(Er is) een tijd om te huilen en een tijd om te lachen,
een tijd om rouw te bedrijven en een tijd om te huppelen (Prediker 3: 4)

Het christendom is geen ‘happy-clappygeloof’. Niet alleen maar leven met een eeuwige glimlach op je gezicht.
De hele Bijbel getuigd daarvan: mensen die door diepe dalen, woestijnen gaan en soms uiteindelijk blijdschap kunnen ervaren.

Blijdschap, vreugde omdat God ondanks alles met hen door alles heen meeging.
Prediker getuigd hier al van. Hij weet vanuit zij observatie van het leven van mensen dat er een tijd is om te huilen, om te rouwen.Tijden dat het leven tegenzit, dat alles je uit handen lijkt te zijn geslagen, dat… en vul het zelf maar in.Kruis

Maar Goddank mogen we ook ervaren dat er reden kan zijn voor blijdschap.
Soms in de kleine dingen die je pad kruisen waarmee God laat zien dat hij je niet vergeten is.
Een hand om een schouder, een bemoedigend woord of een opbeurende preek. Het kan van alles zijn.

Vreugde en rouw, blijdschap en bittere tranen; het zijn als het ware twee kanten van één medaille.
Voor alles is er een tijd, zonder het ene lijkt het andere niet te kunnen bestaan.
Vreugde en blijdschap echt goed kunnen verstaan lukt pas als je ook weet hebt van het tegenovergestelde:
de tranen om de gebrokenheid van het bestaan.

Advertenties