Een opmerkelijk nieuwsfeit werd ons gepresenteerd in het Nederlands Dagblad: ‘Protestantse kerken blijken aantrekkelijker te zijn voor bijzondere soorten varens dan Rooms-Katholieke gebouwen.’ Meteen haast het Nederlands Dagblad zich om daarbij aan te tekenen dat dit niets met kerkorde of liturgie te maken heeft. De reden: In rooms-katholieke kerken werd vaker gestookt. Het gebouw is warmer en daar houden varens niet van.

Zo’n nieuwsfeit kon ik niet laten lopen; ik wilde daar een postje over schrijven. Als je in een natuurhandboek iets over varens opzoekt stuit je op leuke informatie. VarenDe varens zijn al een zeer oude groep waarvan fossielen bekend zijn uit het midden van het Devoon, in het Carboon was de groep zeer vormen en talrijk, hoewel de meeste van deze soorten in het Perm zijn uitgestorven is de groep altijd nadrukkelijk aanwezig geweest. Hmm, wij protestanten, van allerlei pluimage overigens, hebben getracht het oude geloof  te ontdoen van allerlei aankleefsel, we zijn daarvoor bijna ‘uitgestorven’ (denk bijvoorbeeld aan de geschiedenis van o.a. de hussieten, de waldenzen, de albigenzen) maar we bleven een groep die steeds nadrukkelijk aanwezig zijn geweest. De wortelstok is voor de meeste varens uit koude en gematigde gebieden het enige deel van de plant dat winterhard is. In dat geval ontstaan iedere lente opnieuw nieuwe bladen vanuit de top of vanuit verspreid liggende knopen van de wortelstok zo vervolgt de informatie. Ja dat herken ik ook: protestanten hebben de neiging om, wanneer het in een gevestigde gemeenschap te ‘gevestigd’ lijkt te worden, de kern van het geloof in ‘een nieuw voorjaar’ weer in jonge bladeren te laten ontspruiten (zie hiervoor de initiatieven van de ‘emerging churches’ bijvoorbeeld). Jonge bladen zijn opgerold en hebben dan de vorm van een bisschopsstaf. Zou dit te maken hebben met het feit dat de jonge initiatieven zichzelf soms zien als ‘de enige richting die de kerk nog uit kan’? Ten slotte nog dit: De sporenhoopjes zijn de voorplantingsorganen van de varen. Wanneer de sporendoosjes rijp zijn barsten ze openen en laten de sporen vrij. Uit zo’n kleine spore ontstaat niet direct een varenplant. Eerst komt er een voorkiem, een hartvormig blaadje. Prachtig hoe het werk van de Geest in beeldspraak te berde wordt gebracht!! ‘Gij zaait uw naam in onze diepste dromen’ verwoordt gezang 487 dit wonder. Door dit wonder van de Geest mogen we het woord van God in ons laten groeien, Prachtig!! En eerst komt er dan een hartvormig blaadje. ‘Was ons hart niet brandende in ons’ verteld ons Lucas 24. Zo mogen we zijn, als mens met hartvormige blaadjes, brandende harten; zoals Aurelius Augustinus vaak wordt afgebeeld.

Een ding in de berichtgeving kon ik overigens niet goed duiden: In rooms-katholieke kerken werd vaker gestookt. Het gebouw is warmer en daar houden varens niet van.

Stoken Ik dacht dat wij protestanten daar nou juist het patent op hadden 😮

Advertenties