september 2013


Soms, heel soms heb je verwachting dat Pauw en Witteman een journalistiek programma is, waarbij iedereen even serieus wordt genomen. Zo keek ik afgelopen dinsdag ook hoopvol naar het programma waarin SGP-voorman Kees van der Staaij de degens zou kruisen met Gerard Spong en Goedele Liekens over de reclame voor Second Love, een initiatief waarbij mensen worden aangemoedigd om ‘vreemd te gaan’. Eigenlijk zou zo’n reclame volgens hem moeten worden voorzien van een waarschuwing: ‘Let op. Vreemdgaan dupeert kinderen.’ Helaas bleek mijn hoop vals te zijn toen ik merkte dat Van der Staaij keer op keer met non-argumenten van de kant van zijn opponenten te maken kreeg, de hele tafel zich allengs tegen hem keerde en de beide presentatoren het debat totaal niet leidden. Iedereen begon tegelijkertijd door elkaar heen  in te hakken op Van der Staaij. Pauw en WittemanHoewel Van der Staaij aan het begin van het debat al meteen stelde dat hij steun kreeg tegen de reclame van Second Love, niet alleen uit zijn eigen achterban, maar van een heel gemêleerd publiek en dat een belangrijk deel van de Nederlanders het ook niet kies vond om reclame te maken voor huwelijkse ontrouw en overspel,  werd dit door Liekens en Spong afgedaan als christelijke zedenmeesterij. Immers, alles moet toch kunnen? Hoewel hij uiterlijk heel kalm bleef tegen alle aantijgingen die niet ter zake deden, moet Van er Staaij vanbinnen hebben gekookt van woede over zoveel ongenuanceerdheid, rabiaat antigodsdienstige onzin die hier over de tafel ging zijn richting.  Hij maakt zich, mijns inziens,  terecht zorgen maakt over de reclame voor Second Love. Ik vraag me af: wat zou de reactie zijn geweest van het tweetal als in plaats van Van der Staaij van het SGP er iemand had gezeten van GroenLinks of de SP, die ook zomaar stelling hadden kunnen nemen tegen deze reclamecampagne vanuit een algemener ethisch standpunt? Had Liekens dan ook nog, volledig buiten de stelling om, de discussie hebben beëindigd met het voorstel om ook de Bijbel te voorzien van een waarschuwingssticker; immers, de Bijbel ‘heeft ook zoveel verkeerds aangericht’. Inmiddels ben ik tot de conclusie gekomen dat ik weer naar een prachtig staaltje ‘christenbashen’ heb zitten kijken. Het maakt niet uit wat de christen ter discussie stelt, we vallen hem alleen maar aan op zijn christen-zijn. Een leuk gezelschapsspel!

Nu kun je je afvragen waarom Kees van der Staaij bij Pauw en Witteman over dit onderwerp de degens wilde kruisen met Goedele Liekens en Gerard Spong? Hij kon toch op zijn tien vingers natellen dat hij belachelijk zou worden gemaakt en dat de combinatie van het onderwerp met de SGP zou worden aangegrepen om alle christenen als wereldvreemde zedenmeesters weg te zetten? Ik moest bij deze discussie denken aan de profeet Amos. Amos moet spreken, roepen in de straten en op de pleinen… Hij mocht, hij kon niet zwijgen. Er gebeuren dingen om hem heen die vreselijk fout zijn. God zelf wil dat hij spreekt. Eigenlijk was Amos, die van huis uit schaapsherder was, het liefste bij zijn schapen gebleven, maar steeds vaker komt er die onrust in zijn lijf. Hij moest de wereld laten horen dat de mensen verkeerde dingen aan het doen zijn. Ja, het liefst had hij het allemaal niet gezegd, het zou hem duur komen te staan, hij zou  voor schut worden gezet, maar hij kon niet anders dan de mensen waarschuwen!

Zo vergelijk ik Van der Staaij met Amos. Profeteren, waarschuwen op de straten en de pleinen. Niet achter gesloten deuren dit soort zaken afkeuren, maar voor het volle publiek. Ook al oogst je veel afkeuring en word je voor ‘gristengekkie’ versleten.

 

Vorige week was  het moment van de release van Grand Theft Auto V (GTA V), de nieuwe loot aan de Grand Theftserie, die al sinds 1997 veel harten van gamers sneller laat kloppen. In het hele land waren gamewinkels om middernacht open om mensen de gelegenheid te bieden het nieuwe computerspel als eerste te kunnen kopen. Samenvattend kun je stellen dat dit spel draait, dat zegt de titel althans al, om auto’s te stelen en je een plaats te veroveren in de criminele wereld. De game gaat gepaard met veel bloederigheid vanwege het neerschieten van mensen en het doodrijden van voetgangers. In een reportage op RTV Oost over de nachtelijke verkoop van GTA V antwoordde een jongen op de vraag wat hem nou zo aansprak in het spel: ‘lekker mensen doodrijden en met de auto’s scheuren!’ Dit soort reacties staat in een schril contrast met wat een recensent in de NRCnext stelde toen hij schreef dat GTA afdoen als een moordsimulator het spel tekort doet. Want ‘je kiest zelf in hoeverre je je te buiten gaat aan geweld en daarbovenop heeft het spel wel degelijk een morele code: ga je te ver, dan krijg je de politie achter je aan. (…) Zo roept de game juist discussie op over geweten en vrije wil.’ Volgens de recensent waren de eerdere afleveringen van GTA wel gebaseerd op dat idee, maar GTA V laat je drie personages volgen in verschillende stadia van hun criminele carrière. Maar stelt hij later zelf ‘In GTA dient alles immers om te beschieten, bespotten of te bestelen.’ Ja, lekker zeg; als je dit de morele code noemt van GTA waar alles dient om te beschieten, bespotten of te bestelen, maar waar je wel de keuze hebt om het te doen, dan lijkt me dat volledig voorbijgaan aan de werkelijke intentie van de developers: lekker je agressie afreageren in een game. In de game-werkelijkheid zijn er geen echte keuzes – of zijn het keuzes die je meeneemt in het dagelijks leven (?) – , het enige doel is hogerop komen op de ladder van de criminaliteit! GTA V

Maar ‘life is not a game’, het leven is geen spelletje, zoals Francis Schaeffer, bekend van l’Abri, al eens zei. Waaraan wijd jij je? Wat vervult je hart? In deze wereld moeten er keuzes worden gemaakt en die doen er zeker (ook) toe. Zo kom ik op het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus uit Lucas 16: 19-31. In het verhaal gaat het over de rijke man die een keuze heeft gemaakt in zijn leven en de arme Lazarus die geen keuze heeft, anders dan om arm te zijn. Echter na dit leven blijkt de rijke man ineens op een minder aangename plek aan te zijn gekomen en hij vraagt Abraham dat Lazarus aan zijn vijf levende broers moet verschijnen om hen te waarschuwen niet de zelfde fout te maken als hij, de rijke man, heeft gemaakt.  Maar Abraham zegt: ‘Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!’ Dan zegt de rijke man: ‘Nee, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.’ Maar Abraham zegt dan: ‘Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.’ Ze kunnen het wel degelijk weten, de rijke man zelf had het wel degelijk kunnen weten. Ze hebben immers Mozes en de profeten! Wij zouden zeggen: ze hebben de Bijbel toch? Ze kennen toch de roep om gerechtigheid van de profeten? Ze kennen toch de Tien Geboden, met hun roep om als een bevrijd mens te leven, maar dan zeker niet alleen voor jezelf? De rijke man geeft het niet op: ach, die bijbel, die ligt natuurlijk te verstoffen op een plank, nee, als er iemand uit de doden naar hen toekomt en hen waarschuwt, dan zullen ze zich bekeren, dat zal pas indruk maken! Maar Abraham weet wel beter: ‘Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.’ De Britse schrijver C.S. Lewis zei het eens als volgt: ‘Tegen de mensen die geen “uw wil geschiede” willen zeggen tegen God, zal God op enig moment zeggen: “úw wil geschiede”.’ Wat is de keuze die je uiteindelijk maakt? God respecteert je keuze,maar aanvaard jij dan wel de consequenties, de gevolgen!

En zo komen GTA en de Bijbel bij elkaar. Bij beiden draait het om keuzes, bij de één is dat in een virtuele gamewereld (met volgens mij wel je houding ten opzichte van het echte leven), en bij het ander draait het om het echte leven. Beiden met hun consequenties, aan jou de keuze!

Nee, ik ga geen kritiek geven (in opbouwende zin of welke zin dan ook) op het handelen van onze nieuwe koning, die gister voor de eerste keer de Troonrede mocht uitspreken op Prinsjesdag 2013. Nee, er is iets anders wat me er toe bracht deze tekst uit 1 Samuel 8,5b aan te halen. Laatste vernam ik dat een groot aantal Nederlanders een sterke leider verlangt die zonder al te veel ‘democratisch geneuzel’ (een citaat, niet mijn woorden) besluiten neemt. Na en lange periode van kabinetten die allen de eindstreep niet haalden, voorgenomen besluiten die de Tweede of de Eerste Kamer niet doorkwamen lijkt een aantal mensen helemaal moe van het zwalkende beleid van onze bestuurders. En tot overmaat van ramp moeten we nu ook nog eens afscheid nemen van onze verzorgingsstaat en ons instellen op de ‘participatiesamenleving’. De participatiesamenleving of zoals sommigen liever zeggen ‘een samenleving waarin ieder zijn eigen broek moet ophouden en die van een ander; waar de overheid zich zoveel mogelijk uit terugtrekt’. In wezen dus een samenleving die heel veel mensen juist ooit hebben gewenst: een kleinere overheid a la het Amerikaanse concept. Maar dat is uiteindelijk niet wat de Nederlandse burger nu wil. Die wil een overheid als een moderne Sinterklaas: de overheid zorgt voor de moeilijke zaken die wij als burger liever niet op ons bordje hebben liggen en de overheid zorgt ervoor dat wij geen last hebben van welke crisis dan ook. En uiteindelijk moet de overheid dat geheel gratis bewerkstelligen. Een soort groot Nederland Disneywereld. Een sprookjespark.

‘Stel daarom een koning over ons aan om leiding te geven’ vroegen de Israëlieten aan Samuel. En God liet via Samuel aan de Israëlieten weten dat er ook nadelige kanten aan koningen zaten, maar de Israëlieten kozen toch voor een koning. En dat hebben ze geweten: eerst kregen ze Saul die na een tijdje volledig ontspoorde. Toen kwam David die op een gegeven moment een rivaal in de liefde in de frontlinie zette om zo zijn vrouw in te kunnen pikken. Daarna trad Salomo aan als koning, van wie werd gezegd dat ‘hij veel paarden had’ wat wil zeggen dat hij zaken had die hij niet op een goede manier had verkregen. ‘Stel daarom een koning over ons aan om leiding te geven’; willen de mensen echt een ‘verlicht despoot’ die met ferme hand en zonder teveel democratisch geneuzel de economie weer op de rails zet? Wil men alleen maar ‘brood en spelen’? Je zou het soms bijna gaan denken.tagcloud Troonrede 2013

Ik heb met belangstelling naar de Troonrede 2013 zitten luisteren en veel impopulaire maatregelen horen aankondigen die diep in het vlees snijden. Ik heb gehoord dat we nog meer dan voorheen ons moeten instellen op een participatiesamenleving. Een samenleving waarin meer mensen dan voorheen met elkaar de handen uit de mouwen moeten steken om te doen wat ze kúnnen doen. Ondanks alle fouten en problemen die deze regering heeft en heeft gemaakt en misschien nog moeten worden bijgesteld; is dit niet een samenleving die we wensen. Geen samenleving waarin het ‘dikke ik’ voorrang heeft, maar waar we met elkaar samen-leven? Ik hoop van harte dat we daar werkelijk met z’n allen uit komen.

Laat ik afsluiten met de woorden waarmee de koning zijn rede afsloot. “We bidden God om wijsheid voor hen die ons regeren.’

hasta

Bovenstaande poster zullen sommigen zich nog herinneren: Che Guevara, de Argentijnse marxistische revolutionair en latere compaan van Fidel Castro, de voormalige machthebber van Cuba.  Che Guevara  werd in 1967 vermoord en werd zo een vermaard ‘martelaar van de opstand tegen het kapitalisme’. Door de jaren heen heeft hij een iconische uitstraling gekregen en zijn beeltenis en de uitspraak ‘hasta la victoria siempre’ inspireerde menige rebel  en sprak tot de verbeelding.

hasta christelijk

Ooit is de kerk ook als tegenbeweging begonnen, onder andere tegen de heersende mening. Ja, ooit, want door de eeuwen heeft een groot deel van de kerk zich laten inpakken door de wereldlijke machthebbers. Hierboven staat het frontplat van een boek van de Britse theoloog Alister McGrath dat handelt over de ‘gevaarlijke ideeën’ van het protestantisme. Gelijk aan de poster van  Che Guevara staat Maarten Luther tegen een roodkleurige achtergrond van een rijzende zon. Ooit was het het protestantisme dat een steen in de kalme vijver wierp van een heersend christendom dat verzandde in schijnbaar onwrikbare structuren en zich aanpaste aan de algemene mening en verwachting. En nu staat het christendom weer voor een nieuwe uitdaging: zich aanpassen aan de algemene mening en verwachting dat ‘de grote verhalen dood zijn’, of overtuigd zijn van de ‘gevaarlijke ideeën’ van het hele christendom (niet alleen van het protestantisme) die dwars tegen de tijd in kunnen gaan en die diep in eigen vlees kunnen snijden, zo u wilt ‘brandend zand’ kunnen zijn? Is de Bijbel een ‘zoet boekje met verhaaltjes voor het slapengaan’ of een verzameling geschriften die mensen niet alleen kan troosten maar ook kan aanzetten om geen genoegen te nemen met de werkelijkheid zoals die op ons afkomt?

Dominee Van Nieuwpoort die onlangs met zijn collega Visser het boekje Tegengif schreef,  verwoordde het zo: ‘de teksten zouden ons wakker moeten schudden. Vervolgens zouden we kunnen nadenken over onze eigen rol. Mogelijk kunnen we bijvoorbeeld iets betekenen voor de weduwe in onze buurt. Dan gaan onze ogen open voor de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan. De profeet Elia maakte geen knieval voor Baäl. Die Baäls zijn vandaag de heersende machten en het geld om ons heen. Elia opende daarvoor de ogen. De Bijbel zou van ons opstandige christenen moeten maken!’

Hasta la revolucion, siempre!

NASCHRIFT

Mooi te zien hoe synodescriba Plaisier zich in dit kader uitlaat over Second Love, een initiatief om overspel aan te moedigen. SGP-jongeren die tegen de reclamecampagne van dit initiatief bezwaar aantekenden , hun nek uitgestoken, kregen nul op hun rekest, steekt hij zo een hart onder de riem. Soms lijkt het of een groot deel van de christenen als verdoofde konijnen in het grote licht van de (post)moderniteit zitten te staren en niet weten wat ze moeten doen. Toch kun je, zo lijkt het mij, je eigen ethische principes wel uitdragen. Ook al lijkt het tegen de geest van de tijd in te gaan waarin zo lijkt het soms alles moet kunnen en mogen (althans, zo lang het de meerderheid bevalt…), het is goed je stem te verheffen. Ook al krijgt het christendom soms de schuld van alles wat verkeerd is in de wereld met een vaak zeer ongenuanceerd besef van de geschiedenis waarvan men ook nog grote delen gemakshalve vergeet, wees dwars, buig je knieën niet  voor de Baäls van deze tijd, wees profetisch!

Nederland, fietsland. Zo staat ons land bekend in het buitenland. En over fietsen zijn al heel wat liedjes geschreven. De Drentse formatie Skik zong het in 1997 zo:

‘wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage ‘k
heb de banden vol met wind
nee ik heb ja niks te klagen
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage
‘k zol haost zeggen, jao het mag wel zo’

En in één van coupletten zingen ze dan:skik op fietse

‘trap de fietse deur ’t buulzand hen
op ’n zandpad langs de Duutse grens
ik denk da’k dalijk even kieken gao in’t buutenland’

En als je dan zo’n stuk gefietst hebt, dan kan het zo maar gebeuren dat je een sanitaire stop moet maken, zeg maar: naar het toilet moet. Dan is maar goed dat je in Duitsland bent want de Evangelische Kirche Deutschland (EKD), een verzameling van een aantal protestantse kerken in Duitsland, heeft een heel aardig initiatief gestart. Bij onze oosterburen heeft  namelijk het netwerk ‘Kirche in Freizeit und Tourismus’van de EKD zogenaamde Radwegekirchen (‘fietskerken’) gepromoot. Deze kerken worden door de plaatselijke gemeente opengesteld voor bezichtiging, voor het bezoek van toiletten, even tot rust komen en je kunt er weer verder op weg worden geholpen.

Volgens mij een prachtig initiatief waarbij kerken hun functie ook doordeweeks kunnen uitbuiten. Ik zie het in Nederland gebeuren: via fietsknooppunten wordt je de weg gewezen naar een plaatselijke kerk waar je even je natje en je droogje kunt gebruiken, waar je even kunt relaxen en meer informatie krijgt. En ook een plaats waar je ondersteuning kunt krijgen (in de breedste zin van het woord) als je daar om verlegen zit.

De kerk middenin de samenleving op een heel basale wijze, maar op een manier waarvoor een kerk echt bedoeld is: richtingaanwijzer, wegwijzer en vluchtheuvel.