Hoewel het de laatste tijd weer wat rustig is rondom dit thema, wil ik in dit blog toch weer eens aandacht besteden aan dit onderwerp. Laat ik eerst verduidelijken waarover ik het wil hebben: solidariteit, die je wat technisch kunt omschrijven met  leden van een groep een onderschrijven een gemeenschappelijk belang, ten gunste van de groepsleden, maar soms ten koste van zichzelf. Solidariteit was tot voor kort gemeengoed: via belastinggeld werden verschillende mogelijkheden bekostigd waardoor zwakke groepen binnen de samenleving de juiste zorg kon worden aangeboden. Iedereen droeg bij aan de zorg voor de ander.

De laatste jaren klonk echter steeds meer de roep dat ons zorgstelsel op de schop moest: in de huidige constellatie was het een en ander te duur geworden. Er was een te grote toestroom naar de verschillende voorzieningen. Kortom er moest rigoureus bezuinigd worden. De criteria moesten worden aangescherpt.

Burgers weigerden nog langer zoveel belasting te betalen voor het – in hun ogen – misbruik van de zorg. Politici die hun oren lieten hangen naar deze onrust uit de achterban vonden ook dat het allemaal anders moest.

Om de zorg betaalbaarder te houden zagen nieuwe ideeën het daglicht: Mensen die zorg nodig hadden moeten niet meer in gespecialiseerde instellingen buiten de samenleving wonen, maar moeten worden geïntegreerd in de samenleving, in normale woonwijken worden gehuisvest.  Iedereen zou min of meer zelfstandig moeten wonen in een gewone wijk, moeten werken bij een gewone baas en vrienden moeten worden met gewone buren. SolidariteitDat is beter voor bijna alle leden van bijna alle kwetsbare groepen en bovendien goedkoper. Dit idee gaat hand in hand met wat men noemt ‘actieve solidariteit’, dit in tegenstelling tot ‘passieve solidariteit’ waarbij via het belastingstelsel een ieder betaalt voor de zorg van de ander. Actieve solidariteit betekent: mensen van kwetsbare groepen moeten zo lang mogelijk voor zichzelf zorgen of worden geholpen door de naaste familieleden of andere mensen die om hun geven. Pas in het uiterste geval is er dan nog de geïnstitutionaliseerde – inmiddels stevig uitgeklede – zorg met alle gevolgen voor zowel de mensen die gebruikmaken van dit soort áls voor de mensen die werken in de zorg.

Op zich lijkt dit een nobel streven: immers, het is toch mooi als álle mensen zoveel mogelijk kunnen participeren in de maatschappij. Toch kun je hier serieuze vraagtekens bij stellen: in het oude systeem droeg een ieder bij aan de zorg van de ander. Er waren allerlei voorzieningen waar kwetsbare groepen konden worden verzorgd.  In het huidige systeem van ‘actieve solidariteit’ moet een veel kleinere groep mensen de lasten dragen.

Bij actieve solidariteit draait het systeem namelijk om het idee van vrijwillige deelname van mensen die de kwetsbare ander ter zijde wil staan. Een gedeelte van de samenleving blijft door hun eigen onverschilligheid jegens de ander simpelweg buiten schot. Solidariteit; voorbije tijd?

Mijn vraag: is dit solidariteit? Volgens mij niet! Ik denk dat het huidige systeem van zorgverlening in de volle breedte moet worden geëvalueerd en heroverwogen!

Advertenties