januari 2012


Het is volgens mij al weer enige tijd geleden dat het programma Taxi op tv was. Taxichauffeur Maarten Spanjer ontlokte gedurende vele afleveringen aan heel wat  passagiers prachtige anekdotes en er ontsponnen zich heel wat gesprekken. Een van de meest beroemde afleveringen was die waarin Rijk de Gooijer zijn net gewonnen Gouden Kalf onder de rit zo het raam uitkieperde. Maar niet alleen in hilarische scenes grossierde het programma, ook vonden er bij tijd en wijle hele serieuze en bijna intieme gesprekken plaats.

Aan dit programma moest ik denken toen ik laatst in het plaatselijke huis-aan-huisblaadje De  Peperbus een artikeltje las met de titel Zwolse taxi als biechtplaats. Nelleke Simons, theatermaakster van beroep die haar inkomen probeert aan te vullen met een baan als taxichauffeur verteld in dat artikel dat ze regelmatig wordt vergast op bijzondere, grappige of ontroerende verhalen van haar klanten. ‘Een taxi is voor mij niemandsland’ zo verteld zij ‘Het is een land waar iedereen en niemand eigenaar van is’.

Je zou het ook zo kunnen zeggen als de kop van het artikeltje ‘taxi als biechtplaats’. De apostel Paulus werkte in Bijbelse tijden als tentenmaker om zo de kost te verdienen en te kunnen functioneren als verkondiger van het evangelie van Jezus Christus. Je zou kunnen zeggen hij maakte mobile homes voor mensen die van de ene naar de andere plaats gingen. In een taxi gaan de mensen ook van de ene naar de andere plaats. De taxi en de tent, beiden hebben ze iets tijdelijks, iets voorlopigs. Uitnodigend tot een gesprek.

Taxichauffeur en predikant zou dat een goede combi zijn…

‘Gij zult niet zuur, grof of onbescheiden twitteren’ Met deze kop besteedde dagblad De Pers vandaag aandacht aan een initiatief van Social Missie die middels een social-media-beroepscode voorgangers en andere ‘arbeiders in het kerkenwerk’ bewust willen maken van hun voorbeeldfunctie en bijvoorbeeld van het feit dar wat ooit op het internet staat er nooit meer vanaf komt.’Pas op’ is de kern ‘weet dat je 24/7  ‘arbeider’ bent!

Is dit nu een zinvolle code of is dit een middel om eigen bedrijf en trainingstrajecten  ‘in the picture’  te spelen. Voegt deze code, die men ook naar de synode van de PKN willen sturen, iets toe aan bijvoorbeeld het boek van  Eric van den Berg. Dit vorig jaar verschenen boek geeft mensen die werken in de kerk uitstekend inzicht in de mogelijkheden en gevaren van de digitale wereld.

Een beroepscodecode die de do’s en don’ts van communicatie op internet vastlegt riekt volgens mij teveel naar het oude vastleggen in systemen van wat moet en niet moet in de organisatie. de meeste werkers in de kerk hebben vaak bij de aanstelling al een gelofte afgelegd waarin ook met zoveel woorden staat dat men er rekening mee moet houden dat een ieder 24 uur per dag ‘het ambt bekleedt’.

Dat men eigen activiteiten graag over het voetlicht wil brengen, ja daar kan ik inkomen. Hoe meer trainingsbureau’s zich op deze markt willen storten, hoe beter. Maar om een een beroepscode aan te bieden aan een synode lijkt me een marketingstunt!

Nederland Missieland; ik wens dat iedere ‘kerkelijk werker’ zich in de digitale wereld wil storten om zo 24 uur per dag de goede boodschap die we te vertellen hebben ook zo de wereld wil inbrengen; Ieder op zijn of haar eigen wijs!

Mijn oog viel op een klein berichtje over een kerk van sneeuw die is gebouwd door de inwoners van het Duitse skioord Mittersfirmiansreut. Volgens het bericht biedt de kerk plaats aan ongeveer tweehonderd mensen en heeft het gebouw een toren van zeventien meter hoog. Het oogt een heel mooi gebouw te zijn, dat veel mensen tot de verbeelding zal spreken. Ik mag hopen dat er tijdens de diensten vurig wordt gepreekt want anders zullen de kerkgangers niet alleen koude voeten houden. Het lijkt me een mooi initiatief: zo’n kerk met een duidelijk tijdelijk karakter. ‘Eens komt de grote zomer’ zingt gezang 288 en dan zullen de kerkmuren wegsmelten ‘opdat zij allen één zijn’ zoals Johannes 17 dat dan zegt.
Mooi idee, maar eerlijk gezegd voel ik meer voor de kerk van Lego zoals die is gebouwd in het najaar van 2011 in Enschede voor een kunstenfestival. Waar de kerk van sneeuw wel heel tijdelijk is, heeft de Legokerk nog een betekenis voor de nabije toekomst. Waar de christelijke kerken te maken hebben met allerlei onzekerheden met betrekking tot ledenaantal en verschijningsvorm kan het gebouw zich aanpassen aan de behoefte: kleiner, groter, met podium, met of zonder kansel, open, gesloten, intiem of noem maar op.

Ja, noem mij maar aards en nuchter en misschien te rationeel! Maar ik denk dat we momenteel meer hebben aan een instituut dat zich wat dat betreft meer en beter kan aanpassen aan de behoeftes. En als ik dan zo vrij mag zijn mag dat tot op zekere hoogte ook gelden voor de invulling van een aantal ambten binnen die kerk. Laat ik man en paard noemen: ik denk dan onder andere aan de invulling van het ambt van predikant, bezoldigd of onbezoldigd. Dit ambt zal wat betreft invulling de komende tijd op de kant moeten en zal moeten worden aangepast aan de eisen van de tijd. Mijns inziens bereik je dat niet door het nu met een noodverband te proberen (voor de kenners: het experiment ‘Van Putten’ in Zwolle), maar dient er structureel en radicaal een verandering plaats te vinden.

De maand januari staat in een aantal kerken in het teken van de actie Kerkbalans. Kerkbalans: de jaarlijkse geldwervingsactie bij de kerkleden om geld binnen te halen dat bestemd is voor de plaatselijke kerk. Al jaren staan deze inkomsten onder druk, wat dan mede de oorzaak is voor de opheffing en fusering van van verschillende gemeentes. Op zich is dit geen opzienbarend nieuws. Immers, al jaren zie we eenzelfde trend. Dit jaar echter wordt de periode van deze actie vergezeld door de uitslag van een enquête. Men heeft ondervraagden gevraagd naar hun mening of kerken gebruik mogen maken van de zogenaamde ANBI-status. Die status komt er kort-door-de-bocht op neer dat giften aan zulke instellingen aftrekbaar zijn van de belasting omdat zij een ‘algemeen nut beogende instelling (ANBI)’ zijn. Een meerderheid van de ondervraagden gaf aan dat giften aan kerken niet aftrekbaar van de belasting dienen te zijn.

Welke conclusie kun je aan deze uitslag trekken? Een eerste conclusie die je kunt trekken is natuurlijk dat er minder mensen kerklid zijn en het daarom niet belangrijk vinden dat kerkleden het voorrecht hebben hun giften aan hun genootschap kunnen aftrekken van de belasting. Een tweede conclusie die volgens mij een enorme implicatie heeft is het feit dat mensen steeds minder bekend zijn met het instituut kerk.

Natuurlijk kun je geen kerklid zijn, maar toch nog het belang inzien van een kerkgenootschap en dat het een algemeen nut beogende instelling is. Persoonlijk  heb ik bijvoorbeeld vrij weinig met sport maar ik begrijp best dat het voor veel mensen een waardevol passief of actief beoefend tijdverdrijf is. Er groeit echter momenteel een generatie mensen op die helemaal niet meer met ‘de kerk’ en ‘het geloof’ heeft. Hoogleraar Geesteswetenschappen Philip Jenkins wijst daar ook op in zijn boek Gods werelddeel. Christendom, islam en de religieuze crisis in Europa. Hij constateert dat er vanwege de verregaande verschrompeling van kerkelijke instituties er een groot gebrek aan de meest fundamentele christelijke leerstellingen ontstaat. Jenkins zegt dat ‘een kunsthandel er niet langer vanuit kan gaan dat termen als Herrijzenis en Verheerlijking bekender zijn dan de rituelen van een stam uit het Amazonegebied’. Of, om het maar naar ons toe te vertalen, dat het niet langer begrijpelijk is dat een kerk een ANBI-status heeft.

Kerkelijke instituties hebben naar hun omgeving helaas niet duidelijk kunnen maken dat veel van wat zijn doen ‘algemeen nuttig’ zijn. Het lijkt mij een oproep aan de kerk en haar leden om de tekst die ik aanstaande zondag zal bepreken namelijk over het ‘vissers worden van mensen’ uit Marcus 1 heel goed in hun oren knopen en daar uitvoering aan geven. Laat zien wat je beweegt!

Anders, zo vrees ik, zijn we snel uitgebalanceerd!

Het zijn interessante en spannende tijden voor theologen en predikanten, zeker als je behoort tot de Protestantse Kerk in Nederland.

Hebben we in december 2011 de laatste diesviering gehad van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU)  in Kampen voordat de locaties Kampen, Utrecht en Leiden de deuren sluiten om alleen nog maar verder te gaan in Groningen en aan de VU in Amsterdam, meteen daarna brak voor velen de tijd van allerlei diensten en vieringen aan rond de tijd van Advent, Kerst en Oud en Nieuw, die onder predikanten vroeger ook wel bekend stond als de Tiendaagse Veldtocht vanwege haar drukte.

De ontstoken vreugdevuren vanwege de concentratie van de opleidingsplaatsen van de PThU, die en passant ook een deel van de winkelstraat in Kampen in de as legden, waren voor synodepreses van de PKN echter niet krachtig genoeg. In een column in Kerkinformatie schreef hij laatst dat  hij op zoek is naar predikanten waar het geloofsvuur van afspat. Hij constateert dat het licht niet zelden onder de korenmaat wordt geplaatst, laten ik het interpreteren als een niet-bezielde predikant. Preses Verhoeff  zegt dat deze tijd van secularisatie vraagt om predikanten die met kracht voor hun geloof gaan staan. Op zich lijkt dit idee heel nobel, ware het niet dat hij hiermee ook een oordeel velt over de huidige generatie predikanten ook al ontkent hij dit.

Interessant zijn de maatregelen die de PKN neemt om de aanwas van jonge generatie theologen en predikanten te bevorderen. Enige tijd geleden is er, onder voorwaarden, de mogelijkheid geschapen om HBO-theologen als volwaardig predikant te laten opereren in bepaalde plaatselijke gemeentes. En onlangs kwam daarbij het tijdelijke experiment bij om een predikant aan te stellen die zijn inkomen niet vergaard uit zijn werkzaamheden als geestelijke, maar uit een nevenfunctie.  Het zijn werkelijk twee maatregelen die de aanwas van jonge theologen niet uitermate stimuleren. Immers, de huidige calculerende student zal in het huidige onderwijsklimaat waar elke studievertraging geld kost snel kiezen voor een zo kort mogelijke studie, dat is dus een HBOstudie. Daarbij komt het andere feit dat gemeentes liever een ‘goedkopere’ HBO-theoloog aanstellen dan een duurdere universitair geschoolde theoloog.  De tweede maatregel, die van de ‘onbezoldigde’ predikant oogt in eerste instantie sympathiek, maar is op de lange en middellange termijn nog kwalijker. Want, welke jonge student kan het zich in de toekomst permitteren om nog een tweede studie te volgen naast een studie theologie? Precies, niemand, want onbetaalbaar!

Het thema van de theologenconferentie van het Evangelisch Werkverband ‘meer doen met minder’ klinkt nu omineuzer dan waarschijnlijk bedoeld! Mede met dank aan het bestuur van de Protestantse Kerk !

Werkelijk, het zijn interessante en spannende tijden voor theologen en predikanten…