februari 2012


Gister ben ik naar een lezing geweest van prof.dr. Jos de Mul, hoogleraar Filosofie van mens en cultuur, die sprak naar aanleiding van de publicatie van zijn boek Paniek in de polder. Polytiek en populisme in Nederland. In plaats van te somberen over ‘de toestand van het land’ poneerde hij de polderpolitiek in wezen zeer goed werkt. Hoewel menigeen het omgekeerde zou beweren legde hij helder uit waarom hij vindt dat de huidige oprisping van populisme in feite hoort bij de pacificatie van deze uitersten in het politieke landschap.  De Mul neemt zijn uitgangspunt in het koninkrijk van de Comagenen, waar men op een berg de beelden van alle goden van de omringende landen en godsdiensten had verzameld. Eén maal per jaar vierden ze op één datum een feest ter ere van alle goden. Dit polytheïstisch idee maakte het dat in dit koninkrijk in het oude Mesopotamië lange tijd zeer vredig en welvarend is geweest.  Deze tolerantie duidt De Mul ook wel aan met de term ‘polderpolytiek’, naar de samentrekking van polytheïsme en politiek. Spanningen tussen de verschillende groepen in een samenleving moeten niet worden beslecht, maar verduurd. Dat is immers de grondbetekenis van het begrip tolerantie. En dat kan soms pijn doen. Polderpolytiek wordt gekenmerkt door stroperige besluitvorming waar altijd wordt gezocht naar consensus en compromissen en is niet gebaat bij sterke leiders. Polytheïsme sluit volgens De Mul hierbij het beste aan waar meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan, terwijl het monotheïsme steeds uitgaat van één waarheid. In Nederland heeft deze tolerantie goed wortel geschoten, mede omdat Nederland door een bepaalde geologische situatie wordt bepaald namelijk dat een groot gedeelte van het land onder de zeespiegel ligt en dat men eensgezind het land moesten verdedigen. Men moet met verschillen kunnen omgaan. Waterschappen zijn daarom niet voor niets de eerste democratische instituties in de Lage Landen. Dat laatste, Lage Landen, wordt ook per ongeluk steeds in het meervoud geschreven. Dit laat volgens De Mul duidelijk zien dat ons land steeds een land as waar meerdere meningen naast elkaar konden bestaan. De laatste tijd heeft zich echter de verstarring voorgedaan met als gevolg dat de meeste partijen steeds meer naar elkaar zijn opgeschoven, ze zijn allemaal steeds meer ‘liberaal’ geworden.Veel mensen denken nu het allemaal een eenheidsworst is geworden en zoeken het in de populistische uitersten. Dit is weer een proces van tolerantie waar men elkaars meningen moet verduren, maar dit proces kan ook leiden tot verduurzaming van de samenleving. De westerse democratie is immers niet alleen maar gefundeerd op de pijlers ‘Jeruzalem’ (joods-christelijke traditie), Athene (rationalisme), maar ook op de pijler ‘fatum’ dat staat voor de kennis dat niemand het lot kan ontlopen (naar de Griekse tragedies, bijvoorbeeld de ‘Antigone’). En juist deze laatste pijler leidt ertoe dat men solidair met elkaar is. Door dit meeleven bestaat bij de Europeanen het bewustzijn ‘dat het menselijk geluk bijzonder fragiel is’. En daaruit volgt dat we mee kunnen en moeten leven ‘met degenen die door een noodlot getroffen worden’. Kortom: wat we van de tragedie leren, is een tragisch conflict te verduren. Een woord dat De Mul veelvuldig gebruikt en waarmee hij bedoelt dat mensen elkaar moeten tolereren.

De Mul schetst dus geen sombere voorstelling van zaken. Tolerantie is een proces dat pijn kost.  Dat Wilders bijvoorbeeld één van de Kamerleden is die het langst op het Binnenhof rondloopt wordt vaak vergeten en dat de punten van de PVV soms als ultralinks of juist uiterst rechts kunnen worden betiteld kan erop duiden dat het proces van de polderpolytiek nog steeds werkt. De scherpe kantjes van het de islam gaan er steeds meer af wat wordt getoond met de  cijfers dat secularisatie in de westerse moslimgemeenschap om zich heen grijpt. De rust in de polder zal weldra weergekeerd zijn!

Een boeiende analyse van De Mul die ook wat vragen oproept. Vanuit mijn christelijke achtergrond werp ik er een aantal op: zou juist niet de joods-christelijke pijler van de westerse democratie niet ten grondslag liggen aan de solidariteit. Ook vind ik dat monotheïsme te simpel wordt voorgesteld als zou zij alleen maar een theocratie nastreven.  Ook vraag ik me af of in deze huidige tijd van verregaande individualisering en egotripperij er nog wel mogelijkheden zijn om weer rust in de polder te krijgen alleen maar vanwege het feit dat dit in het verleden ook altijd zo werkte.

Het was een kort berichtje op de site van de Protestantse Kerk in Nederland waarin melding werd gemaakt van het feit dat  een delegatie uit Noordoost-Azië de Wereldbond van Gereformeerde Kerken (WCRC) heeft opgeroepen haar zorg uit te spreken over de gevaren van nucleaire technologie. Secretaris-generaal van de WCRC, Setri Nyomi, voegde eraan toe dat menselijke activiteit de schepping dreigt te vernietigen. “De Accra-verklaring heeft consequenties voor de levensstijl van christenen wereldwijd,” aldus Nyomi. In de Accra-verklaring, opgesteld door de oprichters van de WCRC, staan afspraken tussen lidkerken die streven naar economische en ecologische gerechtigheid. Met een parafrasering op de boodschap aan de gemeente van Laodicea uit Openbaring 3, riep vice-voorzitter van de WCRC, Yueh Wen-Lu christenen op: ‘Wees niet lauw en passief, maar maak het verschil’.

Mijn gedachten bleven haken bij ‘nucleaire technologie’ en ‘wees niet lauw en passief’. Natuurlijk over alle slechte eigenschappen van nucleaire technologie en de rampen die daar uit voort kunnen komen (denk bijvoorbeeld aan de kernramp in Fukushima, in 2011) moeten we zeker niet te licht denken, maar ik moest ook denken aan een van de betekenissen van nucleair, namelijk ‘tot de kern behorend’ en ‘betrekking hebbend op de kern’.

Doordat christenen zich weer richten op wat betrekking heeft op de kern van hun geloof, dus zeg maar nucleair geladen worden, blijven ze niet meer lauw en passief. Ze zullen licht kunnen uitstralen en licht kunnen zijn voor de hele wereld. Zo maken ze het verschil!

Het is deze week de week van de euthanasie. Je wordt hier niet alleen door de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillige levensEinde (NVVE) aan herinnert, ook in de media wordt hier ruim aandacht aan besteed. In het actualiteitenprogramma Brandpunt bijvoorbeeld kwam de heliummethode voorbij. In een instructiefilm werd uitgelegd hoe je uit het leven kunt stappen met behulp van vrij verkrijgbare zaken zoals onder andere helium (bekend van het opblazen van ballonnen), flexibele slangen en dus ook een groot formaat braadzak die je ook kunt gebruiken voor het bereiden van voedsel. Strekking  is dat je met een beetje handigheid zo een euthanasieapparaat kunt maken, zodat je het tijdstip van je eigen overlijden kunt bepalen als jij vindt dat je leven voltooid is.

Eerlijk gezegd staat deze ontwikkeling in een lange traditie van de voortschrijdende menselijke autonomie. Nu de mens God de deur heeft gewezen eigent hij zichzelf de stoel van God toe. Zowel het begin als het einde van het leven ligt volgens veel mensen in eigen handen. Menselijke autonomie en individualisme in optima forma! Ooit schreef de VVD in 1981 het volgende:

in de eerste plaats heeft de mens feitelijk niet de vrije keuze over leven en dood. Ziekte of ongeval zullen voor een belangrijk deel het tijdstip bepalen waarop hij zijn leven zal beëindigen. Bovendien leeft de mens in een gemeenschap en draagt hij verantwoordelijkheid jegens de andere leden van de gemeenschap. Hij zal zijn rechten alleen kunnen uitoefenen in het licht van die verantwoordelijkheid.(…) Aangezien hij voor de beëindiging van zijn leven de hulp van een ander of anderen inroept, betrekt hij deze medemensen bij zijn levenseinde en maakt hen mede verantwoordelijk. Ook hun belangen en gevoelens moeten dus geaccepteerd worden

Hoewel deze argumentatie zich vooral richt op het intermenselijk aspect zet het het sterven wel degelijk in een breder aspect. In heel zijn leven leeft de mens in sociale verbanden die aan het eind van het leven niet zomaar ophouden. Als christen zou ik daar nog het volgende aan toe willen voegen: als geboren en sterven beiden tot de goede schepping horen, en als wij door het geloof beide weer als weldaad weten te ervaren, dan moeten we ook aanvaarden dat God ons op zijn tijd het – natuurlijke – einde aandoet. Hiermee wordt  het sterven verheven tot een ars vivificandi, stervenskunst, een onderdeel dat bij de kunst van het leven hoort.

Ik denk dat we als kerk, als christenen juist hierin een goed voorbeeld moeten geven en  kunnen laten zien dat het leven in een gemeenschap met je medemens en met God leeft in een wederzijdse verantwoordelijkheid en om elkaar bekommert. Zo kunnen we anderen laten zien wat zijzelf wat ze nou eigenlijk aan het doen zijn.

Sinds deze week wordt er dagelijks een IJsjournaal uitgezonden op tv. De verantwoordelijke omroep hiervoor is de Evangelische Omroep. Het IJsjournaal beloofd de komende tijd te berichten over de gevaren van dit bevroren water voor schaatsers als wakken, scheuren, slecht ijs en fondantijs (ijs- en sneeuwwater dat zich voordoet als ijs).  Op internet circuleert een flauw grapje dat de reden dat de EO dit programma presenteert is omdat zij veel op hebben met de Man die over het water liep.

Een andere reden die meer voor de hand ligt is gelegen is misschien het feit dat er vaak christenen, in overdrachtelijke zin, door het ijs zakken, in ieder geval volgens veel mensen. Christenen, zo wordt dan gezegd, hebben wel heel hoge normen en waarden die ze anderen opleggen, maar houden zich er zelf slecht aan; sla wat kranten op en voorbeelden te over.

IJs is bevroren water en water staat  in de Bijbel vaak symbool voor de chaos en de duisternis, waar mensen uit naar boven moeten worden getrokken. Je zou zeggen, daar blijf je zo ver mogelijk uit de buurt. Maar het gevaar trekt aan, water en ijs; ze bergen een gevaar in zich. Waarschuwingen over wakken en onbetrouwbaar ijs worden maar al te vaak in de wind geslagen.

Als je langer wilt leven is het oog tijd om waarschuwingen niet langer in de wind te slaan en het eigen IJsjournaal de Bijbel serieus te nemen.