Kortgeleden heb ik het boek van dr. Maarten Wisse Zo zou je kunnen geloven. Hij geeft daarin  onder andere een interessante analyse in wat hij noemt de verschillende vormen van verwoording van het christendom. Hij heeft het dan over ‘traditioneel-‘, ‘modern-‘,’evangelicaal-‘ en ‘buitenkerkelijk-‘christendom. Hij geeft van elk van de vormen een sterkte en een zwakteanalyse. In deze column wil ik me graag beperken tot de vierde vorm die Wisse beschrijft: het buitenkerkelijk christendom. Als je in de boekhandel kijkt dan vinden liefhebbers van die hun  boeken meestal op de boekenplank ‘spiritualiteit’. ‘De meeste ‘gelovigen’, zo zegt Wisse, bevinden zich momenteel buiten de kerk. Meer dan de helft van de Nederlanders noemt zichzelf ‘religieus’ of ‘spiritueel’, maar een klein deel van die mensen bezoekt regelmatig een kerk; of zoals Ernst Daniël Smid het eens zei: ‘Mijn familie en vrienden zijn niet opgehouden te geloven; ze zijn gestopt met naar de kerk gaan.’ In de hedendaagse vormen van het buitenkerkelijk christendom, zo stelt Wisse, is er een herleving van het geloof in de voorzienigheid, een principe ‘Al’ of het ‘lot’ dat alles bestuurt zonder te achterhalen zin. En juist dat is voor heel veel mensen in de moderne maatschappij een troost. In tegenstelling tot het eindeloos moeten maken van zoveel keuzes, kun je je tegenwoordig rustig overgeven aan de wetenschap dat alles al van te voren is bepaald. Waarschijnlijk verklaart dat de populariteit van een boek als Wij zijn ons brein van Swaab dat stelt dat de mens helemaal geen vrije wil heeft. Maar aanhangers van dit type ‘christendom’ vind je nog nauwelijks terug in de kerkbanken. Immers, de kerk staat voor al die ge- en verboden, dat keurslijf, waar mensen keurig netjes lijken zijn (maar ondertussen…), de dominee volledig tegen elke trend in een monoloog houdt van een lengte meer dan een mens kan verdragen etc. etc. etc. Het karakter van dit type ‘christendom’ zit er juist in dat je alles mag aanvaarden wat jij maar wilt, maar het hoeft niet. Jij bent de instantie voor wat waar, prettig of goed voelt.

Waarom ik hier zoveel woorden aan wijd? kwetsbare aardeOmdat Wubbo Ockels onlangs op 18 mei overleed. ‘Nee, Wubbo geloofde niet’ zei zijn dochter nog desgevraagd. Maar feit is dat Ockels nadat hij vanuit de ruimte de kwetsbaarheid van onze planeet had vastgesteld, met een waar zelotisme zich inzette voor de bewustwording van de mens voor deze kwetsbaarheid en de overtuiging dat wij mensen moeten ophouden deze kwetsbaarheid door ons handelen te verhogen. ‘Laat elk van ons helpen om onze religie vorm te geven. Laat elk van ons zijn geloof uitspreken in een duurzame mensheid’ schreef hij laatst nog in zijn ‘Happy Energie Religion’. Eerlijk gezegd hierin vind ik ook een nieuw soort ‘buitenkerkelijk christendom’ in ontstaan. Zoals ook in die buitensporige omgang met dieren waarin bijvoorbeeld een Partij voor de Dieren (alleen de naam al) zich in verliest, en het fanatisme waarin allerlei religieuze of spirituele elementen uit verschillende bestaande godsdiensten worden gekaapt om zo de leegte te vullen van de eigen spiritualiteit met zaken die ik zelf goed vind voelen, die mij iets opleveren.

Ik geloof het wel.  Nee, niet meer in de kerk met het verkalkte structuren in mensen die geen haar beter zijn dan de anderen; ik stel mijn eigen menu wel samen, en soms luister ik, als het me uitkomt en mij zelf niet al te veel kost, ook naar een man die op zijn sterfbed een boodschap achterliet voor de  mensheid waarin God vervangen is door ‘het milieu’ en ‘de zonde’ bestaan uit ‘de moderne geneugten van het leven’.  Mijn  eigen menu samenstellen, de vaagheid en vrijblijvend is, denk ik, terecht, een goed analyse van Wisse die deze beide zaken noemt als zwakte van het buitenkerkelijk christendom. Ik geloof het wel, zolang mij het zint. Geloof als individueel project dat naar believen kan worden verbouwd, met een gemeenschapsaspect dat werkelijk flinterdun is en misschien net zo kwetsbaar als het beschermend laagje dat de astronaut zag vanuit de ruimte.

Advertenties