Op dit moment leven we in Nederland met een grote angst: hoe overleven we de Mexicaanse griep? Hoe raken we niet besmet met het virus? Hoe kunnen we er ons tegen wapenen? Is het goed dat iedereen wordt ingeënt of moeten we ons beperken tot de zogenaamde risicogroepen? De samenleving pakt er maar mee om. Sites pro en contra inenten schieten als paddenstoelen uit de grond.

Zoals ik al schreef: de griep houdt de hele samenleving bezig, dus ook de kerk. En ook de kerk lijkt verdeeld te zijn over de manier hoe we moeten omgaan met preventie rondom de griep. Dit komt momenteel tot uiting rondom de viering van het avondmaal. In veel kerken in Nederland (!) is het momenteel gebruikelijk dat alle avondmaalsgangers drinken uit één beker. Echter met het oog op het voorkomen van onderlinge besmetting wordt nu onder andere door de Protestantse Kerk het drinken van de avondmaalswijn uit individuele kleine bekertjes als een van de alternatieven voor de viering aangedragen.

En juist dit alternatief leidt tot verhitte discussies: zo vindt hoogleraar Erik de Boer het gebruik van kleine bekertjes te vergelijken met het ‘asociale avondmaal’  in de gemeente van Korinte. Die had te maken met veel zwakke en zieke mensen, schrijft hij. ‘Het is de omgekeerde wereld: Paulus werpt de vraag op of die golf van ziekte- en sterfgevallen misschien met asociaal avondmaal vieren te maken heeft. En wij vragen ons af hoe we ons de griep van het lijf kunnen houden door het avondmaal zo te vieren dat we in elk geval niet van elkaar het virus overnemen.’

Het is geen nieuwe discussie. Al zo’n honderd jaar geleden kwam er wereldwijd in de protestantse kerken een beweging op, om de ene beker te vervangen door vele kleine bekertjes. De mogelijkheid van het overbrengen van ziektekiemen door het gebruik van de gemeenschappelijke avondmaalsbeker was meestal de reden. In de Nederlandse kerken vond het voorstel van de viering uit aparte kleine bekertjes nauwelijks bijval, terwijl het in andere landen al jarenlang gewoonte is.

Misschien moeten we eerst is kijken hoe we in Nederland tot de huidige viering met het drinken uit één beker zijn gekomen. Als Jezus overgaat tot de instelling van het Avondmaal, lezen we over de beker: Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. (Lukas 22: 17). ‘En allen dronken eruit’ staat er in Markus 14:23 bij. Maar betekent dat nu ook, dat het gebruik van de ene beker een schriftuurlijk gegeven is, waar niet aan getornd mag worden? Hoort het gebruik van de ene beker tot de wezenlijke kenmerken van de viering van het Avondmaal?

Ik vind dat het gebruik van gezamenlijke bekers het beste passen bij de bedoeling van Christus met de instelling van het Avondmaal. Tegelijk wil ik er met nadruk op wijzen, dat het niet om de beker zelf gaat. Jezus zegt dat de beker het nieuwe verbond is in mijn bloed. Maar dan zegt Hij erbij: ‘Drink allen hieruit,dit is mijn bloed, het bloed van het verbond (Matteüs 26:28).

Het gaat dus ten diepste om het gelovig drinken van de wijn als beeld van het bloed van Christus. Het gemeenschappelijke zit hem daarbij, principieel gezien, niet in de ene beker. Het zit hem in het samen eten en drinken van het brood en de wijn tijdens de maaltijd van het nieuwe verbond. Dat je dat samen doet door de schaal met brood en de beker met wijn door te geven, versterkt natuurlijk die gemeenschappelijkheid, maar hoort volgens mij niet bij de principiële invulling thuis. Hoort het gebruik van de ene beker nu bij de wezenlijke zaken bij de viering van het Avondmaal, of valt het onder de uiterlijke vormgeving? Volgens mij draait het hierbij om het laatste. Waar het mijns inziens om gaat is de intentie waarmee je het avondmaal viert. Internationaal zijn er zoveel verschillende manieren van avondmaalsviering en ik vind het ook geen pas geven aan Nederlanders om onze manier van viering als de enige mogelijkheid neer te zetten of om elkaar van een asociale viering te betichten. Het samen drinken uit één of meerdere grote bekers of het afzonderlijk drinken uit allemaal kleine bekertjes, of welke vorm men ook maar gebruikt  is volgens mij geen principekwestie is.

Advertenties