februari 2011


Laatst las ik een bericht in het Nederlands Dagblad over de verplichte maatschappelijke stage die middelbare scholieren moeten lopen, de MaS. Steeds meer kerken haken hierop in en bieden leerzame stageplaatsen aan en dat biedt de kerk kansen. Want ‘Dit is een nieuw verschijnsel’, aldus een opgetogen stagecoördinator Elianne Schultz van de Amsterdamse Protestantse Kerk: ‘Jongeren zonder geloofsinteresse die zich met enthousiasme willen inzetten voor de kerk’. Schultz heeft inmiddels voor twee- à driehonderd leerlingen kunnen bemiddelen. ‘Dit is tenminste écht maatschappelijk’, krijgt ze als compliment te horen. ‘Het zijn bijna allemaal onkerkelijke scholieren die over de kerkdrempel stappen’, signaleert ze. Het is haar indruk dat deze jongeren in de adolescentiefase niet zoveel negatieve bijgedachten hebben bij het begrip ‘kerk’. Dus zeggen veel leerlingen als ze moeten kiezen: ‘Ik wil wel eens in de kerk kijken om te zien wat ze daar doen.’ Schultz: ‘Dat is ook het idee achter de maatschappelijke stage: dat je iets van de samenleving gaat ontdekken wat je niet zo kent.’ Vanuit eigen ervaring ken ik ook zulke initiatieven om zo jongeren bij de kerk te betrekken of met de kerk bekend te maken.

Is dit het emergingelement in traditionele kerken? In een kerkblad las ik ‘(de jongeren) nemen hun kennis van ICT en andere moderne apparatuur mee’. Wat is de ondertoon? De kerk wordt alleen maar bevolkt door mensen die niet helemaal meer up-to-date zijn?
Maar, zo las ik verder, let op ‘het moet gaan om korte klussen met een zichtbaar resultaat’.

Nee,natuurlijk een goed initiatief om zo jongeren (weer) met de kerk in aanraking te laten komen, maar…
geef je de jonger wel een eerlijk beeld?
Draait het in de kerk, bij het geloven om ‘een korte klus met een zichtbaar resultaat?

Kortgeleden werd bekend dat het stadsbestuur van de Overijsselse gemeente Rijssen aller posters van de expositie ‘Beter dan God‘ van kunstfestival GrensWerk in Enschede binnen haar gemeentegrenzen heeft laten verwijderen. De verwijdering van de posters vindt plaats omdat het bestuur meent dat de posters kwetsend kunnen zijn.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en in besloot op onderzoek uit te gaan. Waar draait deze expo precies om?

Wat de expositie wil doen is mensen bewust maken van het huidige schoonheidsideaal. Is het normaal als men elk teken van veroudering wil laten weghalen, gladstrijken of oprekken? Laten we ons te veel beïnvloeden door de media waar gepimpte fotomodellen als standaard voor een ieder worden aangeprezen? Willen we, zolang onze portemonnee het toelaat, als het ware, beter dan God zijn?

Eerlijk gezegd zijn dit vragen die we ons als mensen – en zeker ook als christenen – wel eens op mogen bezinnen. En laten we het dan alleen bij de impact van cosmetische chirurgie, maar laten we het breder trekken naar alle mogelijkheden van de moderne geneeskunde.

Ik vind het dan ook geen goed plan dat het gemeentebestuur deze posters heeft laten verwijderen, naar verluidt op instigatie van een plaatselijk predikant. Want juist door de prikkelende titel van deze expositie had men zich – binnen en buiten de kerk – opnieuw kunnen bezinnen op een belangrijk thema: hoe gaan wij met de schepping en het leven om.

De reclamejongens (en meiden) van het telecombedrijf BEN® flikken het elke keer weer, ze krijgen mijn attentie. Jaren geleden opgericht om de grote telecomaanbieders te beconcurreren met scherpe prijzen, zetten ze hun merk met prikkelende reclame-uitingen in de markt. En ook de huidige tv-spot is op zijn zachtst gezegd uitdagend. Eerst maar even het script:

Hallo, ik wil nergens aan vast zitten
En ik kan gaan waar ik wil
Ik zit niet vast aan Nederland, en de hokjes
Niet aan werk of een vriendje, gelukkig niet
Ik bepaal zelf waar ik in geloof
Ik ben vrij om mijn eigen weg te kiezen
Ik ben BEN
En ik ben verlost

Het leest als statement van de moderne, vrije mens: verlost zijn van welke band dan ook. Zit trouwens misschien heel subtiel in die een na laatste zin een verwijzing naar het tetragrammaton (de vierletterige Hebreeuwse aanduiding YHWH, de godsnaam, te vertalen met ‘ik ben die ik ben’)? De mens als God in zijn eigen gedachten zoals Willem Kloos dat ooit dichtte wordt mooi met woorden omschreven. Ik ben vrij, Ik bepaal zelf wel wat ik geloof, Ik ben verlost, Ik ben BEN!

Een vraagje met een verwijzing naar die reclameposter van hierboven: kom je daarmee echt terecht?

Ik vraag het me af…

‘Het christendom emigreert. (…) Het gaat helemaal niet goed met het georganiseerde geloof in het Westen, zeker niet in de kerken die de hoofdstroom van het protestantisme uitmaken’, schrijft de Britse theoloog Alister McGrath in zijn boek De toekomst van het christendom.

‘De grote traditionele kerken worden kleiner, grijzer en in geestelijk opzicht zwakker. De grote traditionele kerken worden kleiner, grijzer en in geestelijk opzicht zwakker. De hoofdstroom in de geloofsbeleving verandert ook innerlijk van karakter en groeit bij de rijke christelijke traditie vandaan.’ Maar even later zegt McGrath: ‘In feite is het christendom helemaal geen westerse godsdienst. De oorsprong ervan ligt in Palestina, en zijn toekomst hoofdzakelijk in Zuid-Amerika, Azië en Afrika.’

Ongemerkt moest ik denken aan het refrein van het lied Door de wereld gaat een Woord van Jan Wit. Het refrein dient ook als kop van deze column.

Zeker, het christendom en het Westen zijn geen twee-eenheid. dat moeten we goed beseffen. Het christendom is dynamisch, misschien zelfs wel zo dynamisch dat het op reis gaat naar andere oorden, waar ze, misschien in een andere vorm, only God knows, weer in een nieuwe levenscyclus beland.

Het eerder geciteerde lied heeft het ook over pelgrims, mensen die op reis zijn, onderweg, hun woonplaats ergens anders hebben. Christendom – christenen – pelgrims, een vaak gebruikte drieslag. Maar leren we daarvan?

‘De kerk wordt marginaal omdat ze internet niet weet te gebruiken’;  dit schrijft internetadviseur Eric van den Berg aan de predikanten van Nederland.
Hij constateert dat het gros van de predikanten en de kerken in Nederland te weinig of geen aandacht besteedt aan de nieuwe media zoals Facebook, Twitter of Hyves en andere nieuwe media.Bijbel als social book
Zij manifesteren zich te weinig op deze media waar zinzoekers van buiten en ook eigen kerkleden zich wel ophouden.
Een gemiste kans… en het is, ondanks de gangbare mening over de kerk, niet normaal dat de kerk zich niet innoverend opstelt. Immers, ik las laatst in Van Petrus tot Constantijn. De eerste christenen van Pierre Trouillez dat de christelijke kerk in haar eerste jaren heel vernieuwend bezig was. ‘Als specifieke “godsdienst van het Woord”  was christendom veel gelegen aan de verspreiding van zijn boodschap. In de christelijke gemeenschappen had er een belangrijke breuk plaatsgevonden met de leesgewoontes van die tijd: ze gebruikten een codex, of het boek, voor hun bijbelse teksten terwijl niet-christenen zich vooral bedienden van de rol. De codex was compacter en dus geschikter voor mensen die vaak onderweg waren. Bovendien maakt de boekvorm het eenvoudiger om van de ene tekst naar de andere te bladeren. Hierin zien we de alertheid van de eerste christenen op de (nieuwe) media.’
Ik hoop dat de kerken en de predikanten weer iets van dit elan mogen ontdekken en zo ook de nieuwe media mogen ontdekken en gebruiken!!
Want op dit moment lijkt de kerk beter in intranet (dat is een privaat computernetwerk binnen een organisatie) dan in internet en nieuwe media.