De laatste tijd lees je in de christelijke media nogal wat berichten over de gevierde Amerikaanse romanschrijfster Anne Rice, die zich in 1998 publiekelijk tot het christelijk geloof bekeerde. Ze heeft kortgeleden aangekondigd het christendom te verlaten. ‘In de naam van Christus weiger ik om anti-homo, anti-feministisch, anti-voorbehoedsmiddelen, anti-humanistisch, anti-wetenschappelijk en anti-democratisch te zijn,’ zei ze in een officiële verklaring. ‘Vanaf vandaag ben ik niet langer christen. Het is simpelweg onmogelijk voor me om deel te zijn deze ruziënde, vijandige, groep die conflicten veroorzaakt. Ik heb het tien jaar lang geprobeerd, maar het is me niet gelukt. Ik ben een outsider. Mijn geweten laat me geen andere keus.’

Maar hoewel Rice de Rooms-Katholieke Kerk en het christendom verlaat, houdt ze volmondig vast aan haar geloof. ‘Mijn geloof in Christus staat centraal in mijn leven. Mijn bekering van een pessimistische atheïst, verloren in een wereld die ik niet begreep, naar een optimistische gelovige in een universum dat door een liefdevolle God is geschapen en wordt onderhouden, is cruciaal voor me. Maar dat ik Christus volg betekent niet dat ik ook zijn volgelingen moet volgen. Christus is oneindig veel belangrijker dan het christendom en zal dat ook altijd blijven. Ik geloof dat mijn geloof van me vraagt dat ik deze stap zet. Ik keer me af van alle dingen die me van Christus proberen te scheiden.’

Als christenen moeten we, denk ik,  bij het horen van zo’n besluit ons er enorm van bewust zijn het instituut kerk steeds weer te blijven hervormen. Hoe snel kunnen kerken niet tot gemeenschappen verworden van waaruit men andere mensen de maat neemt, maar waar zelf het gebod van de liefde zeer smal opvat.

Ik vind het jammer dat Anne Rice meent het christendom vaarwel te moeten zeggen omdat Gods grondpersoneel er regelmatig een potje van maakt. Ik hoop dat ze Christus kan blijven volgen en dat ze, misschien op termijn, een groep mensen kan vinden om samen haar geloof te vieren.

Advertenties