juli 2009


Het kerkbezoek vergroten door de inzet van Google? Het is iets wat steeds meer Amerikaanse kerken ontdekken. De wereldwijde zoekmachine op internet wijst via Google AdWords belangstellenden op hún kerk en dat werpt zijn vruchten af. En het mooie: het kost amper wat. Het Amerikaanse blad Leadership Journal schrijft over de ontwikkeling in de Verenigde Staten. Het kerkbezoek in de Radiant Church in Colorado Springs nam al jaren af. Tot Todd Hudnall aantrad als voorganger. Hij zag dat zijn nieuwe gemeente niet echt bij de tijd was als het ging om nieuwe media, zoals Internet. Dus formeerde hij een team dat de website van de kerk een opfrisser gaf en bekeek hoe Google gebruikt kan worden om reclame te maken voor de kerkelijke gemeente.

Nieuwe media worden daarin echter steeds belangrijker, zo merkte ook de kerk in Colorado Springs. Na twee jaar gebruik van Google AdWords is het aantal mensen dat voor de eerste keer in contact kwam via internet met de Radiant Church gestegen naar 25 procent.

Buiten de Verenigde Staten wordt ook al hevig geëxperimenteerd met ‘nieuwe’ media. Zeker binnen de Rooms-Katholieke kerk. paus benedictus XVIVandaag meldde het nieuws dat paus Benedictus in november waarschijnlijk uitkomt met een nieuwe cd. In Nederland hebben we ook al de twitterende rooms-katholieke priester Roderick Vonhögen die ons eveneens elke morgen vergast op zijn podcast. En we hoeven maar te zwijgen over de kaskrakers van The Priests en Cisterciënzer Monniken Van Stift Heiligenkreuz.

Nu ben ik benieuwd naar het protestantse volksdeel der natie. Wanneer zal bijvoorbeeld de Pds. Peter Verhoeffrotestantse Kerk in Nederland van zich laten horen? Een duet van  synodepreses Verhoeff (ds. Arenda Haasnootdie het echter niet zo heeft op de ‘nieuwe’ media, getuige zijn column in Kerkinformatie) met tweede voorzitter Haasnoot? Ik hou de media de komende tijd maar goed in de gaten… Voordat je het weet is het Sint-Nicolaas en Kerst en kunnen we ons te buiten gaan aan allerlei nieuwe cd-releases en misschien ook nog een dvd of een blu ray…

Sinds 19 juli is Nederland in het bezit van een ‘eerlijke kerk’ staat in een bericht: een protestantse wijkgemeente in Delft mag zich de eerste Nederlandse kerk noemen met het fairtrade keurmerkFairtrade, omdat ze veel eerlijke producten gebruikt of promoot.

Dan vind ik nou opmerkelijk nieuws: een filiaal van de christelijke kerk dat eindelijk voor het eerst in haar meer dan 2000 jaar bestaan dit keurmerk opgespeld krijgt. Volgens waren wij al eeuwenlang verkondigers van een eerlijke ‘weg’ (zoals je het Engelse trade ook kunt vertalen). Als aankomend  ‘makelaar in ongeziene waren’  zoals een dominee  door Constantijn Huygensz. wordt omschreven, ben ik mij al degelijk bewust van dit keurmerk, deze opdracht. Ik probeer vele ‘ongeziene’ eerlijke ‘producten’ te promoten en te gebruiken. 😮

Maar goed, fijn dat het rentmeesterschap van de kerk in deze vorm erkenning krijgt en ik hoop dat vele gemeentes zullen volgen. En wat mij persoonlijk betreft: ik hoop nog jarenlang deze eerlijke en ware ‘weg’ te promoten.

De invloed van reformator Johannes Calvijn op de Nederlandse volksaard wordt steeds minder, ook onder zijn laatste aanhangers, de protestanten. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Religie aan het begin van de 21ste eeuw van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). ‘De calvinistische leefstijl van sober leven en hard werken is vijfhonderd jaar na de geboorte van Calvijn nog maar in beperkte mate een onderscheidend kenmerk van protestanten , aldus het CBS. Ze zijn weliswaar minder zware rokers en drinkers dan katholieken en mensen zonder kerkelijke gezindte, maar ook onder protestanten daalt het kerkbezoek. ‘ slopen kerkHet heeft er mede toe bijgedragen dat calvinistische leefstijlen verder zijn verwaterd.’ meldde het Nederlands Dagblad vanochtend. (Aanvullende berichtgeving van het CBS meldde dat het kerkbezoek onder protestanten eigenlijk nauwelijks afneemt, dat in tegenstelling tot rooms-katholieken en bezoekers van de moskee.)

Uiteindelijk was dit geen verrassend nieuws. Als ik al simpel kijk in mijn eigen woonplaats waar in de afgelopen jaren al ettelijke kerkgebouwen hun deuren hebben moeten sluiten en in de komende jaren nog een aantal zal volgen kan ik alleen maar constateren dat het kerkbezoek daalt, of dat er in ieder geval minder inkomsten binnen komen. En natuurlijk, de calvinistische leefstijl die juist in de kerkdiensten de mensen wordt ingeprent zal dientengevolge ook minder in leven wordt gehouden. Misschien schrijf ik een onwelkome boodschap: in hoeverre ‘oogstten we niet wat we ooit gezaaid hebben’? Was onze boodschap voor de samenleving en voor de mensen binnen de kerk in het verleden altijd wel duidelijk? Joegen wij de mensen misschien niet de kerk uit door te ‘algemeen vrome praatjes’ die mensen ook buiten de kerk kunnen verkrijgen? Waarin wilden wij ons nog onderscheiden van de mensen om ons heen? Wilden wij nog uitkomen waar we voor staan? Zeiden we nog waar het op aankomt? Waren we écht nog anders dan anderen?

Natuurlijk, ik kan me in slaap laten sussen door een auteur als Dinesh d’Souza die in zijn boek Het christendom is zo gek nog niet mij vertelt dat hoewel het christendom in West-Europa krimpt, het in andere werelddelen juist een groei doormaakt, en dat het christendom zo’n beetje een elke ontwikkeling in het Westen aan de wieg heeft gestaan. En natuurlijk, je hoort tegenwoordig op geluiden dat sowieso allerlei georganiseerde verenigingsactiviteiten niet veel mensen meer kunnen trekken. En het is toch zo dat, hoewel mensen minder de kerk bezoeken, er duidelijk steeds meer belangstelling komt voor allerlei vormen van spiritualiteit. (Misschien is dit wat de filosoof Charles Taylor bedoelt met the immanent frame we al share)

Ik gebruikte bewust de woorden ‘ me in slaap laten sussen door’. Want ik denk dat als we ons door deze feiten laten leiden dan kunnen we in feite het christendom in het Westen vaarwel zeggen. Wat we dan krijgen is een soort multi religieus containergeloof waar een ieder het zijne of het hare naar eigen gelang uit kan halen. zoutIk ben ervan overtuigd dat het christendom in het Westen nog steeds een zeggingskracht heeft voor de hele maatschappij, dat uitdagend kan zijn, prikkelend, dat aantrekkingskracht heeft, maar bovenal maatschappijkritisch dient te zijn. Dat is ook wat ik heb proberen duidelijk te maken in mijn post over Calvijn en het calvinisme. Ik denk dat we ons niet hoeven neer te leggen bij de geest van de tijd. Misschien worden we marginaal, maar dat betekent niet dat we ons niet hoeven te onderscheiden. Laten we eerlijk zijn, het christendom is zo ook begonnen, als een kleine splintergroepering die door wat zij deed verbazing, soms zelfs afkeuring oogstte. En ja, wanneer dan de traditionele kerken moeten worden hervormd, misschien opnieuw uitgevonden, het zij zo. Wat 0p de eerste plaats moet staan is dat de kerk, de christenen, een zoutend zout moeten zijn dat reinigt, misschien zelfs soms bijt, maar een boodschap heeft die uniek is! En dat is meer dan een soort algemeen spiritueel gevoel.

In het kader van het Calvijnjaar 2009 dan ook een post van mij over Johannes Calvijn.

(Noyon, 10 juli 1509 — Genève, 27 mei 1564)

(Noyon, 10 juli 1509 — Genève, 27 mei 1564)

Waar andere artikelen al heel veel andere en achtergrondinformatie over Jehan Cauvin (want zo heet hij natuurlijk eigenlijk) hebben gegeven en ook verschillende andere kanten van Calvijn hebben belicht, wil ik mij graag beperken en richten op de ethische kant van Calvijn. Je bent ten slotte ethicus of je bent het niet.

‘Calvinism was an active and radical force. It was a creed which sought, not merely to purify the individual, but to reconstruct Church and State, and to renew society by penetrating every department of life, public as well as private, with the influence of religion’ schreef Tawney in 1926. In zijn tijd nam Calvijn zelf actief deel aan het verbeteren van de kwaliteit van leven van de zogenaamde minder geprivilegieerde bevolkingsgroepen omdat volgens Calvijn geestelijke en politieke waarheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Volgens Calvijn moeten christenen altijd storende elementen zijn in hun samenleving omdat zij zich verzetten tegen elke vorm van onrechtvaardigheid. Dat was de reden waarom Calvijn zo hartstochtelijk sprak over armoede en rijkdom, rente en arbeidsloon. De eigen activiteiten die Calvijn in zijn tijd ontplooide op het gebied van sociale hervorming geven duidelijk een voorbeeld van het feit hoe anders zijn inzichten over sociale kwesties waren dan de gangbare mening. Calvijn was namelijk niet geïnteresseerd in conservatieve restauratie, maar hield zich bezig met het plaatsen van alle gegevens onder de norm van het Woord van God. Natuurlijk was hij ook een kind van zijn tijd en daarom was het voor hem onmogelijk recht te doen aan veel aspecten van de sociale ethiek die pas veel later aan de orde kwamen. Zijn uitgangspunt schiep echter ruimte voor een benadering waarin het sociale aspect niet is beperkt tot het individu en waarin de bestaande orde en sociale en politieke structuren en de publieke instituties niet zomaar worden geaccepteerd als een gegeven met eeuwigheidswaarde. De Heilige Schrift is voor Calvijn ook de uiteindelijke norm voor het scheppen van humaan leven in de samenleving. BijbelDus: natuurrecht (dit begrip staat hier voor de regels en beginselen die voor alle mensen gelden, omdat ze voortvloeien uit het verstand, zoals dat bepalend is voor de menselijke natuur)  is zeer zeker belangrijk voor burgerlijke rechtvaardigheid en de publieke orde, maar uiteindelijk zullen al onze sociale instituties moeten vallen onder de kritiek van Gods Woord. Calvijns ethos sprak uit zijn uiteenzetting over het leven van een christen. Dit is het hart van de ethiek van Calvijn. Zijn verstaan van het leven van een christen berust op de kennis dat wij niet aan onszelf toebehoren, maar aan God door Jezus Christus.Wij zijn niet van onszelf, hierop gebaseerd ontwikkelde Calvijn zijn ‘ethiek’ als volgt. Aangezien wij bij God behoren, worden we opgeroepen te zoeken naar rechtvaardigheid en gerechtigheid in onze relaties met anderen en met God. Dat is het hart van het leven van een christen. God toebehoren in Jezus Christus betekent ook dat we elkaar toebehoren. Je zou dit kunnen omschrijven als een wereldtransformerend christendom waarin rechtvaardigheid en vrede elkaar omarmen of sociaal humanisme. De World Alliance of Reformed Churches (dat is een christelijke organisatie met meer dan 200 kerken) zou de economische en sociale getuigenis van Calvijn met betrekking tot het huidige leven van een christen omschrijven als een kritische uitdaging voor onze huidige economische politiek en praktijk.

Het standaardbeeld dat we van Calvijn hebben is er een van gebod, verplichting, verantwoordelijkheid en de oproep tot gehoorzaamheid. Maar de zorg voor rechtvaardigheid vanaf haar begin; de zoektocht naar sterkere vormen van gemeenschapszin en solidariteit in onze huidige wereld; de overtuiging van het belang van menselijke waardigheid en mensenrechten; ondersteuning bieden aan de worsteling tegen racisme, uitsluiting en onrechtvaardigheid. Dat zijn nu juist de connotaties die het denken van Calvijn stempelen, en die ook belangrijke kenmerken (dienen te) zijn van de hedendaagse calvinisten. Calvinisme wil mensen krachtig motiveren tot nieuw, het traditionalisme doorbrekende, handelen. Het calvinisme ziet de mens namelijk als rentmeester van God die de wereld zo goed mogelijk moest beheren voor Zijn eer (en niet ter eigen nutte). Calvijn legt zo de vinger op de zere plek van het egoïsme egoisten zelfverrijking. Zijn waarschuwing tegen ‘overtollige overvloed’ (of zoals adagium van Mahatma Gandhi luidde: ‘Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders begeerte.’) en oproep tot ‘onthouding, soberheid, matigheid en ingetogenheid’ klinken ouderwets en wereldvreemd in de oren en zijn dan ook volstrekt niet wervend, maar bevatten een diepere waarheid: overmaat belet het genieten, omdat men de waarde van de dingen niet meer kent. Goede relaties, een democratische samenleving, bestaanszekerheid, veiligheid en een zinvol bestaan blijken dan veel belangrijker dan egoïsme en ongelimiteerde zelfverrijking.

Calvinisme achterhaald? Nee dus!

Dus ten bate van een ieder: Lang leve Johannes Calvijn!!

Een opmerkelijk nieuwsfeit werd ons gepresenteerd in het Nederlands Dagblad: ‘Protestantse kerken blijken aantrekkelijker te zijn voor bijzondere soorten varens dan Rooms-Katholieke gebouwen.’ Meteen haast het Nederlands Dagblad zich om daarbij aan te tekenen dat dit niets met kerkorde of liturgie te maken heeft. De reden: In rooms-katholieke kerken werd vaker gestookt. Het gebouw is warmer en daar houden varens niet van.

Zo’n nieuwsfeit kon ik niet laten lopen; ik wilde daar een postje over schrijven. Als je in een natuurhandboek iets over varens opzoekt stuit je op leuke informatie. VarenDe varens zijn al een zeer oude groep waarvan fossielen bekend zijn uit het midden van het Devoon, in het Carboon was de groep zeer vormen en talrijk, hoewel de meeste van deze soorten in het Perm zijn uitgestorven is de groep altijd nadrukkelijk aanwezig geweest. Hmm, wij protestanten, van allerlei pluimage overigens, hebben getracht het oude geloof  te ontdoen van allerlei aankleefsel, we zijn daarvoor bijna ‘uitgestorven’ (denk bijvoorbeeld aan de geschiedenis van o.a. de hussieten, de waldenzen, de albigenzen) maar we bleven een groep die steeds nadrukkelijk aanwezig zijn geweest. De wortelstok is voor de meeste varens uit koude en gematigde gebieden het enige deel van de plant dat winterhard is. In dat geval ontstaan iedere lente opnieuw nieuwe bladen vanuit de top of vanuit verspreid liggende knopen van de wortelstok zo vervolgt de informatie. Ja dat herken ik ook: protestanten hebben de neiging om, wanneer het in een gevestigde gemeenschap te ‘gevestigd’ lijkt te worden, de kern van het geloof in ‘een nieuw voorjaar’ weer in jonge bladeren te laten ontspruiten (zie hiervoor de initiatieven van de ‘emerging churches’ bijvoorbeeld). Jonge bladen zijn opgerold en hebben dan de vorm van een bisschopsstaf. Zou dit te maken hebben met het feit dat de jonge initiatieven zichzelf soms zien als ‘de enige richting die de kerk nog uit kan’? Ten slotte nog dit: De sporenhoopjes zijn de voorplantingsorganen van de varen. Wanneer de sporendoosjes rijp zijn barsten ze openen en laten de sporen vrij. Uit zo’n kleine spore ontstaat niet direct een varenplant. Eerst komt er een voorkiem, een hartvormig blaadje. Prachtig hoe het werk van de Geest in beeldspraak te berde wordt gebracht!! ‘Gij zaait uw naam in onze diepste dromen’ verwoordt gezang 487 dit wonder. Door dit wonder van de Geest mogen we het woord van God in ons laten groeien, Prachtig!! En eerst komt er dan een hartvormig blaadje. ‘Was ons hart niet brandende in ons’ verteld ons Lucas 24. Zo mogen we zijn, als mens met hartvormige blaadjes, brandende harten; zoals Aurelius Augustinus vaak wordt afgebeeld.

Een ding in de berichtgeving kon ik overigens niet goed duiden: In rooms-katholieke kerken werd vaker gestookt. Het gebouw is warmer en daar houden varens niet van.

Stoken Ik dacht dat wij protestanten daar nou juist het patent op hadden 😮

NRC-correspondent Anil Ramdas gaat voor zijn serie Hemel en Aarde op bezoek bij allerlei religieuze groeperingen om de sfeer te proeven. In een van zijn stukken doet hij verslag van zijn bezoek aan een christelijke gemeenschap. Natuurlijk wordt zijn verslag met enig cynisme gebracht. Uiteindelijk doet hij ook verslag van een preek.Voorganger ‘Er is vandaag een gastspreker’, zo doet hij verslag, ‘die prompt begint over de kredietcrisis. Hij geeft voorbeelden van de ernst ervan. Hij vertelt over een oude vrouw in Amerika die haar hypotheek niet meer kon aflossen en toen de mannen aan de deur verschenen om haar uit te zetten, schoot ze zich met een revolver door de borst. De uitbundigheid is veranderd in grimmigheid, iedereen is nu muisstil en ik ben benieuwd hoe hij zo’n werelds gegeven als de kredietcrisis zal verbinden met het woord van God. De voorganger vertelt over een tolmeester in bijbelse tijden die zichzelf flink verrijkte en door iedereen werd gehaat. Maar hij kreeg tegen het eind van zijn leven wroeging, en toen hij hoorde dat Jezus naar zijn stad kwam, wilde hij hem zien. Jezus keek hem aan en zag zijn berouw. De tolmeester kreeg vergiffenis, waarop hij al zijn bezittingen verdeelde onder de armen en de benadeelden. Crisis opgelost. De voorganger besluit: “Obama zegt: yes we can. Maar alleen Jezus kan het.” Als Hij nu maar snel komt.’

Hoewel misschien een beetje karikaturaal gebracht wordt hier wel een achilleshiel van de kerk en de verkondiging in de kerk blootgelegd. Open je hart voor Jezus en alles komt goed! Ik vind dat een gevaarlijke binnenkerkelijke gedachte. Binnenkerkelijk omdat ik denk dat je vooral heel veel voorinformatie moet hebben om je een uitspraak als ‘aanvaard Jezus en je bent gered’ pas op waarde kunt schatten.  Voor buitenstaanders en misschien ook wel voor veel christenen is deze sprong te snel gemaakt. Je zit echt diep in de zorgen en hup alles komt goed. Dat gaat er niet zo maar in, denk ik. Wij gaan binnen de kerk zo vaak van allerlei vanzelfsprekendheden uit. Voor een krimpend aantal mensen zijn bepaalde uitspraken nog vanzelfsprekend. Maar voor een groeiend aantal mensen worden de woorden en gebruiken in de kerk zo vreemd gevonden, dat ze eerder afstoten dan aantrekken.  Laten we ons nog wel leiden door de tekst in de Bijbel dat het geloof in Christus voor anderen een dwaasheid is? Denkt iemand echt nog dat het zingen, de woordverkondiging in de kerk en al die vreemde gebruiken en kleding juist niet veel buitenstaanders in verwarring brengen? Niet dat alles anders moet, want volgens mij blijft het sowieso raar…

Niet dat wij nu maar het (missionaire) bijltje er bij neer moeten gooien, maar laten we proberen die communicatie tussen ons en de mensen buiten de kerk op een goede wijze aanpakken. Niet met allerlei hoogdravende uitspraken komen, maar er gewoon eerst eens voor de ander te zijn.


Op 16 juli 1969 sprak de astronaut Neill Armstrong deze legendarische woorden toen hij tijdens de Apollo 11 missie op de maan landde en daar zijn eerste maanwandeling maakte. Vanwege de veertigjarige herdenking van dit feit worden we rond deze tijd meermalen aan deze missie en deze woorden herinnert. moonwalk

Wie zich meer verdiept in de geschiedenis van de gebeurtenissen die tot deze missie ziet, moet toch een een behoorlijk cynische grimas trekken bij de herdenking van deze gebeurtenis. Volgens de huidige geschiedschrijvers blijkt deze missie alleen van belang te zijn geweest als een gebeurtenis in de wedloop van de toenmalige Koude Oorlog. Een bewijs daarvoor, zo zeggen deze mensen, is het feit dat er daarna nooit meer een missie naar de maan gestuurd is. Het bleek dus een prestigeproject te zijn in geweest in de wedloop van de twee grootmachten van destijds, de USA en USSR.

That’s one small step for man; one giant leap for mankind…

Misschien kun je deze woorden uitgesproken door Armstrong ook iets breder trekken. Misschien zou je deze woorden kunnen plaatsen in de langlopende geschiedenis van de mens die probeert meer en meer aan zijn toren van Babel te bouwen.  De mens probeert steeds maar weer op de troon van God plaats te nemen. Hiervan getuigen eigenlijk al heel veel verhalen in de Bijbel. Maar ook de buitenbijbelse geschiedenis getuigd van deze worsteling van de mens om zijn leven in eigen hand te nemen. Niet dat ik zeg dat elke uitvinding van de mens of verkenning van het heelal een aanval op God betekent. Nee, ik denk dat God de mens heeft geschapen met de opdracht om de schepping te verkennen en te onderhouden. Daarom zijn er erg veel goede uitvindingen gedaan, heeft de mens zich ontwikkelt en tracht de mens elke uithoek van de schepping te ontdekken. Maar ik meen dat God de mens ook heeft begiftigd met een geweten en juist daar zit hem de kneep. Juist die mens met een vrije wil gebruikt zijn mogelijkheden vaak niet ten bate van zijn medeschepselen of van de schepping. Dit is te zien in de vele oorlogen die door de eeuwen heen zijn gevoerd en alle haat en nijd die er onder de mensen onderling broeit. Er wordt gesleuteld aan de mens zowel aan het begin als aan het eind van het leven en dat niet altijd ten voordele van de mens zelf.

Zou je nog steeds kunnen zeggen dat de mens een stap vooruit heeft gedaan? ik vraag het me af!

Volgende pagina »