Gister ben ik naar een lezing geweest van prof.dr. Jos de Mul, hoogleraar Filosofie van mens en cultuur, die sprak naar aanleiding van de publicatie van zijn boek Paniek in de polder. Polytiek en populisme in Nederland. In plaats van te somberen over ‘de toestand van het land’ poneerde hij de polderpolitiek in wezen zeer goed werkt. Hoewel menigeen het omgekeerde zou beweren legde hij helder uit waarom hij vindt dat de huidige oprisping van populisme in feite hoort bij de pacificatie van deze uitersten in het politieke landschap.  De Mul neemt zijn uitgangspunt in het koninkrijk van de Comagenen, waar men op een berg de beelden van alle goden van de omringende landen en godsdiensten had verzameld. Eén maal per jaar vierden ze op één datum een feest ter ere van alle goden. Dit polytheïstisch idee maakte het dat in dit koninkrijk in het oude Mesopotamië lange tijd zeer vredig en welvarend is geweest.  Deze tolerantie duidt De Mul ook wel aan met de term ‘polderpolytiek’, naar de samentrekking van polytheïsme en politiek. Spanningen tussen de verschillende groepen in een samenleving moeten niet worden beslecht, maar verduurd. Dat is immers de grondbetekenis van het begrip tolerantie. En dat kan soms pijn doen. Polderpolytiek wordt gekenmerkt door stroperige besluitvorming waar altijd wordt gezocht naar consensus en compromissen en is niet gebaat bij sterke leiders. Polytheïsme sluit volgens De Mul hierbij het beste aan waar meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan, terwijl het monotheïsme steeds uitgaat van één waarheid. In Nederland heeft deze tolerantie goed wortel geschoten, mede omdat Nederland door een bepaalde geologische situatie wordt bepaald namelijk dat een groot gedeelte van het land onder de zeespiegel ligt en dat men eensgezind het land moesten verdedigen. Men moet met verschillen kunnen omgaan. Waterschappen zijn daarom niet voor niets de eerste democratische instituties in de Lage Landen. Dat laatste, Lage Landen, wordt ook per ongeluk steeds in het meervoud geschreven. Dit laat volgens De Mul duidelijk zien dat ons land steeds een land as waar meerdere meningen naast elkaar konden bestaan. De laatste tijd heeft zich echter de verstarring voorgedaan met als gevolg dat de meeste partijen steeds meer naar elkaar zijn opgeschoven, ze zijn allemaal steeds meer ‘liberaal’ geworden.Veel mensen denken nu het allemaal een eenheidsworst is geworden en zoeken het in de populistische uitersten. Dit is weer een proces van tolerantie waar men elkaars meningen moet verduren, maar dit proces kan ook leiden tot verduurzaming van de samenleving. De westerse democratie is immers niet alleen maar gefundeerd op de pijlers ‘Jeruzalem’ (joods-christelijke traditie), Athene (rationalisme), maar ook op de pijler ‘fatum’ dat staat voor de kennis dat niemand het lot kan ontlopen (naar de Griekse tragedies, bijvoorbeeld de ‘Antigone’). En juist deze laatste pijler leidt ertoe dat men solidair met elkaar is. Door dit meeleven bestaat bij de Europeanen het bewustzijn ‘dat het menselijk geluk bijzonder fragiel is’. En daaruit volgt dat we mee kunnen en moeten leven ‘met degenen die door een noodlot getroffen worden’. Kortom: wat we van de tragedie leren, is een tragisch conflict te verduren. Een woord dat De Mul veelvuldig gebruikt en waarmee hij bedoelt dat mensen elkaar moeten tolereren.

De Mul schetst dus geen sombere voorstelling van zaken. Tolerantie is een proces dat pijn kost.  Dat Wilders bijvoorbeeld één van de Kamerleden is die het langst op het Binnenhof rondloopt wordt vaak vergeten en dat de punten van de PVV soms als ultralinks of juist uiterst rechts kunnen worden betiteld kan erop duiden dat het proces van de polderpolytiek nog steeds werkt. De scherpe kantjes van het de islam gaan er steeds meer af wat wordt getoond met de  cijfers dat secularisatie in de westerse moslimgemeenschap om zich heen grijpt. De rust in de polder zal weldra weergekeerd zijn!

Een boeiende analyse van De Mul die ook wat vragen oproept. Vanuit mijn christelijke achtergrond werp ik er een aantal op: zou juist niet de joods-christelijke pijler van de westerse democratie niet ten grondslag liggen aan de solidariteit. Ook vind ik dat monotheïsme te simpel wordt voorgesteld als zou zij alleen maar een theocratie nastreven.  Ook vraag ik me af of in deze huidige tijd van verregaande individualisering en egotripperij er nog wel mogelijkheden zijn om weer rust in de polder te krijgen alleen maar vanwege het feit dat dit in het verleden ook altijd zo werkte.

Advertenties