augustus 2009


Sommige mensen zullen dit nieuwsfeit opzienbarend en misschien zelfs vreugdevol vinden. De christelijk opgevoede zanger van heeft de weg terug naar de kerk gevonden? Helaas moet ik die mensen teleurstellen: het gaat om het opnemen van een nieuw nummer in een kerkgebouw.

Tsja, eerder schreef ik al een blog over de leegloop van kerken en de sloop of verkoop van kerkgebouwen. En vaak zie je dan dat onroerend goed zomaar ‘ontroerend’ goed kan worden in de zin dat wanneer een kerkgebouw wordt onttrokken aan de het beleggen van erediensten, dat allerlei emoties enorm gaan opspelen.

Toch zal dit proces de komende jaren doorzetten, zo wijzen cijfers dat ook uit. En misschien een geruststelling: het heeft niet alleen maar te maken met minder belangstelling voor het christelijk geloof. Dat bleek laatst uit een bericht van dominee Erica Hoebe uit Leidschendam. Zij stelt (in navolging van vele anderen) vast dat de jonge generatie best gelovig zijn, maar dat reguliere kerkdiensten niet het platform, de plaats zijn voor hun beleving van hun geloof. de jonge generatie gelovigen komt niet meer wekelijks naar de kerk. andere richtingenZe hebben weinig tijd over voor activiteiten, hun weekend is al zo vol, ze ervaren een drempel om naar de kerk te gaan. Maar ze hebben wel degelijk vragen. Ze hebben wel degelijk een geloof. Ze hebben wel degelijk behoefte aan contact zo houdt Hoebe ons voor. Ze werpt de vraag op of de kerkvorm moet wijzigen voor de jonge generatie. Het is nog pril zo vervolgt Hoebe maar er wordt gezocht naar andere vormen van gemeenschap. In plaats van of naast de zondagse eredienst. Deze nieuwe groep wordt in de gemeente van Hoebe met argusogen bekeken. Hoe goed de gesprekken die ik met ze voer inhoudelijk ook zijn, hoe oprecht hun geloof ook is; zoals een ouderling eens opmerkte: we zijn als kerk geen snackbar waar je wat van je gading uit de muur kunt halen om vervolgens weer te vertrekken. Voorzitter Peter Verhoeff van de PKN gaat hierin mee met Hoebe. Volgens hem is de huidige vorm van gemeenschapsbeleving te veel gekleurd door de Reformatie en het 19e eeuwse burgerlijke verenigingsdenken. De gedachte is nog te vaak: je bent lid en dan doe je mee. Of je bent geen lid, en dan hoor je er niet bij. Zo werkt dat niet meer in deze tijd.

De vraag is dus hoe de gemeenschap dan vorm moet krijgen. Als je geen gemeente meer bent rondom de eredienst, hoe dan wel? Volgens Hoebe is het antwoord te vinden in de Bijbel. Dat verbindt iedereen die contact zoekt met God. Dat Woord verbindt alle gemeenteleden en zoekers, of je nu regelmatig, weinig of niet naar de eredienst komt.

Ik onderschrijf een groot deel van de analyse van Hoebe, maar toch stel ik er ook een aantal vragen bij. Aan de ene kant stelt Hoebe dat de kerk niet een te hoog ‘snackbar’gehalte moet krijgen waar je af en toe komt en Nieuwe vormenwat voor jouw gading is uit het scala van aanbod neemt en voor de rest de kerkelijke samenkomsten links laat liggen. Aan de andere kant onderschrijft ze stelling van Verhoeff dat het 19e eeuwse verenigingsdenken zijn tijd heeft gehad. En die stelling haalt ze naar eigen zeggen uit de Bijbel. Want de Bijbel verbindt iedereen met elkaar en met God of je regelmatig, weinig of niet naar de eredienst komt.

Volgens mij wordt in de Bijbel ook duidelijk gesproken over juist de collectieve beleving van je geloof in samenkomsten. Zo kun j elkaar tot opbouw zijn, kun je werkelijk met elkaar meeleven. Valt die regelmatige ontmoeting weg, dan valt mijns inziens ook de beleving van het ‘kerkzijn’ weg. Wat dat  betreft zie je in christelijk Nederland twee kampen ontstaan: het kamp dat zegt dat de huidige kerkvorm zijn langste tijd gehad heeft en een tweede kamp dat zegt dat er zeker over verschillende vormen nagedacht moet worden, maar dat dit niet meteen betekent het einde van het huidige kerkmodel. En de eerlijkheid gebiedt mij ook te zeggen dat er ook een groep is die zegt dat er helemaal niet moet veranderen.

Zoals het misschien al duidelijk is: ik schaar mij in dat tweede kamp. Ik vind dat er zeker moet worden nagedacht over andere vormen van het beleggen van samenkomsten of contact- momenten en mogelijkheden voor mensen die de huidige kerkvorm niet zien zitten. Maar ik denk dat geloofsbeleving ook vraagt om een sociale component, een sociaal netwerk. De kerk maak je met zijn allen!

Zou het niet zo kunnen zijn dat het huidige individualisme en de individualistische (geloofs)beleving ook een hype is?

In het blad Intermediair stond een kort artikel over een antropoloog die promoveert op het omgaan van nabestaanden met de as van hun overledenen. Het blijkt dat de omgang met de as een hele evolutie heeft doorgemaakt. Was het vroeger zo dat men voor eeuwig afscheid nam van de overledene in het crematorium, tegenwoordig bestaat er de mogelijk voor de nabestaanden om de as van de overledene mee naar huis te nemen. Men kan het zelfs laten verwerken in een sieraad.

Ik weet het dat dit in onze cultuur als noviteit voorkomt, maar dat is geheel ten onrechte. In de achttiende en de negentiende eeuw was het niet zo abnormaal om van het haar van de overledene een boeket of een schilderij te maken. Ik heb zelfs begrepen dat van het haar van overledenen sieraden konden worden gemaakt die gedragen werden.

Hoewel men de gedachte aan de dood in onze wereld vaak zo veel mogelijk voor zich uit lijkt te schuiven, als dan het moment daar is dan wil men daar op een zo’n persoonlijk mogelijke manier daar invulling aan geven. De laatste tijd wordt door een uitvaartonderneming ons dit in alle toonaarden meegedeeld.Joodse begraafplaats Praag Richt je ‘laatste gang’ in op de wijze zoals die het meest bij je past, want het immers uw uitvaart. Het lijkt erop dat het op een vrije manier omgaan met de dood vaak uit andere culturen stamt.  Niets is minder waar: er is ook in onze samenleving een tijd geweest dat men de eindigheid van het leven meer aanvaardde als iets dat bij het leven hoort, je wordt geboren en op een gegeven moment sterf je ook weer. Juist door het voortschrijdende medische inzicht is men het sterven steeds meer als anomalie van het leven gaan beschouwen.

Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren… En toch vind ik het apart, die nieuwe rituelen rond ‘de laatste gang’. Natuurlijk vind ik het heel goed dan een ieder zijn eigen uitvaart op eigen wijze mag invullen, maar ik kan niet wennen aan het feit dat men de as van de geliefde overledene kan verwerken in een sieraad. Het komt op mij over als wil men geen afscheid nemen van degene die overleden is.

Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren… We mogen onze overledenen begraven in de dodenakker. Een akker die eens weer vrucht zal dragen. Dan mogen we onze geliefden weerzien.

Toehoorders van Jezus die vervreemd waren van morele voorschriften vonden Hem boeiend en innemend. Nu vermijden losbandige mensen de kerk juist. Blijkbaar brengen wij niet dezelfde boodschap als Jezus, zegt Tim Keller, de dominee van de Redeemer Presbytarian Church in New York die uitgroeide van een gemeenschap van circa 50 mensen toen Keller daar aantrad tot 5000 mensen nu.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik meestal niet goed overweg kan met dit soort nieuws. Door alle eeuwen heen heeft de traditionele, gevestigde kerk deze kritiek over zich heen gekregen. En alle eeuwenlang zijn  er naast de gevestigde kerk bewegingen en gemeenschappen gesticht die naar eigen zeggen wél de zuivere boodschap van Christus verkondigden. In feite is daar het protestantisme ook een exponent van. De laatste jaren hebben we in de Nederlandse protestantse wereld vele van dit soort initiatieven gezien: van jeugdkerken tot de huidige beweging van emerging churches. moderne middelenEn al deze bewegingen laten op hun manier de traditionele kerk weten dat ‘de boodschap’ anders moet worden gebracht.

En nu komt Tim Keller met een soortgelijke boodschap. Dat kerken geen mensen meer weten te trekken heeft volgens hem maar een reden:  Als de prediking van onze dominees en het handelen van onze kerkleden niet het effect op mensen heeft dat Jezus had, dan brengen wij vast en zeker niet dezelfde boodschap als Jezus.

Als lid en aankomend predikant van een van die traditionele, gevestigde kerken word ik van dit soort uitspraken altijd een beetje treurig. Ik krijg het idee dat wat wij zondags doen in de kerk een hoog ‘sterfhuisconstructie’gehalte heeft. De oude gebruiken en de prediking appelleert alleen maar aan de belevingswereld van een klein aantal, vooral oude mensen. Persoonlijk weiger ik deze verhalen te geloven. Ik ben van mening dat van menig kansel een boodschap klinkt die veel mensen interesseert. Oké, misschien moeten we meer aansluiten bij moderne mediatechnieken en bij de ‘moderne’ hoorder, maar ik denk dat in de kern de zelfde dwarse, onaangepaste evangelieverkondiging van veel kansels klinkt.  En ik denk dat er veel bewonderenswaardige initiatieven door christenen vanuit traditionele kerken worden ontplooid die een levenshouding praktiseren die van hen wordt gevraagd die mensen buiten de kerk kunnen aanzetten tot nadenken.

Ik denk dat kerken, zeker mondiaal gezien, nog steeds dezelfde boodschap brengen als Jezus. Het zou misschien kunnen zijn dat we misschien de ‘verpakking’ eens moeten doorlichten – dat zijn misschien zaken die onder het kopje ‘marketing’ kunnen worden geschaard – maar de boodschap wordt volgens mij over het algemeen nog steeds verkondigt.

Al jarenlang beraadt de christelijke kerk zich op de, laat ik het populair zeggen, de pr van de kerk. Oftewel, de vraag wordt gesteld hoe we het christendom, de kerk, aantrekkelijker maken voor mensen die niet (meer) ‘in de kerk komen’. In die context viel mij het volgende bericht op:  Sinds enkele dagen bouwt de Antwerpse chocolatier Lieven Burie, naar aanleiding van 450 jaar bisdom Antwerpen en de succesvolle tentoonstelling “REUNIE” in de Antwerpse kathedraal, als eerste aan een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in pure chocolade. Na het etalagemoment, eind september, wordt de chocolade kathedraal via e-bay verkocht. Voor deze internetveiling mocht de bisschop van Antwerpen een goed doel uitkiezen. Mgr. Johan Bonny koos voor ’t Vlot. ’t Vlot is een pastoraal project voor plein- en straatbewoners, veelal druggebruikers en (ex-)druggebruikers.

Mijns inziens een mooi initiatief dat ook bijval verdient. Ik heb er echter ook een vraag bij: staat de chocolade kathedraal ook niet symbool voor de te zoete prediking die in veel kerken opgeld deed, waarbij de kern van het evangelie, de dwarsheid, de  ‘onmenselijkheid’ van de boodschap op de achtergrond is geraakt.  Ik merk dat langzamerhand het tij in dat opzicht begint te keren en dat ons meer dan alleen maar melk wordt voorgeschoteld.

Op voedselgebied worden trouwens vanuit christelijke zijde, in deze tijd van de islamitische ramadan,  meer initiatieven ontplooit. Ideeënbureau Kerkopkop, dat onder meer spellen maakt op het gebied van religie, begint per 1 september met een groep vrijwilligers aan het zogenoemde christelijk dieet. Het christelijk dieet heeft niets te maken met calorieën, recepten of bewegingsplannen, geven de initiatiefnemers aan. In tegenstelling tot een gewoon dieet, waarbij het gaat om gewicht, gezondheid en een goed figuur, vallen de deelnemers aan het christelijk dieet af om een ander aan te laten komen. „Dat is wel even andere koek dan enkel en alleen een schoonheidsideaal na te streven.”

Eigenlijk heel interessant hoe christenen vanuit verschillende invalshoeken met het thema voedsel omgaan. Toch blijft bij mij de vraag overeind staan:  staat de kern van het evangelie, de dwarsheid, de  ‘onmenselijkheid’ van de boodschap nog op de voorgrond? Naar analogie van al deze initiatieven moeten ik onwillekeurig denken aan Holle Bolle Gijs:Holle Bolle Gijs

Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen
Waar die Holle Bolle Gijs op zat?
Hij kon schrokken, grote brokken
Een koe en een kalf en een heel paard half
Een os en een stier en zeven tonnen bier
Een schip vol schapen en een kerk vol rapen
En nog kon Gijs van de honger niet slapen!

Blijven we hongerig hoeveel we ook eten of wordt onze honger gestild door werkelijk voedsel?

Nadenken over sterfelijkheid en de kwaliteit van het leven. Dat is de boodschap Nijmeegse studentenpastoor John Hacking nastreeft met een zelfgegraven graf in de tuin van de studentenkerk in de Waalstad. Dat is wat de studenten kunnen vanaf half september vanuit het open graf het leven en de dood overpeinzen. Vandaar de Latijnse spreuk als titel van mijn blog van vandaag: vandaag ik, morgen gij.

Laten we eerlijk zijn, het is zeker geen populair onderwerp om over te spreken. Liever willen we de dood, de eindigheid van de mens even uitstellen, niet onder ogen zien. GrafmonumentVanuit die optiek wordt de jeugdigheid geïdealiseerd, het verval van krachten en lichaam dient zo veel mogelijk worden ontkend en uitgesteld, misschien zelfs vertraagd. Daarom worden ons vanuit de cosmetische industrie allerlei smeerseltjes en middeltjes aangeboden om de vergankelijkheid van het lichaam zoveel mogelijk te verdoezelen, te ontkennen. En als het dan niet lukt met smeerseltjes, dan zetten we toch het mes in ons lichaam? Maar als de vergankelijkheid ons dan toch inhaalt dan kunnen we onze nabestaanden toch nog een leuk afscheid geven? Mensen kunnen dan sinds kort speciale komieken inhuren om de begrafenis een beetje op te leuken. Onder de titel ‘De laatste lach’ gaan twee acteurs de boer op met hun ‘humor’. Nabestaanden kunnen het duo inhuren voor bijvoorbeeld een persoonlijke sketch over de overledenen. ‘Een begraafplaats is de enige plaats waar nog geen humor wordt gebruikt, dus misschien is het wel het gat in de markt’, zeggen de Belgische acteurs tegen het Nieuwsblad.

Ja hoor, zelfs op de ‘laatste gang’ hoeven we onze nabestaanden niet op te zadelen met hun authentieke gevoelens. Laten we onze gevoelens maar weglachen. Persoonlijk was ik kortgeleden erg geraakt met de benaming van de uitvaartdienst van de slachtoffers van het Kampense drama. Men noemde het een ‘opstandingsdienst’. Ik vind dat een prachtig mooie getuigenis: het christelijk geloof in de opstanding. Weten dat het leven niet ophoudt bij het graf, maar dat er een leven is na dit leven.

Hodi mihi, cras tibi, vandaag ik, morgen gij…  nadenken over je sterfelijkheid, maar met het vertrouwen in, het uitzicht op een eeuwig leven.

Jottem!!

Goed nieuws voor alle zwartkijkers: De wereldeconomie loopt ondanks de prille tekenen van herstel een groot risico opnieuw onderuit te gaan. Dat voorspelt de Amerikaanse econoom Nouriel Roubini, professor aan de Stern School of Business in New York die door zijn sombere voorspellingen staat ook bekend als ‘dr. Doom’, in de Britse krant Financial Times. Ik begon al een beetje hoop te krijgen dat de crisis onze deur voorbij zou gaan, maar gelukkig: niets is minder waar, we gaan (nog een keer) onderuit!! Jottem, daar gaan we weer!!Gister hoorde ik nog een item op Radio 1 dat een of andere werkloze sportcoach zich had geworpen op de recessie, de crisis. Natuurlijk was hij ook druk doende rond te schnabbelen in het seminarcircuit waar hij lezingen gaf over de uitdagingen van de financiële crisis.  Maar nu heeft hij al zijn kennis in een kaftje gegooid waarin hij vanuit zijn enorme sport- en coachingservaring  het lezerspubliek wil voorhouden de crisis niet als bedreiging te zien, maar als uitdaging om  je eigen creativiteit aan te spreken. Wat zou er nou gebeuren, als ineens de economie weer overeind krabbelt en de crisis weer op de achtergrond wordt gedrongen? De beste schrijver zou blijven zitten met grote voorraden onverkoopbare boeken en wat nog erger is: hij kan zijn prachtige boodschap niet meer slijten in het seminarcircuit. En wie weet komt hij werkloos thuis te zitten en vraagt hij uiteindelijk een uitkering aan. Wat een rampspoed!

Maar een opkrabbelende economie zou mij ook persoonlijk treffen. Zondag aan zondag mag ik voorgaan in verschillende kerkdiensten en mijn inspiratie en voorbeelden haal ik de laatste tijd voornamelijk uit de (gevolgen van) de vele mondiale crisis: financieel, economisch, klimatologisch en energietechnisch. Het zo toch mij toch ongelooflijk slecht uitkomen als ineens al die crises grote zeepbellen blijken te zijn. ik zou er zelf een beetje down van kunnen worden. En plotseling kreeg ik een déjà vu:  alsof ik het liedje van Herman van Veen De bom valt nooit uit 1983 nu pas extra zeggingskracht krijgt; een deel van de tekst gaat als volgt:

Mijn leven is totaal ontwricht
Ik voel me overboord gegooid
Vandaag las ik dit nieuwsbericht:
De bom… valt… nooit

Maar zal de bom dan echt niet vallen?
Wat moeten we dan met z’n allen?
Zolang een toekomst ons ontbrak
Leefden wij dood op ons gemak

Wij keken met omfloerste blik
Nog maar voortdurend naar de grond
Nu is tot onze grote schrik
De hele wereld kerngezond

Maar gelukkig: onze wereld blijkt niet kerngezond. We kunnen nog gelukkig gedeprimeerd voortleven.

Jottem!! Er is grote kans op een nieuwe recessie…

Het moet me als protestant dan toch van het hart: ik vind dat we na de Reformatie iets te rigoureus te werk zijn gegaan met het uitbannen van allerlei rooms-katholieke uitwassen. Een van die zaken die je zou kunnen typeren met ‘het kind met het badwater weggooien’ is het afschaffen van de biecht.Biechtstoel Natuurlijk hebben protestante pastores ook de verplichting tot zwijgen over alles wat hun ter ore komt, maar toch… het instituut biecht, dat zo heb ik me laten vertellen ook niet overal meer in de rooms-katholieke wereld wordt gebezigd, heeft wel iets duidelijks. En dan bedoel ik het feit  dat je bij een geestelijke in een bepaalde setting je hart kun uitstorten…

Het blijkt ook wel dat door alle tijden heen veel mensen, kerkelijk en niet-kerkelijk,  op zoek zijn naar een onbevooroordeeld klankbord, een klaagmuur, een praatpaal. Dat bracht organisatieadviseur Richard Koopman op een idee. Hij bedacht een site waarop werknemers kunnen biechten. „Een werkzonde is een van de grootste taboes van een organisatie.” Op de site (biechtenophetwerk.com) kunnen werkzonden anoniem opgebiecht worden. Op de site kunnen mensen met een slecht geweten kiezen tussen de zeven hoofdzonden. Zo schrijft iemand onder de hoofdzonde jaloezie: „Ik ben jaloers op een collega. Ik heb uit afgunst enkele knopen van haar nieuwe jas afgeknipt terwijl ik wist dat het een hele dure jas was.”

Wat is dat toch dat mensen redelijk openhartig zijn over hun zonden als ze die anoniem ergens kunnen uiten? Voelt men zich opgelucht als men de zonden toegeeft?

Ik denk dat de biecht, in een bepaalde vorm, best ingevoerd zou kunnen worden, ook in een protestante cultuur. Ik denk zelfs dat het zo’n verlichting voor bepaalde personen kan betekenen die de overbelaste geestelijke gezondheidszorg zou kunnen ontlasten.

Oké, ik weet het: het klinkt als een persoonlijke biecht… maar het lucht enorm op!

Volgende pagina »