NRC-correspondent Anil Ramdas gaat voor zijn serie Hemel en Aarde op bezoek bij allerlei religieuze groeperingen om de sfeer te proeven. In een van zijn stukken doet hij verslag van zijn bezoek aan een christelijke gemeenschap. Natuurlijk wordt zijn verslag met enig cynisme gebracht. Uiteindelijk doet hij ook verslag van een preek.Voorganger ‘Er is vandaag een gastspreker’, zo doet hij verslag, ‘die prompt begint over de kredietcrisis. Hij geeft voorbeelden van de ernst ervan. Hij vertelt over een oude vrouw in Amerika die haar hypotheek niet meer kon aflossen en toen de mannen aan de deur verschenen om haar uit te zetten, schoot ze zich met een revolver door de borst. De uitbundigheid is veranderd in grimmigheid, iedereen is nu muisstil en ik ben benieuwd hoe hij zo’n werelds gegeven als de kredietcrisis zal verbinden met het woord van God. De voorganger vertelt over een tolmeester in bijbelse tijden die zichzelf flink verrijkte en door iedereen werd gehaat. Maar hij kreeg tegen het eind van zijn leven wroeging, en toen hij hoorde dat Jezus naar zijn stad kwam, wilde hij hem zien. Jezus keek hem aan en zag zijn berouw. De tolmeester kreeg vergiffenis, waarop hij al zijn bezittingen verdeelde onder de armen en de benadeelden. Crisis opgelost. De voorganger besluit: “Obama zegt: yes we can. Maar alleen Jezus kan het.” Als Hij nu maar snel komt.’

Hoewel misschien een beetje karikaturaal gebracht wordt hier wel een achilleshiel van de kerk en de verkondiging in de kerk blootgelegd. Open je hart voor Jezus en alles komt goed! Ik vind dat een gevaarlijke binnenkerkelijke gedachte. Binnenkerkelijk omdat ik denk dat je vooral heel veel voorinformatie moet hebben om je een uitspraak als ‘aanvaard Jezus en je bent gered’ pas op waarde kunt schatten.  Voor buitenstaanders en misschien ook wel voor veel christenen is deze sprong te snel gemaakt. Je zit echt diep in de zorgen en hup alles komt goed. Dat gaat er niet zo maar in, denk ik. Wij gaan binnen de kerk zo vaak van allerlei vanzelfsprekendheden uit. Voor een krimpend aantal mensen zijn bepaalde uitspraken nog vanzelfsprekend. Maar voor een groeiend aantal mensen worden de woorden en gebruiken in de kerk zo vreemd gevonden, dat ze eerder afstoten dan aantrekken.  Laten we ons nog wel leiden door de tekst in de Bijbel dat het geloof in Christus voor anderen een dwaasheid is? Denkt iemand echt nog dat het zingen, de woordverkondiging in de kerk en al die vreemde gebruiken en kleding juist niet veel buitenstaanders in verwarring brengen? Niet dat alles anders moet, want volgens mij blijft het sowieso raar…

Niet dat wij nu maar het (missionaire) bijltje er bij neer moeten gooien, maar laten we proberen die communicatie tussen ons en de mensen buiten de kerk op een goede wijze aanpakken. Niet met allerlei hoogdravende uitspraken komen, maar er gewoon eerst eens voor de ander te zijn.


Advertenties