juni 2011


‘De mens is van nature religieus’ zo meldt het clubblad van de EO Visie. Een langjarig Brits onderzoek heeft aangetoond dat mensen een aangeboren neiging tot geloof in het religieuze (of God of goden) heeft. Even eerder staat in hetzelfde blad dat Spits meldt dat 2 miljoen Nederlanders van 18 jaar en ouder hechten aan het belang van spiritualiteit, zonder dat ze binding hebben met een kerkelijke groepering.

Dit ‘nieuws’ zet de uitspraak die PvdA’er Martijn van Dam kortgeleden deed naar aanleiding van de voorstellen rondom de fusies van de diverse omroepen, namelijk dat een omroep als de EO misschien meer zendtijd zou krijgen dan fusieomroepen in een ander licht. Van Dam merkte namelijk iets op als ‘dat normale mensen dan minder goed bediend zouden worden’.

Wie is er nou normaal en wie niet?

Advertenties

Kortgeleden publiceerde bureau Motivaction dat het onderzoeksrapport De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V. IK  waarin wordt gesteld dat tweederde van de jongeren zichzelf  ‘een heel bijzonder persoon’ vindt.  Ze zijn überzelfverzekerd en ik-gericht. In het Nederlands Dagblad gaat politicoloog Monique Samuel in haar column in op de bevindingen van dit onderzoek. In haar schrijven breekt zij een lans voor deze generatie Y zoals die wordt genoemd. Zij stelt de vraag ‘of dit ambitieuze en wellicht wat arrogante zelfbeeld zo slecht is. Natuurlijk past ons (want ook zij behoort tot de generatie Y) bescheidenheid, maar gezien de uitdagingenwaar wij voor staan (vergrijzing, milieuproblematiek, groeiende sociale ongelijkheid, wereldmigratie) hebben we juist enthousiasme en ambitie nodig en zijn we gebaat bij borrelende creativiteit. Te lang zijn Nederlanders te bescheiden en te beschaafd geweest.’  Ze bevestigd het beeld van de generatie die ik-gericht is: ‘verwacht geen trouwe donaties of actieve (politieke) participatie in de gevestigde instituties. Generatie Y werkt op projectbasis. We trekken onze buidel als ons ego wordt gestreeld. Want wij zijn en blijven “Generatie IK”” Samuel verwoordt in feite wat Herman Wijffels in 2007 al zei in een interview in de Volkskrant, namelijk dat individualisering ook gezien kan worden als een positieve kracht. ‘Mensen die zich bewust worden van zichzelf, aanvaarden in zijn ogen als logische stap de verantwoordelijkheid voor het geheel. Het is een misvatting dat individualisering als vanzelf uitmondt in desintegratie.’

Maar wordt een samenleving dan niet steeds meer een egoleving waarin de eigen behoeftebevrediging het primaat heeft? Of moeten we individualisering, zoals die volgens Samuel tot belangrijke eigenschap van de jonge generatie heeft verheven, in de kerk niet alleen maar negatief tegemoet treden? Religie komt toch van het Latijnse woord religare, dat ‘verbinden’ betekent; maar wat valt er nog te verbinden als iedereen hedonistisch maximalisatie van het eigen genot nastreeft?

De neiging om de moderne individu te ‘pleasen’  zie ik soms ook terug bij (laagdrempelige) kerkdiensten. In een artikel op de site van het Christelijk Informatie Platform wordt een beeld geschetst van een zo’n ‘moderne’ kerkdienst: ‘Een kerk die enigszins op een theater lijkt, inclusief vloerverlichting, comfortabele stoelen, visuele effecten, een grote geluidsinstallatie en twee grote schermen. Tijdens de gelikte kerkdienst – de kerk moet immers laagdrempelig zijn – speelt de band op het podium met zo veel energie dat het er op lijkt dat de mensen in de zaal overbodig zijn. Alles is tot in de puntjes verzorgd. Tijdens het zingen flitsen de teksten van het lied synchroon over de schermen. De preek wordt gehouden met een presentatie, zodat de lijn van het verhaal kan worden vastgehouden door de hoorders. Bijbelpassages worden met prachtige illustraties getoond, al vinden weinig mensen de passages in hun Bijbel, omdat dat Boek vanwege de schermen op dat moment grotendeels gemist kan worden. Na de preek volgt een lied en de afkondiging waarna het normale licht aangaat en het tijd is voor koffie.’

Dit soort dienst laat zich het best omschrijven als een ‘rollercoaster van emoties’. Je voelt je er goed, veel van je zintuigen worden geprikkeld, je pikt eruit wat je interesseert, het sluit helemaal aan bij het moderne tijdsgevoel, maar… is dit het? Verbindt dit mensen met elkaar of is ieder op zijn eigen eilandje gelukkig?

Generatie Ygen geluk eerst.

Er lijkt zich meer en meer een politieke meerderheid in de Tweede Kamer af te gaan tekenen tegen de traditionele kosjere (sjechita) en hallal slacht van dieren (dus het onverdoofd slachten waarbij een slagader wordt doorgesneden). Het begint er op te lijken dat de Partij voor de Dieren, tezamen met andere partijen een ‘pyrrusoverwinning’ binnenhalen. Over dit wetsvoorstel en de (wankele) wetenschappelijke basis waarop dit voorstel op gegrond is valt veel te zeggen.

Waar ik mijn vragen bij stel is de discussie onder de discussie?

Gaat het hier in de eerste plaats niet om een discussie naar de plaats van godsdienstige overtuigingen in het maatschappelijk veld. Zou het niet zo kunnen zijn dat, nu ‘de religie’ in Nederland minder aanhang geniet, er steeds meer wordt gepleit voor het minder openbaar belijden van je religieuze overtuiging. Een schijnbaar onschuldig voorbeeld as te vinden rondom de discussie van het luiden van de klokken bij een kerk een aantal jaren geleden. Mensen die niet naar de kerk gingen ergerden zich groen en geel aan het veelvuldig klokgelui. Tuurlijk, je mag bij elkaar komen, maar doe dat wel in stilte zodat wij er geen last van hebben!

Mijns inziens speelt eenzelfde sentiment in de discussie over het onverdoofd slachten en de vermeende extra stress en pijn die dieren die op deze wijze ervaren. Dit splitsen van overtuiging en praktijk kwam ook naar voren toen een parlementslid van GroenLinks en tevens moslim zei dat hij de twee heel goed kon scheiden. Geloven doe ik thuis wel, zodat andere mensen er geen last van hebben!

Ik ben heel benieuwd welke godsdienstige overtuigingen er nog meer onder druk komen te staan.