschaafde’ naties, te kunnen legitimeren tegenover Arabische landen die de gevangenen zouden zijn van een primitieve godsdienst. Het idee van de band tussen religie en geweld is niet gefundeerd in de realiteit, zo toont Cavanaugh in zijn boek aan.