Laatst las ik een bericht in het Nederlands Dagblad over de verplichte maatschappelijke stage die middelbare scholieren moeten lopen, de MaS. Steeds meer kerken haken hierop in en bieden leerzame stageplaatsen aan en dat biedt de kerk kansen. Want ‘Dit is een nieuw verschijnsel’, aldus een opgetogen stagecoördinator Elianne Schultz van de Amsterdamse Protestantse Kerk: ‘Jongeren zonder geloofsinteresse die zich met enthousiasme willen inzetten voor de kerk’. Schultz heeft inmiddels voor twee- à driehonderd leerlingen kunnen bemiddelen. ‘Dit is tenminste écht maatschappelijk’, krijgt ze als compliment te horen. ‘Het zijn bijna allemaal onkerkelijke scholieren die over de kerkdrempel stappen’, signaleert ze. Het is haar indruk dat deze jongeren in de adolescentiefase niet zoveel negatieve bijgedachten hebben bij het begrip ‘kerk’. Dus zeggen veel leerlingen als ze moeten kiezen: ‘Ik wil wel eens in de kerk kijken om te zien wat ze daar doen.’ Schultz: ‘Dat is ook het idee achter de maatschappelijke stage: dat je iets van de samenleving gaat ontdekken wat je niet zo kent.’ Vanuit eigen ervaring ken ik ook zulke initiatieven om zo jongeren bij de kerk te betrekken of met de kerk bekend te maken.

Is dit het emergingelement in traditionele kerken? In een kerkblad las ik ‘(de jongeren) nemen hun kennis van ICT en andere moderne apparatuur mee’. Wat is de ondertoon? De kerk wordt alleen maar bevolkt door mensen die niet helemaal meer up-to-date zijn?
Maar, zo las ik verder, let op ‘het moet gaan om korte klussen met een zichtbaar resultaat’.

Nee,natuurlijk een goed initiatief om zo jongeren (weer) met de kerk in aanraking te laten komen, maar…
geef je de jonger wel een eerlijk beeld?
Draait het in de kerk, bij het geloven om ‘een korte klus met een zichtbaar resultaat?

Advertenties