Er lijkt zich meer en meer een politieke meerderheid in de Tweede Kamer af te gaan tekenen tegen de traditionele kosjere (sjechita) en hallal slacht van dieren (dus het onverdoofd slachten waarbij een slagader wordt doorgesneden). Het begint er op te lijken dat de Partij voor de Dieren, tezamen met andere partijen een ‘pyrrusoverwinning’ binnenhalen. Over dit wetsvoorstel en de (wankele) wetenschappelijke basis waarop dit voorstel op gegrond is valt veel te zeggen.

Waar ik mijn vragen bij stel is de discussie onder de discussie?

Gaat het hier in de eerste plaats niet om een discussie naar de plaats van godsdienstige overtuigingen in het maatschappelijk veld. Zou het niet zo kunnen zijn dat, nu ‘de religie’ in Nederland minder aanhang geniet, er steeds meer wordt gepleit voor het minder openbaar belijden van je religieuze overtuiging. Een schijnbaar onschuldig voorbeeld as te vinden rondom de discussie van het luiden van de klokken bij een kerk een aantal jaren geleden. Mensen die niet naar de kerk gingen ergerden zich groen en geel aan het veelvuldig klokgelui. Tuurlijk, je mag bij elkaar komen, maar doe dat wel in stilte zodat wij er geen last van hebben!

Mijns inziens speelt eenzelfde sentiment in de discussie over het onverdoofd slachten en de vermeende extra stress en pijn die dieren die op deze wijze ervaren. Dit splitsen van overtuiging en praktijk kwam ook naar voren toen een parlementslid van GroenLinks en tevens moslim zei dat hij de twee heel goed kon scheiden. Geloven doe ik thuis wel, zodat andere mensen er geen last van hebben!

Ik ben heel benieuwd welke godsdienstige overtuigingen er nog meer onder druk komen te staan.

Advertenties