Tot mijn grote verbazing hoorde ik gister van het bericht van de bouw van een moskee nabij Ground Zero in New York. Deze plaats werd bekend omdat hier de WTC-torens stonden die door terroristische aanslagen op 11 september 2001 verwoest werden en waarbij vele slachtoffers werden gemaakt. Dit ‘Islamic Community Center’  inclusief  moskee zal 2 blocks van de plek waar het WTC stond worden gerealiseerd en er worden 2000 bezoekers verwacht op elke vrijdag om te bidden. Het gebouw krijgt 13 verdiepingen en er moeten ook een zwembad, theater en sportvoorzieningen in komen. Volgens de nabestaanden van 9/11 is dit ‘een klap in het gezicht van de slachtoffers’ maar de imam die het project organiseert spreekt juist over een symbool tegen het extremisme. De imam stelt dat islamitische New Yorkers ook mee willen werken aan de heropbouw van de stad. Tegenstanders zien de bouw van de moskee als een soort vernedering en verzetten zich uit alle macht. Ik hoorde gister een van de tegenstanders zeggen dat de moslims hiermee hun ultieme superioriteit ten opzichte van de (christelijke) westerse leefwijze willen aantonen doordat de moskee nu ver boven Ground Zero uittorent.

Ik vraag me af of het zo verstandig is van de tegenstanders om zich tegen de bouw van de moskee te keren. Is dit niet koren op de molen van fundamentalistische moslims die zich altijd achtergesteld vinden in de westerse samenleving. Proberen de tegenstanders van de bouw niet te handelen vanuit het oudtestamentische adagium ‘oog om oog, tand om tand’? Immers, in het Ottomaanse Rijk hadden christenen de ‘dhimmiestatus’; achtergesteld bij de islamitische landgenoten en verplicht tot het betalen van een soort belasting?

Zou het niet eerder van een morele (veer)kracht getuigen door met alle New Yorkers, ongeacht ras, godsdienst en wat dies meer zij, te werken aan de wederopbouw van de stad?

Advertenties