januari 2014


In het blad Visie van de Evangelische Omroep staan sinds lange tijd interviews met min of meer Bekende Nederlanders,al dan niet christelijk. Eén van de vragen die hen bijna altijd wordt gesteld is: ‘Wat zou u kiezen: eeuwig leven of eindeloze rijkdom?’ En wat me de laatste tijd opvalt is dat heel wat mensen dan kiezen voor eindeloze rijkdom. ‘Want’ zo verduidelijken ze hun keuze ‘eeuwig leven lijkt me zo saai worden, terwijl je met eindeloze rijkdom ook nog veel andere mensen in je omgeving helpt’. luchtAls je erg goed over nadenkt verbaasd je het uiteindelijk helemaal niet. Als doorgewinterd christen ben je groot geworden met het idee dat je uiteindelijk materiële rijkdom niet het allerbelangrijkste in je leven moet zijn, maar als je de reden voor de andere keuze hoort dan kun im me er iets bij voorstellen. Onmetelijke rijkdom waardoor je het zelf op deze aarde (financieel) goed hebt en dat ook met anderen kunt delen. Jammer is dan wel dat mensen die deze keuze maken dan niet kunnen delen in het in gezang 477 bezongen ‘eeuwigheidsleven’, wat dat dan ook mag zijn. Alhoewel, de mensen die kozen voor onmetelijke rijkdom in het hier en nu vinden eeuwigheid toch een behoorlijk saai vooruitzicht. Waarschijnlijk denken mensen die de materialistische keus maken aan mensen als Bill Gates die beloofd hebben een deel van hun rijkdom in te zetten voor ‘goede doelen’. Toch lijkt het me ook een feit dat mensen zich nog enigszins kunnen voorstellen bij onmetelijke rijkdom en dat ze denken en hopen dan van al hun sores af te zijn (en daarbij ook nog anderen kunnen helpen) en dat eeuwigheid een te abstract begrip is voor velen, want alles wat lang duurt wordt op het laatst erg saai, toch?

Eeuwigheid: het blijkt een begrip dat veel mensen tegenwoordig niet meer goed kunnen duiden. Werk aan de winkel dus om zo’n uitgesleten begrip te actualiseren en daardoor opnieuw inhoud te geven.

In het kader van de Maand van de Spiritualiteit 2014 schreef Arie Boomsma een essay met de titel ‘Troost’. in pakweg zestig bladzijden neemt Boomsma ons mee in zijn mijmeringen over zijn omgaan met het begrip troost. Wij mogen hem vergezellen op zijn zoektocht naar ‘troost’ in zijn eigen levensgeschiedenis. Hij begint en eindigt zijn essay met het schetsen van het beeld dat wanneer hij als kleuter is gevallen op het schoolplein en daar een hoofdwond oploopt, dat hij dan uiteindelijk troost vindt in de armen van zijn moeder. Boomsma TroostTroost is volgens hem afhankelijk zijn van de nabijheid van een ander. Nadat Boomsma in zijn essay verscheidene episodes uit zijn leven met ons heeft gedeeld waarin hij troost ervaart komt hij ten langste leste aan bij het onderwerp ‘troost vinden in het geloof’. Stoer zegt hij eerst dat hij ‘geloof dat troost biedt’ bij anderen wel ziet, maar dat hij het zelf niet begrijpt. Toch getuigd Boomsma van een dieper inzicht in troost als hij hij verteld dat bidden hem een soort van troost kan geven. Hij kan als zijn sores leggen aan de voeten van God, Als een vertrouwelijk gesprek met een vriend die een en al oor is voor wat je verteld over de zaken die je bezighouden. Aan het eind van het essay vergelijkt Boomsma de troost die hij bij God vindt met de troost die hij als kind bij zijn ouders vond. ‘Bij hen was ik veilig,zij beschermden mij tegen de buitenwereld, begrepen alles, wisten onnoemelijk veel en namen mijn pijn weg als het nodig was’ schrijft Boomsma dan. Tegelijkertijd schrikt het hem als moderne autonome mens af, die afhankelijk. Het staat haaks op wie hij is en hoe hij is.

Toch komt Boomsma aan het eind van dit kwetsbare essay tot de conclusie: aan alle troost die ik nu ervaar ligt die afhankelijkheid ten grondslag van de troostende armen van zijn moeder. Toen stopte het huilen en verdween de pijn.

Sinds enige tijd is John de Mol weer op de tv met een nieuw reality-tv-concept ‘Utopia’ geheten. Het idee is simpel: stop een aantal mensen die elkaar niet kennen in één afgesloten gebied waar zo goed als geen voorzieningen zijn en kijk wat voor  een ideale, nieuwe samenleving er wordt gecreëerd. utopiaHet voyeuristische aan het geheel is dat de tv-kijker vanuit zijn luie stoel in principe alles vrijwel 24/7 kan meemaken omdat er bijna overal camera’s hangen. Het grappige van de eerste afleveringen was dat de deelnemers vooral probeerden nog veel van de hen bekende buitenwereld naar binnen te krijgen. Er werd vrijwel niet vanuit de eigen creatieve geest geprobeerd een nieuwe systeem op te zetten. Volgens mij is dat een erg menselijk verschijnsel: als je in een onbekende of nieuwe omgeving bent begin je de vertrouwde zaken te missen.

Historicus Bregman gaf laatst een mooie omschrijving van een ‘utopia’: je realiseren wat je voor moois al hebt en van daaruit verder dromen hoe je het een en ander verder kunt vervolmaken. De Mols Utopia staat daar mijlenver vandaan. Het mooie aan die definitie van Bregman is dat er voor mij ergens ook een christelijke notie in meeklinkt: je realiseren wat je hebt gekregen en verder werken op die aarde en in de aan jou gegeven omgeving als partner, als rentmeester om de het eeuwige Godsrijk, het vrederijk dichterbij te brengen. Is dat een utopie? Nee, dat is een belofte en een opdracht waar we onze schouders onder mogen zetten.

Het nieuwe jaar is al weer een goede week oud. Nog steeds wordt je met reclames bestookt om de overbodige pondjes van de afgelopen feestdagen er af te trainen met een voordelig sportschoolabonnement. Meer bewegen, dat is het devies. Dat zou je natuurlijk ook op andere manieren kunnen doen. Te denken valt aan om in je vrije tijd meer te wandelen en misschien dus ook meer de natuur in te gaan. En wat daar misschien bij hoort is goede kleding en schoeisel. Als je in een sportzaak rondloopt zie je daar ook vaak verschillende soorten goede schoenen. Geschikt voor de wandelsport want goed voorbereid op pad gaan is het halve werk. Zo geldt dat ook voor de reis van je leven, de wandeltocht met jouw Heer.Efeze 6 Pray In de Bijbel wordt die ook wel eens vergeleken met een gevecht. Je moet immers opboksen tegen wat je afhoudt van je eindbestemming. In Efeziërs 6: 13-18 wordt een je een complete kledinglijn aangereikt die je aan moet trekken op die tocht, in die strijd. Geen overbodige adviezen! En bovenal: bid in de Geest, niet gedachteloos, maar bid bezield en levend! Waakzaam voor de gevaren op de weg, want leven met God is ook een strijd.