oktober 2013


De tijd dat het in christelijk Nederland een echte discussie was of er op zondag een ijsje gekocht en genuttigd mocht worden lijkt voor veel gelovigen al ver achter ons te liggen, maar het kernpunt blijft hoe er op zondag door christenen wordt geleefd. Hoe verhoudt de zondag – de Dag des Heeren – , het vierde gebod zich met de levens van christenen? In hoeverre begint een hele levensopvatting te schuiven als men een steentje uit het gebouw loswrikt? Een interessant dilemma dat Geertjan Lassche in zijn documentaire Zwart IJs actualiseert. ijs‘ Schaatsen op natuurijs’ zo meldt de website van Lassche over de documentaire ‘is een oersport in Nederland. Veel topschaatsers komen van het christelijke platteland. Hoewel de Biblebelt (orthodox christelijk Nederland) tegen topsport is, wordt voor schaatsen een uitzondering gemaakt. Zolang maar niet op zondag, de dag des Heeren, worden geschaatst. Vandaag wordt de traditionele schaatscultuur bedreigd door commercie en professionalisering. Ook het heilige huisje van de zondagsrust wordt niet langer eerbiedigt.’ Ergens in de trailer van deze documentaire wanneer het gaat of het al dan niet gerechtvaardigd is om op zondag een zo’n professionele wedstrijd mee te doen wordt door één van de christelijke topsporters gezegd dat een gedachte dat je je ver moet houden van deze wedstrijden wanneer ze worden gehouden op zondag, dat zo’n gedachte iets is van vroeger. Tegenwoordig moet iedereen zelf de afweging maken of hij zich al dan niet prettig voelt bij zo’n deelname op zondag.

Het thema, de kernvraag van deze documentaire is volgens mij erg actueel. Want hoe ga je als christen om met alles wat je aangeboden wordt? Worden we steeds meer ‘wereldgelijkvormig’?  Gaat ons begrip van de betekenis van teksten uit de Bijbel verder en kijken we nu anders aan tegen bepaalde teksten? Wat betekent het om christen te zijn:  je geloof met de daar aan gekoppelde waarden en normen aanpassen aan mensen buiten de kerk of zelf ergens een stelling innemen omdat je gelooft dat dat zo van je gevraagd wordt?

Op 20 oktober 2013 is het Micha Zondag. Het thema is ‘Ik hoor jullie klacht’, geïnspireerd op Jakobus 5. Op Micha Zondag staan armoede en gerechtigheid centraal in duizenden kerken wereldwijd. In 2013 is er bijzondere aandacht voor armoede als gevolg van corruptie en uitbuiting. Bijbelboek Jakobus laat in hoofdstuk 5 zien dat dit onrecht niet ongezien blijft bij onze Heer. En dat betekent dat wij als volgelingen van die Heer ook niet werkeloos aan de zijlijn kunnen blijven staan en doof kunnen blijven voor de klacht die klinkt. ‘Doe mij recht’ is de klacht van de weduwe uit Lucas 18.  Michazondag 2013Het gedeelte sluit af met een vraag aan ons allen: ‘zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?’ Daarmee wordt bedoeld dat er recht gedaan moet worden. Het is een harde vraag aan mensen die een wereld kunnen behandelen als iets waar ze tijdelijk gebruik van kunnen maken, maar waar ze uiteindelijk niet de verantwoordelijkheid voor willen dragen. De aarde, het milieu en andere mensen roepen voortdurend ‘doe mij recht!’ En wat is ons antwoord? De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. We worden opgeroepen tot zorg voor onze naaste, onze naaste ‘recht te doen’. En dat betekent niet alleen maar onze menselijke naaste, maar de gehele schepping. ‘Heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven? Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

De klacht wordt gehoord. Maar  wat doen wij ermee?

Soms zijn het de kleine berichtjes die je doen opschrikken. Zo las ik laatst dat men in Groot-Brittannië zich zorgen maakt over de kwaliteit van het godsdienstonderwijs aldaar. Kinderen in het Verenigd Koninkrijk zouden te weinig voorlichting en informatie krijgen  over de verschillende godsdiensten. Al enige tijd geleden  las ik ergens anders dat sommige mensen zich daarover voor de Nederlandse situatie ook al zorgen maken. Kinderen die geen weet meer hebben, geen basale kennis meer hebben van christelijke feestdagen. Oké, ze zijn met Pasen vrij, maar waarom? Joost mag het weten. En dat is nu precies ook het probleem: meester Joost heeft er ook geen flauw idee van. Nooit kennis over opgedaan in de opleiding… Om maar te zwijgen over feesten van andere godsdiensten die ook – zij het op kleinere schaal –  in Nederland gevierd worden.

Nu zou je misschien je schouders kunnen ophalen over dit feit. So what, Nederland seculariseert, de westerse wereld seculariseert, dus dat grote groepen mensen totaal geen binding meer hebben, geen kennis meer hebben over godsdienst en godsdienstige feestdagen, dat is nogal wiedes. Laat ik voorop stellen: ik vind het erg jammer dat de westerse wereld zich in steeds mindere mate christelijk, godsdienstig noemt, maar daar gaat het mij in eerste instantie in deze column niet om. SamenWaar het mij hier om gaat is  dat grote groepen mensen elkaar niet meer kunnen begrijpen, elkaar niet meer verstaan omdat ze niet meer weten wat de andere persoon drijft. Er wordt wat fragmentarische, verouderde kennis ‘uit de oude doos’ opgediept, wat spullen van het wereldwijde web afgeplukt en op een vreemde aan elkaar geknoopt en voor je weet ontstaan er vijandsbeelden die de werkelijkheid onrecht aandoen. ‘Christenen drinken met hun Avondmaal echt bloed’ en ‘dé islam is een gewelddadige godsdienst die de hele wereld wil veroveren’ en meer van dat soort ongenuanceerde onzinuitspraken over welke godsdienst dan ook. En voor je het weet blijft het niet bij scheldpartijen, maar slaat op een gegeven moment de vlam geweldig in de pan! Talloze voorbeelden uit de minder recente en recente geschiedenis getuigen daarvan.

Om met elkaar een samenleving te kunnen (blijven)  vormen houdt ook in dat we kennis van elkaars (godsdienstige) denkbeelden en gebruiken dienen te hebben die we op goede wijze kunnen verkrijgen. Want anders groeien we als mensen die de samenleving moeten vormen steeds  verder uit elkaar en blijft er uiteindelijk alleen maar onbegrip over. Deze kennis moet overgedragen worden op onderwijsinstellingen opdat we een werkelijke samen-leving blijven vormen.

Want onbegrip leidt tot onbekend en dat maakt onbemind en dat…

Ik ben niet echt van het herbloggen van oude columns, maar vanwege de ramp van het schip met vluchtelingen bij Lampedusa deze week, doe ik dat toch met deze column. Typerend was de reactie van de paus op deze ramp: ‘Schande!’ Laten we zijn uitroep, zijn oproep ons aantrekken en nadenken hoe wij met ‘onze’ (?!) welvaart willen omgaan.

Brandend Zand

Deze week bracht Paus Franciscus een bezoek aan het Italiaanse eilandje Lampedusa. Dit eiland dat op iets meer dan 100 kilometer voor de kust van Tunesië ligt, staat bekend als de “poort naar Europa”. Jaarlijks maken duizenden vluchtelingen de overtocht naar Lampedusa, vanwaar ze hopen te kunnen doorreizen naar het Europese vasteland. Maar voor heel wat vluchtelingen eindigt de gevaarlijke reis naar Lampedusa met de verdrinkingsdood. Als eerbetoon gooide de paus vanaf de boot bloemen in zee en veroordeelde hij de ‘globalisering van onverschilligheid’. “Daardoor hebben we het vermogen verloren om te huilen om het leed”. Franciscus riep de wereldgemeenschap dan ook op tot een groter mededogen voor allen die vanwege erbarmelijke omstandigheden thuis op zoek gaan naar veiligheid en een zeker bestaan. De paus stelde dat Lampedusa in plaats van en wachttoren te zijn die ongewenste vreemdelingen buiten weet te houden een vuurtoren, een lichtbaken moet zijn. Een vuurtoren voor…

View original post 293 woorden meer

Al enige tijd worden we gewaarschuwd voor de gevaar van het teveel. Teveel drinken, teveel eten is niet goed voor de mensen. Alcoholisme en obesitas liggen op de loer en kunnen mensen en relaties tussen mensen verwoesten. Beide verslavingen kunnen, zoals elke verslaving, leiden tot een sociaal isolement en uitsluiting. Mensen kunnen vereenzamen. En wat leek het mooi toen het internet zijn intrede deed in het leven van veel mensen dat er allerlei mogelijkheden ontstonden om vanuit je luie stoel thuis of via de smartphone overal contact te houden met mensen die je kent en contacten te leggen met mensen die je nog nooit hebt gezien. Je hebt de hele wereld onder de knop van je computer, telefoon, of wat dan maar ook. Prachtig!!

Maar zoals alles kunnen ook de nieuwe sociale media, wanneer ze teveel worden gebruikt,  leiden tot een verslaving met alle kwalijke gevolgen van dien. In het geval van een overmatig gebruik van social(e) media spreek je dan van ‘Socialbesitas’. De kenmerken van socialbesitas zijn dezelfde van elke verslaving dan ook: onder andere dan je je eigen wereld creëert je en dat  die wereld is het belangrijkste voor je is. In het NRC en het actualiteitenprogramma Een Vandaag werd hier van de week voorbeelden van geschetst. Mensen die het hebben van vrienden op Facebook belangrijker vonden dan vrienden in de normale leven (irl) ‘Sommige jongeren vinden hun Facebook-vrienden belangrijker dan hun echte vrienden. Want wat echte vrienden zeggen, weet alleen jij. Maar wat Facebookvrienden zeggen, weet iedereen’ schreef het NRC; mensen die het belangrijk vinden dat hun berichtjes door zoveel mogelijk mensen worden gezien; de toenemende druk om sociaal te willen zijn, iedereen te willen volgen en niks te missen. ‘Het sturen, lezen en voortdurend checken van de sociale media geeft jongeren een kick, een “instantbevrediging” vergelijkbaar met die van eten, alcohol, drugs en seks’, zegt Herm Kisjes, een van de onderzoekers naar dit fenomeen in de krant.

Een van de effecten van overmatig gebruik van social media is psychische vermoeidheid. Laatst hoorde ik van een iemand van in de twintig die naast haar baan ook nog heel actief was op social media en vond dat ze aan alle events moest blijven meedoen en dat ook via de sociale media  moest blijven uitventen. Uiteindelijk kreeg ze een stevige burn-out omdat ze een (te) druk sociaal leven, haar opgedrongen door de social media, niet meer kon combineren met haar baan.

laat je niet leiden door social media

laat je niet leiden door social media

Bij dit alles moest ik denken aan een heel oud geschrift (450 jaar om precies te zijn) van het protestantisme, de Heidelbergse Catechismus. In veel kerken ligt het geschrift al onder vele lagen stof weg te zinken in de vergetelheid, maar de actualiteit van het belijdenisgeschrift is nauwelijks te overschatten. In 52 delen die ‘zondagen’ worden genoemd wordt de kern van christelijk geloof samengevat door mannen die luisterden naar de namen Caspar Olevianus en Zacharias Ursinus (Beer). Neem nu ‘vraag en antwoord’ 1 (want zo heet dat in de Heidelbergse Catechismus): wat is uw enige troost in leven en sterven? Dat ik met lichaam en ziel, zowel in leven en in sterven, niet mijzelf toebehoor, maar aan mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus. Juist als mensen vastlopen omdat ze steeds maar moet scoren, steeds maar gezien moeten worden, hogerop moeten komen, geliefd moeten zijn, kunnen die woorden zoveel ruimte bieden. De catechismus troost met de blijde boodschap dat we niet van onszelf hoeven te zijn. We mogen van Christus zijn, We zijn niet afhankelijk van allerlei zaken die ons leven willen beheersen, maar van Jezus Christus. Bevrijd van onszelf en de ziekte van Ikke, ikke, ikke.

Daar moest ik laatst aan denken toen ik een aankondiging las van een conferentie met de titel ‘Geloven in preken’. Foie gras. U weet het wel: de in Nederland zeer omstreden manier om ganzen vet te mesten waarbij de dieren enkele malen per dag via een trechter mechanisch of pneumatisch gevoerd worden. Met deze wijze van dwangvoedering kan de lever abnormaal opzwellen. Ik dacht aan deze martelvoeding vanwege de vergelijking die Ciska Stark maakte toen zij het spits afbeet op bovenstaande conferentie. ‘Kerkgangers zijn een stel tamme ganzen. De kerkganger van nu is een tamme gans die iedere zondag naar de kerk waggelt, waar de tammeganzendominee preekt over het wildeganzenleven van vliegen en vrij zijn. Daar laaft de tamme gans zich aan zijn wezenlijke roeping.’ Het beeld ontleend zij aan de Dagboeknotities van de Deense theoloog en filosoof aan het eind van de negentiende eeuw, Søren Kierkegaard. vlucht ganzenDeze aftrap van mevrouw Stark zette me aan het denken. Wat zij prikkelend stelt zegt iets over de kerkganger, die zich als tamme gans het gemakkelijke voedsel, het laaghangende fruit, laat welgevallen en zichzelf daarmee in slaap sust en niet bedacht is op de naderende Kerst wat voor hun een wisse dood betekent. Maar het zegt ook iets over de dominee, die zijn publiek met liedjes-van-verlangen tevreden houdt en niet laat opschrikken. ‘Want het hart van dit volk is vet geworden en zij hebben met de oren slecht gehoord, en hun ogen hebben zij dichtgedaan, opdat zij niet op enig moment met de ogen zouden zien en met de oren horen en met het hart begrijpen, en zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen’ citeert Paulus de Heilige Geest in Handelingen. Foie gras, maar dat geldt niet alleen voor de luisteraars, maar zoals gezegd evenzeer voor de predikers. Scherpe kanten van het evangelie, de struikelblokken worden graag vermeden, kool en geit moeten worden gespaard, spiegels omgedraaid, mensen naar de mond gepraat.

‘Moet een kerkdienst de vorm krijgen als afwisselende mix van liederen en teksten, gebed en getuigenis waar de preek slechts terloops een rol in speelt? Met de dominee in de rol van verteller die de verschillende ‘stukjes’ aan elkaar praat?’ vraagt Stark zich vervolgens elders af. Want alle deskundigen stellen dat de concentratie van een hoorder gemiddeld zeven tot acht minuten is. Gelukkig beëindigd Stark haar betoog met ‘prediker en hoorders geloven niet in de prediking, maar in een God die spreekt. (…) Volgens Stark zit het in de aard van het gesproken woord zelf: het is een ‘levend’ woord, een “viva vox” (levende stem) of zoals men vandaag zou zeggen: het is live. In tegenstelling tot hetgeen je leest of op papier of op een scherm ziet, is een gesproken woord iets vluchtigs in tijd en ruimte, het is niet gefixeerd en dus principieel open voor betekenis. De preek is niet de preek op papier of hetgeen je achteraf kunt navertellen: Het woord gebeurt op het moment zelf en dat is Bijbels: het Woord geschiedt.’

Ik geloof in de kracht van de Geest, een God die spreekt die van dode beenderen weer levende mensen kan maken, die toegestopte oren kan openen, dichtgeslibte aders kan openen en die mensen weer in de ruimte kan zetten van de vrijheid van het geloof en mensen weer een stem kan geven om de Bijbel met al haar hoekige, scherpe en vaak aanstootgevende kanten te verkondigen!