Vandaag is het Dankdag voor gewas en arbeid zoals dat zo mooi heet. In veel protestantse kerken in Nederland worden vandaag diensten gehouden om daar bij stil te staan. Danken voor alles wat je het afgelopen jaar ontvangen hebt. Maar… valt er nog wel wat te danken… Als je al lange tijd geleden bent afgestudeerd, je je helemaal suf solliciteert maar overal wordt afgewezen… als je ontslagen bent en het bijkans onmogelijk opnieuw aan de slag te komen… Als je relatie in doodtij is gekomen en je werkelijk niet weet waarom je nog bij elkaar blijft… Als je mensen in je omgeving mist die het afgelopen jaar zijn gestorven… Als…. ja, vul zelf maar verder aan. Valt er dan nog wat te danken? Je eerste en begrijpelijke reactie is ‘nee, echt niet!’

Je klaagt, je balt je vuisten, je schreeuwt het uit, je snapt er helemaal niets meer van. de schreeuw edvard munchEn dan heb je geen behoefte aan goedkope prietpraat in de trant van ‘niet klagen, maar dragen.’ Ook als gelovige mag je het soms helemaal niet meer zien zitten. Een profeet in de Bijbel die dat verwoord is Habakuk: ‘ik sidderde op de plaats waar ik stond.’ zegt hij als hij de oorlogsmacht van Babel op zich af ziet komen en bedenkt wat dat gaat betekenen voor het voortbestaan van de economie en de welvaart van het land. Wat Habakuk zegt zou je kunnen vertalen met ‘ik voelde me diep ongelukkig.’ En dat gevoel hoef je niet zomaar weg te poetsen. Geloven betekent niet: je gevoel uitschakelen. We hoeven niet te doen alsof het leven zo makkelijk is, want er is ook heel veel reden om te zuchten, te klagen. Juist als je dat toelaat, kun je des te sterker zeggen: en toch mag ik juichen. Want er is meer dan ik voel. Mijn gevoel kan zeggen: het wordt niets meer; het is één grote nacht. Maar het TOCH van het geloof ziet het licht van God schijnen in die nacht. Als christen mag je zeggen: ik voel me diepongelukkig, en toch juich ik. Want God de HEER is mijn kracht. Geen mogelijkheden meer zien, toch geloven dat het kan. Geloven dat God alles kan. Voor Hem is niets onmogelijk.

‘Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining –

toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.
God, de HEER, is mijn kracht.’

Habakuk 3,17-19

Advertenties